Chemin de navigation

Left navigation

Additional tools

Advocaat-generaal Cruz Villalón concludeert dat wanneer een niet-begeleide minderjarige in meer dan een lidstaat asielverzoeken heeft ingediend, de lidstaat waar het laatste asielverzoek is ingediend, het asielverzoek moet behandelen

Cour de justice - CJE/13/16   21/02/2013

Autres langues disponibles: FR EN DE ES IT EL

Pers en Voorlichting

Hof van Justitie van de Europese Unie

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 16/13

Luxemburg, 21 februari 2013

Conclusie van de advocaat-generaal in zaak C‑648/11

MA, BT, DA / Secretary of State for the Home Department

Advocaat-generaal Cruz Villalón concludeert dat wanneer een niet-begeleide minderjarige in meer dan een lidstaat asielverzoeken heeft ingediend, de lidstaat waar het laatste asielverzoek is ingediend, het asielverzoek moet behandelen

In dit opzicht hoeft geen enkel familielid van de minderjarige zich legaal in een andere lidstaat te bevinden en dient het belang van de minderjarige geen andere oplossing te eisen

De verordening „Dublin II”1 stelt de criteria vast voor de bepaling van de bevoegde lidstaat om een in de Unie ingediend asielverzoek te behandelen, zodat in beginsel één enkele lidstaat bevoegd is. Wanneer een onderdaan van een derde land om asiel verzoekt in een lidstaat die niet de bevoegde lidstaat is volgens de verordening, voorziet deze laatste in een procedure van overdracht van de asielzoeker aan de bevoegde lidstaat.

Twee minderjarigen van Eritrese nationaliteit (MA en BT) en een minderjarige van Iraakse nationaliteit en Koerdische afkomst (DA) verzochten om asiel in het Verenigd Koninkrijk. De Britse autoriteiten stelden vast dat zij reeds asielverzoeken in andere lidstaten, namelijk Italië (MA en BT) en Nederland (DA), hadden ingediend. Aangezien deze lidstaten werden beschouwd als verantwoordelijk voor de behandeling van de asielverzoeken, werd beslist de minderjarigen aan deze lidstaten over te dragen.

Indien de asielzoeker een niet-begeleide minderjarige is, is volgens de verordening2 de voor de behandeling van het verzoek verantwoordelijke lidstaat, die waar een gezinslid zich legaal ophoudt, voor zover dit in het belang van de minderjarige is. Bij ontstentenis van gezinsleden berust de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het verzoek bij de lidstaat waarbij de minderjarige zijn asielverzoek heeft ingediend. In dit laatste geval voorziet de verordening evenwel niet uitdrukkelijk in een oplossing ingeval de minderjarige in verschillende lidstaten asielverzoeken heeft ingediend. De conclusie van advocaat-generaal Cruz Villalón van vandaag gaat voor het eerst in op de uitlegging van die vraag.

Vóór de overdracht van MA en DA, maar na die van BT besloten de Britse autoriteiten krachtens de „soevereiniteitsclausule" van de verordening om de asielverzoeken zelf te behandelen. Als gevolg daarvan kon BT, die aan Italië was overgedragen, naar het Verenigd Koninkrijk terugkeren. Volgens deze clausule kan elke lidstaat een bij hem ingediend asielverzoek behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht. De op te lossen vraag is evenwel of het in deze zaak bereikte resultaat, dat het gevolg is van een discretionaire en vrije beslissing van het Verenigd Koninkrijk, een dwingend resultaat krachtens de verordening is.

Volgens Cruz Villalón geldt als lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van een niet-begeleide minderjarige asielzoeker die in verschillende lidstaten asielverzoeken heeft ingediend en geen gezinsleden heeft die legaal in een lidstaat verblijven, in het belang van de minderjarige en tenzij dat belang een andere oplossing vereist, in beginsel de lidstaat waar het laatste verzoek is ingediend.

Het hogere belang van de minderjarige in de zin van het Handvest van de fundamentele rechten van de Europese Unie dient beslissend te zijn bij de beoordeling van de vraag welke van alle lidstaten die een asielverzoek hebben ontvangen, de verantwoordelijke lidstaat is. Deze benadering moet bovendien verenigbaar zijn met de doelstellingen van duidelijkheid en voortvarendheid van de verordening voor de procedure tot bepaling van de voor de behandeling van een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat. Bijgevolg moet die lidstaat bevoegd zijn die het best geplaatst is om het belang van de minderjarige te beoordelen. Deze lidstaat is gewoonlijk die waar de minderjarige zich bevindt en die doorgaans de lidstaat is die het laatste asielverzoek heeft ontvangen. Het ligt binnen het bereik van deze lidstaat om de minderjarige te horen en rekening te kunnen houden met wat hij zelf zijn belang vindt. Bovendien moeten deze asielzoekers om redenen van tijd en omdat minderjarigen de beste behandeling moeten krijgen, geen verplaatsingen worden opgelegd die niet onvermijdelijk zijn.

De advocaat-generaal erkent dat de voorgestelde oplossing het ongewenste gevolg van een soort „forum shopping" kan hebben, daar de verzoekers kunnen geneigd zijn voor de indiening van hun asielverzoek de lidstaat te kiezen waarvan de toepasselijke wet hun het best uitkomt. Dit risico is evenwel genoegzaam gerechtvaardigd daar alleen op deze wijze de vereiste aandacht aan het hogere belang van de minderjarige kan worden gegeven.

In elk geval is het criterium krachtens hetwelk de lidstaat waar het laatste asielverzoek is ingediend, bevoegd moet zijn, slechts gerechtvaardigd voor zover het in beginsel het meest geschikt is om het belang van de minderjarige in acht te nemen. Bijgevolg gebiedt het belang van de minderjarige dat dit criterium, wanneer het in een gegeven geval ongeschikt is, buiten toepassing blijft.

NOTA BENE: De conclusie van de advocaat-generaal bindt het Hof van Justitie niet. De advocaten-generaal hebben tot taak, het Hof in volledige onafhankelijkheid een juridische oplossing te bieden voor het concrete geschil. De rechters van het Hof beginnen vandaag met de beraadslagingen over het arrest, dat op een latere datum zal worden gewezen.

NOTA BENE: De prejudiciële verwijzing biedt de rechterlijke instanties van de lidstaten de mogelijkheid, in het kader van een bij hen aanhangig geding aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het recht van de Unie of over de geldigheid van een handeling van de Unie. Het Hof beslecht het nationale geding niet. De nationale rechterlijke instantie dient het geding af te doen overeenkomstig de beslissing van het Hof. Deze beslissing bindt op dezelfde wijze de andere nationale rechterlijke instanties die kennis dienen te nemen van een soortgelijk probleem.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van de conclusie is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

1 :

Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 50, blz. 1).

2 :

Artikel 6


Side Bar

Mon compte

Gérez vos recherches et notifications par email


Aidez-nous à améliorer ce site