Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE ES IT EL CS HU SK

Pers en Voorlichting

Hof van Justitie van de Europese Unie

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 138/13

Luxemburg, 22 oktober 2013

Arrest in zaak C‑95/12

Commissie / Duitsland

Het Hof van Justitie verwerpt het beroep van de Commissie ertoe strekkende dat Duitsland geldboetes in verband met de Volkswagenwet worden opgelegd

Duitsland is het oorspronkelijke arrest van het Hof van 2007 volledig nagekomen

De Duitse autofabrikant Volkswagen is in 1960 omgevormd tot een naamloze vennootschap bij een federale wet, de „Volkswagenwet”1. Toen die wet werd vastgesteld waren de Bondsrepubliek en de deelstaat Niedersachsen de twee grootste aandeelhouders van Volkswagen, met ieder 20 % van het kapitaal. Terwijl de Bondsrepubliek vandaag geen aandeelhouder van Volkswagen meer is, bezit de deelstaat Niedersachsen nog een aandeel van ongeveer 20 %.

Oorspronkelijk konden de Bondsrepubliek en de deelstaat Niedersachsen op grond van de Volkswagenwet, zolang zij aandeelhouder van de vennootschap waren, elk twee leden in de raad van commissarissen aanwijzen.2 Daarnaast beperkte die wet de stemrechten van elke aandeelhouder tot het aantal stemmen dat hem zou toekomen op grond van een aandeel van 20 % in het maatschappelijk kapitaal.3 Voorts was in de Volkswagenwet een verlaagde blokkeringsminderheid vastgesteld, waardoor een minderheid van slechts 20 % van het maatschappelijk kapitaal zich kon verzetten tegen belangrijke besluiten van de vennootschap, terwijl de Duitse wet op de naamloze vennootschappen daartoe 25 % eist.4

Volgens de Commissie waren die drie bepalingen van de Volkswagenwet in strijd met in het bijzonder het door het Unierecht gewaarborgde vrije kapitaalverkeer en dus heeft zij in 2005 een beroep wegens niet-nakoming bij het Hof ingesteld tegen Duitsland.

In zijn arrest van 20075 heeft het Hof geoordeeld dat Duitsland het vrije kapitaalverkeer heeft geschonden door de bepaling van de Volkswagenwet over de aanwijzing door de Bondsrepubliek en de deelstaat Niedersachsen van leden in de raad van commissarissen en de bepaling inzake de stemrechtbeperking juncto de bepaling over de verlaagde blokkeringsminderheid.

Naar aanleiding van dat arrest heeft Duitsland de eerste twee bepalingen ingetrokken6, maar de bepaling over de verlaagde blokkeringsminderheid gehandhaafd.

Volgens de Commissie volgde uit het arrest van 2007 dat elk van die drie bepalingen op zich het vrije kapitaalverkeer schond en dat de bepaling over de verlaagde blokkeringsminderheid dus ook had moeten worden ingetrokken. Om die reden heeft zij in een nieuw beroep bij het Hof7 gevorderd dat Duitsland geldboetes worden opgelegd wegens onvolledige uitvoering van het arrest van 2007. De Commissie heeft een dwangsom gevorderd van 282 725,10 EUR per dag vertraging bij de uitvoering van het arrest van 2007, vanaf de dag van uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak tot de dag waarop het arrest van 2007 zal zijn uitgevoerd. Daarnaast heeft zij verzocht om oplegging van een forfaitaire som die wordt verkregen door een bedrag van 31 114,72 EUR per dag te vermenigvuldigen met het aantal dagen van niet-nakoming vanaf de dag van uitspraak van het arrest van 2007 tot de dag van uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak of de dag waarop deze lidstaat de niet-nakoming zal hebben beëindigd.

Bij het arrest van vandaag verwerpt het Hof dat beroep.

Volgens het Hof blijkt zowel uit het dictum van het arrest van 2007 – dat de beslissing van het Hof bevat – als uit de motivering van die beslissing, dat het Hof geen niet-nakoming had vastgesteld voortvloeiend uit de bepaling inzake de verlaagde blokkeringsminderheid op zich beschouwd, maar enkel voor de combinatie van die bepaling met die over de stemrechtbeperking.

Bijgevolg heeft Duitsland zich, binnen de gestelde termijnen, geschikt naar de uit het arrest van 2007 voortvloeiende verplichtingen, door enerzijds de bepaling van de Volkswagenwet inzake de aanwijzing door de Bondsrepubliek en de deelstaat Niedersachsen van leden in de raad van commissarissen in te trekken en anderzijds die over de stemrechtbeperking, waardoor een einde kwam aan de combinatie van laatstgenoemde bepaling met die inzake de verlaagde blokkeringsminderheid.

Daarnaast verklaart het Hof de grief van de Commissie dat Duitsland ook de statuten van Volkswagen, met daarin nog een bepaling over de verlaagde blokkeringsminderheid die in wezen vergelijkbaar is met die van de Volkswagenwet, had moeten wijzigen, niet-ontvankelijk omdat het arrest van 2007 enkel betrekking had op de verenigbaarheid van een aantal bepalingen van de Volkswagenwet met het Unierecht en niet op de statuten van die vennootschap.

NOTA BENE: Een beroep wegens niet-nakoming gericht tegen een lidstaat die zijn uit het recht van de Unie voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen, kan worden ingesteld door de Commissie of door een andere lidstaat. Indien het Hof van Justitie de niet-nakoming vaststelt, dient de betrokken lidstaat zo snel mogelijk aan dit arrest te voldoen.

Wanneer de Commissie van oordeel is dat de lidstaat niet aan het arrest heeft voldaan, kan zij een nieuw beroep instellen en daarin financiële sancties vorderen. Worden de Commissie echter geen maatregelen tot omzetting van een richtlijn meegedeeld, dan kan het Hof van Justitie, op voorstel van de Commissie, bij het eerste arrest sancties opleggen.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

Beelden van de uitspraak van het arrest zijn beschikbaar via "Europe by Satellite" (+32) 2 2964106

1 :

Gesetz über die Überführung der Anteilsrechte an der Volkswagenwerk Gesellschaft mit beschränkter Haftung in private Hand (wet inzake de privatisering van de aandelen van de Volkswagenwerk GmbH) van 21 juli 1960.

2 :

§ 4, lid 1.

3 :

§ 2, lid 1.

4 :

§ 4, lid 3.

5 :

Arrest van het Hof van 23 oktober 2007, Commissie/Duitsland, C‑112/05, zie ook PC nr. 74/07.

6 :

Bij het Gesetz zur Änderung des Gesetzes über die Überführung der Anteilsrechte an der Volkswagenwerk Gesellschaft mit beschränkter Haftung in private Hand (wet tot wijziging van de wet inzake de privatisering van de aandelen van de Volkswagenwerk GmbH) van 8 december 2008.

7 :

Zie voor algemene informatie over het beroep wegens niet-nakoming bij het Hof de nota bene aan het einde van dit perscommuniqué.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website