Horizontal navigation

Smaller text size
Larger text size

Een werknemer die tijdens zijn jaarlijkse betaalde vakantie arbeidsongeschikt wordt, heeft het recht om op een later tijdstip vakantie te nemen voor de duur van zijn ziekte

Reference: CJE/12/87 Event Date: 21/06/2012 Export pdf PDF word DOC
Pers en Voorlichting

Hof van Justitie van de Europese Unie

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 87/12

Luxemburg, 21 juni 2012

Arrest in zaak C‑78/11

Asociación Nacional de Grandes Empresas de Distribución (ANGED) / Federación de Asociaciones Sindicales (FASGA) e.a.

Een werknemer die tijdens zijn jaarlijkse betaalde vakantie arbeidsongeschikt wordt, heeft het recht om op een later tijdstip vakantie te nemen voor de duur van zijn ziekte

Dit recht wordt toegekend ongeacht het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid is ingetreden

De richtlijn betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd1 verleent alle werknemers het recht op jaarlijkse vakantie.

In Spanje moeten de vakantieperioden in gemeen overleg tussen de werkgever en de werknemer worden vastgesteld overeenkomstig hetgeen in voorkomend geval is bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de jaarlijkse planning van de vakantie.

Het Spaanse recht bepaalt voorts dat wanneer de vakantieperiode samenvalt met een tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap, bevalling of borstvoeding, de werknemer het recht heeft om voor de duur van de arbeidsongeschiktheid vakantie op een later tijdstip te nemen.2 In casu bevat de collectieve arbeidsovereenkomst voor warenhuizen voor de periode 2009‑2010 een soortgelijke bepaling. In de Spaanse wet worden echter niet de gevallen geregeld waarin de vakantieperiode samenvalt met een tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekteverlof.

Meerdere vakbonden hebben bij het Spaanse gerecht collectieve beroepen ingesteld om erkenning te verkrijgen van het recht van de aan de collectieve arbeidsovereenkomst voor warenhuizen onderworpen werknemers om hun jaarlijkse betaalde vakantie te nemen ook al valt deze vakantie samen met een afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid. De Asociación Nacional de Grandes Empresas de Distribución (ANGED; nationale vereniging van grote distributiebedrijven) verzet zich echter tegen deze mogelijkheid. Zij is van mening dat werknemers die – vóór het begin van een vooraf vastgestelde vakantieperiode of tijdens deze periode – arbeidsongeschikt zijn, niet het recht hebben om hun vakantie na de periode van arbeidsongeschiktheid te nemen, behalve in de in de nationale regeling uitdrukkelijk voorziene gevallen.

Het Tribunal Supremo (hooggerechtshof), waarbij de zaak aanhangig is, wenst van het Hof van Justitie te vernemen of de richtlijn zich verzet tegen de Spaanse regeling volgens welke een werknemer die arbeidsongeschikt wordt tijdens de periode van jaarlijkse betaalde vakantie, niet het recht heeft om deze jaarlijkse vakantie op een later tijdstip te nemen wanneer zij samenvalt met de periode van arbeidsongeschiktheid. In zijn arrest van heden antwoordt het Hof bevestigend.

Het Hof herinnert er in dit verband aan dat volgens vaste rechtspraak3 het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon moet worden beschouwd als een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de Unie. Als beginsel van sociaal recht van de Unie is het recht op vakantie uitdrukkelijk neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dit recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon mag niet restrictief worden uitgelegd.

Voorts merkt het Hof op dat het doel van het recht op jaarlijkse betaalde vakantie erin bestaat, de werknemer in staat te stellen uit te rusten en over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken. Op die manier verschilt dit doel van het doel van het recht op ziekteverlof, dat de werknemer in staat stelt te herstellen van een ziekte die tot arbeidsongeschiktheid leidt.

Gelet op het doel van het recht op jaarlijkse betaalde vakantie heeft het Hof reeds geoordeeld dat een werknemer die arbeidsongeschikt is vóór het begin van een periode van jaarlijkse betaalde vakantie, het recht heeft om deze vakantie te nemen op een ander tijdstip dan tijdens de periode van ziekteverlof.4

In zijn arrest van heden preciseert het Hof dat het tijdstip waarop de ongeschiktheid is ingetreden, irrelevant is. Bijgevolg heeft een werknemer het recht om zijn met een periode van ziekteverlof samenvallende jaarlijkse betaalde vakantie op een later tijdstip te nemen, ongeacht het tijdstip waarop deze arbeidsongeschiktheid is ingetreden. Het zou immers willekeurig en in strijd met het doel van het recht op jaarlijkse betaalde vakantie zijn om het recht op betaalde vakantie aan een werknemer enkel toe te kennen indien hij reeds arbeidsongeschikt is vóór het begin van de periode van jaarlijkse betaalde vakantie.

In deze context herinnert het Hof eraan dat de nieuwe periode van jaarlijkse vakantie (die overeenkomt met de duur van de overlapping van de aanvankelijk vastgestelde vakantieperiode en de periode van het ziekteverlof), waarop de werknemer recht heeft na zijn herstel, in voorkomend geval kan worden vastgesteld buiten de overeenkomstige referentieperiode voor de jaarlijkse vakantie.

NOTA BENE: De prejudiciële verwijzing biedt de rechterlijke instanties van de lidstaten de mogelijkheid, in het kader van een bij hen aanhangig geding aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het recht van de Unie of over de geldigheid van een handeling van de Unie. Het Hof beslecht het nationale geding niet. De nationale rechterlijke instantie dient het geding af te doen overeenkomstig de beslissing van het Hof. Deze beslissing bindt op dezelfde wijze de andere nationale rechterlijke instanties die kennis dienen te nemen van een soortgelijk probleem.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

1 :

 Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299, blz. 9). Het recht op jaarlijkse vakantie vloeit voort uit artikel 7, lid 1, van deze richtlijn.

2 :

 Dezelfde mogelijkheid bestaat wanneer de voor een werknemer vastgestelde vakantieperiode samenvalt met een periode van schorsing van zijn arbeidsovereenkomst in geval van bevalling, overlijden van de moeder na de bevalling, vroegtijdige geboorte, ziekenhuisopname van de pasgeborene, adoptie of plaatsing van het kind.

3 :

 Arrest van 22 november 2011, KHS (C‑214/10), zie ook PC nr. 123/11.

4 :

Arrest van 10 september 2009, Vicente Pereda (C‑277/08).

loading

LOADING...