Navigation path

Left navigation

Additional tools

De richtlijn inzake de terugkeer van illegaal in een lidstaat verblijvende immigranten verzet zich er niet tegen dat een lidstaat illegaal verblijf bestraft met een geldboete die onder bepaalde voorwaarden kan worden vervangen door uitwijzing

Court of Justice - CJE/12/160   06/12/2012

Other available languages: EN FR DE ES IT EL BG RO

Pers en Voorlichting

Hof van Justitie van de Europese Unie

PERSCOMMUNIQUÉ nr. 160/12

Luxemburg, 6 december 2012

Arrest in zaak C‑430/11

Md Sagor

De richtlijn inzake de terugkeer van illegaal in een lidstaat verblijvende immigranten verzet zich er niet tegen dat een lidstaat illegaal verblijf bestraft met een geldboete die onder bepaalde voorwaarden kan worden vervangen door uitwijzing

Die richtlijn verzet zich er echter wél tegen dat een lidstaat illegaal verblijf bestraft met huisarrest, wanneer niet is gegarandeerd dat die straf een einde neemt zodra de betrokkene fysiek uit die lidstaat kan worden verwijderd

De richtlijn inzake de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven1 (hierna: „terugkeerrichtlijn”), stelt de gemeenschappelijke normen en procedures vast die de lidstaten moeten toepassen bij de verwijdering van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.

Volgens de Italiaanse wettelijke regeling kan illegaal verblijf worden bestraft met een geldboete die onder bepaalde voorwaarden kan worden vervangen door uitwijzing of huisarrest.

Md Sagor, die verklaart te zijn geboren in Bangladesh, is een rondtrekkend verkoper zonder vaste woonplaats in Italië. Omdat hij niet over een verblijfstitel beschikte, is hij in 2010 voor het Tribunale di Rovigo (Rechtbank te Rovigo, Italië) gedagvaard wegens illegaal verblijf, wat een strafbaar feit is.

Aangezien de Italiaanse rechter eraan twijfelt of de Italiaanse wettelijke regeling wel verenigbaar is met het Unierecht, wenst hij van het Hof van Justitie te vernemen of de terugkeerrichtlijn zich tegen die nationale wettelijke regeling verzet.

In zijn arrest van vandaag brengt het Hof om te beginnen in herinnering dat de terugkeerrichtlijn niet tot doel heeft alle nationale voorschriften inzake het verblijf van vreemdelingen te harmoniseren en zich er dus niet tegen verzet dat het recht van een lidstaat illegaal verblijf aanmerkt als een strafbaar feit en daarop strafrechtelijke sancties stelt om het plegen van een dergelijke inbreuk tegen te gaan en te bestraffen.2 Niettemin mag het nationale recht de toepassing van de bij de richtlijn ingestelde gemeenschappelijke normen en procedures niet ondermijnen, waardoor die richtlijn haar nuttige werking zou verliezen.

Het Hof bevestigt eerst zijn rechtspraak dat afbreuk wordt gedaan aan de terugkeerrichtlijn indien de betrokken lidstaat, na te hebben vastgesteld dat een onderdaan van een derde land illegaal op zijn grondgebied verblijft, de vaststelling of de uitvoering van het terugkeerbesluit laat voorafgaan door een strafrechtelijke vervolging die kan leiden tot opsluiting tijdens de terugkeerprocedure. Dat zou immers de verwijdering kunnen vertragen.3

Het Hof merkt vervolgens op dat de terugkeer niet wordt vertraagd of belemmerd door een strafvervolging als die welke tegen Sagor loopt, aangezien de terugkeer op basis van de betrokken nationale wettelijke regeling los van de strafvervolging kan worden uitgevoerd en zonder dat de vervolging hoeft te zijn afgerond. De oplegging van een geldboete staat evenmin in de weg aan de tenuitvoerlegging van de terugkeerprocedure.

Ook de mogelijkheid waarover de strafrechter beschikt om, in de gevallen waarin de betrokkene onmiddellijk kan worden teruggestuurd, de geldboete te vervangen door uitwijzing tezamen met het verbod om Italië opnieuw binnen te komen, is niet in strijd met de richtlijn.

De richtlijn biedt de lidstaten immers de mogelijkheid om de betrokkene op basis van een individueel onderzoek van zijn situatie uit te wijzen zonder daarbij een termijn voor vrijwillig vertrek toe te kennen, wanneer het gevaar bestaat dat hij onderduikt om zich aan de terugkeerprocedure te onttrekken.

Het Hof herinnert er tot slot aan dat de lidstaten vanwege de op hen rustende loyaliteitsplicht en de vereisten van doeltreffendheid van de richtlijn de betrokkene zo spoedig mogelijk dienen te verwijderen. Het Hof stelt evenwel vast dat huisarrest dat ter vervanging van een geldboete wordt opgelegd tijdens de terugkeerprocedure er niet toe bijdraagt dat de onderdaan van een derde land die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft, fysiek uit die lidstaat wordt verwijderd. Integendeel, huisarrest kan de terugleiding naar de grens en de gedwongen terugkeer per vliegtuig vertragen en belemmeren.

Het Hof oordeelt derhalve dat de terugkeerrichtlijn zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling die de mogelijkheid biedt om het illegale verblijf van onderdanen van derde landen te bestraffen met huisarrest, maar niet garandeert dat die straf een einde neemt zodra het mogelijk is om de betrokkene fysiek uit die lidstaat te verwijderen.

Het staat aan de Italiaanse rechter om te onderzoeken of de nationale wettelijke regeling een bepaling bevat die de verwijdering voorrang geeft boven de uitvoering van het huisarrest.

NOTA BENE: De prejudiciële verwijzing biedt de rechterlijke instanties van de lidstaten de mogelijkheid, in het kader van een bij hen aanhangig geding aan het Hof vragen te stellen over de uitlegging van het recht van de Unie of over de geldigheid van een handeling van de Unie. Het Hof beslecht het nationale geding niet. De nationale rechterlijke instantie dient het geding af te doen overeenkomstig de beslissing van het Hof. Deze beslissing bindt op dezelfde wijze de andere nationale rechterlijke instanties die kennis dienen te nemen van een soortgelijk probleem.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de website CURIA.

Contactpersoon voor de pers: Stefaan Van der Jeught (+352) 4303 2170

1 :

Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348, blz. 98).

2 :

Arrest Hof van 6 december 2011, Achughbabian (C‑329/11), zie ook PC nr. 133/11.

3 :

Arrest Hof van 28 april 2011, El Dridi (C‑61/11 PPU), zie ook PC nr. 40/11.


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website