Navigation path

Left navigation

Additional tools

Other available languages: EN FR DE ES IT PT EL CS HU PL SK RO

Pers en Voorlichting

PERSCOMMUNIQUE nr. 05/09

27 januari 2009

Arrest van het Hof van Justitie in zaak C-318/07

Hein Persche / Finanzamt Lüdenscheid

DE FISCALE AFTREKBAARHEID VAN GIFTEN AAN INSTELLINGEN VAN ALGEMEEN NUT MAG NIET UITSLUITEND WORDEN VOORBEHOUDEN AAN INSTELLINGEN DIE OP HET NATIONALE GRONDGEBIED ZIJN GEVESTIGD

De lidstaat van de schenker moet nagaan of is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de nationale instellingen van algemeen nut

Het Duitse recht voorziet in de fiscale aftrek van giften aan instellingen van algemeen nut die in Duitsland zijn gevestigd en bepaalde voorwaarden vervullen, maar weigert dit fiscale voordeel voor giften aan instellingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd en aldaar als van algemeen nut zijn erkend.

In zijn aangifte inkomstenbelasting voor 2003 verzocht Hein Persche, van Duitse nationaliteit, toch om aftrek van een gift in natura ter waarde van ongeveer 18 180 EUR aan het in Portugal gevestigde Centro Popular de Lagoa (een bejaardentehuis waaraan een kindertehuis is verbonden). Het Finanzamt weigerde de gevraagde aftrek omdat de begiftigde niet in Duitsland was gevestigd en Persche geen schenkingsbewijs had overgelegd in de voorgeschreven vorm.

Het Bundesfinanzhof, dat in laatste aanleg kennis neemt van het geschil, wenst van het Hof te vernemen of een lidstaat de fiscale aftrekbaarheid afhankelijk kan stellen van de voorwaarde dat de begiftigde op het nationale grondgebied is gevestigd.

In zijn arrest van heden onderzoekt het Hof de vraag of de fiscale aftrekbaarheid van grensoverschrijdende giften onder het door het gemeenschapsrecht gewaarborgde vrije verkeer van kapitaal valt. Het Hof merkt op dat, wanneer een belastingplichtige in een lidstaat verzoekt om aftrek van giften aan instellingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd en aldaar als van algemeen nut zijn erkend, deze giften ook dan onder de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van kapitaal vallen, wanneer het gaat om giften in natura in de vorm van voorwerpen voor dagelijks gebruik.

Daar mogelijkheid van belastingaftrek het gedrag van de schenker aanmerkelijk kan beïnvloeden, kan de niet-aftrekbaarheid in Duitsland van giften aan als van algemeen nut erkende instellingen, wanneer zij in andere lidstaten zijn gevestigd, eventueel ertoe leiden dat de Duitse belastingplichtigen minder bereidwillig zijn om aan die instellingen giften te doen. Een dergelijke wettelijke regeling vormt dus een in beginsel verboden beperking van het vrije verkeer van kapitaal.


Volgens het Hof is deze beperking niet gerechtvaardigd. Het Hof wijst erop dat het een lidstaat vrij staat om in het kader van zijn wettelijke regeling inzake de fiscale aftrekbaarheid van giften nationale en in andere lidstaten gevestigde instellingen van algemeen nut ongelijk te behandelen, wanneer laatstgenoemde instellingen andere doelstellingen nastreven dan die welke in zijn eigen wettelijke regeling zijn vastgelegd. Het gemeenschapsrecht verplicht de lidstaten namelijk niet om ervoor zorg te dragen dat buitenlandse instellingen die in hun lidstaat van herkomst als van algemeen nut zijn erkend, op hun grondgebied automatisch dezelfde erkenning krijgen.

Dit neemt niet weg dat, wanneer een instelling die in een lidstaat als van algemeen nut is erkend, voldoet aan de daartoe in de wettelijke regeling van een andere lidstaat gestelde voorwaarden en de bevordering van identieke gemeenschapsbelangen nastreeft, zodat zij in laatstbedoelde lidstaat als van algemeen nut zou kunnen worden erkend, de autoriteiten van deze lidstaat deze instelling het recht op gelijke behandeling niet kunnen weigeren op de enkele grond dat zij niet op hun grondgebied is gevestigd.

Verder wordt de bestreden regeling niet gerechtvaardigd door de noodzaak om de doeltreffendheid van de fiscale controles te waarborgen. Niets belet immers de betrokken belastingautoriteiten om van de belastingplichtige de bewijzen te verlangen die zij noodzakelijk achten om te beoordelen of is voldaan aan de in de betrokken wettelijke regeling gestelde voorwaarden voor de aftrekbaarheid van uitgaven, en bijgevolg of de gevraagde aftrek al dan niet kan worden toegestaan. Het Hof stelt vast dat het niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel is, de lidstaat van de schenker ertoe te verplichten te controleren of te laten controleren of is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor nationale instellingen van algemeen nut, zodra een belastingplichtige zich beroept op de aftrekbaarheid van zijn giften aan instellingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd.

Het Hof verklaart bijgevolg voor recht dat het vrije verkeer van kapitaal zich verzet tegen een wettelijke regeling van een lidstaat op grond waarvan in het kader van giften aan als van algemeen nut erkende instellingen, alleen giften aan op het nationale grondgebied gevestigde instellingen fiscaal aftrekbaar zijn, zonder dat de belastingplichtige de mogelijkheid heeft om te bewijzen dat een gift aan een in een andere lidstaat gevestigde instelling voldoet aan de door die wettelijke regeling gestelde voorwaarden voor de toekenning daarvan.

Voor de media bestemd niet-officieel stuk, dat het Hof van Justitie niet bindt.

Beschikbare talen: FR, CS, DE, EN, ES, EL, HU, IT, NL, PL, PT, RO, SK

De volledige tekst van het arrest is op de dag van de uitspraak te vinden op de internetpagina van het Hof

  http://curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/form.pl?lang=NL&Submit=rechercher&numaff=C-318/07

vanaf ongeveer 12.00 uur.

Voor nadere informatie wende men zich tot de heer Stefaan Van der Jeught. Tel: +352 4303 2170 Fax: +352 4303 2988


Side Bar