Navigation path

Left navigation

Additional tools

De Small Business Act is twee jaar oud: het kan beter volgens de ondernemingen

European Economic and Social Committee - CES/10/121   02/12/2010

Other available languages: EN FR DE ES IT SV PL

CES/10/121

3 december 2010

De Small Business Act is twee jaar oud: het kan beter volgens de ondernemingen

Twee jaar na de inwerkingtreding van de Small Business Act (SBA) en net voordat de Commissie overgaat tot de herziening daarvan, hebben de groep Werkgevers van het EESC, BUSINESSEUROPE, EUROCHAMBRES en UEAPME een tweejaarlijkse conferentie gehouden om heden en toekomst van deze wet te bespreken. EU-beleidsmakers en zakenlieden hebben de gelegenheid aangegrepen om een aantal concrete maatregelen te suggereren die de EU en nationale bewindslieden op korte termijn moeten nemen om de belofte van de SBA voor Europa waar te maken.

De boodschap van Europese ondernemers en zakenlieden is duidelijk: de tot dusverre genomen maatregelen hebben nog geen eind gemaakt aan de belemmeringen voor (banen)groei en innovatie waarop kleine en middelgrote ondernemingen in Europa stuiten.

In hun (bij dit perscommuniqué gevoegde) conclusies worden tien aanbevelingen gedaan op de drie hoofdonderdelen van het door de Raad in december 2008 voor de SBA goedgekeurde actieprogramma: toegang tot markten, betere regelgeving en toegang tot financiën.

Er moet – aldus de deelnemers aan de conferentie – een regelgeving komen die gunstiger is voor kleine en middelgrote ondernemingen. Dit kan door nieuwe regels of wetten steeds zorgvuldig te onderzoeken op gevolgen voor het mkb. Ook moet de toegang tot de markten voor het mkb worden verbeterd: problemen daar zijn nog steeds de administratieve rompslomp en het gebrek aan harmonisatie op de interne markt. Ook moet het mkb kunnen meedingen naar overheidsopdrachten.

Recente EU-initiatieven ten spijt, vooral van de Europese Investeringsbank en via de Kaderprogramma's voor onderzoek, blijft het lastig voor kleine en middelgrote ondernemingen om leningen te verkrijgen. De EU is bezig nieuwe regels uit te werken voor het bankwezen: die regels moeten zo worden gedoseerd dat de toegang van het mkb tot financiën daardoor niet wordt bemoeilijkt. Waarbij niet mag worden vergeten dat de vele regels die momenteel op tafel liggen, allemaal samen ook een significant cumulatief effect kunnen sorteren.

Ook is belangrijk dat de onderhandelingen in de Raad over het statuut voor een Europese vennootschap, het enige wetsvoorstel van de SBA dat nog niet van de grond is gekomen, tot een goed einde wordt gebracht. Zolang dat statuut er niet is, blijven de mogelijkheden voor kleine ondernemingen om in Europa te groeien en handel te drijven, beperkt.

Henri Malosse, voorzitter van de groep Werkgevers van het EESC, vindt het hoog tijd voor concrete maatregelen in plaats van strategieën, wetsteksten, plannen en programma's. "Er zijn 23 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen in Europa. Die wachten allemaal met ongeduld op één positieve daadstelling, zoals de maatregelen op het gebied van overheidsopdrachten, beroepsopleiding, ondernemerschap, belastingen en financiën."

Steun voor (kleine en middelgrote) ondernemingen in Europa is niet alleen dé oplossing voor de financiële crisis, maar ook voor – meer in het algemeen - maatschappelijke en milieuproblemen. Het mkb speelt een doorslaggevende rol als het gaat om innovatie en creativiteit. Het loont de moeite om het mkb daarin te steunen. Over het geheel genomen is er licht aan het einde van de economische tunnel voor Europa, maar kleine ondernemingen stuiten nog steeds op obstakels die de SBA zou wegnemen. De afgelopen twee jaar is er zonder twijfel door de Commissie en sommige lidstaten vooruitgang geboekt, maar zolang de eerste tekenen van herstel nog niet hun beslag hebben gekregen in een resolute opleving van de economie voor de lange termijn, met duurzame groei en nieuwe banen, dienen de SBA en het "Denk eerst klein"-beginsel overal in de EU naar voren te worden gehaald.

De groep Werkgevers van het EESC telt 113 leden: ondernemers en vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties in industrie, handel, dienstensector en landbouw uit de 27 lidstaten van de Europa Unie.

Contactpersoon: Sabrina Tesoka (tel.: 32 (0) 2 546 9552 – sabrina.tesoka@eesc.europa.eu)

_____________

Brussel, 2 december 2010

Small Business Act: Tien aanbevelingen om het voor elkaar te brengen

BUSINESSEUROPE, EUROCHAMBRES en UEAPME doen de volgende aanbevelingen aan de EU- en nationale beleidsmakers voor de drie hoofdonderdelen van het door de Raad goedgekeurde actieprogramma van de SBA voor Europa:

BETERE TOEGANG TOT FINANCIËN

  • Hervorming van de financiële markten – bij de vaststelling van nieuwe regels voor het bankwezen (zoals kapitaalvereisten) moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt, omdat buitenproportionele maatregelen de kosten verhogen voor kleine en middelgrote ondernemingen en ongunstig zijn voor hun toegang tot leningen. Ook mag niet worden voorbijgegaan aan het mogelijke significante cumulatieve effect van de talrijke maatregelen waarover momenteel worden onderhandeld.

  • Verkrijgbaarheid van leningen – er moet verder worden gewerkt aan particuliere en overheidsinstrumenten om leningen te garanderen. Het uiteindelijke doel moet zijn dat er een doeltreffend en in brede kringen toegankelijk systeem komt dat leningen garandeert.

  • Andere financieringsbronnen voor het mkb aanboren – op de middellange termijn zullen banken niet scheutig blijven met leningen. Daarom zijn er maatregelen nodig om de toegang van het mkb tot kapitaalmarkten te verbeteren en moeten er betere fiscale prikkels voor beleggers worden uitgewerkt.

  • Steunmaatregelen van de overheid – zowel de nationale overheden van de lidstaten als de EU moeten worden aangespoord om steunregelingen voor het mkb te treffen. Daarmee zou als zodanig erkend marktfalen moeten worden aangepakt en de toegankelijkheid moeten worden verbeterd. De aandacht moet vooral uitgaan naar steun voor het in brede kringen spelende probleem van de financiering van de eerste lichting innoverende ondernemingen.

MKB-VRIENDELIJKE REGELGEVING

  • Verbetering van de beoordeling van het effect van beleid – voorstellen voor mkb-beleid moeten stelselmatig aan een onafhankelijke effectbeoordeling worden onderworpen (kosten/baten), waarbij steeds de verschillende subcategorieën in aanmerking moeten worden genomen. Het komt die effectbeoordeling ten goede als vertegenwoordigers van het mkb over de eerste versie ervan worden geraadpleegd.

  • Stelselmatige invoering en toepassing van het beginsel dat "één keer genoeg is" – overheidsinstanties op alle bestuursniveaus (Europees, nationaal, regionaal en lokaal) moeten ervoor zorgen dat ondernemingen niet kunnen worden gedwongen om informatie die al op een andere manier is verkregen, nogmaals te verstrekken.

  • Beleidsmakers moeten het mkb altijd in het achterhoofd hebben – het "denk eerst klein"-beginsel brengt met zich mee dat de kleinst mogelijke ondernemingen altijd het uitgangspunt voor wetgeving zijn in plaats van dat voor die ondernemingen uitzonderingen worden gemaakt of dat ze van wetgeving worden uitgesloten. Dit beginsel zou op het hele proces van regelgeving en tenuitvoerlegging en op alle bestuursniveaus (Europees, nationaal, regionaal en lokaal) consequenter moeten worden toegepast.

MEER MARKTTOEGANG VOOR HET MKB

  • Elektronische interoperabiliteit – de Commissie en de lidstaten moeten samen proberen om de elektronische interoperabiliteit op de interne markt te vergroten. Dit betekent met name dat gevolg moet worden gegeven aan het voorstel uit de SBA om vóór 2012 een besluit over de wederzijdse erkenning, overal in de EU, van e-identificatie en e-authenticatie te nemen en dat in 2011 wordt overgegaan tot de herziening van de Richtlijn inzake elektronische handtekeningen.

  • Statuut voor de Europese vennootschap – de Raad moet, met hernieuwde politieke steun van de Commissie, nog harder gaan proberen om het statuut van de Europese vennootschap (het enige voorstel uit de SBA waarover geen overeenstemming is bereikt) uit het slop te trekken. Ook moet prioriteit worden verleend aan de goedkeuring van het Europese octrooi vanwege het cruciale belang daarvan voor het concurrentievermogen van Europese ondernemingen.

  • Het mkb en de wereldmarkt – de Commissie wordt met klem verzocht om voor het "internationaal gaan" van het mkb een strategie uit te stippelen die meer samenhang vertoont. Die strategie zou moeten worden gebaseerd op de beginselen van complementariteit, duurzaamheid en ppp's.

BUSINESSEUROPE vertegenwoordigt meer dan 20 miljoen kleine, middelgrote en grote ondernemingen. Sinds zijn oprichting in 1958 hebben 40 overkoepelende industriële en werkgeversorganisaties uit 34 landen zich bij BUSINESSEUROPE aangesloten, met als gemeenschappelijke doel om in Europa groei en concurrentievermogen te bevorderen. BUSINESSEUROPE is een Europese sociale partner.

Contactpersoon: Peter Vertessy, +32 (0)2 237 65 03, p.vertessy@businesseurope.eu

EUROCHAMBRES (Vereniging van Europese Kamers van Koophandel en Industrie) vertegenwoordigt meer dan 20 miljoen ondernemingen in Europa (waarvan 93% klein of middelgroot is). Daartoe zijn organisaties uit 45 landen en een Europees netwerk van 2000 lokale en regionale Kamers bij EUROCHAMBRES aangesloten.

Contactpersoon: Guendalina Cominotti, +32 (0)2 282 08 66, cominotti@eurochambres.eu

UEAPME (Europese Vereniging van ambachtelijke, kleine en middelgrote ondernemingen) is een werkgeversorganisatie die alleen ondernemingen uit Europa en toetredingslanden vertegenwoordigt.UEAPME telt 85 aangesloten organisaties die samen goed zijn voor ruim 12 miljoen ondernemingen en 55 miljoen werknemers. UEAPME is een Europese sociale partner.

Contactpersoon: Francesco Longu, +32 (0)496 52 03 29, pressoffice@ueapme.com

_____________


Side Bar

My account

Manage your searches and email notifications


Help us improve our website