Uw eigen overheid bepaalt of uw belastingen omhoog gaan en welk tarief voor u geldt. Zij, en niet de EU, beslist uiteindelijk hoeveel u moet betalen.
De EU kijkt alleen of de nationale belastingregels en -besluiten over belastingtarieven (op winst, inkomen, rendement op spaartegoeden en vermogen):
Voor sommige belastingen, zoals de btw (belasting op de toegevoegde waarde) of de accijns op brandstof, tabak of sterke drank, hebben alle 27 EU-landen minimumtarieven afgesproken om concurrentievervalsing binnen de EU te voorkomen.
EU-beslissingen over belastingzaken zijn alleen mogelijk als alle EU-landen het ermee eens zijn.

Gemeenschappelijke regels voor de accijnzen op brandstof zorgen voor eerlijke concurrentie en voorkomen belastingconcurrentie.
De EU heeft niets te zeggen over hoeveel een EU-land uitgeeft, zolang zijn begroting maar in evenwicht is en de overheidsschuld binnen de perken blijft.
Maar als een land teveel uitgeeft en te diep in de schulden raakt, kan het de economische groei in andere EU-landen en zelfs de stabiliteit van de hele eurozone in gevaar brengen.
De EU houdt vooral de vennootschapsbelasting scherp in het oog. Met belastingvoordelen en lage tarieven kunnen de EU-landen namelijk bedrijven bij elkaar weglokken of de belastinggrondslag in andere landen uithollen. Ze zijn politiek gebonden aan een gedragscode die dit verbiedt.
Om soortgelijke reden zijn er minimumtarieven voor de btw en de accijns op brandstof, tabak en alcohol. Alle EU-landen zijn verplicht zich te houden aan de regels daarvoor, die zij zelf onderling zijn overeengekomen.
De btw is van cruciaal belang voor de goede werking van de interne markt en eerlijke concurrentieverhoudingen binnen de EU.
Daarom heeft de EU:
Deze laten nog voldoende speelruimte voor verschillen in nationale btw-tarieven, want er zijn geen geen bovengrenzen voor de btw-tarieven. De algemene regel is dat er één standaardtarief is voor alle verhandelde goederen en diensten. Maar toch mogen de overheden voor een beperkte reeks goederen en diensten een verlaagd tarief vaststellen. Daarnaast gelden voor sommige landen tijdelijke uitzonderingen.
Voor dit soort producten gelden een paar gemeenschappelijke regels. Accijnsverschillen leiden al snel tot concurrentievervalsing tussen buurlanden. Als mensen massaal over de grens inkopen gaan doen, worden bedrijven in eigen land daarvan de dupe. Maar ook in dit geval bieden de regels nog voldoende armslag voor:

De hoogte van de inkomstenbelasting wordt bepaald door uw eigen overheid.
De EU heeft gemeenschappelijke regels voor de belasting op energieproducten. Die moeten zorgen voor een uniform beleid ten aanzien van de belastingvoordelen waarmee energie-efficiëntie wordt gestimuleerd. Maar ook op dit gebied zijn de regels flexibel genoeg om ze aan de nationale omstandigheden aan te passen.
Uw nationale overheid bepaalt zelf de regels en de tarieven voor de inkomstenbelasting, behalve als het om grensoverschrijdende rechten gaat. De EU-regels zijn zo gemaakt dat u gerust in een ander EU-land kunt gaan werken zonder bang te hoeven zijn voor problemen bij de overdracht en de belasting van uw pensioenrechten.
De EU speelt ook een rol bij de bestrijding van internationale belastingontduiking. De overheden van de EU-landen lopen inkomsten mis als hun inwoners de rente op buitenlandse spaartegoeden niet aangeven.
Als EU-burger mag u uw spaargeld wel in het buitenland vastzetten als u denkt dat dat meer oplevert, maar u mag zo geen belasting ontduiken. De meeste Europese landen hebben afgesproken dat ze informatie uitwisselen over het spaargeld van niet-ingezetenen.
Enkele landen doen dat niet (bijv. Oostenrijk en Luxemburg) maar heffen wel een bronbelasting waarvan zij een groot gedeelte overmaken naar het land van de spaarder. Zo blijft de spaarder anoniem, maar gaat de verschuldigde belasting wel naar het land dat daar recht op heeft.
De EU-landen lopen samen elk jaar 1000 miljard euro aan belastinginkomsten mis door belastingfraude, belastingontduiking en de schaduweconomie. Dat is ongeveer 20% van alle belastinginkomsten. Hoewel fraudebestrijding de taak van de EU-landen zelf is, doen zij er goed aan om hierbij samen te werken. Belastingfraude wordt vaak internationaal opgezet en antifraudemaatregelen in het ene land kunnen ongunstig uitpakken voor de rest. De EU werkt nu aan een actieplan om de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking op te voeren.
De financiële sector was in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor de financiële crisis en heeft in de afgelopen jaren veel overheidssteun ontvangen. Een heffing op financiële transacties kan ervoor zorgen dat deze sector een redelijke bijdrage levert aan de kosten die door de crisis zijn ontstaan. Zo kan ook het gevoel van onrechtvaardigheid worden weggenomen, dat bij velen is ontstaan omdat het gelag van de crisis meestal met belasting- en overheidsgeld wordt betaald. Elf EU-landen werken nu aan een gemeenschappelijk systeem voor zo'n heffing op financiële transacties. Daardoor kunnen zij zich richten op een breed gedragen heffing die voor aanzienlijke inkomsten kan zorgen, ook al kunnen financiële transacties vaak vrij gemakkelijk naar het buitenland worden verplaatst.