We vinden dat nu vanzelfsprekend, maar de interne markt is één van de grootste wapenfeiten van de EU. De grenzen zijn open, mensen, goederen, diensten en geld mogen vrij van het ene EU-land naar het andere.
Wanneer we maar willen, reizen we voor zaken of voor ons plezier over de binnengrenzen van de EU naar het buitenland. We kunnen er ook voor kiezen om thuis te blijven en te genieten van een enorm aanbod van producten uit heel Europa.

De meeste huishoudens in Europa kunnen zelf hun elektriciteitsleverancier kiezen.
Om te komen tot deze eengemaakte markt moesten honderden technische, juridische en bureaucratische obstakels voor de vrije handel en het vrije verkeer worden afgeschaft. Dat werk werd voltooid in 1993.
Volgens de Commissie hebben deze hervormingen daarna, tussen 1992 en 2009, 2,75 miljoen banen en 1,85% groei opgeleverd.
Bedrijven kunnen nu makkelijker zaken doen in de hele EU, wat heeft geleid tot meer concurrentie en daardoor tot lagere prijzen en meer keuze voor de consument.
Bellen in Europa kost nog maar een fractie van wat het tien jaar geleden kostte. Ook vliegen is veel goedkoper geworden en er zijn tal van nieuwe vliegverbindingen bijgekomen. Huishoudens en bedrijven kunnen nu kiezen welk bedrijf hun elektriciteit en gas levert.
Tegelijkertijd zorgt de EU dat deze extra vrijheid de eerlijke handel, consumentenbescherming en milieubescherming niet ondermijnt. Zij rekent daarvoor op tal van mededingings- en reguleringsinstanties.
Europese firma's hebben op de EU-markt rechtstreeks toegang tot bijna 500 miljoen consumenten, een stevige basis om te kunnen concurreren in de wereldeconomie. Bovendien is zo'n grote, eengemaakt markt ook aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders.
Economische eenmaking geeft ook extra bescherming in tijden van recessie, omdat EU-landen met elkaar kunnen blijven handelen, terwijl eng protectionisme de crisis alleen maar zou verergeren.

Specialisten kunnen overal in de EU aan de slag.
Toch is de integratie nog niet compleet, er is nog werk aan de winkel.
De integratie en de doeltreffendheid van de markt wordt bijvoorbeeld geremd door de gefragmenteerde nationale belastingstelsels.
Ook is de dienstensector veel minder snel geliberaliseerd dan de goederenmarkten, ondanks nieuwe wetgeving in 2006 waardoor bedrijven vanuit hun thuisbasis een hele reeks diensten in andere lidstaten mogen aanbieden.
De ontwikkelingen gaan verder langzaam bij de financiële diensten en in de transportsector, waar nog steeds afzonderlijke nationale markten bestaan.
Wat financiële diensten betreft, wil de EU een herhaling van de crisis van 2009 voorkomen door de financiële sector veiliger en sterker te maken: meer toezicht, een betere regulering van de financiële producten en de verplichting voor banken om meer kapitaal achter de hand te houden.
De meeste EU-landen hebben ingestemd met de afschaffing van de paspoortcontroles aan de landgrenzen met EU-buurlanden (wie vliegt, moet nog wel zijn papieren laten zien).
Vijf landen vormen een uitzondering, zij hebben nog wel grenscontroles: Cyprus, Ierland, het VK, Bulgarije en Roemenië.
Daar staat tegenover dat de buitengrenzen van de EU strenger gecontroleerd worden om misbruik door criminelen te voorkomen. Bovendien beschikt de EU over: