Wetgeving en beleid – Samenvattingen
- Panorama
- Algemeen kader
- Leven en werken op de interne markt
- De interne markt voor goederen
- De interne dienstenmarkt
- De interne kapitaalmarkt
- De ondernemingen binnen de interne markt
Op de Europese interne markt kunnen mensen, goederen, diensten en kapitaal zich even vrij bewegen als binnen één en hetzelfde land. Wanneer we maar willen, reizen we voor zaken of voor ons plezier over de binnengrenzen van de EU naar het buitenland. We kunnen er ook voor kiezen om thuis te blijven en te genieten van een enorm aanbod van producten uit heel Europa. We vinden dat nu vanzelfsprekend, maar de interne markt is één van de grootste wapenfeiten van de EU.

De meeste huishoudens in Europa kunnen zelf hun elektriciteitsleverancier kiezen.
De interne markt is de hoeksteen van de Europese Unie. De invoering ervan was zeker niet eenvoudig en heeft maar liefst zeven jaar geduurd. Honderden wetten moesten worden aangenomen om een einde te maken aan de technische, wettelijke, bestuursrechtelijke en bureaucratische belemmeringen voor het vrij verkeer van goederen en personen. In 1993 was het uiteindelijk zover.
Volgens de Commissie heeft de interne markt sinds 1993 miljoenen nieuwe banen opgeleverd en meer dan 800 miljard euro aan extra rijkdom gegenereerd. Bellen in Europa kost nog maar een fractie van wat het tien jaar geleden kostte. Ook vliegen is veel goedkoper geworden en er zijn tal van nieuwe vliegverbindingen bijgekomen. Huishoudens en bedrijven kunnen nu kiezen welk bedrijf hun elektriciteit en gas levert.
Als de handelsbelemmeringen uit de weg worden geruimd en de nationale markten worden geopend, kunnen meer bedrijven met elkaar concurreren. Dat betekent lagere prijzen en meer keuze voor de consument. Dankzij de interne markt kunnen bedrijven hun producten in de Europese Unie zonder beperkingen aan bijna 500 miljoen consumenten verkopen.

Specialisten kunnen overal in de EU aan de slag.
De interne markt biedt een goede bescherming tegen de huidige economische crisis. Zij voorkomt dat landen hun problemen op hun buurlanden afwentelen in plaats van deze zelf aan te pakken. De EU-landen hebben dus geen kortzichtige protectionistische maatregelen genomen, die de crisis alleen maar erger zouden hebben gemaakt. In plaats daarvan hebben zij samen een herstelplan ontwikkeld. Dat plan moet de vraag stimuleren met overheidsinvesteringen, de financiële sector aan banden leggen en voor duurzame werkgelegenheid zorgen.
Het succes van de interne markt mag ons niet blind maken voor de tekortkomingen ervan. Zo is de dienstensector veel minder snel geliberaliseerd dan de goederenmarkten, hoewel er in 2006 nieuwe wetgeving is gekomen waardoor bedrijven vanuit hun thuisbasis allerlei diensten in andere lidstaten mogen aanbieden.
De ontwikkelingen gaan ook langzaam bij de financiële diensten en in de transportsector, waar nog steeds afzonderlijke nationale markten bestaan. De integratie en de effectiviteit van de markt worden ook geremd door uiteenlopende nationale belastingstelsels.
De meeste financiële diensten zijn geliberaliseerd. Daardoor kan de consument gemakkelijker betaal- en kredietkaarten in het buitenland gebruiken en geld naar een ander EU-land overmaken. Bovendien zijn de kosten van overschrijvingen naar andere EU-landen verlaagd.
De EU heeft ook besloten de markt voor postdiensten te liberaliseren. Dit moet leiden tot meer concurrentie, lagere prijzen en een betere dienstverlening. Een volledig open markt zorgt ook voor nieuwe banen bij nieuwe postbedrijven en bedrijven die van de postsector afhankelijk zijn.
Goederen en diensten kunnen vrij circuleren dankzij de interne markt met haar concurrentie en toezichthouders. Het Schengenverdrag (genoemd naar het Luxemburgse dorpje waar het werd ondertekend) garandeert juist het vrij verkeer van personen. Dat verdrag heeft de controles aan de meeste binnengrenzen van de EU afgeschaft maar tegelijk gezorgd voor strengere controles aan de buitengrenzen. Vrij verkeer binnen de EU is immers alleen mogelijk met veilige buitengrenzen.
Er zijn geen grenscontroles meer tussen 22 EU-landen. Vijf landen voeren nog grenscontroles uit bij reizen binnen de EU: Cyprus, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Bulgarije en Roemenië. Het opheffen van belemmeringen voor handel en vrij verkeer is een groot pluspunt voor wie legitiem handel drijft of reist. Maar ook criminelen van allerlei slag profiteren van het systeem. Om de internationale criminaliteit te bestrijden, heeft de EU afspraken gemaakt over grensoverschrijdende politiediensten en justitiële samenwerking. Europol, de Europese politie, is een van de resultaten daarvan. Een ander resultaat is het Schengen Informatiesysteem voor de uitwisseling van informatie over gezochte misdadigers of verdachtene tussen nationale politiediensten. In het kader van het Eurojust-project detacheren de lidstaten hooggeplaatste openbare aanklagers, politiemensen en juristen bij een centraal team dat samenwerkt in de bestrijding van de georganiseerde misdaad.