Naast de 23 officiële EU-talen worden er in Europa ook veel regionale en minderheidstalen gesproken. De EU wil deze taaldiversiteit beschermen en het leren van talen stimuleren.

Er zijn momenteel 23 officiële EU-talen.
De officiële EU-talen zijn momenteel: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.
Hier kunt u een voorbeeld van alle officiële EU-talen horen
Als EU-burger kunt u de EU-instellingen in gelijk welke van deze talen schrijven, en u zult dan ook een antwoord krijgen in die taal. Alle EU-verordeningen en andere wetgeving worden gepubliceerd in al deze talen.
Ook in het Europees Parlement kunnen de mensen die u gekozen hebt, elke van de officiële EU-talen gebruiken.
Op internet is er zoveel informatie over de EU en wat zij doet, dat niet alles in alle talen beschikbaar kan zijn. De belangrijkste informatie over het beleid van de EU en documenten over subsidiemogelijkheden zijn natuurlijk wel in alle talen vertaald. Andere informatie is beschikbaar in de meest gebruikte EU-talen.
In de EU worden meer dan 60 inheemse regionale of minderheidstalen gesproken door in totaal ongeveer 40 miljoen mensen. Het gaat om talen als Catalaans, Baskisch, Fries, Saami, Welsh en Jiddisch.
De EU wil die minderheidstalen beschermen en stimuleren en heeft daartoe heel wat initiatieven genomen.

Kinderen steken er veel van op als ze van jongs af aan met vreemde talen in contact komen.
Het is de bedoeling dat iedereen in de EU naast zijn moedertaal nog twee andere talen spreekt. Daarom pleit de EU ervoor dat kinderen al van heel jong kennis maken met twee vreemde talen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat ze dan later sneller talen leren en ook vlotter hun moedertaal beheersen.
De EU ondersteunt het leren van talen omdat:
In 2006 bleek uit een enquête ![]()
![]()
![]()
dat 28% van de respondenten nu twee vreemde talen spreekt, en 56% één. Slechts een kleine minderheid van 8% vond het leren van talen onbelangrijk.