Iedere week verschijnen er op televisie en op de voorpagina’s van de kranten beelden van conflicten en rampen. In deze situatie heeft de EU maar één doel: de getroffenen zo snel mogelijk hulp bieden, of de crisis nu door mensen of door de natuur veroorzaakt is .
De EU is aanwezig in crisisgebieden wereldwijd, waaronder Libië, Afghanistan, de bezette Palestijnse gebieden en veel delen van Afrika en Zuid-Oost Azië. Zij voert ook hulpoperaties uit in gebieden met langdurige crises en instabiliteit na een conflict. Hulp aan de meest kwetsbare volkeren is een morele plicht voor de internationale gemeenschap en de Europese Commissie zet zich al decennialang in voor hulp aan slachtoffers van crises. Haar Bureau voor humanitaire hulp verstrekt noodhulp direct aan de getroffenen, ongeacht hun nationaliteit, religie, geslacht of etnische afkomst.

De hulpoperaties van de EU worden uitgevoerd door ECHO, de dienst voor humanitaire hulpverlening en civiele bescherming. Door de toename van het aantal ernstige crises in de wereld moet ECHO steeds vaker in actie komen. De EU is altijd bereid om het voortouw te nemen bij het beschikbaar stellen van hulp en bescherming van de slachtoffers, zowel binnen als buiten de EU. De voorbije jaren bedroeg de begroting van ECHO gemiddeld ongeveer 900 miljoen euro.
De belangrijkste taken van ECHO zijn: levens redden, lijden verlichten en de integriteit en waardigheid van de slachtoffers beschermen. Noodhulp kan bestaan uit tenten, dekens, levensmiddelen, geneesmiddelen, medisch materiaal, waterzuiveringssystemen en brandstof. Bovendien verstrekt ECHO financiële steun voor medische teams, ontmijningsexperts, transport en logistiek. Het Bureau is sinds 1992 in ruim 130 landen werkzaam geweest.

Deskundige fotografeert milieuschade door rode modder in Hongarije © EU, ECHO
Naast humanitaire hulp helpt ECHO bij de coördinatie van burgerbescherming in de hele EU. Het bestuurt het waarnemings- en informatiecentrum, het operationele hart van het EU-burgerbeschermingsmechanisme dat 24 uur per dag bereikbaar is. Elk land, binnen of buiten de EU, kan er in geval van een grote ramp een beroep op doen. Het centrum werkt als informatieknooppunt tussen de 31 deelnemende landen (de 27 EU-landen plus IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Kroatië), het getroffen land en deskundigen op het terrein. Het verstrekt recente informatie over de status van een crisis. Daarnaast speelt het een coördineren rol door hulpvraag en hulpaanbod bijeen te brengen.

Ontheemde vrouwen krijgen hulp in Darfur
De EU en ECHO kunnen niet zelf alle middelen ter beschikking stellen die nodig zijn om noodhulp of reddingsteams te leveren, veldhospitalen op te zetten en tijdelijke communicatiesystemen te installeren. ECHO financiert en coördineert deze operaties, de hulp van de EU-landen is nodig voor civiele bescherming. Voor humanitaire operaties vertrouwt ECHO echter op ngo's, de VN-agentschappen en de Rode Kruis-/Rode Halve Maanfamilie om de noodprogramma's uit te voeren.
Iedere partner speelt een specifieke rol bij humanitaire hulp. Ngo's en het Rode Kruis zijn aanwezig in regio's waar burgeroorlog heerst. In complexe crises, waarbij grote gebieden zijn getroffen en veel mensen op de vlucht is geslagen, kunnen alleen de belangrijkste VN-organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma of het Bureau van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) grote hoeveelheden steun bij alle slachtoffers brengen. Het Internationale Comité van het Rode Kruis, dat overal ter wereld vertegenwoordigers heeft, is vaak de organisatie die het snelst hulp kan bieden aan regio's die door natuurrampen zijn getroffen.
De humanitaire hulp van de EU bestaat uit:
Hulp bij rampen en noodhulp zijn per definitie kortetermijninterventies. De door de EU gefinancierde activiteiten duren meestal minder dan zes maanden. Toch wil de EU garanderen dat de bevolking na de stopzetting van een humanitaire hulpactie weer tegen de situatie opgewassen is of over een andere vorm van ontwikkelingshulp op langere termijn kan beschikken. Er moet worden voorkomen dat er niets geregeld is op het moment dat de humanitaire hulp wordt stopgezet.
Om dit risico te verkleinen vraagt de EU haar partners om een afbouwstrategie in elk project op te nemen, waarbij zij òf de controle na afloop van de projecten aan een lokale autoriteit overdragen, òf voor andere hulpstructuren zorgen.
De meeste noodhulp van de EU gaat naar het Midden-Oosten, Azië en vooral naar Afrika.