Onder "uitbreiding" verstaan we het proces waarbij nieuwe landen lid worden van de EU. Sinds de oprichting in 1957 is de EU gegroeid van 6 tot 27 lidstaten .
Vanaf het begin was het de bedoeling om meer landen tot de unie toe te laten. De oprichters waren zo overtuigd van hun zaak dat zij de deur voor andere Europese landen open lieten.
Bij alle veranderingen in het politieke landschap in de afgelopen 50 jaar heeft de EU er steeds voor gekozen om landen die lid zouden kunnen worden, te helpen door economische groei te stimuleren en de democratie te versterken. Zij deed dit vooral in landen die zich aan een dictatuur hadden ontworsteld.

Roemenen vieren hun toetreding tot de EU op 1 januari 2007
De zes stichtende leden in 1957 waren België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland.
Vanaf 1973 zijn ook de meeste overige West-Europese landen lid geworden.
Nadat in 1989 de communistische regimes in Oost-Europa ten val waren gekomen, werden ook landen in Midden- en Oost-Europa lid van de EU, een eerste groep in 2004, een tweede in 2007.
Volgens het EU-Verdrag kan ieder Europees land het EU-lidmaatschap aanvragen als het de Europese democratische waarden eerbiedigt en toezegt deze te zullen bevorderen.
Maar een land dat wil toetreden, moet ook voldoen aan de toetredingscriteria:

Turkije is kandidaat om lid te worden van de Europese Unie.
De procedure bestaat uit drie stappen (die steeds door alle EU-landen moeten worden goedgekeurd):
Als de onderhandelingen en hervormingen naar tevredenheid van beide partijen zijn afgerond, kan het land lid worden van de EU. Opnieuw moeten alle EU-landen hiervoor hun goedkeuring geven.
Tot dusverre heeft de EU 9 landen een lidmaatschap in het vooruitzicht gesteld: Albanië, Turkije, IJsland en alle landen van het voormalige Joegoslavië (behalve Slovenië, dat al lid is van de EU).
Van deze landen hebben er 5 de officiële status van kandidaat-lidstaat:
Kroatië
is inmiddels een toetredingsland en wordt naar verwachting medio 2013 volwaardig EU-lid.