De EU-landen coördineren hun economisch beleid, zodat ze kunnen samenwerken bij problemen zoals de huidige economische en financiële crisis. 17 landen zijn nog een stap verder gegaan door de euro als munteenheid te kiezen.
Alle EU-landen maken deel uit van de Economische en Monetaire Unie (EMU), het kader waarbinnen zij op economisch gebied samenwerken. De gezamenlijke doelen zijn:

Geld sturen naar studerende kinderen in het buitenland is dankzij de EU minder duur.
Vanaf het begin van de huidige financiële en economische crisis in oktober 2008 hebben de regeringen van de EU-landen, de Europese Centrale Bank (ECB) en de Commissie de handen ineengeslagen om:
Tot dusver hebben de EU-regeringen meer dan 1,6 biljoen euro in reddingsoperaties gestoken.
Om de financiële stabiliteit van de EU te beschermen en spanningen op de overheidsobligatiemarkten in de eurozone weg te nemen, heeft de EU een veiligheidsnet ingevoerd voor EU-landen die problemen hebben: het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) vervangt de tijdelijke faciliteiten en is de grootste internationale financiële instelling ter wereld. Samen met bijdragen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) beschikt het over een steunfonds van 750 miljard euro. Het maakt deel uit van de EU-strategie om de financiële stabiliteit in de eurozone te garanderen.

Als gemeenschappelijke munt voor een groot deel van Europa maakt de euro het de EU makkelijker de aanpak van de wereldwijde kredietcrisis te coördineren en heeft hij voor meer stabiliteit gezorgd. Zo heeft de ECB de rentetarieven voor de hele eurozone kunnen verlagen (waardoor niet ieder land afzonderlijk dit hoefde te doen). Ook gelden nu in de hele EU dezelfde voorwaarden voor het lenen van geld tussen banken.
Meer dan 60% van de EU-burgers gebruikt de euro dagelijks. Iedereen profiteert van de gemeenschappelijke munt:
Bij de eurozone horen betekent op prijsstabiliteit kunnen rekenen. Door de belangrijkste rentetarieven aan te passen probeert de ECB de inflatie in de eurozone op middellange termijn onder de 2% te houden. De ECB beheert ook EU-deviezenreserves en kan op wisselmarkten ingrijpen om de wisselkoers van de euro te sturen.
EU-landen buiten de eurozone worden geacht de euro in te voeren, als hun economie er klaar voor is. De landen die in 2004 en 2007 lid zijn geworden, gaan geleidelijk over op de euro. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk blijven vanwege een speciaal politiek akkoord buiten de eurozone.
Om lid te worden van de eurozone moet de wisselkoers van de oude munt van een land twee jaar stabiel zijn gebleven. Er moeten ook nog andere voorwaarden worden vervuld betreffende rentetarieven, begrotingstekorten, inflatie en de omvang van de overheidsschuld.
De ECB zorgt er niet alleen voor dat de prijzen stabiel blijven, maar ook dat internationale betalingen binnen de EU zo goedkoop mogelijk zijn voor de banken en hun klanten.
Voor zeer grote bedragen beschikken de ECB en de nationale banken over TARGET2, een realtime betalingssysteem. Het zal in de toekomst dezelfde voordelen bieden voor transacties met effecten.
De ECB en de Europese Commissie bouwen samen aan een eengemaakte eurobetalingsruimte (EEBR) waarmee de voordelen van efficiëntere en goedkopere betalingen verder worden uitgebreid. Uiteindelijk zullen alle betalingen in euro – via overschrijving, met een bankkaart of met een credit card – precies hetzelfde worden behandeld. Het maakt dan niet uit of het een binnenlandse of een buitenlandse betaling is. De EU breidt de voordelen momenteel uit tot automatische incasso's.
Werken aan stabiliteit, groei en welvaart in heel Europa ![]()
Gepubliceerd in april 2013
Deze publicatie maakt deel uit van de reeks "De Europese Unie in het kort"