Uitwisselingen voor studenten en docenten
Voor de jaren 2007-2013 heeft de EU bijna 13 miljard euro beschikbaar gesteld voor wereldwijde uitwisselingen en levenslang leren. De belangrijkste programma's zijn:
-
Leonardo da Vinci


financiert beroepsopleidingen, in het bijzonder stages voor jonge werknemers in bedrijven buiten het eigen land, en samenwerkingsprojecten tussen opleidingsinstellingen en bedrijven.
-
Erasmus


financiert studieperiodes in het buitenland voor studenten en samenwerking tussen universiteiten. 2,5 miljoen deelnemers sinds 1987.
-
Erasmus Mundus


stelt studenten en academici van over de hele wereld in staat een master te behalen dankzij lessen aan ten minste drie Europese universiteiten.
-
Grundtvig


financiert programma's voor volwassenenonderwijs en in het bijzonder transnationale partnerschappen, netwerken en mobiliteit.
-
Comenius


financiert samenwerking tussen scholen en hun leerkrachten, uitwisselingen van middelbareschoolleerlingen en partnerschappen tussen scholen via internet (eTwinning).
-
Marie Curie
financiert beroepsopleidingen en internationale mobiliteit voor onderzoekers vanaf postdoctoraal niveau.
Er is ook geld beschikbaar voor de bevordering van beleidssamenwerking, taalonderricht, e-leren, en de verspreiding en uitwisseling van goede werkwijzen.

De erkenning van beroepskwalificaties in de hele EU is een belangrijk aandachtspunt.
Ook voor geïnteresseerden van buiten de EU
Veel van deze programma's staan ook open voor studenten, leerkrachten en onderwijsinstellingen uit andere landen, in het bijzonder uit landen die aan de EU grenzen of die van plan zijn tot de EU toe te treden. Via andere programma's en samenwerkingsovereenkomsten bevordert de EU ook uitwisselingen op onderwijsgebied en cursussen over Europese integratie in ongeveer 80 landen wereldwijd.
Europass maakt duidelijk wat uw diploma's en ervaring waard zijn
Met de Europass-documenten kunnen Europeanen hun kennis en vaardigheden begrijpelijk maken voor werkgevers in andere landen. Zo kunnen zij makkelijker een baan in het buitenland vinden. De Europass-documenten zijn:

Het EU-systeem voor studeren in het buitenland is genoemd naar Erasmus, een geleerde uit de 16e eeuw.
Diploma's en kwalificaties - vergelijkbaar en onderling erkend
Naast de Europass-documenten maakt de EU de nationale diplomastelsels vergelijkbaarder met een Europees Kwalificatiekader 

voor levenslang leren. Tegen 2012 zullen alle nieuwe kwalificaties die in de EU worden toegekend, verwijzen naar een van de acht referentieniveaus van het kwalificatiekader.
Samenwerken voor onderwijs van hoog niveau in Europa
De EU-landen werken met vijf andere landen samen via het "proces van Kopenhagen" 

, dat onder meer een discussieforum over beroepsopleidingskwesties, een Europees studiepuntenstelsel en een netwerk voor kwaliteitsborging omvat.
Binnen het hoger onderwijs werkt de EU samen met 20 andere landen in het kader van het zogenaamde Bolognaproces aan de totstandbrenging van de Europese ruimte voor hoger onderwijs (EHEA)
. Het EHEA-proces bevordert wederzijdse erkenning van studieperiodes, vergelijkbare kwalificaties en uniforme kwaliteitsnormen.
Kennis- en innovatiegemeenschappen
Het Europees Instituut voor innovatie en technologie
(EIT), het paradepaardje op het gebied van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie, heeft 309 miljoen euro EU-financiering gekregen voor de jaren 2008-2013.
Het EIT helpt om onderzoeksresultaten om te zetten in commerciële toepassingen door middel van "kennis- en innovatiegemeenschappen" waarbinnen universiteiten, onderzoeksorganisaties, bedrijven en stichtingen samenwerken.
De hoogste prioriteit ligt bij klimaatverandering, duurzame energiebronnen en een volgende generatie van informatie- en communicatietechnologie.
Kansen scheppen voor jongeren
Het initiatief Jeugd in beweging
wil bijdragen aan de opleiding en inzetbaarheid van jongeren door:
- verbetering van de relevantie van onderwijs en opleidingen
- jongeren aan te moedigen gebruik te maken van EU-beurzen om in het buitenland te studeren
- EU-landen aan te zetten tot maatregelen om de overstap van opleiding naar werk te vereenvoudigen.
En niet alleen in termen van onderwijs en mobiliteit
Met de EU-strategie voor jongeren
(2009) en het Europese pact voor de jeugd (2005) zijn gemeenschappelijke principes voor kansen voor jongeren vastgelegd.
De strategie
- gebruikt een sectoroverschrijdende aanpak met maatregelen voor de korte en de lange termijn, op alle beleidsterreinen die betrekking hebben op jongeren (onderwijs, werkgelegenheid, gezondheid, cultuur, vrijwilligerswerk, participatie, sociale inclusie, enz.)
- benadrukt het belang van werkervaring
- omvat maatregelen voor een beter uitvoering van het jeugdbeleid op EU-niveau
- spoort alle EU-landen aan tot een voortdurende dialoog
met jongeren
- roept op tot meer onderzoek en een jeugdbeleid dat gebaseerd is op feiten
.
Jeugd in Actie 

stimuleert een actieve deelname aan de gemeenschap en steunt projecten waardoor jongeren meer gevoel krijgen voor het EU-burgerschap, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk in het buitenland te verrichten. Voor de periode 2007-2013 stelt de EU hiervoor bijna 900 miljoen euro beschikbaar.