Met de audiovisuele sector zijn grote commerciële belangen gemoeid, maar de sector heeft ook te maken met zaken als culturele diversiteit, publieke dienstverlening en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het audiovisuele beleid wordt door de regeringen van de EU-landen zelf bepaald. De rol van de EU beperkt zich tot het vastleggen van grondbeginselen en richtlijnen ter bescherming van het algemeen belang, zoals open EU-markten en eerlijke concurrentie.
De EU reguleert sinds 1989 de markt voor grensoverschrijdende televisie. Inmiddels tijd heeft zij de regels aangepast aan de komst van nieuwe tv-diensten (zoals televisie on demand) via een reeks nieuwe apparaten zoals mobiele telefoons en tablets (zie de richtlijn over audiovisuele mediadiensten).

De EU beschermt kinderen tegen niet voor hun leeftijd geschikte tv-programma's.
Volgens de richtlijn moeten de EU-landen hun beleid zo op elkaar afstemmen dat:

De EU steunt de Europese film.
De EU-landen willen zich inzettten voor de publieke omroepen. In het Verdrag van Amsterdam van 1999 wordt hun rol erkend in het voorzien in democratische, sociale en culturele behoeften en het voorkomen dat de tv-markt wordt gedomineerd door een of een paar grote spelers.
Iedere regering mag de publieke omroepen financieel ondersteunen, voor zover het geld wordt gebruikt voor diensten voor het grote publiek en niet het normale handelsverkeer belemmert of de concurrentie tussen de omroepen verstoort.
De richtlijn over audiovisuele media schrijft een minimumaandeel van Europese producties voor, omdat Amerikaanse producties anders het leeuwendeel van de Europese markt zouden veroveren. De Europese bioscopen halen 75% van hun inkomsten uit het vertonen van Amerikaanse films, hoewel in de EU meer films worden gemaakt dan in de Verenigde Staten.
De EU is aangesloten bij het UNESCO-verdrag voor de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen en heeft een uitzondering op de vrijhandelsregels van de Wereldhandelsorganisatie bedongen om de eigen culturele diversiteit te beschermen en lokale producties te stimuleren. Deze zogenoemde "culturele uitzondering" maakt het mogelijk de import van culturele producten zoals films te beperken.
Het MEDIA-programma biedt financiële steun aan Europese films en tv-programma's van hoge kwaliteit. Het doel hiervan is om de productie en distributie in Europa en de Europese film, andere audiovisule diensten en nieuwe digitale technologie te stimuleren.
Het nieuwe MEDIA mundus-programma (2011-2013) ![]()
![]()
met een budget van 15 miljoen euro zet in op de toenemende wereldwijde samenwerking in de audiovisuele sector en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden. Hierdoor krijgt de consument meer keuze uit cultureel diversere producten op zowel de Europese als de wereldmarkt. Daarnaast biedt het nieuwe kansen aan mensen die zowel in de EU als elders ter wereld in de deze sector werkzaam zijn.