Een evoluerend beleid

Echte Parmezaanse kaas verdient een EU-kwaliteitslabel
Het EU-landbouwbeleid is voortdurend in beweging. 50 jaar geleden lag de nadruk nog op de productie van voldoende voedsel. Europa was immers nog aan het herstellen van een decennium voedseltekorten door de oorlog. Het subsidiëren van grootschalige productie en het opkopen van overschotten om de voedselvoorziening te garanderen, behoren nu praktisch tot het verleden. Het EU-beleid wil dat alle producenten - van akkerbouwers en veetelers tot fruit- en wijnboeren - op eigen benen kunnen staan, zowel in Europa als op de wereldmarkt.
Daarom is het EU-landbouwbeleid de laatste jaren ingrijpend gewijzigd. De wetten zijn korter en eenvoudiger gemaakt. Bijna 80 wetten van wat voluit de gemeenschappelijke marktordening wordt genoemd, zijn geschrapt.
Het geld daarheen, waar het het hardst nodig is
Financiële vangnetten zijn er nog steeds, maar zij worden veel selectiever gebruikt. De EU komt bijvoorbeeld nog steeds met financiële steun over de brug wanneer boeren door een natuurramp of de uitbraak van bijvoorbeeld mond-en-klauwzeer of blauwtong worden getroffen.
Waar nodig wordt het inkomen van de boer aangevuld om ervoor te zorgen dat hij fatsoenlijk kan rondkomen. Maar dit gebeurt alleen als hij bredere doelstellingen naleeft ten aanzien van landbouwhygiëne en voedselveiligheid, gezondheid en welzijn van dieren, de instandhouding van traditionele landschappen en de instandhouding van dier- en plantensoorten.

Een ruime keuze voor een eerlijke prijs is een van de uitgangspunten van het EU-landbouwbeleid.
Inspelen op nieuwe behoeften
De hervormingen hebben middelen vrijgemaakt om kwaliteitsproducten die op de wereldmarkt kunnen concurreren, te promoten. Ook worden innovatie in landbouw en voedingsmiddelenindustrie en diversifiëring van de plattelandseconomie bevorderd. Bij een openbare raadpleging over het beleid voor kwaliteitsproducten, vonden EU-boeren dat de wereldwijde concurrentie en inspelen op de vraag van de consument de grote uitdagingen waren.
Consumenten zijn kwaliteitsbewust geworden en vrijwillige EU-labels kunnen hen helpen bij het kiezen. Er zijn labels voor producten met een duidelijke geografische oorsprong, voor producten gemaakt met traditionele ingrediënten of methoden, en voor biologische producten.
Ook het onderzoeksbudget van de EU wordt gebruikt om innovatie in de landbouw te stimuleren. Dat kan bedrijven productiever en milieuvriendelijker maken. Zo is al nagegaan hoe landbouwgewassen kunnen worden gebruikt om energie te produceren zonder het hoofddoel van de landbouw, namelijk de productie van voedingsmiddelen en diervoeders, uit het oog te verliezen, bijvoorbeeld via neven- en afvalproducten.
Eerlijker concurreren
De hervormingen zijn ook in het belang van een eerlijkere wereldhandel. Het gevaar dat EU-subsidies voor de uitvoer van productieoverschotten de concurrentie op de wereldmarkten vervalsen, is erdoor verminderd. Tijdens de zogenaamde Doha-ronde van besprekingen over de internationale liberalisering van de handel heeft de EU voorgesteld de uitvoersubsidies uiterlijk in 2013 geheel af te bouwen, zelfs als de onderhandelingen niets opleveren.
In het kader van de Doha-ronde heeft de EU ook aangeboden de invoerheffingen op landbouwproducten flink te verlagen. Zelfs zonder deze maatregelen is de EU echter al de grootste importeur van voedingsmiddelen ter wereld en de grootste markt voor voedingsmiddelen uit de derde wereld.
Check-up
Nieuw is de "check-up" van het landbouwbeleid op basis van een reeks veranderingen waartoe de EU-leiders in 2008 hebben besloten. Het was een goede gelegenheid om na te gaan of het beleid nog wel is opgewassen tegen de nieuwe problemen, zoals klimaatverandering.
Deze "gezondheidscontrole" moet uitmonden in een gemoderniseerd, vereenvoudigd en gestroomlijnd GLB dat landbouwers de ruimte geeft en helpt beter te reageren op marktsignalen en nieuwe omstandigheden. Zo is het niet meer verplicht om 10% van het akkerland braak te laten liggen, worden de melkquota geleidelijk verhoogd en in 2015 afgeschaft, en worden overschotten nog wel opgekocht, maar alleen als vangnet wanneer de voedselprijzen onhoudbaar laag zijn. Bovendien worden de rechtstreekse betalingen aan landbouwers verminderd. Dat geld komt in een fonds voor de regionale ontwikkelng van plattelandsgebieden.
Waarom het geld kost
Ondanks de hervormingen is het gemeenschappelijk landbouwbeleid nog een van de meestomvattende beleidstakken van de EU. Er kruipt ook een groot gedeelte van de EU-begroting in. Maar terwijl het in de jaren 1970 nog om bijna 70% van die begroting ging, daalde dit percentage in de periode 2007-2013 tot 34%. Dat komt doordat de EU op andere terreinen actiever is geworden, met hervormingen geld bespaart, en meer nadruk legt op plattelandsontwikkeling, waaraan in dezelfde periode 11% van het budget zal worden besteed.