Juridische mededeling | Cookies | Over de EUROPA-website | Zoeken | Contact
Verdrag van LissabonSla taalkeuzebalk over (sneltoets: 2)
EUROPA > Verdrag van Lissabon > Het verdrag in het kort > Een democratischere en transparantere EU
HomeHome

Een democratischere en transparantere EU

Aan de basis van de EU liggen drie democratische beginselen: democratische gelijkheid, representatieve democratie en participatieve democratie.

Het Verdrag van Lissabon bevestigt het principe van democratische gelijkheid: alle burgers zijn voor de instellingen gelijk. Het verdrag verstevigt ook de representatieve democratie door een grotere rol voor het Europees Parlement en de nationale parlementen. Ten slotte wordt de participatie vergroot door nieuwe vormen van interactie tussen burgers en instellingen, zoals het initiatiefrecht voor de burger.

Ook geeft het Verdrag van Lissabon meer duidelijkheid in de betrekkingen tussen de lidstaten en de Europese Unie.

Meer invloed voor het Europees Parlement

Het Europees Parlement, waarvan de leden rechtstreeks worden gekozen voor vijf jaar, vertegenwoordigt de burgers van de lidstaten. Bij elk nieuw verdrag heeft het Europees Parlement er bevoegdheden bij gekregen. Het Verdrag van Lissabon breekt niet met deze traditie. Ditmaal krijgt het Parlement meer invloed op wetgeving, begroting en internationale overeenkomsten.

Bij de wetgeving wordt de medebeslissingsprocedure (die voortaan gewone wetgevingsprocedure wordt genoemd) uitgebreid naar nieuwe terreinen. Concreet betekent dit dat de rol van het Europees Parlement als wetgever nu even belangrijk is als die van de Raad voor bepaalde onderwerpen waarbij het parlement eerder niet werd betrokken of waarover het alleen werd geraadpleegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor legale immigratie, samenwerking op strafrechtgebied (Eurojust, misdaadpreventie, onderlinge afstemming van de strafmaat, inbreuken en sancties), politiesamenwerking (Europol) en sommige onderdelen van het EU-handels- en landbouwbeleid. In feite wordt het Europees Parlement bij praktisch alle wetgevingsvoorstellen betrokken.

Wat de begroting betreft, bepaalt het Verdrag van Lissabon dat het gebruikelijke "meerjarig financieel kader" voortaan ook door het Parlement moet worden goedgekeurd. Verder moeten het Parlement en de Raad nu gezamenlijk beslissen over alle uitgaven. Het eerdere onderscheid tussen de zogenaamde verplichte uitgaven (zoals inkomensondersteuning voor de boeren) en niet-verplichte uitgaven bestaat niet meer. Deze vernieuwing zorgt voor een evenwichtigere rolverdeling tussen beide instellingen bij de goedkeuring van de EU-begroting.

Ten slotte bepaalt het Verdrag van Lissabon dat het Europees Parlement om goedkeuring moet worden gevraagd voor alle internationale overeenkomsten die uit de gewone wetgevingsprocedure voortvloeien.

Een grotere rol voor de nationale parlementen

Het Verdrag van Lissabon verstevigt de rol van de nationale parlementen, die nu meer bij de EU-werkzaamheden worden betrokken, zonder dat dit ten koste gaat van de Europese instellingen.In een nieuwe bepaling worden de rechten en plichten van de nationale parlementen ten opzichte van de EU duidelijk geregeld. Het gaat om inlichting van de nationale parlementen, controle op het "subsidiariteitsbeginsel", de evaluatie van maatregelen in de sfeer van vrijheid, veiligheid en justitie, en de herziening van de verdragen.

Vooral waar het gaat om de controle op de zogenaamde subsidiariteit, is het Verdrag van Lissabon een echte vernieuwing. Volgens dit beginsel komt de EU alleen in actie als Europese samenwerking doeltreffender is dan eigen initiatieven van de afzonderlijke EU-landen, behalve als het gaat om onderwerpen waarvoor de EU exclusief bevoegd is. Elk nationaal parlement kan aangeven of en waarom het een bepaald voorstel in strijd vindt met dit beginsel. In dat geval treedt een tweeledig mechanisme in werking:

  • Als één derde van de nationale parlementen het voorstel strijdig vindt met het subsidiariteitsbeginsel, moet de Commissie het opnieuw in overweging nemen. Zij kan het voorstel dan handhaven, wijzigen of intrekken.
  • Als een meerderheid van de nationale parlementen het voorstel strijdig vindt maar de Commissie voet bij stuk houdt, treedt een bijzondere procedure in werking. De Commissie moet duidelijk maken waarom, maar het Europees Parlement en de Raad besluiten uiteindelijk of zij de wetgevingsprocedure willen voortzetten of niet.

Meer openheid binnen de Raad van ministers

Zowel de nationale parlementen als de burgers kunnen voortaan rechtstreeks volgen hoe de ministers van elk land stemmen in de Raad. Alle debatten en beraadslagingen van de Raad over wetgeving worden namelijk openbaar.

Meer democratische participatie

De Europese burger beschikte al over talloze manieren om informatie te krijgen en aan de Europese besluitvorming deel te nemen. Daar komt een nieuwe mogelijkheid bij, namelijk het initiatiefrecht van de burger. Dat houdt in dat één miljoen burgers uit verschillende EU-landen de Commissie kunnen vragen een voorstel te doen, als het tenminste om een bevoegdheid van de EU gaat. Dit initiatiefrecht zal na de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag worden uitgewerkt in bijzondere wetgeving.

Het Verdrag van Lissabon wijst ook op het belang van de publieke raadplegingen en van overleg met verenigingen, het maatschappelijk middenveld, de sociale partners, de kerken en niet-confessionele organisaties.

Betrekkingen tussen de EU en de EU-landen

Het Verdrag van Lissabon bepaalt voor elk gebied wie daarvoor bevoegd is: de EU of de lidstaten. Het geeft dus een antwoord op de vraag die ook menig burger zich stelt, namelijk "wíe doet eigenlijk wát?". Het verdrag geeft een algemene indeling van bevoegdheden in drie categorieën:

  • Exclusieve bevoegdheden: alleen de EU mag wetgeving opstellen op gebieden zoals de douane-unie, het gemeenschappelijk handelsbeleid of concurrentie.
  • Ondersteunende, coördinerende en aanvullende werkzaamheden: op gebieden zoals cultuur, onderwijs en industrie mag de EU de eigen activiteiten van de lidstaten alleen ondersteunen, bijvoorbeeld met subsidies.
  • Op andere gebieden, zoals milieu, vervoer en consumentenbescherming, worden de bevoegdheden gedeeld. De EU en de lidstaten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor nieuwe wetgeving, met inachtneming van het al genoemde subsidiariteitsbeginsel.

De EU-landen beslissen zelf of zij lid blijven van de Europese Unie. Het Verdrag van Lissabon bevat een bepaling over opzegging van het lidmaatschap. De EU-landen hebben dus altijd de mogelijkheid om de EU te verlaten.

Juridische mededeling | Cookies | Over de EUROPA-website | Zoeken | Contact | Naar boven