RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Belastingen op zware vrachtvoertuigen – Richtlijn "Eurovignet"

Deze richtlijn harmoniseert de heffingenstelsels – motorrijtuigenbelastingen, tolgelden en gebruiksrechten van weginfrastructuur – en voert billijke mechanismen in voor de toerekening van de infrastructuurkosten aan de vervoersondernemingen.

BESLUIT

Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Deze richtlijn vervangt Richtlijn 93/89/EEG betreffende de toepassing door de lidstaten van de belastingen op sommige voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen en van de voor het gebruik van sommige infrastructuurvoorzieningen geheven tolgelden en gebruiksrechten ("Eurovignet").

Deze richtlijn is van toepassing op de belastingen op voertuigen en op de tolgelden en gebruiksrechten die worden geheven op voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht ten minste 12 ton bedraagt.

De volgende voertuigen zijn van het toepassingsgebied van de richtlijn uitgesloten:

  • voertuigen die uitsluitend vervoer verrichten binnen de niet-Europese gebiedsdelen van de lidstaten;
  • voertuigen die op de Canarische eilanden, Ceuta en Melilla, de Azoren of Madeira zijn ingeschreven en transport verrichten in deze gebieden of tussen deze gebieden en Spanje of Portugal.

Motorrijtuigenbelasting

In de richtlijn wordt land per land gepreciseerd welke belastingen worden bedoeld. Elke lidstaat stelt zelf de procedures voor heffing en inning van de belastingen vast. Bedoelde belastingen worden geheven door de lidstaat waarin het voertuig is geregistreerd.

De lidstaten mogen geen lagere belastingtarieven voor motorvoertuigen hanteren dan de in de richtlijn vastgestelde minimumtarieven. De richtlijn biedt ook alle lidstaten de mogelijkheid om in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden verlaagde tarieven of vrijstellingen toe te kennen.

Tolgelden en gebruiksrechten

In de richtlijn wordt een opsomming gegeven van de voorwaarden waaraan de lidstaten moeten voldoen om tolgelden te handhaven en/of in te voeren of gebruiksrechten in te voeren:

  • zij mogen uitsluitend worden ingevoerd voor het gebruik van autosnelwegen of met autosnelwegen vergelijkbare wegen en voor bruggen, tunnels en bergpaswegen;
  • er mag geen directe of indirecte discriminatie zijn op grond van de nationaliteit van de vervoersonderneming en de herkomst of bestemming van het voertuig;
  • er mogen geen controles zijn aan de binnengrenzen van de Gemeenschap;
  • tegen 1 juli 2002 en vervolgens om de twee jaar wordt een evaluatie gemaakt van de maximumtarieven van de gebruiksrechten;
  • het tarief van de gebruiksrechten moet evenredig zijn met de duur van het gebruik van de betrokken infrastructuur;
  • de tarieven mogen variëren naar gelang van de emissiecategorie van het voertuig en/of het moment van de dag;
  • twee of meer lidstaten kunnen samenwerken bij de invoering van een gemeenschappelijk stelsel van gebruiksrechten op hun grondgebied met inachtneming van een aantal voorwaarden, zoals billijke verdeling van de inkomsten tussen de lidstaten.

Afgezien van de in de richtlijn genoemde belastingen mogen de lidstaten:

  • specifieke belastingen of rechten innen bij de registratie van het voertuig dan wel op voertuigen of ladingen waarvan het gewicht of de afmetingen buiten de norm vallen;
  • parkeergelden en specifieke heffingen op stadsverkeer innen;
  • heffingen invoeren ter bestrijding van de overbelasting van de wegen.

De lidstaten die elektronische tolheffingsystemen invoeren, moeten ervoor zorgen dat hun systemen compatibel zijn.

Herziening van de richtlijn van 2006

De bestaande richtlijn is bij Richtlijn 2006/38/EG van 17 mei 2006 gewijzigd, waarbij een nieuw communautair kader voor de tarifering van het gebruik van de weginfrastructuur werd vastgesteld. Dit maakt het mogelijk om het wegverkeer efficiënter te organiseren en de goede werking van de interne markt te garanderen. De richtlijn voorziet in regels voor de lidstaten wanneer deze tolgelden of gebruiksrechten heffen voor het gebruik van wegen, inclusief de wegen van het trans-Europese net en de wegen in bergachtige gebieden.

Vanaf 2012 wordt Richtlijn 2006/38/EG van toepassing op voertuigen met een gewicht tussen 3,5 en 12 ton.

De lidstaten mogen de toltarieven differentiëren naar gelang van het type voertuig, de indeling van een voertuig naar de uitstoot van uitlaatgassen ("EURO"-classificatie) en naar de schade die het toebrengt aan de wegen, alsmede naar gelang van de plaats, het tijdstip en de mate van congestie. Zo kunnen de problemen worden aangepakt die het gevolg zijn van de verkeerscongestie, waaronder de schade aan het milieu, op basis van de beginselen "de gebruiker betaalt" en "de vervuiler betaalt".

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Richtlijn 1999/62/EG

20.7.2000

1.7.2000

L 187 van 20.7.1999

Wijzigingsbesluit(en) Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Richtlijn 2006/38/EG

10.6.2006

10.6.2008

L 157 van 9.6.2006

Richtlijn 2006/103/EG

1.1.2007

1.1.2007

L 363 van 20.12.2006

GERELATEERDE BESLUITEN

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 8 juli 2008 tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen [COM(2008) 436 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
De herziening van de “eurovignetrichtlijn” moet de lidstaten in staat stellen de kosten van de verontreiniging en congestie als gevolg van zware vrachtvoertuigen (externe kosten) te internaliseren. Zij zullen tevens in de tolheffingen voor zware vrachtvoertuigen een bedrag mogen opnemen dat overeenstemt met de kostprijs van de luchtverontreiniging en de geluidsoverlast die door het verkeer worden veroorzaakt en met de kostprijs van de congestie die de andere voertuigen treft. Dit bedrag varieert al naar gelang de euro-emissiecategorie, de afgelegde afstand, de plaats en het tijdstip waarop wordt gereden. De lidstaten moeten de opbrengsten hiervan gebruiken voor projecten die gericht zijn op de duurzame ontwikkeling van het vervoer. De vergoeding moet elektronisch worden geïnd zodat de doorstroming van het verkeer niet wordt gehinderd en er geen oponthoud aan de tolbarrières wordt veroorzaakt. Bovendien wordt het toepassingsgebied van de richtlijn uitgebreid naar het trans-Europees vervoersnetwerk.

Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit [Publicatieblad L 283 van 31.10.2003].
Met deze richtlijn wordt een algemene regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit ingevoerd.

Laatste wijziging: 13.10.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven