RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Mededeling van de identiteit van de luchtvervoerder aan de passagier en "zwarte lijst" van risicomaatschappijen

Het ongeval van Sharm-el-Sheikh in 2004 waarbij 148 personen, voornamelijk Europese toeristen, omkwamen, heeft aangetoond dat strengere veiligheidsregels noodzakelijk waren. Deze verordening heeft derhalve ten doel inspecties aan de grond op te leggen en de lidstaten ertoe te verplichten informatie over de veiligheid van luchtvaartmaatschappijen uit te wisselen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

De nieuwe verordening heeft ten doel de reiziger het recht te verlenen in kennis te worden gesteld van de identiteit van de luchtvervoerder die de door hem geboekte vlucht zal verzorgen en tezelfdertijd de lidstaten een sterkere verplichting tot het verstrekken van informatie met betrekking tot de veiligheid op te leggen. De maatschappijen die als weinig betrouwbaar worden beschouwd krijgen vluchtverbod en worden opgenomen in een "zwarte lijst" die wordt gepubliceerd en door iedereen kan worden geraadpleegd. De lijst wordt zowel op internet als in het Publicatieblad bekendgemaakt.

De nieuwe voorschriften zijn van toepassing op vluchten die:

  • vertrekken van een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat waarop het verdrag van toepassing is;
  • vertrekken van een luchthaven in een derde land met als bestemming een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat indien de contracterende luchtvaartmaatschappij een communautaire luchtvervoerder is;
  • vertrekken van een luchthaven in een derde land indien de vlucht deel uitmaakt van een vervoerscontract dat in de Gemeenschap werd gesloten en de reis in de Gemeenschap werd aangevangen.

Een "zwarte lijst" van onveilige luchtvaartmaatschappijen

De gemeenschappelijke criteria waaraan moet zijn voldaan om een communautair exploitatieverbod om veiligheidsredenen te kunnen opleggen, zijn vermeld in een bijlage bij de verordening. Een luchtvervoerder wordt in de zwarte lijst opgenomen op grond van de volgende elementen:

  • informatie die bewijst dat de luchtvaartmaatschappij inzake veiligheid ernstig tekortschiet;
  • ontoereikende capaciteit (en/of gebrek aan goodwill) van de luchtvaartmaatschappij om tekortkomingen inzake veiligheid aan te pakken (gebrekkige transparantie of ontoereikende maatregelen);
  • ontoereikende capaciteit (en/of gebrek aan goodwill) van de instantie die toezicht houdt op de luchtvaartmaatschappij om tekortkomingen inzake veiligheid aan te pakken (gebrekkige medewerking en gebrek aan capaciteit, enz.)

De lidstaten publiceren een lijst van de luchtvervoerders die geen toegang hebben tot hun luchtruim of waarvan het verkeer om veiligheidsredenen aan beperkingen is onderworpen. Die lijst wordt ter beschikking gesteld van de overige lidstaten en de Commissie. Laatstgenoemde publiceert een geconsolideerde lijst van de luchtvervoerders in kwestie. De Commissie moet bovendien minstens eens om de drie maanden nagaan of de zwarte lijst moet worden aangepast en bepaalde luchtvervoerders in de lijst moeten worden opgenomen dan wel uit de lijst moeten worden geschrapt. Om de aanpassing van de lijst mogelijk te maken moeten de betrokken lidstaat en het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (AESA) de Commissie de nodige gegevens ter beschikking stellen.

Recht van de passagiers op informatie en terugbetaling

Opdat de reizigers, gewapend met meer informatie over de daadwerkelijke luchtvervoerder, een vlucht zouden kunnen kiezen moet hun bij hun reservatie worden medegedeeld welke luchtvaartmaatschappij hun vlucht zal verzorgen. De contracterende luchtvaartmaatschappij moet de reiziger bij de reservatie inderdaad op de hoogte brengen van de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij(en), ongeacht de wijze van reserveren. De passagier moet ook op het ogenblik van de check-in, of ten laatste wanneer hij aan boord gaat van het vliegtuig, op de hoogte worden gebracht van een eventuele verandering van exploiterende luchtvaartmaatschappij.

De verordening geeft de reizigers eveneens recht op terugbetaling van de vlucht of op een boeking op een andere vlucht indien de luchtvaartmaatschappij waarbij zij aanvankelijk een vlucht hadden geboekt ondertussen op de zwarte lijst is terecht gekomen en de betrokken vlucht is geannuleerd.

Context

Het toezicht op de veiligheid is wereldwijd gereglementeerd in het kader van het Verdrag van Chicago van 1944 inzake de internationale burgerluchtvaart en berust op de normen die zijn uitgewerkt door de Organisatie voor de Internationale Burgerluchtvaart (OACI (EN)) . Krachtens dit verdrag moeten luchtvervoerders, met name wat de naleving van de veiligheidsregels betreft, door hun land van oorsprong worden gecontroleerd.

Op Europees niveau zijn de veiligheidsprocedures gebaseerd op het gemeenschapsrecht en meer in het bijzonder op het toezicht door het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart.

Buiten de Europese Unie (EU) hangt het veiligheidsniveau evenwel af van de wijze waarop de toezichtsprocedures worden toegepast in derde landen. Richtlijn 2004/36/EG zorgt echter, dankzij een geharmoniseerd systeem voor de inspectie van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruik maken van luchthavens in de Gemeenschap, voor een hoog niveau van veiligheid voor luchtvaartuigen die vliegen op een bestemming in de Gemeenschap, vertrekken van een luchthaven in de Gemeenschap of vliegen op luchthavens binnen de Gemeenschap.

REFERENTIES

Besluit Inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 2111/2005

16.1.2006

-

L 344 van 27.12.2005

Wijzigingsbesluit(en) Inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 596/2009

9.9.2010

-

L 237 van 8.9.2010

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 2111/2005 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Zwarte lijst van risicomaatschappijen

Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap [Publicatieblad Nr. L 84 van 23.3.2006].

Laatste wijziging: 17.09.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven