RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gemeenschappelijke regels voor: de beveiliging van de burgerluchtvaart

Ter beveiliging van het luchtvervoer van personen en goederen heeft de Europese Unie (EU) gemeenschappelijke regels vastgelegd, die in de hele EU van toepassing zijn, voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

In deze verordening worden gemeenschappelijke regels voor de Europese Unie (EU) vastgelegd voor de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden.

De bepalingen van de verordening zijn van toepassing op alle luchthavens of delen van luchthavens op het grondgebied van een lidstaat die niet uitsluitend voor militaire doeleinden worden gebruikt. Verder gelden de bepalingen voor alle exploitanten, inclusief luchtvaartmaatschappijen, die diensten verlenen op voormelde luchthavens. En ze is ook van toepassing op alle entiteiten die werkzaam zijn vanuit locaties die binnen of buiten luchthavens zijn gelegen en die diensten leveren aan luchthavens.

Gemeenschappelijke basisnormen

De gemeenschappelijke basisnormen voor de bescherming van de burgerluchtvaart hebben betrekking op:

  • de beveiliging van luchthavens;
  • afgebakende zones van luchthavens;
  • de beveiliging van luchtvaartuigen;
  • passagiers en handbagage;
  • ruimbagage;
  • vracht en post;
  • bedrijfspost van een luchtvaartmaatschappij en bedrijfsmateriaal van een luchtvaartmaatschappij;
  • vlucht- en luchthavenbenodigdheden;
  • beveiligingsmaatregelen tijdens de vlucht;
  • werving en opleiding van personeel;
  • beveiligingsuitrusting.

De verordening omvat een lijst van algemene maatregelen die in de criteria en voorwaarden voor de gemeenschappelijke basisnormen voorzien, die gebruikt moeten worden om de niet-essentiële onderdelen van deze normen te wijzigen. Daarnaast somt de verordening gedetailleerde maatregelen op, die in de vereisten en procedures voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen voorzien.

Bij het bepalen van deze maatregelen wordt de Commissie bijgestaan door een comité van lidstaatvertegenwoordigers en geadviseerd door een adviesgroep van belanghebbenden, samengesteld uit Europese representatieve organisaties die betrokken zijn bij of rechtstreeks worden beïnvloed door de beveiliging van de luchtvaart.

Verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteit van de lidstaten en exploitanten en entiteiten

De lidstaten moeten één bevoegde autoriteit aanwijzen, die verantwoordelijk is voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen.

Elke lidstaat moet de volgende programma's opstellen en toepassen:

  • een nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart ter vaststelling van de verantwoordelijkheden voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen; en
  • een nationaal kwaliteitscontroleprogramma ter controle van de naleving van deze verordening en het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart.

Elke exploitant en entiteit moet één van de volgende programma's opstellen en toepassen:

  • een beveiligingsprogramma van de luchthaven ter beschrijving van de methoden en procedures die de luchthavenexploitant dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart;
  • een beveiligingsprogramma van de luchtvaartmaatschappij ter beschrijving van de methoden en procedures die de luchtvaartmaatschappij dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart; of
  • een beveiligingsprogramma van de entiteit ter beschrijving van de methoden en procedures die de entiteit dient te volgen om te voldoen aan deze verordening en aan het nationaal programma voor de beveiliging van de burgerluchtvaart.

In samenwerking met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat voert de Commissie inspecties uit, teneinde toezicht te houden op de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen door de lidstaten. Dit omvat inspecties van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en onaangekondigde inspecties van luchthavens, exploitanten en entiteiten. Indien nodig, zal de Commissie aanbevelingen formuleren om de beveiliging van de luchtvaart te verbeteren. Het inspectieverslag van de Commissie wordt aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat meegedeeld; in haar antwoord moet deze autoriteit aangeven, welke maatregelen worden genomen om eventuele vastgestelde tekortkomingen te corrigeren.

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van regels betreffende de sancties die gelden voor overtredingen van deze verordening en het verzekeren van de toepassing ervan.

Het is de lidstaten toegestaan om, op basis van een risicobeoordeling, striktere maatregelen toe te passen dan voormelde gemeenschappelijke basisnormen, op voorwaarde dat deze maatregelen relevant, objectief en niet-discriminerend zijn en in verhouding staan tot het desbetreffende risico. De lidstaten moeten de Commissie van deze maatregelen in kennis stellen, waarna de Commissie deze informatie aan de andere lidstaten zal doorgeven.

Betrekkingen met derde landen

Wanneer erkend wordt dat de beveiligingsnormen die in het derde land worden toegepast, gelijkwaardig zijn aan de gemeenschappelijke basisnormen van de EU, kunnen er luchtvaartovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen gesloten worden.

De verordening is van toepassing op de landen van de Europese Economische Ruimte (EER: IJsland, Liechtenstein, Noorwegen) en Zwitserland.

De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van door derde landen vereiste maatregelen, voor zover deze afwijken van de gemeenschappelijke basisnormen voor vluchten vanuit een luchthaven van een lidstaat naar of over dat derde land.

Context

Naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten keurden het Europees Parlement en de Raad Verordening (EG) nr. 2320/2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart goed. In het licht van de opgedane ervaring met de beveiliging van de burgerluchtvaart was Verordening (EG) nr. 2320/2002 echter aan herziening toe. Daarom werd Verordening (EG) nr. 300/2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart aangenomen als een vereenvoudiging, harmonisering en verduidelijking van de bestaande regels voor de beveiliging van de burgerluchtvaart. Met deze verordening werd ook Verordening (EG) nr. 2320/2002 ingetrokken.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 300/2008

29.4.2008

PB L 97 van 9.4.2008

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EU) nr. 18/2010

1.2.2010

PB L 7 of 12.1.2010

De opeenvolgende wijzigingen en correcties aan Verordening (EG) nr. 300/2008 zijn in de basistekst verwerkt. Deze geconsolideerde versie is slechts bedoeld ter informatie.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EU) nr. 185/2010 van de Commissie van 4 maart 2010 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart [Publicatieblad L 55 van 5.3.2010].

Verordening (EU) nr. 72/2010 van de Commissie van 26 januari 2010 tot vaststelling van procedures voor inspecties door de Commissie op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart [Publicatieblad L 23 van 27.1.2010].

Verordening (EU) nr. 1254/2009 van de Commissie van 18 december 2009 tot vaststelling van criteria waaraan lidstaten moeten voldoen om te mogen afwijken van de gemeenschappelijke basisnormen inzake beveiliging van de burgerluchtvaart en om alternatieve beveiligingsmaatregelen te mogen vaststellen [Publicatieblad L 338 van 19.12.2009].

Verordening (EG) nr. 272/2009 van de Commissie van 2 april 2009 ter aanvulling van de in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde gemeenschappelijke basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart [Publicatieblad L 91 van 3.4.2009].

Laatste wijziging: 27.07.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven