RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Rechten van personen met beperkte mobiliteit in het luchtvervoer

Deze verordening kadert in een algemeen plan dat tot doel heeft de rechten van passagiers die zich verplaatsen met de diverse openbare vervoersmiddelen te versterken. Personen met een beperkte mobiliteit, hetzij ten gevolge van een handicap, hetzij ten gevolge van hun leeftijd of om een andere reden, moeten op dezelfde manier gebruik kunnen maken van het luchtvervoer als andere burgers.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen.

SAMENVATTING

Bij de verordening inzake de rechten van luchtreizigers met beperkte mobiliteit wordt het luchtvervoerders of touroperators verboden de boeking of het aan boord stappen van personen te weigeren wegens hun beperkte mobiliteit of handicap *.

Er bestaan echter enkele uitzonderingen en afwijkingen waar een dergelijke weigering wel is toegestaan, met name om wettelijk vastgelegde gerechtvaardigde veiligheidsredenen.
Een luchtvervoerder kan de boeking van een persoon met beperkte mobiliteit of een handicap of het aan boord gaan van een dergelijke persoon weigeren, of eisen dat een reiziger met beperkte mobiliteit een begeleider heeft, teneinde de in de wet vastgestelde veiligheidseisen na te komen of wanneer de grootte van het luchtvaartuig het aan boord gaan van de persoon in kwestie fysiek onmogelijk maakt.

Binnen vijf werkdagen volgend op de boeking of instapweigering of het opleggen van de voorwaarde van een begeleider dient de luchtvervoerder de betreffende redenen aan de persoon met beperkte mobiliteit of een handicap schriftelijk mee te delen.

Personen met beperkte mobiliteit of een handicap hebben het recht om de in de verordening beschreven bijstand in luchthavens (bij vertrek, aankomst of transit) en aan boord van vliegtuigen (bijvoorbeeld het vervoer van rolstoelen of van blindengeleidehonden) gratis te ontvangen.

Het zijn de beheersorganen van de luchthavens die deze bijstand moeten verlenen. Om de dienstverlening te financieren, kunnen zij de luchtvaartmaatschappijen een specifieke heffing opleggen.

De landen van de Europese Unie (EU) en andere betrokken landen (landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA)) moeten bij niet-naleving in sancties voorzien en moeten onafhankelijke organen oprichten voor de afhandeling van klachten.

De Commissie dient uiterlijk op 1 januari 2010 verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging en het effect van de verordening.

Belangrijkste begrippen
  • "Gehandicapte" of "persoon met beperkte mobiliteit": een persoon van wie de mobiliteit bij het gebruik van vervoer beperkt is ten gevolge van een lichamelijke (zintuiglijke of locomotorische, permanente of tijdelijke) handicap, een intellectuele handicap of stoornis of enige andere oorzaak van handicap, dan wel ten gevolge van leeftijd, en van wie de situatie vereist dat zij passende aandacht krijgen en dat de aan alle passagiers verstrekte diensten aan hen worden aangepast.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1107/2006

15.8.2006

26.7.2008

artikelen 3 en 4: 26.7.2007

L 204, 26.7.2006

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake de werking en het effect van Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen [COM(2011) 166 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
De Commissie besluit in het verslag dat Verordening (EG) nr. 1107/2006 vooruitgang heeft opgeleverd voor personen met een handicap of met beperkte mobiliteit. Er is namelijk één enkel beschermingskader tot stand gebracht, de taken van de luchthavens en de luchtvaartmaatschappijen zijn duidelijk verdeeld en er is een netwerk van nationale handhavingsorganen in alle EU-landen opgericht.
De Commissie heeft evenwel ook enkele tekortkomingen in de toepassing van de verordening vastgesteld, die het potentieel van de verordening kunnen verzwakken. Er stellen zich problemen op onder meer de volgende gebieden:

  • de kwaliteit van de dienstverlening en de aanpassing daarvan aan de individuele behoeften van personen met beperkte mobiliteit, welke niet altijd toereikend zijn;
  • onvoldoende informatieverstrekking aan reizigers;
  • de behandeling van fragiel, duur mobiliteitsmateriaal;
  • beperkingen bij de boeking of bij het instappen van personen met beperkte mobiliteit op grond van veiligheid;
  • bijstand aan boord, met name begeleiding tot aan de toiletten;
  • uiteenlopende interpretaties van de definitie van mobiliteitsuitrusting die kosteloos door de luchtvaartmaatschappijen moet worden vervoerd;
  • verschillen in de toepassing van de richtlijn tussen de EU-landen;
  • onenigheid over het bedrag, de berekening en de oplegging van heffingen;
  • moeilijkheden bij de interpretatie van bepaalde belangrijke definities, in het bijzonder wat de vraag betreft of zwangere vrouwen, personen met overgewicht en jonge kinderen ook als personen met beperkte mobiliteit dienen te worden beschouwd;
  • vervoer en levering van medische zuurstof.

Aangezien Verordening (EG) nr. 1107/2006 volgens de eerste evaluatie in het algemeen goed wordt toegepast, hoeft deze op dit moment niet te worden aangepast. De Commissie stelt wel een aantal verbeteringen voor binnen het bestaande kader, waaronder:

  • een uniforme interpretatie van de verordening;
  • een verbetering van de praktische werking van de regelgeving;
  • een verbetering van de efficiëntie van de sanctieregelingen en het toezicht erop door de nationale autoriteiten;
  • een oplossing voor het probleem van het vervoer en de levering van medische zuurstof.

Mededeling van de Commissie van 7 augustus 2008 over de mate waarin luchtvaartmaatschappijen en luchthavens aansprakelijk zijn in het geval van vernieling, beschadiging of verlies van mobiliteitshulpmiddelen van personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen [COM(2008) 510 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
Deze mededeling stoelt op het “Onderzoek naar compensatiedrempels voor beschadigde of zoekgeraakte uitrusting en toestellen van minder mobiele luchtvaartpassagiers” dat in opdracht van de Commissie werd uitgevoerd en biedt een overzicht van de uitdagingen waaraan personen met beperkte mobiliteit momenteel het hoofd moeten bieden wanneer hun mobiliteitshulpmiddelen verloren gaan of beschadigd raken alsook van de oplossingen die zijn voorzien in Verordening (EG) nr. 1107/2006.
De kwantitatieve doelstelling bestaat erin het aantal incidenten met mobiliteitshulpmiddelen te verminderen. Daarom voorziet de verordening in de wettelijke verplichting voor luchtvaartmaatschappijen en luchthavens om procedures uit te werken en personeel op te leiden voor de verlening van bijstand aan personen met beperkte mobiliteit. De kwalitatieve doelstelling bestaat erin de gevolgen van incidenten tot een minimum te beperken. In dat verband:

  • is er een gebrek aan gemeenschappelijke procedures die tot een onmiddellijke oplossing zouden leiden, wat gedeeltelijk door de verordening wordt geregeld;
  • bestaat er een verschil tussen de aard en de beperkingen van de aansprakelijkheid van luchtvaartmaatschappijen en luchthavens, die op grond van de verordening verplicht zijn compensatie te betalen overeenkomstig de internationale, Europese en nationale wetgeving;
  • stelt zich het probleem van ontoereikende compensaties en procedures. De verordening zou evenwel moeten leiden tot een daling van het aantal incidenten en een inperking van de gevolgen ervan, die trouwens nu al vrij beperkt zijn;
  • is het de vraag of mobiliteitshulpmiddelen al dan niet in de definitie van “bagage” moeten worden opgenomen. De Commissie wil binnen de ICAO een discussie op gang brengen om mobiliteitshulpmiddelen van de definitie uit te sluiten of de in internationale verdragen vastgelegde beperking van de aansprakelijkheid aan te passen teneinde de compensatie voor vernielde, beschadigde of zoekgeraakte mobiliteitshulpmiddelen zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de werkelijke waarde van die hulpmiddelen.

Indien uit de toekomstige evaluatie van Verordening (EG) nr. 1107/2006 blijkt dat onvoldoende vooruitgang is geboekt, zal de Commissie voorstellen formuleren ter verbetering van het huidige rechtskader betreffende de rechten van minder mobiele personen die per luchtvervoer reizen.

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 [Publicatieblad L 46 van 17.2.2004].

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad "Bescherming van luchtreizigers in de Europese Unie" [COM(2000) 365 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Laatste wijziging: 11.07.2011

Zie ook

  • Nadere informatie is te vinden op de portaalsite over luchtvervoer (EN) van de Europese Commissie
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven