RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Fiscale behandeling van verliezen in grensoverschrijdende situaties

Deze mededeling gaat over de coördinatie van de belastingstelsels van de lidstaten op het gebied van de grensoverschrijdende verrekening van verliezen van ondernemingen. De Commissie stelt een gecoördineerde aanpak van de lidstaten voor waarbij een minimumnorm wordt vastgesteld voor de verrekening van grensoverschrijdende verliezen van vennootschappen en groepen.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 december 2006 "Fiscale behandeling van verliezen in grensoverschrijdende situaties" [COM(2006) 824 - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

In het kader van een gecoördineerde aanpak voor de directe belastingen van de lidstaten komt in deze mededeling de coördinatie van de nationale belastingstelsels op het gebied van de grensoverschrijdende verrekening van verliezen van ondernemingen aan de orde.

In het merendeel van de lidstaten kunnen nationale verliezen worden verrekend met winsten die in dezelfde lidstaat zijn behaald. Dit geldt doorgaans echter niet voor verliezen die in andere lidstaten zijn geleden. Zolang een grensoverschrijdende verliesverrekening niet mogelijk is, bestaat het gevaar dat winsten en verliezen van vennootschappen en groepen geblokkeerd raken in verschillende jurisdicties. De verrekening van verliezen van vennootschappen en groepen blijft dan beperkt tot het bedrag van de winst die is behaald in de lidstaat waar de investering is gedaan, met als gevolg dat een vennootschap of groep dreigt te worden belast over een bedrag dat groter is dan het totale EU-brede resultaat.

Deze lacune in de wetgeving van de lidstaten vormt een belemmering om andere markten te betreden, en tast daarmee het internationale concurrentievermogen van Europese ondernemingen aan.

Doelstellingen

De Commissie wil een gecoördineerde aanpak van de lidstaten voorstellen waarbij een minimumnorm wordt vastgesteld voor de verrekening van grensoverschrijdende verliezen. Er worden voorstellen gedaan voor de wijze waarop grensoverschrijdende verrekening is toegestaan:

  • binnen een vennootschap (dat wil zeggen een in een andere lidstaat gelegen dochtermaatschappij of "vaste inrichting");
  • binnen een ondernemingsgroep (dat wil zeggen een groepsmaatschappij in een andere lidstaat).

Verliezen binnen een vennootschap

Alle lidstaten staan automatisch verrekening van verliezen uit binnenlandse activiteiten binnen eenzelfde vennootschap toe. Wanneer een vennootschap een vaste inrichting in een andere lidstaat heeft, hangt de wijze waarop de verliezen van deze inrichting op het niveau van het hoofdkantoor in aanmerking kunnen worden genomen, grotendeels af van de methode die de betrokken lidstaten in hun dubbelbelastingverdragen hebben gekozen om dubbele belasting te voorkomen.

Bij de verrekeningsmethode (in 12 van de 27 lidstaten) worden bij de vaststelling van het wereldinkomen in de woonstaat van de vennootschap alle verliezen in de belastingheffing betrokken.

Bij de vrijstellingsmethode worden buitenlandse inkomsten die in de bronstaat worden belast, uitgesloten van de heffingsgrondslag van het hoofdkantoor:

  • zonder aftrek van verliezen op het niveau van het hoofdkantoor (in 9 van de 27 lidstaten);
  • met (tijdelijke) aftrek van verliezen van de vaste inrichtingen in een andere lidstaat (in 5 lidstaten).

De Commissie dringt er bij de lidstaten die niet toestaan dat verliezen van vaste inrichtingen in andere lidstaten in aanmerking worden genomen, sterk op aan dat zij hun belastingstelsel herzien om de in het EG-Verdrag neergelegde vrijheid van vestiging te bevorderen.

Verliezen binnen een groep op nationaal niveau

Daar verliezen binnen een groep, ook al is er sprake van een zuiver nationale situatie, niet automatisch in aanmerking worden genomen, beschikken negentien lidstaten over een binnenlandse regeling voor de belasting van groepen om deze als een zelfstandige economische eenheid te behandelen. Acht lidstaten hebben zo´n regeling niet.

Op nationaal niveau bestaan er drie verschillende regelingen voor de belasting van groepen:

  • overbrenging van verliezen binnen de groep (zeven lidstaten);
  • pooling van de resultaten van de groep, waarbij de individuele fiscale resultaten (dat wil zeggen de winsten en verliezen) worden samengebracht (elf lidstaten);
  • volledige fiscale consolidatie. De resultaten van de groep worden bepaald op basis van één enkele winst-en-verliesrekening (één lidstaat).

Grensoverschrijdende verliesverrekening binnen een groep

Van de negentien lidstaten met een nationale regeling passen slechts vier lidstaten een regeling toe waarbij rekening wordt gehouden met grensoverschrijdende verliezen.

In de zaak Marks & Spencer is het Europees Hof van Justitie gevraagd zich uit te spreken over de inaanmerkingneming van verliezen van een dochter in een andere lidstaat.

De Commissie noemt drie mogelijke alternatieven die een minimaal niveau van grensoverschrijdende verliesverrekening kunnen bieden. In de praktijk lijken echter alleen de twee laatstgenoemde alternatieven haalbaar:

  • verrekening van verliezen binnen de groep, waarbij verliezen of winsten definitief worden overgebracht zonder mogelijkheid tot inhaal en zonder inaanmerkingneming van toekomstige winsten;
  • methode van aftrek en inhaal, waarbij verliezen tijdelijk worden overgebracht. Een verlies van een dochtermaatschappij in een andere lidstaat, dat in mindering is gebracht op de resultaten van de moedermaatschappij, wordt later ingehaald zodra de dochter opnieuw winstgevend wordt;
  • geconsolideerde-winstmethode, waarbij de resultaten van de dochtermaatschappij onmiddellijk worden belast. De winsten en verliezen van een bepaalde groepsmaatschappij worden in een gegeven belastingjaar gedurende een bepaalde termijn in aanmerking genomen op het niveau van de moedermaatschappij. Deze methode kan twee vormen aannemen: ofwel omvat zij bepaalde dochtermaatschappijen die uitgekozen zijn (selectieve methode) ofwel omvat zij alle dochtermaatschappijen van een groep (totale methode).

Conclusies van de Commissie

De Commissie dringt er bij de lidstaten op aan om:

  • hun belastingstelsel te herzien en toe te staan dat verliezen binnen een vennootschap in grensoverschrijdende situaties kunnen worden verrekend om de in het EG-recht neergelegde vrijheid van vestiging te bevorderen;
  • nationale belastingregelingen voor verliesverrekening binnen een groep in te voeren en toe te passen die in een gelijke behandeling voorzien als die voor verliesverrekening binnen één enkele vennootschap;
  • grensoverschrijdende verliesverrekening binnen een groep op ruimere schaal mogelijk te maken.
Laatste wijziging: 06.06.2007

Zie ook

Nadere informatie is te vinden op de site van DG Belastingen en douane-unie (DE)(EN)(FR) van de Europese Commissie.

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven