RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) ("de btw-richtlijn")

Het gemeenschappelijke btw-stelsel is van toepassing op de productie en distributie van goederen en de verlening van diensten die in de Europese Unie (EU) voor verbruiksdoeleinden worden gekocht en verkocht/verleend. Om de belastingneutraliteit – ongeacht het aantal handelingen – te garanderen, mogen de btw-plichtigen het bedrag aan belasting dat zij aan andere btw-plichtigen hebben betaald, in mindering brengen. Uiteindelijk is het de eindverbruiker die wordt belast in de vorm van een percentage van de eindprijs van het product of de dienst.

BESLUIT

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De belasting over de toegevoegde waarde (btw) is een algemene verbruiksbelasting op handelsactiviteiten die de productie en distributie van goederen en de verlening van diensten omvatten. De bepalingen waarmee het gemeenschappelijke btw-stelsel in de Europese Unie (EU) is ingevoerd, worden bij deze btw-richtlijn gecodificeerd.

Het gemeenschappelijke btw-stelsel is van toepassing op goederen en diensten die met het oog op verbruik in de EU worden gekocht en verkocht/verleend. De belasting wordt berekend over de waarde die aan de goederen en diensten in ieder stadium van de productie en distributie wordt toegevoegd.

De belasting wordt niet ineens maar in fracties geïnd, en dus bij gedeelten betaald, waardoor de btw-plichtigen (voor btw-doeleinden geïdentificeerde ondernemingen) de belastingbedragen in mindering kunnen brengen die zij aan andere btw-plichtigen hebben betaald op de aankopen die zij ten behoeve van hun handelsactiviteiten in het vorige stadium hebben verricht. Dit mechanisme waarborgt de belastingneutraliteit ongeacht het aantal handelingen.

De btw wordt uiteindelijk voldaan door de eindverbruiker in de vorm van een percentage van de eindprijs van het product of de dienst. Deze eindprijs is de som van de in ieder stadium van de productie en distributie toegevoegde waarde. De leverancier van de goederen of de dienstverlener (de belastingplichtige) draagt de voor de goederen of diensten betaalde btw aan de nationale belastingdienst af na aftrek van de btw die hij aan zijn eigen leveranciers/dienstverleners heeft betaald.

Toepassingsgebied

Alle handelingen die binnen het grondgebied van een lidstaat door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, zijn aan de btw onderworpen. Ook de invoer van goederen door om het even welke persoon is aan de btw onderworpen.

De belastbare handelingen omvatten:

  • de leveringen van goederen door een belastingplichtige;
  • de intracommunautaire verwervingen van goederen in een lidstaat die afkomstig zijn uit een andere lidstaat;
  • de diensten die door een btw-plichtige worden verleend;
  • de invoer van goederen van buiten de EU (uit een derdelandsgebied * of een derde land).

Van een intracommunautaire verwerving van goederen is slechts sprake wanneer goederen tussen verschillende lidstaten worden vervoerd. Bij een intracommunautaire verwerving worden de goederen die door een belastingplichtige in de lidstaat van vertrek zijn verkocht, verworven door een als zodanig handelende belastingplichtige of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon in een (andere) lidstaat van aankomst. Er is ook sprake van intracommunautaire verwerving wanneer het nieuwe vervoermiddelen * en accijnsproducten * betreft die door andere personen worden verworven.

Wanneer het totale bedrag van de intracommunautaire verwervingen van goederen door niet-belastingplichtige rechtspersonen en door bepaalde categorieën vrijgestelde belastingplichtigen een minimumdrempel van 10 000 euro per jaar niet overschrijdt, worden deze verwervingen niet aan de btw onderworpen, behalve wanneer de koper zich laat registreren.

De intracommunautaire verwerving van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten en verzamelvoorwerpen is niet aan de btw onderworpen wanneer de verkoper een belastingplichtige wederverkoper is of een organisator van openbare veilingen die de belasting op deze goederen heeft betaald volgens de bijzondere winstmargeregeling.

Geografisch toepassingsgebied

De Europese btw is niet van toepassing in de volgende derdelandsgebieden:

  • het eiland Helgoland, het gebied Büsingen, Ceuta, Melilla, Livigno, Campione d’Italia en de Italiaanse wateren van het meer van Lugano (gebieden die ook geen deel uitmaken van het douanegebied van de EU);
  • de berg Athos, de Canarische eilanden, de Franse overzeese departementen, de Ålandseilanden en de Kanaaleilanden (gebieden die deel uitmaken van het douanegebied van de EU).

Overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag is de btw ook niet van toepassing op Gibraltar of het gedeelte van Cyprus dat niet daadwerkelijk onder controle staat van de regering van de Republiek Cyprus. Deze gebieden worden beschouwd als derdelandsgebieden.

Aangezien het Vorstendom Monaco, het eiland Man en de zones die te Akrotiri en Dhekelia onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, niet als derde landen worden beschouwd, is de btw hier wel van toepassing.

De belastingplichtigen

Als belastingplichtige wordt beschouwd eenieder die zelfstandig een economische activiteit verricht, ongeacht de plaats, het oogmerk of het resultaat van die activiteit. Als economische activiteiten worden beschouwd alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverlener, inclusief de winning van delfstoffen, landbouwactiviteiten en activiteiten in het kader van de uitoefening van vrije of daarmee gelijkgestelde beroepen. Voor zover zij met hun werkgever een arbeidsovereenkomst hebben gesloten of enige andere juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat, worden de activiteiten van loontrekkenden en andere personen niet beschouwd als zelfstandig verrichte activiteiten.

Iedere andere persoon die incidenteel een nieuw vervoermiddel levert naar een andere lidstaat is eveneens een belastingplichtige.

Een lidstaat kan ook als belastingplichtige aanmerken eenieder die incidenteel een handeling verricht die verband houdt met een economische activiteit, met name de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het bijbehorende terrein vóór de eerste ingebruikneming, of de levering van een bouwterrein.

De staat, de regio's, de gewesten, de provincies, de gemeenten en de andere publiekrechtelijke lichamen worden niet als belastingplichtigen aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, tenzij dit tot een niet te veronachtzamen verstoring van de mededinging zou leiden. Voor bepaalde commerciële handelingen worden deze publiekrechtelijke lichamen echter wel als belastingplichtigen beschouwd.

Belastbare handelingen

Als "levering van goederen" wordt beschouwd de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken.

Als "dienst" wordt beschouwd elke handeling die geen levering van goederen is.

Als "intracommunautaire verwerving van goederen" wordt beschouwd het verkrijgen van de macht om als eigenaar te beschikken over een roerende lichamelijke zaak die vanuit een lidstaat naar een afnemer in een andere lidstaat wordt verzonden.

Als "invoer van goederen" wordt beschouwd het binnenbrengen in de EU van een goed dat zich niet in het vrije verkeer bevindt. Indien het een goed betreft van oorsprong uit een derdelandsgebied dat zich in het vrije verkeer bevindt, wordt dit binnenbrengen ook als invoer beschouwd.

Plaats van de belastbare handelingen

Als plaats van levering van goederen wordt aangemerkt:

  • de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering (gevallen waarin het goed niet wordt verzonden of vervoerd);
  • de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de verzending of het vertrek van het vervoer naar de afnemer (indien het goed wordt verzonden of vervoerd);
  • de plaats van vertrek van het passagiersvervoer (indien het goed wordt verkocht aan boord van een schip, een vliegtuig of een trein);
  • de plaats waar de afnemer zich bevindt (wanneer het de toevoer van gas betreft dat wordt geleverd via het aardgasdistributiesysteem binnen de EU of een netwerk dat in verbinding staat met een dergelijk systeem, of de toevoer van elektriciteit of de toevoer van verwarmings- of koelingsenergie via verwarmings- of koelingsnetwerken).

Als plaats van een intracommunautaire verwerving van goederen wordt aangemerkt de plaats waar de naar de afnemer verzonden goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst.

Als plaats van dienstverlening aan belastingplichtigen wordt aangemerkt de plaats waar de klant de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of, indien verleend vanuit een vaste inrichting die de klant elders heeft, de plaats waar die vaste inrichting zich bevindt of, indien een dergelijke zetel of een vaste inrichting ontbreekt, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats. Als plaats van dienstverlening aan niet-belastingplichtigen wordt aangemerkt de plaats waar de dienstverlener de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of, indien verleend vanuit een vaste inrichting die de dienstverlener elders heeft, de plaats waar die vaste inrichting zich bevindt of, indien een dergelijke zetel of een vaste inrichting ontbreekt, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

Op deze algemene regels zijn er evenwel een aantal uitzonderingen, onder meer voor diensten die verband houden met onroerende goederen, personenvervoer en goederenvervoer, met culturele, artistieke, sportieve en wetenschappelijke activiteiten of onderwijs- en amusementsactiviteiten, met restaurants en catering, en met kortetermijnhuur van vervoermiddelen. Deze uitzonderingen moeten hoofdzakelijk waarborgen dat de dienst wordt belast op de plaats waar hij daadwerkelijk wordt verleend.

In hun betrekkingen met derde landen mogen de lidstaten, om dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging te voorkomen:

  • indien de plaats voor bepaalde diensten op hun grondgebied is gelegen, deze aanmerken als buiten de EU te zijn gelegen, wanneer het werkelijke verbruik en de werkelijke exploitatie buiten de EU plaatsvinden;
  • indien de plaats van bepaalde diensten buiten de EU is gelegen, deze aanmerken als op hun grondgebied te zijn gelegen, wanneer het werkelijke verbruik en de werkelijke exploitatie op hun grondgebied plaatsvinden.

De invoer van goederen vindt plaats in de lidstaat op wiens grondgebied het goed zich bij binnenkomst in de EU bevindt.

Belastbaar feit en verschuldigdheid van de belasting

Het belastbaar feit * vindt plaats en de belasting wordt verschuldigd * op het tijdstip waarop de goederen worden geleverd of de diensten worden verleend, behalve in een beperkt aantal gevallen.

In het geval van intracommunautaire verwervingen van goederen vindt het belastbaar feit plaats op het tijdstip waarop de verwerving plaatsvindt. De belasting wordt verschuldigd op de 15e van de maand volgende op die waarin de verwerving heeft plaatsgevonden. Wanneer een factuur wordt opgesteld vóór deze datum, is de belasting evenwel verschuldigd op de datum waarop de factuur is opgesteld.

Vanaf 1 januari 2013, de dag waarop Richtlijn 2010/45/EU in werking treedt, wordt de btw evenwel verschuldigd op de dag waarop de factuur wordt opgesteld of na het verstrijken van de in artikel 222 van deze richtlijn bedoelde termijn indien op dat moment nog geen factuur is opgesteld.

Bij de invoer van goederen vindt het belastbaar feit plaats en wordt de belasting verschuldigd op het tijdstip waarop het goed in een lidstaat van de EU wordt binnengebracht.

Maatstaf van heffing

De maatstaf van heffing voor leveringen van goederen en diensten en de intracommunautaire verwervingen van goederen omvat alles wat de leverancier of dienstverlener voor deze handelingen van de afnemer als tegenprestatie verkrijgt. Hij omvat dus ook de subsidies die rechtstreeks met de prijs van deze handelingen verband houden. De maatstaf van heffing omvat eveneens de belastingen, rechten en heffingen (met uitzondering van de btw zelf) alsmede de bijkomende kosten die de leverancier of de dienstverlener de afnemer in rekening brengt; hij omvat evenwel niet de volgende elementen: prijsverminderingen, -kortingen en -rabatten en bedragen die als terugbetaling voor gemaakte kosten werden ontvangen.

Bij de invoer van goederen is de maatstaf van heffing de waarde die als wordt omschreven. In de maatstaf van heffing moeten de buiten de lidstaat van invoer verschuldigde belastingen, rechten, heffingen en andere belastingen, alsmede de ingevolge de invoer verschuldigde belastingen (met uitzondering van de btw zelf) en ook de bijkomende kosten (verpakking, vervoer, enz.) worden opgenomen.

Btw-tarieven

Ten aanzien van de belastbare handelingen gelden de btw-tarieven en ‑voorschriften van de lidstaat waarin de handelingen plaatsvinden. Het normale btw-tarief is vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing, dat tot en met 31 december 2015 niet lager mag zijn dan 15%.

De lidstaten kunnen één of twee verlaagde tarieven toepassen; deze mogen evenwel niet lager zijn dan 5%. Deze verlaagde tarieven mogen uitsluitend worden toegepast op de levering van goederen en diensten van de categorieën van bijlage III bij de btw-richtlijn (laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2009/47/EG).

De lidstaten kunnen na raadpleging van het btw-comité ook een verlaagd tarief toepassen voor de levering van aardgas, elektriciteit en stadsverwarming.

In afwijking van de normale voorschriften werd bepaalde lidstaten ten slotte machtiging verleend om op bepaalde gebieden verlaagde en zelfs sterk verlaagde tarieven of nultarieven toe te passen.

Bepaalde uitzonderingen die zijn opgenomen in de akte van toetreding van de tien lidstaten die op 1 mei 2004 lid van de Europese Unie zijn geworden, waren slechts tot en met 31 december 2010 van toepassing. Andere uitzonderingen werden door Richtlijn 2009/47/EG verlengd of in de algemene regels opgenomen.

Vrijstellingen

De goederen en diensten die zijn vrijgesteld van btw worden aan de eindverbruiker verkocht zonder dat bij de verkoop btw wordt toegepast. Indien evenwel de levering van goederen of de dienstverlening van btw is vrijgesteld, kan de leverancier de btw waarmee zijn aankopen zijn belast, niet aftrekken. Een dergelijke vrijstelling zonder recht op aftrek van de voorbelasting leidt er dus toe dat de prijs die de consument betaalt "verborgen" btw bevat. Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen een dergelijke btw-vrijstelling en het "nultarief" dat sommige lidstaten als afwijking handhaven. Een nultarief impliceert dat de uiteindelijke prijs die van de consument wordt verlangd, geen residuele btw meer bevat.

Anderzijds zijn er vrijstellingen met recht op aftrek van de voorbelasting, die hoofdzakelijk ten doel hebben rekening te houden met de plaats waar de goederen of diensten geacht worden te zijn verbruikt en dus ook worden belast: in dergelijke transacties wordt geen btw toegepast in het land van oorsprong omdat de handelingen worden belast in het land van bestemming.

Vrijstellingen zonder recht op aftrek van voorbelasting

Om sociaaleconomische redenen werden de volgende handelingen vrijgesteld:

  • bepaalde activiteiten van algemeen belang (zoals bijvoorbeeld ziekenhuisverpleging en medische verzorging, het leveren van goederen en het verlenen van diensten die samenhangen met maatschappelijk werk en sociale zekerheid, schoolonderwijs en universitair onderwijs en bepaalde culturele diensten);
  • bepaalde handelingen die verband houden met onder meer verzekeringen, kredietverlening, bankdiensten, de levering van postzegels, kans- en geldspelen, en bepaalde leveringen van onroerende goederen.

Om het goederenverkeer te vergemakkelijken, is de invoer van goederen van oorsprong uit landen of gebieden buiten de EU in bepaalde gevallen vrijgesteld. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de definitieve invoer van goederen waarvan de levering in de lidstaat van invoer is vrijgesteld. Het geldt ook voor goederen die vallen onder de Richtlijnen 2007/74/EG (goederen in de bagage van reizigers), 2009/132/EG (goederen die zonder commerciële doeleinden worden ingevoerd) en 2006/79/EG (kleine zendingen van goederen zonder commercieel karakter).

Vrijstellingen met recht op aftrek van voorbelasting

Om rekening te houden met de plaats waar de goederen of diensten geacht worden te zijn verbruikt en dus ook worden belast, zijn de volgende handelingen vrijgesteld met recht op aftrek van voorbelasting:

  • de intracommunautaire leveringen van goederen, met inbegrip van nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten, die vanuit een lidstaat worden verzonden naar een andere lidstaat;
  • de uitvoer van goederen uit de EU naar een derdelandsgebied of een derde land;
  • bepaalde handelingen die verband houden met het internationaal vervoer of gelijkgesteld zijn met uitvoer;
  • de diensten van tussenpersonen wanneer deze optreden bij handelingen in verband met uitvoer;
  • bepaalde handelingen die verband houden met het internationale goederenverkeer, bijvoorbeeld in het kader van de regeling douane-entrepot en andere entrepotregelingen.

Aftrek

Wanneer goederen of diensten door een belastingplichtige worden verworven, heeft hij recht op aftrek van het bedrag van de btw in de lidstaat waar hij zijn handelingen verricht indien deze goederen en diensten gebruikt worden voor zijn professionele en economische activiteit. Indien hij/zij btw heeft betaald in een lidstaat waar hij/zij niet is gevestigd, kan de belastingplichtige door middel van een speciale elektronische procedure terugbetaling verkrijgen. Het recht op aftrek is niet van toepassing wanneer er sprake is van een vrijgestelde economische activiteit of indien de belastingplichtige van een bijzondere regeling gebruik maakt (btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen bijvoorbeeld).

De aftrek kan in bepaalde gevallen worden beperkt of herzien. Om de aftrek te kunnen toepassen, moet de belastingplichtige aan bepaalde voorwaarden voldoen en met name in het bezit zijn van een factuur.

Verplichtingen van de belastingplichtigen en van bepaalde niet-belastingplichtigen

De btw is verschuldigd:

  • door de belastingplichtige die een belastbare goederenlevering of een belastbare dienst verricht, behalve in bepaalde specifieke gevallen; in die gevallen is de belasting verschuldigd door een andere persoon, met name de afnemer, die gebruik maakt van de verleggingsregeling;
  • door de persoon die in de EU een belastbare verwerving van goederen verricht;
  • door degene die bij invoer door de lidstaat van invoer als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon is aangewezen of erkend.

Iedere belastingplichtige moet opgave doen van de aanvang, de wijziging en de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige en is verplicht voldoende gedetailleerde registers bij te houden.

Een belastingplichtige moet ervoor zorgen dat een voldoende gedetailleerde factuur (DE) (EN) (FR) wordt opgesteld voor de goederen of diensten die hij/zij aan een andere belastingplichtige of een andere niet-belastingplichtige persoon levert. In bepaalde andere gevallen is eveneens een factuur vereist.

Afwijkingen

Lidstaten kunnen onder bepaalde voorwaarden worden gemachtigd afwijkende maatregelen te nemen om de heffing van de btw te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of belastingontwijking te voorkomen.

Bijzondere regelingen

Er gelden bijzondere btw-regelingen voor:

Consumenten

Sommige btw-regelingen zijn niet alleen rechtstreeks van toepassing op ondernemingen, maar ook op particulieren en eindverbruikers. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een particulier goederen koopt in een andere lidstaat. Wanneer het goed door de verbruiker tot in zijn/haar woonplaats wordt vervoerd, wordt de btw betaald in de lidstaat waar het goed werd verkocht en aangekocht (dit wil zeggen op de plaats van "oorsprong"). Sommige vrijgestelde belastingplichtigen of niet-belastingplichtige personen hebben eveneens het recht een beperkte hoeveelheid goederen in een andere lidstaat te verwerven. Dat is het gevolg van de huidige regeling voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten. Voor deze personen is de regeling reeds gebaseerd op het beginsel van de belastingheffing in de lidstaat van oorsprong van de geleverde goederen en diensten (zie het einde van deze samenvatting).

Het oorsprongsprincipe is evenwel niet van toepassing wanneer de goederen "op afstand" worden verkocht, met andere woorden wanneer de verkoper en de koper zich in verschillende lidstaten bevinden en de goederen worden verzonden. Indien de waarde van goederen die jaarlijks worden verkocht, een bepaalde drempel overschrijdt (35 000 euro of 100 000 euro naar gelang van de lidstaat) moet de leverancier het bestemmingsprincipe toepassen. Hij dient dit principe in ieder geval toe te passen voor zijn verkoop op afstand van accijnsproducten. Volgens dit principe neemt de leverancier de btw voor zijn rekening in de lidstaat van bestemming en past hij het in deze lidstaat geldende tarief toe.

Het oorsprongsprincipe is evenmin van toepassing bij de aankoop van nieuwe vervoermiddelen in een andere lidstaat. In dat geval wordt de btw door de koper betaald in de lidstaat van bestemming.

Fraudebestrijding

Fiscale fraude hindert de goede werking van de interne markt doordat nodeloze goederenstromen ontstaan en goederen tegen abnormaal lage prijzen op de markt worden gebracht.

Ter bestrijding van deze plaag stelt Richtlijn 2008/117/EG de volgende maatregelen vast:

  • de vaststelling van een termijn van één maand voor de terbeschikkingstelling van de gegevens van intracommunautaire goederenleveringen;
  • de instelling van eenzelfde belastingtijdvak voor de aangifte van intracommunautaire handelingen door de leverancier en door de dienstverrichter of de afnemer;
  • een beperking van de administratieve lasten;
  • de toelating voor handelaren om de lijsten betreffende intracommunautaire goederenleveringen driemaandelijks in te dienen.

CONTEXT

Deze btw-richtlijn is een herschikking van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en de uniforme grondslag, die sedert haar goedkeuring meer dan dertigmaal werd gewijzigd. De richtlijn codificeert de bepalingen van Richtlijn 77/388/EEG met ingang van 1 januari 2007 zonder de geldende wetgeving fundamenteel te wijzigen.

Belangrijkste begrippen
  • Derdelandsgebieden: gebieden die deel uitmaken van een lidstaat maar voor btw-doeleinden worden beschouwd als gebieden die zich buiten de EU bevinden.
  • Nieuwe vervoermiddelen:
    1. landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt wanneer de levering binnen zes maanden na de eerste ingebruikneming plaatsvindt of wanneer het voertuig niet meer dan 6.000 kilometer heeft afgelegd;
    2. schepen met een lengte van meer dan 7,5 meter (met uitzondering van schepen voor de vaart op volle zee waarmee personenvervoer tegen betaling plaatsvindt of die voor de uitoefening van enigerlei industriële, handels- of visserijactiviteit worden gebruikt, van reddingsboten en schepen voor hulpverlening op zee en van schepen voor de kustvisserij), wanneer de levering binnen drie maanden na de eerste ingebruikneming plaatsvindt of wanneer het schip niet meer dan 100 uur heeft gevaren;
    3. luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1 550 kilogram (met uitzondering van luchtvaartuigen welke door luchtvaartmaatschappijen worden gebruikt die zich hoofdzakelijk toeleggen op het betaalde internationale vervoer), wanneer de levering binnen drie maanden na de eerste ingebruikneming plaatsvindt of wanneer het luchtvaartuig niet meer dan 40 uur heeft gevlogen.
  • Accijnsproducten: energieproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken en tabaksproducten, zoals omschreven in de vigerende communautaire bepalingen, met uitzondering van gas dat wordt geleverd via een aardgasdistributiesysteem binnen het grondgebied van de EU of een netwerk dat in verbinding staat met een dergelijk systeem.
  • Belastbaar feit: onder "belastbaar feit" wordt het feit verstaan waardoor de wettelijke voorwaarden, vereist voor het verschuldigd worden van de belasting, worden vervuld.
  • Het verschuldigd zijn van de belasting: de belasting wordt geacht "verschuldigd te zijn" wanneer de schatkist krachtens de wet de belasting met ingang van een bepaald tijdstip van de belastingplichtige kan vorderen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2006/112/EG

1.1.2007

1.1.2008

L 347 van 11.12.2006

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtreding - vervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2006/138/EG

29.12.2006

1.1.2007

L 384 van 29.12.2006

Richtlijn 2007/75/EG

29.12.2007

1.1.2008

L 346 van 29.12.2007

Richtlijn 2008/8/EG

20.2.2008

Afhankelijk van de bepalingen tussen 1.1.2009 en 1.1.2015

L 44 van 20.2.2008

Richtlijn 2008/117/EG

21.1.2009

1.1.2010

L 14 van 20.1.2009

Richtlijn 2009/47/EG

1.6.2009

-

L 116 van 9.5.2009

Richtlijn 2009/69/EG

24.7.2009

1.1.2011

L 175 van 4.7.2009

Richtlijn 2009/162/EU

15.1.2010

1.1.2011

L 10 van 15.1.2010

Richtlijn 2010/23/EU

9.4.2010 – 30.6.2015

-

L 72 van 20.3.2010

Richtlijn 2010/45/EU

11.8.2010

31.12.2012

L 189 van 22.7.2010

Richtlijn 2010/88/EU

11.12.2010

-

L 326 van 10.12.2010

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 2006/112/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie  heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van Richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen [Publicatieblad L 292 van 10.11.2009].

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 2 juli 2009 over de btw-groepoptie waarin artikel 11 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde voorziet [COM(2009) 325 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Mededeling van de Commissie aan de Raad van 28 januari 2009 - Technologische ontwikkelingen op het gebied van e-facturering en maatregelen voor de verdere vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de btw factureringsregels [COM(2009) 20 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn [Publicatieblad L 44 van 20.2.2008].

Richtlijn 2007/74/EG van de Raad van 20 december 2007 betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers komende uit derde landen [Publicatieblad L 346 van 29.12.2007].

Mededeling van de Commissie van 5 juli 2007 aan de Raad en het Europees Parlement betreffende btw-tarieven die afwijken van het normale btw-tarief [COM(2007) 380 definitief – Niet in het Publicatieblad verschenen].

Richtlijn 2006/79/EG van de Raad van 5 oktober 2006 inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter (gecodificeerde versie) [Publicatieblad L 286 van 17.10.2006].

Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/92 [Publicatieblad L 264 van 15.10.2003].

Laatste wijziging: 04.02.2011

Zie ook

  • Nadere inlichtingen zijn te vinden op de website van het directoraat-generaal Belastingen (DE)(EN)(FR)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven