RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 9 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Slowakije

Archief

1) REFERENTIES

Advies van de Commissie COM(97) 2004 def. - [Niet in het Publicatieblad verschenen]
Verslag van de Commissie COM(98) 703 def. - [Niet in het Publicatieblad verschenen]
Verslag van de Commissie COM(1999) 511 def. - [Niet in het Publicatieblad verschenen]
Verslag van de Commissie COM(2000) 711 def. - [Niet in het Publicatieblad verschenen]
Verslag van de Commissie COM(2001) 700 def. - SEC(2001)1754 [Niet in het Publicatieblad verschenen]
Verslag van de Commissie COM(2002) 700 def. - SEC(2002)1401 [Niet in het Publicatieblad verschenen]

Verslag van de Commissie COM(2003) 675 def. - SEC(2003) 1209 [Niet in het Publicatieblad verschenen].


Verdrag betreffende de toetreding tot de Europese Unie [Publicatieblad L 236 van 23.9.2003]

2) SAMENVATTING

In haar advies van juli 1997 oordeelde de Europese Commissie dat de omzetting in nationaal recht van het acquis op het gebied van de directe belastingen geen grote moeilijkheden voor Slowakije zou opleveren. De Commissie bevestigde ook dat, indien de Slowaakse Republiek zich flinke inspanningen op het gebied van de indirecte belastingen zou getroosten, zij in staat zou zijn haar wetgeving op middellange termijn in overeenstemming te brengen met het acquis inzake BTW en accijns. En, volgens het verslag, om mee te werken aan de wederzijdse bijstand, op voorwaarde dat de belastingdiensten hun deskundigheid op dit gebied zouden ontwikkelen.
In het verslag van november 1998 werd bevestigd dat Slowakije aanzienlijke inspanningen moest leveren om zijn BTW-wetgeving op die van de Gemeenschap af te stemmen. Op het gebied van de accijns werd geconstateerd dat de geldende regeling aanzienlijke verschillen met de communautaire voorschriften inhield. Het rapport drong bijgevolg aan op verdere inspanningen met het oog op de aanpassing van de wetgeving en op de vaststelling van een tijdschema voor de aanpassingen.
In het verslag van november 1999 werd geconstateerd dat Slowakije geleidelijk een BTW-stelsel had ingevoerd dat het communautaire stelsel dichter benaderde. Ook de accijnswet was geleidelijk aan het acquis aangepast maar er bleven nog gerichte inspanningen noodzakelijk.
In het verslag van november 2000 werd gesteld dat Slowakije enkele vorderingen had geboekt, met name op het gebied van de accijns.
Het verslag van november 2001 oordeelde dat Slowakije beperkte vorderingen had bereikt, met name door de hervorming van zijn belastingadministratie. Op het gebied van de accijns waren wetswijzigingen ingevoerd teneinde verder werk te maken van de aanpassing aan het acquis (belastingentrepots, structuur van belastbare transacties en tarieven). Daarentegen valt er geen enkele ontwikkeling te signaleren op het gebied van de BTW en directe belastingen. De wetgeving inzake wederzijdse bijstand (directe belastingen en inning van schuldvorderingen) en de administratieve samenwerking (BTW) maakt een gedeeltelijke aanpassing aan het acquis mogelijk. De belastingdiensten zijn versterkt en in de nieuwe structuur wordt het beheer van de belastingen over drie niveaus (nationaal, regionaal en lokaal) gespreid, maar de belastingdiscipline is er weinig op vooruitgegaan.
In het verslag van oktober 2002 wordt opgemerkt dat Slowakije goede vorderingen heeft gemaakt bij de aanpassing van zijn belastingwetgeving aan het acquis. De hervorming van de belastingdienst is eveneens met bevrediging opgeschoten.
In het verslag van 2003 wordt gesteld dat Slowakije in principe heeft voldaan aan de tijdens de toetredingsonderhandelingen aangegane verplichtingen op het gebied van directe belastingen, administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand. Het zou dus in staat moeten zijn het acquis op deze gebieden reeds vanaf de toetreding uit te voeren. Slowakije voldoet verder aan de meeste eisen op het gebied van BTW en accijnzen zoals die voor toetreding zijn vastgelegd. Het zal de aanpassing van de wetgeving voor BTW en accijnzen evenwel sneller moeten laten verlopen. Belangrijk is vooral dat de belastingadministratie veel beter wordt georganiseerd.

Met Slowakije zijn overgangsperioden vastgelegd. Gedurende deze perioden mag Slowakije een verlaagd BTW-tarief blijven toepassen op de bouw van woningen die niet onder een maatregel van sociaal beleid vallen (bouwmaterialen vallen hier niet onder). Deze overgangsperiode loopt op 31 december 2007 af. Slowakije mag verder tot 31 december 2008 een verlaagd tarief toepassen op de levering van brandstof voor verwarming en warm water voor particuliere huishoudens en kleine ondernemingen die niet voor de BTW geregistreerd zijn. Voor aardgas en elektriciteit mag tot één jaar na toetreding een verlaagd tarief gelden. Er is bovendien een reeks derogaties toegestaan het internationaal personenvervoer mag van BTW worden vrijgesteld, en voor BTW-registratie en -vrijstelling van kleine en middelgrote ondernemingen geldt een drempel van 35 000 euro. Er is verder een derogatie toegekend die Slowakije het recht geeft om de geldende accijnsregeling voor de distillatie van eau-de-vie (brandewijn) door kleine fruitproducenten te handhaven, mits de geproduceerde hoeveelheid onder de 50 liter per jaar blijft (per huishouden) en de opgelegde accijns niet lager is dan 50 % van het normale nationale tarief voor alcohol.
Het toetredingsverdrag is ondertekend op 16 april 2003 en de toetreding vond plaats op 1 mei 2004.

ACQUIS COMMUNAUTAIRE

Het acquis op het gebied van de directe belastingen heeft in hoofdzaak betrekking op bepaalde elementen van de vennootschapsbelasting en de kapitaalsbelasting. De vier vrijheden van het Verdrag hebben verderstrekkende gevolgen voor de nationale belastingstelsels.

Het acquis in verband met de indirecte belastingen omvat in hoofdzaak geharmoniseerde wetgeving op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de accijns. Deze harmonisatie voorziet in de toepassing van een niet-cumulatieve algemene verbruiksbelasting die in alle stadia van de productie en de distributie van goederen en diensten wordt geheven, en houdt een gelijke fiscale behandeling van alle binnenlandse transacties en alle invoer in.

Op het gebied van de accijns omvat het acquis geharmoniseerde belastingstructuren en minimumtarieven, evenals gemeenschappelijke regels betreffende het voorhanden hebben en het vervoer van accijnsgoederen (in het bijzonder het gebruik van belastingentrepots).

EVALUATIE

Belasting over de toegevoegde waarde

Het huidige Slowaakse BTW-stelsel is op de algemene beginselen van de communautaire wetgeving terzake gebaseerd en vormt dus een goed uitgangspunt voor de toekomstige aanpassing ervan aan het communautair acquis op dit gebied, hoewel de toepassing van het stelsel vrij onduidelijk is. Het is voor buitenlandse ondernemingen niet mogelijk zich voor de BTW te laten registreren in Slowakije. Aangezien het land geen regeling kent voor de teruggaaf van de BTW aan niet-geregistreerde buitenlandse belastingplichtigen, betekent deze belasting voor hen een extra kostenpost. Voor de toetreding van de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie moet de BTW-wetgeving verder worden aangepast aan de regels van de Europese Gemeenschap, met name inzake het belastingstelsel. Het nationale strategische plan voor de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van het Witboek heeft in een eerste fase prioriteit gegeven aan de herstructurering van de tarieven en de vrijstelling van goederenleveringen en dienstverrichtingen voor lucht- of scheepvaartmaatschappijen.

Sinds juli 1997 is Slowakije bezig met de aanpassing van zijn nationale wetgeving aan het acquis, met name wat betreft het toepassingsgebied van het verlaagde BTW-tarief. Er is niet veel aandacht besteed aan de aanpassing van de BTW-wetgeving.

In april 1999 omvatten de op het gebied van de BTW ingevoerde wijzigingen de invoering van een belasting op occasioneel internationaal busvervoer binnen het land door buitenlandse transporteurs, de toepassing van een verlaagd BTW-tarief op olijfolie en de vrijstelling van rente op effecten van leningkapitaal. Het verlaagde BTW-tarief is van 6 op 10% gebracht, hoewel dit niet noodzakelijk is voor de aanpassing.

In 2000 is de vooruitgang beperkt gebleven tot een wijziging van de wet betreffende de belastinggrondslag (faillissement en andere vormen van gedwongen verkoop), maar is er niets gebeurd in verband met de aanpassing van het toepassingsgebied van het verlaagde tarief. Toch beantwoordt het thans geldende stelsel in grote trekken aan de communautaire eisen.

In 2001 moet Slowakije zijn inspanningen voor de aanpassing van zijn BTW-tarieven verdubbelen.

De in de BTW-wetgeving aangebrachte wijzigingen, die in januari 2002 in werking getreden zijn, hebben de Slowaakse wetgeving aangepast aan het acquis wat betreft de plaats van belastingheffing van diensten aan buitenlandse ondernemingen en de terugbetaling van belastingen aan buitenlandse natuurlijke personen die niet voor de handel bedoelde goederen uitvoeren. Met deze wijzigingen werden eveneens een mechanisme voor terugbetaling aan niet in Slowakije gevestigde belastingplichtigen alsmede de bijzondere regeling voor reisbureaus ingevoerd. Andere in juli 2002 goedgekeurd wijzigingen zullen met ingang van januari 2003 de aanpassing nog versterken, met name bij het recht op aftrek en de vermindering van het toepassingsgebied van het verlaagde BTW-tarief.

Aanpassingswerkzaamheden zijn evenwel nog noodzakelijk, vooral aangaande het toepassingsgebied van het verlaagde BTW-tarief en de vrijstellingen, de bijzondere regelingen en het intracommunautaire handelsverkeer.

Eind 2003 moest Slowakije de omzetting van het acquis op het gebied van BTW nog voltooien. Van belang is vooral dat de thans gehanteerde definitie van belastingplichtigen wordt uitgebreid, en dat bijzondere regelingen worden ingevoerd voor landbouwers, beleggingsgoud en gebruikte goederen. Verder dienen de nog resterende verschillen - belastbare handelingen, de maatstaf van heffing en het belastbare bedrag - te worden weggewerkt. De omzetting van het intracommunautaire stelsel verdient bijzondere aandacht. Wat het toepassingsbereik van de vrijstellingen betreft: Slowakije zal de wetgeving op dit punt nog moeten aanpassen (behalve voor die onderdelen waarvoor een overgangsperiode is overeengekomen).

Accijns
Er bestaan grote verschillen tussen het Slowaakse accijnsstelsel en de regels die van kracht zijn in de Europese Gemeenschap, met name door het ontbreken van een stelsel van belastingentrepots. Ter verzekering van een correcte toepassing van de communautaire wetgeving terzake is het essentieel dat Slowakije spoedig een stelsel van belastingentrepots opzet overeenkomstig het communautaire model en de structuur en de hoogte van de accijnzen aanpast zodat zij in overeenstemming zijn met de communautaire voorschriften.

Toch is er sinds het advies van juli 1997 geen enkele vooruitgang op dit gebied geboekt, afgezien van een wijziging van de accijns op koolwaterstoffen en smeermiddelen. Slowakije moet zich bijgevolg extra inspanningen getroosten om zijn wetgeving aan het acquis aan te passen en moet terzake een duidelijk tijdschema vaststellen. In april en vervolgens in juli 1999 zijn de heffingen op benzine, gasolie, sigaretten en sigaren verhoogd om de communautaire minimumniveaus dichter te benaderen.

In november 2000 zijn vorderingen geconstateerd, waarbij Slowakije een geleidelijke maar constante verhoging van de tarieven invoert. In januari 2000 zijn de tarieven voor sterke drank en bier opgetrokken. Er is ook een aanpassing van de accijns op de in het land geproduceerde milieuvriendelijke aardolie in werking getreden en de accijnzen op benzine en gasolie zijn sterker op de communautaire tarieven afgestemd. Tenslotte zijn de accijnstarieven voor sigaretten verhoogd. Toch bleven de toegepaste tarieven beneden die welke de Gemeenschap voor de meeste producten voorschrijft. Slowakije dient zich te buigen over de structuur van de belastingen op sigaretten en over bepaalde beschermende maatregelen voor minerale oliën.
In 2001 moet Slowakije zijn inspanningen voor de aanpassing van zijn accijnstarieven verdubbelen.

Met de in januari 2002 in werking getreden wet op de minerale oliën werden de belastingentrepots, de schorsingsregeling met zekerheidstelling, de voorwaarden voor de afgifte van vergunningen aan ondernemingen, gebruikers en entrepots, alsmede de structuur van de belastbare verrichtingen geïntroduceerd. Bovendien zorgt deze wet voor de gelijke belastingheffing van alle minerale oliën, ongeacht hun oorsprong. Wat gedistilleerde en alcoholhoudende dranken betreft, werden met de in juli 2002 goedgekeurde wijzigingen de tarieven die voor bier en mousserende tussenproducten met ingang van januari 2003 worden toegepast, aanmerkelijk verhoogd. Hiermee worden eveneens bepalingen voor kleine brouwerijen geïntroduceerd en wordt de definitie van bier herzien.

Eind 2003 moest Slowakije nog het schorsingssysteem voor het binnenlands verkeer van tabaksproducten en alcoholhoudende dranken invoeren en de aanpassing aan het acquis op het gebied van minerale olieën voltooien. Het nu geldende schorsingssysteem moet ook van toepassing worden verklaard op het intracommunautair verkeer van alle goederen waarvoor een op EU-niveau geharmoniseerde accijnsregeling geldt. Slowakije zal bovendien verder moeten gaan met het aanpassen van de wetgeving inzake bepaalde vrijstellingen en definities zoals die van toepassing zijn op sigaretten, tabaksproducten en alcoholhoudende dranken. De accijnzen op sigaretten worden geleidelijk verhoogd: het communautaire minimumtarief moet op 31 december 2008 zijn bereikt (de bij de onderhandelingen overeengekomen sluitingsdatum van de overgangsperiode). Slowakije volgt op dit punt het vastgelegde tijdsschema.

Bestuurlijke capaciteit

In de toekomst dienen de Slowaakse belastingsdiensten en hun inningscapaciteit te worden versterkt. In de loop van 2000 waren echter al een aantal maatregelen genomen om de belastingdiensten te moderniseren en doeltreffender te maken. De hervorming bestond in een reorganisatie, zowel op centraal als op plaatselijk niveau, die eerder op de werking dan op de soorten belasting gebaseerd is. Bovendien waren de bevoegdheden van de diensten inzake de inning van belastingen versterkt. Tenslotte was het beheer van de rechten op minerale oliën overgedragen aan de douaneautoriteiten. Slowakije moest evenwel meer aandacht besteden aan de verbetering van zijn bestuurlijke capaciteit, met name op het gebied van de inning van belastingen en het beheer van de BTW-terugbetalingen. Voorts moest worden gezorgd voor versterking van het personeel van de centrale administratie en personeelsopleiding.

In 2001 moesten de maatregelen voor de modernisering van de belastingdiensten worden voortgezet. Het personeel van het algemeen bestuur van belastingen moest nog steeds worden versterkt; er moest worden gezorgd voor een verbetering van het toepassingsgebied van de accountantscontroles, van de inkomsten uit de controles van de belangrijkste belastingen en van het beheer van de BTW-inning. Tenslotte diende Slowakije te zorgen voor comptabiliteit tussen zijn computersysteem voor belastinginformatie en de communautaire systemen.

In 2002 bleef er nog een aantal zwakke punten van belang bestaan. Vooral de BTW-regeling werd gekenmerkt door een buitensporige omvang van de terugbetalingen en door de problematiek van de fraude. Algemeen gezien bleef de invordering een zwak punt, zoals blijkt uit het nog hoge peil van de achterstanden. De belastingdienst had te lijden onder zijn beperkte autonomie ten opzichte van het ministerie van Financiën aangaande het beheer van zijn eigen, ontoereikend blijvende begroting. De middelen op het gebied van personeel en informatica gericht op auditwerkzaamheden waren niet adequaat, terwijl de controlemethoden nog verbeterd dienden te worden.

Eind 2003 moest er nog veel extra werk verricht worden voor het moderniseren en efficiënter laten functioneren van de belastingdiensten. Er werken bij deze diensten te weinig mensen en de performance laat te wensen over. De prioriteit moet uitgaan naar het terugbrengen van het veel te hoge aantal BTW-terugbetalingen. Andere prioriteiten: verbetering van de inning, de controleprocedures en de audittaken. Er zal ook een doeltreffend systeem voor risicoanalyse moeten worden uitgewerkt. Het personeelsbeleid (waaronder ook opleiding) zal moeten worden verbeterd. Slowakije moet bovendien de lopende reorganisatie van de bestuurlijke structuren op het gebied van accijnzen sneller uitvoeren.

Directe belastingen

Op het gebied van de directe belastingen vond in november 2000 een gedeeltelijke aanpassing aan het acquis plaats (meerwaarden op fusies, inhouding aan de bron bij moedermaatschappijen en dochterondernemingen alsmede systeem ter voorkoming van dubbele belastingheffing). Voorts was voor kleine ondernemingen een regeling voor een forfaitaire belastingheffing op de inkomsten ingevoerd. De omzetting van het acquis was evenwel nog niet volledig.

In november 2001 moest Slowakije maatregelen nemen voor de afschaffing van de preferentiële belastingregelingen en de naleving van de beginselen van de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen.

In januari 2002 had de omzetting van de fusierichtlijn vooruitgang geboekt met de inwerkingtreding van een wijziging van de wet inzake belastingheffing op de inkomsten met daarin juridische bepalingen die betrekking hebben op fusies, wijziging of opsplitsing van ondernemingen. Uiteraard diende Slowakije deze richtlijn nog volledig om te zetten. Tevens moest het zijn wetgeving herzien om alle potentieel schadelijke belastingmaatregelen op te schonen zodat de gedragscode op het gebied van ondernemingsfiscaliteit wordt nageleefd.

Slowakije was eind 2003 nog niet gereed met de omzetting van de fusierichtlijn en de richtlijn betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal. Ook de richtlijn betreffende de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de rente- en royaltyrichtlijn moeten nog worden omgezet.

Administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand

Op het gebied van de administratieve samenwerking en de wederzijdse bijstand is de wetgeving slechts gedeeltelijk aan het acquis aangepast. Het begrip "fiscale geheimhouding" is evenwel ingevoerd om de uitwisseling van informatie met andere landen op basis van wederzijdsheid mogelijk te maken.
In 2001 moet de aanpassing op dit gebied worden voortgezet.

In 2002 was de vooruitgang van Slowakije hier nog beperkt, in afwachting van de vaststelling van adequate wetgeving. Wel is er reeds een plan opgesteld voor een ontwerp tot vaststelling van alle belangrijke etappes voor de tenuitvoerlegging van een stelsel van informatie-uitwisseling inzake de BTW. Het centrale verbindingsbureau zou uiterlijk op 1 januari 2003 opgericht moeten zijn. Daarentegen is tot op heden niets bepaald met betrekking tot het verbindingsbureau voor accijnzen.

Het centrale verbindingsbureau was eind 2003 operationeel. Het verbindingsbureau voor accijnzen is echter nog niet gereed. Men is begonnen met de voorbereidingen voor de VIES-database (systeem voor de uitwisseling van BTW-informatie) en de SEED-database (systeem voor de uitwisseling van informatie over accijnzen). Het werk aan deze databases verloopt volgens plan.

Laatste wijziging: 15.01.2004

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 15.01.2004
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven