RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gezamenlijke programmering van het onderzoek

De maatschappelijke uitdagingen in verband met klimaatverandering, volksgezondheid en energie reiken verder dan de grenzen van de lidstaten van de Europese Unie (EU). Het onderzoek in Europa gebeurt hoofdzakelijk op nationaal niveau. Om het effect van dat onderzoek te versterken moeten de lidstaten hun inspanningen op elkaar afstemmen en hun middelen poolen. In deze mededeling stelt de Europese Commissie de lidstaten voor om een nieuwe aanpak te volgen, de zogenoemde “gezamenlijke programmering”, om het nog erg versnipperde Europese onderzoek efficiënter te maken.

BESLUIT

Mededeling van de Europese Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 15 juli 2008: Naar een gezamenlijke programmering van het onderzoek: Samenwerken om gemeenschappelijke uitdagingen doeltreffender aan te pakken [COM(2008) 468 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

Er is nood aan een nieuwe aanpak voor samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van onderzoek om Europa te helpen een reeks cruciale, grensoverschrijdende maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden, zoals voedselveiligheid, volksgezondheid, duurzame ontwikkeling, continuïteit van de energievoorziening, enz.

Van alle overheidsmiddelen die worden toegewezen aan het onderzoek in Europa, gaat tot 85 % naar nationaal onderzoek. Het hoeft niet gezegd hoe nuttig nationale programmering is om een antwoord te bieden op bepaalde nationale behoeften en prioriteiten. Toch zouden de lidstaten hun krachten kunnen bundelen om het effect van de nationale investeringen in bepaalde strategische domeinen te verbeteren. Zo kan worden voorkomen dat hetzelfde onderzoek meermaals wordt gefinancierd in meerdere lidstaten en kan een eventueel tekort aan middelen worden opgevangen.

Gezamenlijke programmering

Met gezamenlijke programmering wordt ernaar gestreefd om op een beperkt aantal gebieden de grensoverschrijdende samenwerking, coördinatie en integratie van de door de lidstaten met overheidsmiddelen gefinancierde programma's te versterken. Zij heeft dus tot doel Europa te helpen het hoofd te bieden aan zijn maatschappelijke uitdagingen door optimaal gebruik te maken van de nationale onderzoeksbegrotingen.

Gezamenlijke programmering behelst de vaststelling van een gemeenschappelijke visie met betrekking tot de voornaamste sociaaleconomische en milieugerelateerde uitdagingen met het doel een strategische aanpak en strategische onderzoeksagenda’s uit te werken en ten uitvoer te leggen. Voor de lidstaten kan dit de coördinatie van bestaande nationale programma’s alsook de lancering van nieuwe programma’s inhouden. In de praktijk betekent dit dat de beschikbare middelen moeten worden gebundeld en dat passende instrumenten moeten worden geselecteerd. Het veronderstelt tevens een gezamenlijke tenuitvoerlegging, follow-up en evaluatie van de gemaakte vorderingen. De lidstaten nemen op geheel vrijwillige basis deel. Zij bepalen zelf of ze willen deelnemen of niet.

Gezamenlijke programmering biedt de deelnemende landen diverse voordelen. De deelnemende lidstaten kunnen met name samen een antwoord bieden op gemeenschappelijke uitdagingen, het bereik van onderzoeksprogramma’s in heel Europa uitbreiden en vermijden dat middelen worden verspild terwijl de wetenschappelijke uitmuntendheid wordt bevorderd. Door de samenwerking nog te versterken, vergemakkelijkt gezamenlijke programmering de bundeling van over verscheidene Europese landen verstrooide gegevens en deskundigheid en vermindert zij de beheerskosten door een grotere transparantie van de programma’s.

Tenuitvoerlegging

Deze mededeling omschrijft drie essentiële stadia die samen de levenscyclus van de onderzoeksprogramma’s vormen:

  • de uitwerking van een gemeenschappelijke visie;
  • het vastleggen van een strategische onderzoeksagenda (SOA) met specifieke, meetbare, bereikbare, realistische en van een termijn voorziene doelstellingen (SMART-doelstellingen);
  • de tenuitvoerlegging van de SOA met de ondersteuning van nationale onderzoeksinstrumenten (nationale en regionale programma’s, intergouvernementele onderzoeksorganisaties en samenwerkingsprogramma’s, onderzoeksfaciliteiten, mobiliteitsprogramma’s, enz.). Voor die tenuitvoerlegging kan via het 7e kaderprogramma een beroep worden gedaan op financiering en instrumenten van de EU.

Keuze van de specifieke toepassingsgebieden

De geselecteerde gebieden moeten beantwoorden aan de volgende criteria:

  • het gebied heeft betrekking op een sociaaleconomische of milieugerelateerde uitdaging op Europees of wereldniveau;
  • wordt met publieke middelen gefinancierd;
  • het gebied verleent een toegevoegde waarde aan onderzoeksactiviteiten met een reikwijdte die het vermogen van afzonderlijke lidstaten overstijgt;
  • het gebied is voldoende afgebakend zodat duidelijke en realistische doelstellingen kunnen worden vastgelegd.

Bovendien zal gezamenlijke programmering helpen de aan de versnippering en het verspillend dubbel werk op onderzoeksgebied gekoppelde kosten te beperken om de onderzoeksprogramma’s rendabeler te maken en te zorgen voor een efficiënter gebruik van publieke financieringsmiddelen. In het kader van de gezamenlijke programmering zouden ook de cruciale overheidsinitiatieven op de geselecteerde gebieden bij de zaak betrokken moeten worden en volledig door de deelnemende lidstaten moeten worden ondersteund.

De Commissie helpt met de tenuitvoerlegging van de gezamenlijke programmering. De Europese Raad, die maatregelen kan overwegen om de tenuitvoerlegging van de initiatieven in het kader van de gezamenlijke programmering te vergemakkelijken, ziet toe op en staat in voor de monitoring van de voortgang van de initiatieven.

Context

Deze mededeling is een van de vijf strategische initiatieven die de Commissie heeft voorzien voor 2008 in navolging van het groenboek “Europese onderzoeksruimte: nieuwe perspectieven”. Zij heeft meer bepaald betrekking op de dimensie “optimalisering van de onderzoeksprogramma’s en -prioriteiten” en overwint de obstakels die een kennismaatschappij in de weg staan, waardoor zij ook bijdraagt tot de doelstellingen van de Lissabon-strategie.

Laatste wijziging: 22.09.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven