RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Solidariteitsfonds van de Europese Unie

Door de vorming van een Solidariteitsfonds, geeft de uitgebreide Europese Unie op snelle, doeltreffende en soepele wijze uitdrukking aan haar solidariteit met de bevolking van een lidstaat die door een grote natuurramp is getroffen. Het fonds beschikt over een jaarlijks budget van een miljard euro.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.

SAMENVATTING

Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) werd opgericht om het hoofd te kunnen bieden aan grote natuurrampen. Wanneer zich dergelijke rampen voordoen, biedt het de getroffen lidstaten financiële steun.

In deze verordening worden de regels en beginselen voor de toekenning van steun uit het SFEU vastgesteld. Zij bepaalt met name de voorwaarden waaronder een steunaanvraag kan worden ingediend en welke procedure daarvoor moet worden gevolgd. De verordening bevat ook de nadere uitvoeringsbepalingen voor het gebruik van de uit het SFEU toegekende steun.

Voorwaarden voor steunverlening

Er kan steun uit het SFEU worden verleend wanneer zich in een of meer regio’s van een lidstaat of een land waarmee onderhandelingen worden gevoerd over een eventuele toetreding tot de Europese Unie (EU) een grote natuurramp voordoet die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie.

Een natuurramp wordt als “groot” beschouwd wanneer zij op het grondgebied van een lidstaat schade heeft veroorzaakt die wordt geraamd op meer dan 3 miljard euro (prijsniveau van 2002) of op meer dan 0,6 % van het bruto nationaal inkomen, naargelang welke drempel het laagst is.

In uitzonderlijke omstandigheden kan het SFEU ook worden ingezet voor “regionale” rampen, dat wil zeggen wanneer zich in een regio een ramp voordoet die het grootste deel van de bevolking treft en ernstige en langdurige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden en de economische stabiliteit. In dat geval kunnen regio’s toch steun krijgen uit het fonds wanneer de toepasselijke nationale drempel niet gehaald wordt. Het totale jaarlijkse bedrag van de in dergelijke gevallen toegekende steun mag niet meer bedragen dan 7,5 % van het jaarbedrag waarover het fonds kan beschikken (dit komt neer op 75 miljoen euro). Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan afgelegen en geïsoleerde regio’s zoals ultraperifere gebieden en eilanden.

Het SFEU kan tevens steun verlenen aan een buurland dat in aanmerking komt en door een grote ramp is getroffen, ook indien de normale schadedrempel voor dat land niet is bereikt.

Doelstellingen

De steun van het fonds is een aanvulling op de inspanningen die de overheid van de betrokken staat levert. De steun is in beginsel bestemd voor de financiering van maatregelen die gericht zijn op het herstellen van niet-verzekerbare schade, met name:

  • het onmiddellijk herstel van de infrastructuurvoorzieningen en uitrustingen op het gebied van energie, water en afvalwater, telecommunicatie, vervoer, gezondheidszorg en onderwijs;
  • de uitvoering van voorlopige huisvestingsmaatregelen en de inzet van hulpdiensten die zich op de onmiddellijke behoeften van de bevolking richten;
  • de onmiddellijke veiligstelling van de infrastructurele preventievoorzieningen en de bescherming van het culturele erfgoed;
  • de onmiddellijke reiniging van de geteisterde gebieden, inclusief natuurgebieden.

Procedure voor de aanvraag van steun

Binnen een termijn van tien weken na de datum waarop de eerste schade zich heeft voorgedaan, doet de betrokken staat de Commissie een verzoek om steun uit het fonds toekomen. Daarbij verschaft hij zoveel mogelijk informatie over de aangerichte schade en de gevolgen daarvan voor de betrokken bevolking en de economie. Hij geeft een raming van de kosten van de overwogen maatregelen en vermeldt eventuele andere nationale, Europese en/of internationale financieringsbronnen.

Op basis van de door de getroffen staat verstrekte informatie gaat de Commissie na of steun uit het fonds kan worden toegekend. Als dat het geval is, dient zij in die zin een voorstel in bij de begrotingsautoriteit (het Europees Parlement en de Raad), die per geval de overeenkomstige kredieten goedkeurt. Zodra de bedragen beschikbaar zijn in de Europese begroting, sluit de Commissie met de begunstigde staat een overeenkomst over het gebruik van de steun en kent zij een subsidie toe die zij onmiddellijk en ineens uitkeert.

Wanneer later blijkt dat de opgelopen schade aanzienlijk kleiner is dan in de steunaanvraag was geraamd, moet de begunstigde staat het verschil aan de Commissie terugbetalen.

Gebruik van toegekende steun

De begunstigde staat is verantwoordelijk voor de aanwending van de subsidie en, in voorkomend geval, voor de coördinatie met andere Europese financieringsbronnen, zodat de complementariteit kan worden gegarandeerd. Dubbele financiering van door het fonds ondersteunde maatregelen via de structuurfondsen is evenwel niet mogelijk.

De subsidie wordt gebruikt binnen één jaar te rekenen vanaf de datum waarop ze is toegekend. Het gedeelte dat niet is gebruikt moet door de begunstigde staat worden terugbetaald. Zes maanden na afloop van deze termijn dient de begunstigde staat bij de Commissie een uitvoeringsverslag in, met gedetailleerde opgave van de uitgaven waarvoor de subsidie is gebruikt en met vermelding van elke uit een andere bron ontvangen financiering, inclusief verzekeringsuitkeringen en van derden ontvangen schadevergoedingen.

Op 1 oktober van elk jaar moet ten minste een vierde van het jaarlijkse bedrag nog beschikbaar zijn om de behoeften te dekken die tot het einde van het begrotingsjaar nog kunnen ontstaan. Als de resterende financiële middelen van het fonds niet toereikend zijn, kan de Commissie in uitzonderlijke gevallen besluiten een gedeelte van de voor het volgende jaar toegewezen middelen te gebruiken.

Slotbepalingen

Elk jaar dient de Commissie vóór 1 juli een verslag in over de activiteiten van het fonds in het voorgaande jaar.

Context

Het Solidariteitsfonds van de EU werd opgericht na de overstromingen in Centraal-Europa in de zomer van 2002. Sindsdien werd uit het fonds steun verleend naar aanleiding van verschillende soorten natuurrampen, zoals overstromingen, bosbranden, aardbevingen, stormen en droogte.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 2012/2002

15.11.2002

-

L 311, 14.11.2002

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie van 23 maart 2011 – Jaarverslag 2009 [COM(2011) 136 definitief – Publicatieblad C 140 van 11.5.2011].
De aardbeving van Aquila in de Italiaanse Abruzzen was de grootste natuurramp waarvoor sinds de oprichting van het SFEU steun werd toegekend. Het steunbedrag beliep namelijk meer dan 500 miljoen euro, het grootste bedrag dat het fonds ooit heeft uitgekeerd. De Commissie stelt vast dat de steun binnen een redelijke termijn ter beschikking is gesteld, namelijk minder dan vijf maanden na de indiening van de steunaanvraag.
In 2009 zijn ook de moeilijkheden aan het licht gekomen die kunnen ontstaan bij het inzetten van middelen van het SFEU bij rampen die zich traag afspelen, zoals bijvoorbeeld droogte. De Commissie beveelt aan voor dergelijke rampen een specifieke bepaling in de verordening op te nemen.

Interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer [Publicatieblad C 139 van 14.6.2006].

Laatste wijziging: 10.06.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven