RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


URBAN II

Archief

1) DOEL

De richtsnoeren van de Commissie vaststellen voor de economische en sociale rehabilitatie van in crisis verkerende steden en buurten met het oog op duurzame stadsontwikkeling.

2) BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 28 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een communautair initiatief voor economische en sociale rehabilitatie van in crisis verkerende steden en buurten met het oog op een duurzame stadsontwikkeling - URBAN II [C(2000) 1100 - Publicatieblad C 141 van 19.05.2000].

3) SAMENVATTING

Momenteel zijn ongeveer 80 % van de Europese burgers stedelingen. Als centra van culturele, politieke, sociale en economische uitwisseling en ontwikkeling spelen de steden in Europa een essentiële rol. De stedelijke dimensie vormt dus een belangrijke inzet van het communautair beleid. Zij komt duidelijk naar voren in de richtsnoeren van de Commissie met betrekking tot de programmering van de bijstandsverlening uit de Structuurfondsen in het kader van de "mainstream"' (doelstelling 1, doelstelling 2, doelstelling 3).

Het communautair initiatief dat in 1994 werd genomen moedigt in crisis verkerende steden en buurten aan tot vernieuwende en geïntegreerde maatregelen op het gebied van stadsontwikkeling. Deze maatregelen werpen in de doelgebieden de eerste vruchten af: de levenskwaliteit verbetert en de lokale verantwoordelijken onderstrepen allen het belang van de geïntegreerde aanpak van URBAN. In de programmeringsperiode 1994-1999 werden in het kader van het communautaire initiatief URBAN in 118 stedelijke gebieden programma's gefinancierd ten bedrage van in totaal 900 miljoen euro die 3,2 miljoen inwoners ten goede zijn gekomen.

Van 1989 tot 1999 hebben de innovatieve acties van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) stimulansen voor stadsvernieuwing en experimentele economische, sociale en milieumaatregelen gegeven die bemoedigende resultaten hebben opgeleverd. Met 164 miljoen euro werden 59 stedelijke proefprojecten gefinancierd (UPP (EN)).

Gesterkt door deze positieve ervaringen heeft de Commissie besloten de ingeslagen weg verder te bewandelen. In het algemeen wenst zij dat bij alle communautair beleid meer rekening wordt gehouden met de stedelijke dimensie. URBAN II, het nieuwe communautaire initiatief voor duurzame stadsontwikkeling, wordt met name opgenomen in de algemene voorschriften van de Structuurfondsen.

De lidstaten en de Commissie financieren gezamenlijk URBAN II. Voor de periode 2000-2006 worden voor URBAN II, op een totale investering van 1,6 miljard euro voor ongeveer 2,2 miljoen inwoners, op de begroting van de Gemeenschap 730 miljoen euro uitgetrokken die geheel ten laste komen van het EFRO. De bijdrage van de Gemeenschap aan de financiering bedraagt 75 % van de totale subsidiabele kosten in de stedelijke regio's van doelstelling 1 en 50 % in de andere gebieden.

Doelstellingen

Het communautaire initiatief URBAN II creëert een meerwaarde voor de "mainstream"-programma's. Er moet sterk de nadruk worden gelegd op het innovatieve karakter van de programma's die na te hebben gefungeerd als modellen of proefprojecten geleidelijk in de hoofdprogramma's kunnen worden opgenomen.

De doelstellingen van het nieuwe communautaire initiatief zijn :

  • de ontwikkeling en de tenuitvoerlegging van innovatieve strategieën voor de economische en sociale vernieuwing van kleine en middelgrote steden of van in een crisis verkerende buurten in grotere steden;
  • de verbetering en verspreiding van kennis en ervaring in verband met duurzame stadsvernieuwing en -ontwikkeling in de betrokken regio's.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, moeten de strategieën voor rehabilitatie van stedelijke gebieden aan de volgende voorwaarden voldoen :

  • zij moeten voldoende kritische massa hebben en voldoende structuren voor het beheer die het uitwerken en uitvoeren van innovatieve stadsontwikkelingsprogramma's mogelijk maken ;
  • zij moeten steunen op een sterk lokaal partnerschap dat bij de bepaling van de problemen, de strategie, de prioriteiten, de toewijzing van de middelen en bij het toezicht op en de evaluatie van de strategie wordt betrokken. De partnerschappen moeten breed van opzet zijn en de sociaal-economische partners, NGO's alsmede bewonersverenigingen omvatten;
  • zij moeten uitgaan van een geïntegreerde plaatselijke aanpak en gekoppeld zijn aan ruimere stedelijke of regionale ontwikkelingsstrategieën ;
  • er moet integratie zijn van de economische en sociale aspecten en van de milieuaspecten; er moet worden gestreefd naar gelijke kansen op het gebied van onderwijs en opleiding en ook de zekerheid van vervoer moet in aanmerking worden genomen ;
  • mannen en vrouwen moeten gelijke kansen krijgen ;
  • er moet complementariteit zijn met de belangrijkste vormen van bijstand in het kader van de Structuurfondsen en de overige communautaire initiatieven (INTERREG III, LEADER+, EQUAL).

In aanmerking komende gebieden

In het kader van URBAN II wordt aan 70 stedelijke gebieden bijstand verleend. Elk betrokken stedelijk gebied zou minstens 20.000 inwoners moeten tellen, maar in bepaalde gevallen kan ook een inwonersaantal van tenminste 10.000 worden geaccepteerd.

De in aanmerking komende stad of stadsbuurt vormt een homogeen geografisch en sociaal-economisch geheel. De stad of stadsbuurt verkeert in een crisissituatie of er is nood aan sociaal-economische rehabilitatie. De in aanmerking komende gebieden maken al dan niet deel uit van regio's die onder doelstelling 1 of doelstelling 2 van de Structuurfondsen vallen en minstens drie van de volgende criteria moeten op hen van toepassing zijn :

  • een lage graad van economische activiteit en een behoefte aan reconversie ten gevolge van economische en sociale moeilijkheden;
  • een hoog percentage langdurig werklozen en een hoge graad van armoede en sociale uitsluiting;
  • een lage scholingsgraad, een groot gebrek aan beroepsbekwaamheid en een hoog percentage voortijdige schoolverlaters;
  • een hoog aantal immigranten, etnische minderheden of vluchtelingen;
  • hoge criminaliteits- en misdaadcijfers;
  • een erg ongunstige demografische evolutie;
  • een sterk vervuild milieu.

Rekening houdend met de indicatieve financiële toewijzingen (ES) (DE) (EN) (FR) (IT) en het indicatieve aantal stedelijke gebieden per lidstaat alsmede de minimumuitgaven per inwoner (500 euro) wijzen de lidstaten de stedelijke gebieden aan die aan URBAN II willen deelnemen. Iedere geselecteerde zone stelt een ontwikkelingsstrategie vast die wordt opgenomen in een programma in het kader van een communautair initiatief (PCI). Als basis voor de onderhandelingen over de financiële bijstand van de Commissie zorgt dit document ervoor dat de innovatieve strategie voor stedelijke ontwikkeling ter plaatse wordt uitgevoerd.

Prioritaire acties

De strategieën leiden tot acties waarvan de belangrijke impact de zichtbaarheid van de geselecteerde gebieden zowel op nationaal als op gemeenschapsniveau versterkt. Zij zijn bovendien gericht op nieuwe organisatievormen van het stadsbestuur door een grotere delegatie van bevoegdheden en deelname van alle betrokkenen. Bovendien zal bij deze strategieën met de volgende prioriteiten rekening worden gehouden:

  • milieuvriendelijke herinrichting van oude industrieterreinen voor gemengd gebruik: bescherming en renovatie van gebouwen, van openbare ruimten, van vervallen industrieterreinen en verontreinigde terreinen, bescherming van het historisch en cultureel erfgoed en van het milieu, creatie van duurzame werkgelegenheid, betere integratie van lokale gemeenschappen en etnische minderheden, reïntegratie van uitgesloten personen, verbetering van de veiligheidssituatie en misdaadpreventie, betere straatverlichting, gebruik van gesloten TV-circuits, het verminderen van de druk op de groene ruimten.
    Het EFRO kan geen woonprojecten financieren. Indien de huisvesting evenwel een van de oorzaken is van de crisis moet uit het programma de samenhang blijken met de huisvestingsactiviteiten waaraan eventueel door de lokale en/of nationale autoriteiten steun wordt verleend;
  • de ontwikkeling van het ondernemerschap, de sluiting van werkgelegenheidsovereenkomsten en het nemen van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven: steun en dienstverlening aan het midden- en kleinbedrijf, de handel, coöperaties en andere verenigingen; oprichting van bedrijvencentra en van centra voor technologieoverdracht, opleiding in nieuwe technologieën, ontwikkeling van de ondernemingsgeest, bescherming van het milieu, voorzieningen voor cultuur, recreatie en sport, voorzieningen voor kinderopvang en crèches, aanbieding van alternatieve zorgfaciliteiten en andere diensten met name voor bejaarden en kinderen, bevordering van een beleid inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen;
  • ontwikkeling van anti-uitsluitings- en antidiscriminatiestrategieën door acties ter bevordering van een gelijke-kansenbeleid en door het gericht toewerken naar vrouwen, immigranten en vluchtelingen: gepersonaliseerde begeleiding, opleiding en taalonderwijs, in het bijzonder gericht op de bijzondere behoeften van minderheden, kansarmen en uitgesloten personen, mobiele eenheden voor beroeps- en opleidingsoriëntering, verbetering van de gezondheidsdiensten en ontwenningscentra, investeringen in onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen;
  • de ontwikkeling van, ook economisch, efficiënte en milieuvriendelijke geïntegreerde openbare vervoerssystemen: geïntegreerde, intelligente en betrouwbare openbare vervoermiddelen, openbare vervoersverbindingen met plaatsen waar banen en activiteiten geconcentreerd zijn, telematicadiensten voor verkeersinformatie, reservering en betaling, propere en energiezuinige openbare vervoermiddelen, maatregelen om verplaatsingen met de fiets en te voet te bevorderen, personeelsopleiding;
  • milieuacties: afvalbeperking en -behandeling, volledige recycling, selectieve ophaling en behandeling, luchtkwaliteitsbewaking, doeltreffend waterbeheer, beperking van geluidshinder, beperking van het verbruik van koolwaterstoffen dankzij met name het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, opleiding en milieubeheer en -bescherming;
  • ontwikkeling van de mogelijkheden van de informatiemaatschappij om de openbare dienstverlening aan kleine ondernemingen en de burgers te verbeteren: een betere toegang tot de openbare diensten, het onderwijs, de cultuur en andere buurtvoorzieningen via de telematica; opleiding en technische voorzieningen voor telewerken, informatiesystemen voor het beheer van de personele middelen en de gezondheidszorg, steun bij de aanpassing aan de arbeidsmarkt, steun aan de plaatselijke autoriteiten met het oog op de overdracht van knowhow en technologie;
  • verbetering van het bestuur: studies en onderzoek in verband met reorganisatie en verbetering van de openbare diensten, ontwerp en invoering van nieuwe structuren op het gebied van stedelijk beleid, invoering van indicatoren voor duurzaamheid op lokaal niveau, informatiecampagne en verbetering van de toegang tot de informatie voor de burger, maatregelen om de burger bij de politieke besluitvorming te betrekken, uitwisseling van ervaringen en van goede werkmethoden, ontwikkeling van een database van de Europese Unie inzake goede werkmethoden op het gebied van stedelijk beleid.

De uitwisseling van ervaring en van goede werkmethoden inzake stedelijke ontwikkeling en economische en sociale rehabilitatie van stedelijke gebieden is een essentiëel onderdeel van het communautaire initiatief URBAN II. De invoering van methodische kwantificering en relevante indicatoren waarbij men zich kan laten leiden door de audit van URBAN (EN) zal deze uitwisseling van informatie vergemakkelijken. Er is voorzien in een maximaal bedrag van 15 miljoen euro voor de dataverwerking. Andere maatregelen op het gebied van technische bijstand op initiatief van de Commissie of van de lidstaten zijn mogelijk. De bedragen die worden uitgetrokken voor de uitwisseling van ervaring en van goede werkmethoden en voor de technische bijstand bereiken het maximum van 2 % van de totale bijdrage uit het EFRO.

Programma's in het kader van communautaire initiatieven

Eventueel in samenwerking met de regionale en nationale autoriteiten werken de plaatselijke autoriteiten van de in aanmerking komende gebieden een programma in het kader van communautaire initiatieven (PCI) uit waarbij een innovatieve strategie van stedelijke ontwikkeling wordt toegepast. Ieder programma heeft betrekking op een stedelijk gebied met homogene geografische en sociaal-economische kenmerken. In enkele gevallen kan het zelfs betrekking hebben op verschillende stedelijke gebieden die elk ten minste 10.000 ha omvatten en een territoriale eenheid vormen.

Alle algemene bepalingen van de verordening houdende algemene bepalingen inzake Structuurfondsen zijn van toepassing op de PCI's. De inhoud van de programma's zal analoog zijn aan die van de enkelvoudige programmeringsdocumenten (DOCUP) en bestaan uit :

  • een evaluatie vooraf waarbij de sterke en zwakke punten van het betreffende gebied worden onderzocht ;
  • een beschrijving van het programmeringsproces en van de wijze waarop de partners worden geraadpleegd ;
  • een presentatie van de strategie en prioriteiten met het oog op de ontwikkeling van het stedelijk gebied overeenkomstig de algemene communautaire richtsnoeren ;
  • een beknopte beschrijving van de ter uitvoering van de prioriteiten voorgenomen maatregelen en van de aard van de maatregelen voor de opstelling van, het toezicht op en de evaluatie van het PCI ;
  • een indicatief financieringsplan per prioriteit en per jaar ;
  • de uitvoeringsmodaliteiten van het PCI : de naam van de autoriteiten en structuren die aan het programma deelnemen (beheersautoriteit, toezichtcomité en eventueel betalingsautoriteit en stuurgroep); PCI-beheersmechanismen (oproepen tot het indienen van voorstellen, selecteren van de projecten); financiële beheerssystemen en systemen voor de controle en evaluatie.

Binnen 6 maanden na de bekendmaking van onderhavige mededeling dienen de geselectioneerde autoriteiten hun PCI's bij de Commissie in. Elk PCI wordt aangevuld met een programmacomplement binnen drie maanden na de goedkeuring van de programma's behalve wanneer de lidstaat een globale subsidie voor de totaliteit van het programma wordt verleend.

Follow-up, uitvoering en evaluatie van de acties

De beheersautoriteit organiseert de voorbereiding van de besluiten die door het toezichtcomité en eventueel door de stuurgroep worden genomen. Zij zorgt voor of coördineert met name de ontvangst, het onderzoek en de voorafgaande evaluatie van de acties die worden voorgesteld voor financiering.

Het toezichtcomité komt minstens eenmaal per jaar samen en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de plaatselijke - eventuele regionale en nationale - autoriteiten, de economische en sociale partners en de NGO's. Het comité is met name belast met de opvolging, de evaluatie van het geheel en de wijzigingen van het programma.

Voor meer informatie gelieve de specifieke rubriek voor het communautaire initiatief URBAN II (DE) (EN) (ES) (FR) (IT) op de internetsite van het Directoraat-generaal Regionaal Beleid te raadplegen.

4) TOEPASSINGSMAATREGELEN

Aanvankelijk was het de bedoeling van de Commissie een 50-tal stedelijke gebieden te steunen. Uiteindelijk werden 70 gebieden geselecteerd. Voor meer informatie gelieve de persmededelingen (EN) (FR) in verband met de goedkeuring van alle programma's te raadplegen.

5) VERDERE WERKZAAMHEDEN

Mededeling "De programmering van de bijstandsverlening uit de Structuurfondsen in de periode 2000-2006: een eerste beoordeling van het initiatief URBAN II" van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - [COM(2002)308 def. -Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
De stedelijke ontwikkeling krijgt in de Europese Unie groeiende politieke prioriteit. Uit de aanpak van URBAN kunnen voor de toekomst van het Europees beleid verschillende lessen worden geleerd: de geïntegreerde aanpak, het bijzondere licht dat wordt geworpen op de betrekkelijk beperkte gebieden, de soepelheid bij de selectie van de gebieden volgens de behoeften en de nationale prioriteiten, de administratieve vereenvoudiging en souplesse en het lokale partnerschap.

Laatste wijziging: 18.07.2005
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven