RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


LEADER+

Archief

Het initiatief Leader+ maakt deel uit van het Europese beleid ten gunste van de plattelandsontwikkeling, de tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het initiatief voor de periode 2000-2006 is erop gericht de economische activiteiten van rurale gebieden te diversifiëren door innoverende, geïntegreerde en participatieve strategieën voor territoriale ontwikkeling ten uitvoer te leggen. De Commissie heeft in haar mededeling de grote lijnen van Leader + uiteengezet en met name de nadruk gelegd op samenwerking tussen gebieden en netwerkvorming.

MAATREGEL

Mededeling van de Commissie aan de lidstaten van 14 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor het communautaire initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader +) [Zie besluiten tot wijziging van deze mededeling].

SAMENVATTING

De veranderingen in de landbouwsector als gevolg van de hervorming van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (castellanodeutschenglishfrançais) (GLB), de steeds hogere eisen van de consument, de milieudruk, de snellere verspreiding van nieuwe technologieën, de aanhoudende vergrijzing van de bevolking en de plattelandsvlucht zijn allemaal factoren waarmee de plattelandsgebieden tegenwoordig worden geconfronteerd. In het kader van een innovatief plattelandsontwikkelingsbeleid zijn deze gebieden met een debat over hun sociaal-economische rol begonnen en voeren zij structurele aanpassingen door om op doeltreffende wijze op deze belangrijke uitdagingen te reageren.

Als tweede pijler van het GLB en als belangrijk element van de economische en sociale cohesie beperkt het gemeenschappelijk beleid voor plattelandsontwikkeling zich niet tot het versterken van het concurrentievermogen van de landbouwsector. Het stimuleert de ontwikkeling van nieuwe activiteiten en werkgelegenheidsbronnen. De Communautaire initiatieven Leader I (1991-1994) en Leader II (1994-1999) hebben in dit verband ook een experimenterende rol gespeeld, waarbij een innovatieve, geïntegreerde en participerende aanpak werd vastgesteld en ten uitvoer gelegd.

Alle partijen die bij dit experimenteren waren betrokken hebben over het algemeen zeer positief gereageerd, en wel zo dat de Commissie heeft verklaard op deze weg te willen voortgaan. Daarom heeft zij "Leader+" voor de periode 2000-2006 in de algemene regelgeving van de Structuurfondsen als nieuw communautair initiatief voor plattelandsontwikkeling opgenomen.

ALGEMEEN

Doelstellingen

Het blijkt meer en meer onontkoombaar dat plattelandsgebieden, willen zij zich aan een volop veranderende sociaal-economische context aanpassen, op basis van een doordachte en aan de plaatselijke context aangepaste gebiedsgebonden strategie hun specifieke hulpbronnen valoriseren.

Door de tenuitvoerlegging van de initiatieven Leader I en Leader II is het volgende duidelijk geworden:

  • Sterke punten: mobilisering van de plaatselijke actoren om zelf de toekomst van hun gebied in handen te nemen; een gedecentraliseerde en geïntegreerde ruimtelijke aanpak volgens een "bottom-up-strategie"; uitwisseling en overdracht van ervaringen tussen plattelandsgebieden onderling via netwerkvorming; capaciteit om operaties van bescheiden omvang in aanmerking te nemen waarmee minder draagkrachtige initiatiefnemers van projecten kunnen worden ondersteund.
  • Zwakke punten: vertraging bij de selectie van de begunstigden in enkele lidstaten en dus ook bij het opstarten van programma's; zwakke partnerschappen; opeenstapeling van allerlei procedures; versnippering van de financiële middelen.

Het initiatief Leader + behoudt zijn rol van laboratorium met als doel nieuwe, geïntegreerde en duurzame benaderingen voor plattelandsontwikkeling te doen ontstaan. Deze benaderingen vormen een aanvulling op de nationale en de Europese beleidsmaatregelen voor plattelandsontwikkeling in het kader van de "mainstream", met name van Doelstelling 1, Doelstelling 2 en Doelstelling 3 van de Structuurfondsen.

Leader+ is bedoeld om de actoren ertoe aan te zetten zich te bezinnen op het ontwikkelingspotentieel van hun gebied in een langeretermijnperspectief. De plaatselijke actoren passen de originele strategie die zij zelf hebben ontwikkeld, toe. Zij experimenteren daarbij met nieuwe vormen van:

  • valorisatie van het natuurlijke en culturele erfgoed,
  • verbetering van het economische substraat om bij te dragen tot schepping van nieuwe werkgelegenheid,
  • verbetering van het organisatievermogen van hun gemeenschap.

Het aspect "samenwerking" is een fundamenteel element van Leader+. Die samenwerking kan tot stand komen tussen gebieden van een zelfde lidstaat, tussen gebieden van verscheidene lidstaten en eventueel zelfs daarbuiten. Verder worden de nieuwe plattelandsontwikkelingsmodellen die relevant zijn gebleken, via een grootse netwerkvorming gevaloriseerd en verspreid.

Financiële bepalingen

De communautaire begroting voor het Communautaire initiatief Leader+ bedraagt voor de periode 2000-2006 2020 miljoen euro (prijzen van 1999) en wordt uitsluitend uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling "Oriëntatie", gefinancierd.

Leader+ steunt alle maatregelen die in aanmerking komen voor financiering uit het EOGFL, afdeling "Oriëntatie", uit het EFRO en uit het Europees Sociaal Fonds. Uitgaven in verband met deelname aan de netwerken, met voorlichting over en organisatie en beheer van, toezicht op en evaluatie van het programma komen voor communautaire medefinanciering in aanmerking. Behalve voor projecten van bescheiden omvang komen investeringen in infrastructuur en productieve investeringen voor een eenheidsbedrag dat hoger ligt dan een bepaald maximum, niet in aanmerking.

Overeenkomstig de algemene verordening betreffende de Structuurfondsen zijn de communautaire bijdragepercentages van toepassing. Zo bedraagt de bijdrage van het EOGFL-Oriëntatie ten hoogste 75 % van de totale subsidiabele kosten in de regio's van doelstelling 1 en ten hoogste 50 % van de totale subsidiabele kosten in de overige regio's.

WERKINGSSFEER

In tegenstelling tot bij Leader I en II komen voor Leader + alle plattelandsgebieden in aanmerking, en met name die gebieden die niet aan de vorige communautaire initiatieven hebben deelgenomen. Teneinde echter de communautaire middelen op de meestbelovende voorstellen te concentreren, zal slechts een beperkt aantal gebieden voor communautaire steun uit hoofde van de onderdelen 1 en 2 in aanmerking komen. In die optiek voeren de nationale autoriteiten een transparante en strenge selectieprocedure in waarmee, via één of meer oproepen tot indiening van voorstellen, de plattelandsgebieden kunnen worden geselecteerd die voor Leader+ in aanmerking komen. Deze selectie geschiedt op basis van de algemene criteria die in deze mededeling zijn vastgesteld alsmede van de specifieke criteria die zijn afgestemd op de bijzondere kenmerken van de gebieden en op de doelstellingen die de lidstaten via Leader+ nastreven.

De afbakening van de in aanmerking komende plattelandsgebieden valt niet noodzakelijkerwijs samen met een nationale bestuurlijke indeling of met de voor de bijstand uit hoofde van de doelstellingen 1 en 2 van de Structuurfondsen vastgestelde indeling in regio's. Het zijn kleinere gebieden met een landelijk karakter, die vanuit geografisch, economisch en sociaal oogpunt een homogeen geheel vormen en die over de middelen beschikken om een levensvatbare ontwikkelingsstrategie ten uitvoer te leggen. Algemeen gesproken zou een plattelandsgebied, voor de dichtstbevolkte regio's (in de orde van 120 inwoners/km2), niet meer dan 100.000 inwoners en niet minder dan ongeveer 10.000 inwoners mogen tellen. In bepaalde regio's in Noord-Europa kunnen evenwel naar behoren met redenen omklede uitzonderingen op die criteria worden geaccepteerd.

BEGUNSTIGDEN

De begunstigden van de financiële bijdrage van Leader + zijn de "plaatselijke groepen" (PG's). Zij dragen de ontwikkelingsstrategie voor hun gebied en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering ervan op basis van een specifiek ontwikkelingsplan.

Zij brengen een doorzichtig plaatselijk partnerschap tot stand met een duidelijke toewijzing van taken en bevoegdheden. De PG's bestaan uit een geheel van partners waarin de verschillende sociaal-economische milieus van het gebied evenwichtig en representatief vertegenwoordigd zijn. De economische en sociale partners en de verenigingen moeten ten minste 50 % van het plaatselijke partnerschap uitmaken.

De leden van de PG's moeten ter plaatse gevestigd zijn. Zij moeten ofwel een administratieve en financiële "coördinator" aanstellen die in staat is overheidssubsidies te beheren, ofwel zich verenigen in een gemeenschappelijke rechtsstructuur met dezelfde functie.

ONDERDELEN

Het communautair initiatief omvat de volgende drie onderdelen:

  • Onderdeel 1: steun voor gebiedsgebonden geïntegreerde en experimentele strategieën voor plattelandsontwikkeling, op basis van een "bottom-up"-benadering en horizontaal partnerschap;
  • Onderdeel 2: steun voor samenwerkingsverbanden tussen gebieden en op transnationaal niveau;
  • Onderdeel 3: opneming van alle plattelandsgebieden van de Gemeenschap, ongeacht of zij al dan niet steun in het kader van Leader + ontvangen, en van alle actoren die bij de plattelandsontwikkeling betrokken zijn, in een netwerk.

Onderdeel 1 - Gebiedsgebonden geïntegreerde strategieën voor plattelandsontwikkeling met een experimenteel karakter

Uit hoofde van dit onderdeel wordt steun verleend aan de plattelandsgebieden die een duurzame geïntegreerde ontwikkelingsstrategie met een experimenteel karakter concipiëren en uitvoeren. Deze gebieden dienen bij de nationale autoriteiten een ontwikkelingsplan in dat is gebaseerd op een representatief partnerschap en is toegespitst op een sterk thema dat voor de identiteit van het betrokken gebied kenmerkend is.

In de ontwikkelingsplannen van de PG's moet rekening worden gehouden met de volgende elementen:

  • De strategie bevordert de interacties tussen actoren en tussen sectoren en projecten, rond een sterk en bijeenbindend thema dat voor de specifieke identiteit en/of de specifieke hulpbronnen en/of de specifieke knowhow van het gebied kenmerkend is.
    De bijeenbindende thema's zijn: het gebruik van nieuwe knowhow en van nieuwe technologieën, de verbetering van de leefkwaliteit, de valorisatie van de natuurlijke en culturele hulpbronnen met inbegrip van de " Natura 2000 "-gebieden, en de valorisatie van de plaatselijke producten, met name door via collectieve maatregelen de toegang tot de markten voor kleinschalige productiestructuren te vergemakkelijken. Verder is verbetering van de mogelijkheden inzake werkgelegenheid en/of andere activiteiten voor jongeren en vrouwen een communautaire prioriteit.
  • De ontwikkelingsstrategie moet aantoonbaar geënt zijn op en verenigbaar met de sociaal-economische context in het gebied, en moet met name aantonen economisch levensvatbaar en duurzaam te zijn.
  • De strategie moet aantonen een experimenteel karakter te hebben.
    Met originele en ambitieuze benaderingen inzake plattelandsontwikkeling moet het met Leader I en II begonnen experiment worden verdiept. Er worden innovatieve wegen naar duurzame ontwikkeling verkend, die nieuw zijn voor de gebieden en voor de Leader-methode .
    Het "experimenteel" karakter van een strategie kan worden beoordeeld op verschillende punten: het verschijnen van nieuwe producten en diensten; invoering van innovatieve methodes voor het beheer van de beschikbare middelen; interactie tussen economische sectoren die van oudsher van elkaar gescheiden zijn; originele vormen van organisatie en betrokkenheid van de plaatselijke bevolking.
  • De strategie is complementair aan de acties in het kader van de "mainstream"-programma's.

Onderdeel 2 - Steun voor samenwerking tussen plattelandsgebieden

Alleen de plattelandsgebieden die in het kader van Onderdeel 1 van het initiatief zijn geselecteerd, komen in aanmerking voor Onderdeel 2, dat de ondersteuning van de samenwerking tussen plattelandsgebieden beoogt. Uit hoofde van Onderdeel 2 worden zowel de voorafgaande uitgaven in het kader van de technische bijstand voor de samenwerking als de eigenlijke gezamenlijke actie gefinancierd.

De samenwerking biedt de plattelandsgebieden vaak de mogelijkheid om de voor de levensvatbaarheid van een gezamenlijk project noodzakelijke kritische massa te bereiken en naar complementariteiten tussen partners te zoeken. De samenwerking bestaat in het bundelen van de in elk van de betrokken gebieden verspreide knowhow en/of menselijke en financiële hulpbronnen. Er zijn twee soorten samenwerking mogelijk:

  • Samenwerking tussen gebieden van één zelfde lidstaat (Interterritoriale samenwerking).
    De gebieden die met elkaar samenwerken zijn weliswaar niet noodzakelijkerwijs begunstigde van Leader+, maar bij de samenwerkingsthema's gaat het in hoofdzaak om thema's die in de ontwikkelingsplannen van de voor Leader+ in aanmerking komende gebieden zijn vastgesteld.
  • Samenwerking tussen gebieden in verscheidene lidstaten (transnationale samenwerking).
    Naast de gebieden die in het kader van Leader + werden geselecteerd staat de transnationale samenwerking ook open voor gebieden die aan Leader I of II hebben deelgenomen of voor andere plattelandsgebieden die volgens de Leader-aanpak zijn georganiseerd. Hoewel uitsluitend de Leader+ gebieden in aanmerking komen voor medefinanciering door de Gemeenschap, kan de Gemeenschap de uitgaven voor activeringsmaatregelen voor alle betrokken gebieden medefinancieren. Indien een Leader+ gebied een transnationaal samenwerkingsproject ontwikkelt met een gebied buiten de Europese Unie, maar dat volgens de Leader-aanpak is georganiseerd, komen de desbetreffende uitgaven van dit gebied voor medefinanciering in aanmerking.

Onderdeel 3 - Netwerkvorming

De uitwisseling van knowhow, van ervaringen en van informatie over de verwezenlijkingen op het gebied van plattelandsontwikkeling is een prioriteit voor Leader +. Alle begunstigden van het communautair initiatief zijn dan ook verplicht om actief aan het netwerk deel te nemen.

Het opnemen van alle plattelandsgebieden in een netwerk, ongeacht of zij al dan niet voor het initiatief in aanmerking komen, en van alle organisaties en administratieve instanties die bij deze gebiedsgebonden acties betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld de voorlichtings- en adviescentra voor het platteland ("carrefours") die als centra voor informatie over de Europese Unie op het platteland gevestigd zijn, stimuleert de samenwerking en de uitwisseling van deskundigheid.

Elke lidstaat stelt de nodige maatregelen vast om op nationaal niveau een "activeringscel" van het netwerk op te zetten. Deze "activeringscel" heeft tot taak: het actief houden van het netwerk, lokalisatie, analyse en verspreiding van goede praktijken, uitwisseling van ervaringen en knowhow ten gunste van de minst ontwikkelde plattelandsgebieden, en technische bijstand aan naburige en transnationale samenwerkingsverbanden.

De Commissie stelt een "Waarnemingspost voor de plattelandsgebieden" in, met inachtneming van een maximum van 2% van de totale Leader+-begroting. Deze waarnemingspost zorgt voor de netwerkvorming voor de gebieden op Gemeenschapsniveau en voor de actieve begeleiding daarvan, en heeft ten doel:

  • vergaring en verspreiding van informatie over de communautaire maatregelen inzake plattelandsontwikkeling en over de ontwikkelingstendensen met betrekking tot de plattelandsgebieden in Europa,
  • vergaring, consolidatie en verspreiding op Gemeenschapsniveau van goede praktijken inzake plattelandsontwikkeling,
  • organisatie van bijeenkomsten op Gemeenschapsniveau van de begunstigden van Leader+ en stimulering van transnationale samenwerking,
  • verlening van bijstand aan de nationale overheid met betrekking tot haar taak als activerende instantie en ten behoeve van de samenwerking,
  • opstelling van verslagen over de uitvoering van en de ervaringen opgedaan met Leader+.

TENUITVOERLEGGING

Programma's van het Communautair initiatief Leader+

De Commissie voert een indicatieve verdeling van de financiële middelen per lidstaat uit, (zie tabel onderaan document). Op basis daarvan raadplegen de lidstaten de op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau meest representatieve partners. Uiterlijk zes maanden na bekendmaking van deze mededeling in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen dienen zij bij de Commissie hun programma voor een communautair initiatief (PIC) in het kader van Leader + in. De Commissie keurt deze programma's binnen vijf maanden na ontvangst goed en stelt de bijdrage van het EOGFL, afdeling Oriëntatie, vast. In 2001 werden 56 programma's goedgekeurd waarvan 11 op nationaal en 45 op regionaal niveau. De overige 17 programma's werden in de loop van het eerste kwartaal 2002 goedgekeurd (zie overzichtstabel hieronder).

De lidstaten hebben er allemaal voor gekozen operationele programma's op te stellen met daarbij een programmacomplement. Overeenkomstig de resultaten van de evaluatie vooraf leggen alle programma's voor communautaire initiatieven de nadruk op:

  • de sterke en zwakke punten en het potentieel van het gebied;
  • de doelstellingen alsmede de strategie om deze doelstellingen te bereiken;
  • de criteria, de procedure en het tijdschema voor de selectie van de PG's.
    De lidstaat deelt de Commissie mee hoeveel PG's hij voornemens is te selecteren via één of meer oproepen tot indiening van voorstellen uiterlijk twee jaar na de goedkeuring van het PCI.
  • de methode voor de selectie van de projecten voor transnationale en interterritoriale samenwerking;
  • een indicatief financieringsplan per prioritair zwaartepunt, per jaar en per financieringsbron;
  • de vereiste bepalingen voor de tenuitvoerlegging, het economisch en financieel beheer, het toezicht en de controle op de activiteiten ter plaatse, en de evaluatie van de maatregelen;
  • voorlichtingsactiviteiten voor de eindbegunstigden en voor het brede publiek;
  • de coherentie en de meerwaarde van de beoogde aanpak en de verwachte impact op het gebied.

Beheer, toezicht, controle en evaluatie

De bepalingen van de algemene Structuurfondsen-verordening op het gebied van beheer, toezicht, controle en evaluatie zijn van toepassing op het initiatief Leader+.

Wat het financieel beheer betreft wordt in het PCI een duidelijke beschrijving gegeven van de wijze van beheer en van de procedures voor de beschikbaarstelling en de overmaking van - met name communautaire - financiële middelen. Verder kan aan de hand van de ingevoerde procedures een doeltreffende controle van de uitgaven worden uitgevoerd.

Op het niveau van de PG's zorgt een toezichtcomité voor het toezicht op de steunmaatregelen met behulp van financiële en structurele indicatoren waarmee de financiële en materiële uitvoering van de maatregelen en hun impact op het gebied worden geanalyseerd. Vervolgens worden de resultaten aan de Europese waarnemingspost overgedragen voor consolidering en verspreiding. Op regionaal en op nationaal niveau komt ten minste één maal per jaar een stuurgroep bijeen om na te gaan hoe de tenuitvoerlegging van Leader+ vordert.

Informatie over de PCI's in de verschillende lidstaten is te vinden in de specifieke rubriek voor Leader+ op de Internetsite van Directoraat-generaal Landbouw.

REFERENTIES

MaatregelDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Mededeling van de Commissie van 14.04.2000--C 139 van 18.5.2000
Maatregelen gewijzigd bijInwerkingtredingOmzetting in de lidstatenPublicatieblad
Mededeling van de Commissie--C 262 van 31.10.2003
Mededeling van de Commissie--C 294 van 4.12.2003

VERBONDEN MAATREGELEN

Beschikking van de Commissie C(2000)1220 van 12.05.2000 tot vaststelling van een indicatieve verdeling over de lidstaten van de vastleggingskredieten voor het communautair initiatief Interreg voor de periode 2000-2006.
De verdeling is als volgt:

LidstaatBedrag
(in miljoen euro)
België15
Denemarken16
Duitsland247
Griekenland172
Spanje467
Frankrijk252
Ierland45
Italië267
Luxemburg2
Nederland78
Oostenrijk71
Portugal152
Finland52
Zweden38
Verenigd Koninkrijk106
Europees netwerk40
Totaal2020

Beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van de nationale/regionale programma's in het kader van het Communautair initiatief LEADER+:

LidstaatBeschikking
SPANJE18 programma's
AndaluciaC(2001)2158 van 05.09.01
AragónC(2001)2067 van 31.07.01
AsturiasC(2001)2857 van 18.10.01
BalearesC(2001)4206 van 17.12.01
CataluñaC(2001)2128 van 27.08.01
Castilla-LeónC(2001)2176 van 20.08.01
Castilla-La ManchaC(2001)2066 van 31.07.01
CanariasC(2001)2177 van 20.08.01
CantabriaC(2001)2065 van 31.07.01
ExtremaduraC(2001)2159 van 05.09.01
GaliciaC(2001)2179 van 20.08.01
MadridC(2001)2068 van 31.07.01
MurciaC(2001)2183 van 23.08.01
NavarraC(2001)2184 van 23.08.01
País VascoC(2002)210 van 08.02.2002
RiojaC(2001)2178 van 20.08.01
Comunidad ValencianaC(2001)2761 van 01.10.01
NetwerkC(2001)1245 van 18.05.01
FRANKRIJK1 nationaal programma
C(2001)2094 van 07.08.01
NEDERLAND4 programma's
NoordC(2001)1298 van 31.07.01
OostC(2001)1299 van 30.07.01
WestC(2001)1297 van 30.07.01
ZuidC(2001)1300 van 31.07.01
ITALIË22 programma's
AbruzziC(2001)4207 van 17.12.01
BasilicataC(2002)247 van 19.02.02
BolzanoC(2001)2743 van 25.09.01
CalabriëC(2002)246 van 19.02.02
CampagniaC(2002)168 van 29.01.02
Emilia-RomagnaC(2001)3561 van 19.11.01
Friuli-Venezia GiuliaC(2001)3563 van 19.11.01
LazioC(2001)3626 van 26.11.01
LiguriaC(2001)3559 van 19.11.01
LombardiaC(2001)3560 van 19.11.01
MarcheC(2001)4144 van 13.12.01
MoliseC(2002)250 van 19.02.02
PiemonteC(2001)3558 van 19.11.01
PugliaC(2002)171 van 29.01.02
SardiniëC(2002)248 van 19.02.02
SiciliëC(2002)249 van 19.02.01
ToscaneC(2001)4012 van 03.12.01
TrentinoC(2001)3490 van 07.11.01
UmbriëC(2001)3489 van 07.11.01
Valle d'AostaC(2001)2744 van 25.09.01
VenetoC(2001)3564 van 19.11.01
NetwerkC(2002)251 van 19.02.02
DUITSLAND14 programma's
Baden-WürttembergC(2002)110 van 12.03.02
BeierenC(2001)1314 van 17.12.01
BrandenburgC(2002)1308 van 09.01.02
HessenC(2002)108 van 22.03.02
Mecklenburg-VorpommernC(2002)109 van 13.02.02
NedersaksenC(2001)1312 van 17.12.01
Noordrijn-WestfalenC(2001)1305 van 22.11.01
Rheinland-PfalzC(2002)107 van 30.01.02
SaksenC(2002)106 van 29.01.02
Sleeswijk-HolsteinC(2001)1306 van 29.11.01
SaarlandC(2002)4699 van 19.12.2002
Saksen-AnhaltC(2001)1303 van 03.12.01
TüringenC(2001)1311 van 17.12.01
NetwerkC(2001)1304 van 22.11.01
DENEMARKEN1 programma
C(2001)2129 van 27.08.01
VERENIGD KONINKRIJK4 programma's
EnglandC(2001)2100 van 09.08.01
WalesC(2001)1379 van 02.07.01
Nood-IerlandC(2001)2741 van 21.09.01
SchotlandC(2002)37 van 08.01.02
BELGIË2 programma's
VlaanderenC(2001)4738 van 20.12.01
WallonieC(2001)4202 van 17.12.01
LUXEMBURG1 programma
C(2001)1315 van 13.12.01
FINLAND1 programma
C(2001)785 van 22.03.01
ZWEDEN1 programma
C(2001)1383 van 03.07.01
PORTUGAL1 programma
C(2001)3148 van 25.07.01
GRIEKENLAND1 programma
C(2001)3562 van 19.11.01
IERLAND1 programma
C(2001)1296 van 03.07.01
Laatste wijziging: 04.05.2004
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven