RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Subsidiabiliteit van de uitgaven voor door de Structuurfondsen medegefinancierde verrichtingen

Archief

De verordening stelt op communatair niveau een reeks gemeenschappelijke regels vast betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven voor bepaalde door de Structuurfondsen medegefinancierde verrichtingen, teneinde te garanderen dat deze Fondsen in de Europese Unie op eenvormige en billijke wijze in de periode 2000-2006 ten uitvoer worden gelegd.

MAATREGEL

Verordening (EG) nr. 1685/2000 van de Commissie van 28 juli 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de subsidiabiliteit van de uitgaven voor door de Structuurfondsen medegefinancierde verrichtingen. [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

In de algemene verordening betreffende de Structuurfondsen is bepaald dat de relevante nationale bepalingen van toepassing zijn op de subsidiabele uitgaven, tenzij de Commissie het nodig acht om op communautair niveau regels vast te stellen.

In de verordeningen betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) is het soort acties gepreciseerd dat via deze instrumenten wordt gecofinancierd.

Een uitgave komt in aanmerking wanneer zij is gedaan tussen de begindatum van de subsidiabiliteit (datum waarop de Commissie de steunaanvraag ontvangt) en de einddatum van de subsidiabiliteit (datum die is vastgesteld in het besluit van de Commissie tot toekenning van een bijdrage uit de fondsen).

Deze gemeenschappelijke voorschriften inzake de subsidiabele uitgaven worden toegepast in het kader van de volgende vormen van bijstand uit de fondsen: de operationele programma's (OP), de enkelvoudige programmeringsdocumenten (EPD), de programma's binnen de communautaire initiatieven (PCI), de steun voor maatregelen op het gebied van technische bijstand en innovatieve acties. Dit impliceert niet dat wordt vastgelegd uit welk van de bovengenoemde fondsen een bepaalde verrichting wordt medegefinancierd. Bovendien kunnen de lidstaten altijd strengere nationale voorschriften vaststellen.

SUBSIDIABILITEITSREGELS

Regel nr. 1 - Daadwerkelijk verrichte uitgaven

Algemeen gesproken zijn de eindbegunstigden de instanties of de ondernemingen in de overheids- of de particuliere sector die verantwoordelijk zijn voor het geven van de opdracht tot de specifieke verrichting. In het geval van staatssteunmaatregelen of van steunverlening door een door de lidstaat aangewezen instantie, zijn de eindbegunstigden de steunverlenende instanties die steun betalen aan de individuele begunstigden.

Door de eindbegunstigden gedane betalingen (voorschotten, tussentijdse betalingen of saldobetalingen) geschieden in de vorm van geld en gaan vergezeld van vereffende facturen of van boekhoudbescheiden met gelijkwaardige bewijskracht. Deze bepaling is van toepassing onverminderd het bepaalde in de contracten die in het kader van procedures voor overheidsopdrachten zijn gesloten. Zij is in overeenstemming met de bijzondere voorschriften die bij investeringen in de bosbouw gelden. In bepaalde specifieke gevallen kunnen andere kosten of bijdragen ook deel uitmaken van de betalingen aan de eindbegunstigden:

  • afschrijvingen:
    De afschrijvingen van onroerende goederen of materieel vormen subsidiabele uitgaven, mits de aankoop van dergelijke onroerende goederen of uitrusting niet met nationale of communautaire subsidies is medegefinancierd, de kosten in overeenstemming zijn met de geldende boekhoudregels, en de kosten betrekking hebben op de periode gedurende welke de betrokken verrichting wordt medegefinancierd.
  • bijdragen in natura:
    Bijdragen in natura vormen subsidiabele uitgaven, mits het gaat om de inbreng van grond of onroerend goed, uitrusting of materieel, research of professionele activiteiten, of niet-betaald vrijwilligerswerk. Deze bijdragen worden beoordeeld door een onafhankelijke taxateur of instantie. Ingeval het om onbetaald vrijwilligerswerk gaat, wordt de waarde van dat werk vastgesteld met inaanmerkingneming van de eraan bestede tijd en van het normale uur- en dagtarief voor de verrichte werkzaamheden.
  • indirecte kosten (overheadkosten):
    Indirecte kosten (overheadkosten) vormen subsidiabele uitgaven, mits zij gebaseerd zijn op de werkelijke kosten en zij verhoudingsgewijs volgens een naar behoren gemotiveerde faire en billijke methode worden toegerekend aan de actie.

Stortingen in risicokapitaal-, lenings- en garantiefondsen worden als daadwerkelijk verrichte uitgaven beschouwd.

Uitgaven in verband met onderaannemingscontracten komen niet in aanmerking wanneer het contracten betreft waardoor de kosten voor de uitvoering van de actie worden verhoogd zonder dat een daarmee evenredige waarde aan de actie wordt toegevoegd, dan wel contracten met tussenpersonen of adviseurs waarin het te betalen bedrag is uitgedrukt als een percentage van de totale kostprijs van de actie.

Regel nr. 2 - Boekhoudkundige behandeling van ontvangsten

De ontvangsten zijn de inkomsten die worden verkregen door verkoop, verhuur, diensten, inschrijvingsgelden of andere daarmee gelijkgestelde ontvangsten. Zij verlagen het bedrag van de medefinanciering van de Structuurfondsen. Niet later dan op het ogenblik waarop de steunmaatregelen worden afgesloten, worden zij, afhankelijk van het feit of zij volledig of slechts gedeeltelijk door de medegefinancierde actie zijn verkregen, volledig of verhoudingsgewijs in mindering gebracht op de in het kader van de betrokken actie voor medefinanciering in aanmerking komende uitgaven.

Regel nr. 3 - Financierings- en andere kosten, uitgaven voor rechtsbijstand

Behalve in geval van globale subsidies komen debetrente (andere dan de uitgaven uit hoofde van rentesubsidies om de kosten van leningen voor bedrijven te verlagen in het kader van een staatssteunregeling), kosten verbonden aan financiële transacties, wisselprovisies en wisselkoersverliezen, alsmede andere zuivere financieringskosten niet voor medefinanciering door de Structuurfondsen in aanmerking. Boetes, financiële sancties en proceskosten komen evenmin in aanmerking.

De Structuurfondsen kunnen daarentegen de aan het openen en vervolgens het houden van de rekening(en) verbonden bankkosten alsmede de kosten van juridisch advies, notariskosten, kosten voor technische of financiële expertise en boekhoud- of auditkosten medefinancieren. Hetzelfde geldt voor de kosten van transnationale financiële transacties in het kader van het programma PEACE II en de communautaire initiatieven (INTERREG III, LEADER+, EQUAL en URBAN II) na aftrek van de op de voorschotten ontvangen rente.

Regel nr. 4 - Aankoop van tweedehands materieel

De aankoopkosten van tweedehands materieel komen voor medefinanciering in aanmerking op voorwaarde dat de verkoper een verklaring afgeeft waarin de herkomst van het materieel is vermeld en waarin wordt bevestigd dat het in geen geval de voorbije zeven jaar met behulp van nationale of communautaire subsidies is aangekocht. De prijs van het tweedehands materieel mag niet hoger liggen dan de marktwaarde en dan de kostprijs van soortgelijk nieuw materieel. De technische eigenschappen van het materieel moeten in overeenstemming zijn met de eisen van de actie.

Regel nr. 5 - Aankoop van grond

De kosten in verband met de aankoop van onbebouwde grond komen voor medefinanciering in het kader van de Structuurfondsen in aanmerking als het aandeel van de transactie de limiet van 10 % van de totale subsidiabele uitgaven niet overschrijdt. Er moet een rechtstreeks verband bestaan tussen de aankoop van de grond en de doelstelling van de actie. Van een onafhankelijke bevoegde taxateur of van een bevoegde officiële instantie moet een certificaat worden verkregen, waarin wordt bevestigd dat de aankoopprijs niet hoger ligt dan de marktwaarde.

Voor de aankopen in het kader van acties inzake milieubescherming gelden de volgende voorwaarden: het beheerscomité heeft toestemming verleend voor de aankoop van de grond; de grond wordt gedurende een vastgestelde periode voor het doel van de actie gebruikt; de grond is in geen geval voor de landbouw bestemd; de grond is aangekocht door of namens een overheidsinstelling of een publiekrechtelijk lichaam.

Regel nr. 6 - Aankoop van onroerend goed

Onder onroerend goed wordt verstaan: bestaande gebouwen en de grond waarop deze staan. De kosten in verband met de aankoop van onroerend goed komen in aanmerking indien er een rechtstreeks verband bestaat tussen de aankoop en de doelstellingen van de actie. Voor het betrokken gebouw mag in de voorbije tien jaar geen nationale of communautaire subsidie zijn verleend. Van een onafhankelijke bevoegde taxateur of een bevoegde officiële instantie moet een certificaat worden verkregen, waarin wordt vastgesteld dat de prijs niet hoger ligt dan de marktwaarde.

Regel nr. 7 - BTW en andere heffingen en belastingen

Algemeen gesproken vormt de BTW geen subsidiabele uitgave, behalve wanneer zij effectief en definitief door de eindbegunstigde (of door de individuele ontvanger in het kader van staatssteunmaatregelen) wordt gedragen en als de bepalingen van Richtlijn 77/388/EEG betreffende de uniforme grondslag voor de belasting over de toegevoegde waarde in acht zijn genomen. Met de vraag of de eindbegunstigde of de eindontvanger een publiek- dan wel een privaatrechtelijke status heeft, wordt geen rekening gehouden bij de beslissing of de BTW een subsidiabele uitgave vormt.

De andere heffingen en belastingen of lasten (met name directe belastingen en socialezekerheidsbijdragen op lonen en salarissen) die voortvloeien uit de medefinanciering van de Structuurfondsen zijn evenmin subsidiabel, behalve wanneer zij daadwerkelijk en definitief worden gedragen door de eindbegunstigde (of door de eindontvanger in het kader van de staatssteunmaatregelen).

Regel nr. 8 - Risicokapitaal- en leningsfondsen

Onder risicokapitaalfondsen, risicokapitaalholdingfondsen en leningsfondsen worden investeringsinstellingen verstaan die specifiek zijn bedoeld om vermogen of andere vormen van risicokapitaal, waaronder leningen, te verstrekken aan kleine en middelgrote ondernemingen (MKB). Zij moeten elk worden opgezet als een onafhankelijke rechtspersoon waarvan de werking is geregeld in de overeenkomsten tussen de aandeelhouders, of als een afzonderlijk geheel binnen een bestaande financiële instelling.

Deze fondsen komen in aanmerking voor medefinanciering door de Structuurfondsen, waarbij die deelneming kan samengaan met mede-investeringen of garanties van andere financieringsinstrumenten van de Gemeenschap. De Commissie kan geen partner in of aandeelhouder van het fonds worden.

De medefinanciers of sponsors van het fonds moeten een voorzichtig bedrijfsplan indienen waarin onder meer de doelmarkt, de criteria, de financieringsvoorwaarden, de operationele begroting van het fonds, de medefinancierende partners, de statuten van het fonds, de onafhankelijkheid van het beheer, en de voorwaarden voor de ontbinding van het fonds worden gespecificeerd. Het bedrijfsplan wordt zorgvuldig beoordeeld door de beheersautoriteit.

De fondsen mogen alleen in kleine en middelgrote ondernemingen investeren bij de oprichting ervan, in de vroegste stadia (inclusief startkapitaal) of de uitbreiding ervan en alleen in activiteiten die potentieel economisch levensvatbaar worden geacht. De fondsen mogen niet investeren in ondernemingen in moeilijkheden. Bovendien gelden voor de deelname van de fondsen de in de algemene verordening betreffende de Structuurfondsen vastgestelde maxima.

Bij de afsluiting van de actie worden de subsidiabele uitgaven van het fonds (de eindbegunstigde) gevormd door het kapitaal van het fonds dat is geïnvesteerd in of uitgeleend aan kleine en middelgrote ondernemingen, inclusief de beheerskosten. De beheerskosten mogen per jaar gemiddeld niet meer bedragen dan 5 % van het gestorte kapitaal.

De Commissie beveelt de volgende goede werkwijze aan, zonder enige verplichting tot toepassing ervan:

  • de financiële inbreng van de particuliere sector moet aanzienlijk zijn en meer bedragen dan 30 %;
  • de participaties in de bedrijven zijn in principe minderheidsparticipaties;
  • de fondsen moeten een voldoende ruime doelgroep bestrijken om te garanderen dat hun acties potentieel economisch levensvatbaar zijn;
  • de geloofwaardigheid en het professionele karakter van de beheersteams zijn boven elke twijfel verheven.

Regel nr. 9 - Garantiefondsen

Garantiefondsen zijn financieringsinstrumenten die risicokapitaal- en leningsfondsen en andere risicodragende financieringsregelingen vrijwaren tegen verliezen die voortvloeien uit hun investeringen in kleine en middelgrote ondernemingen. De fondsen kunnen door de overheid gesteunde onderlinge fondsen zijn waarop wordt ingetekend door kleine en middelgrote ondernemingen, op commerciële basis geëxploiteerde fondsen met partners uit de particuliere sector of volledig door de overheid gefinancierde fondsen. De deelneming van de Structuurfondsen in de fondsen kan worden gecombineerd met door andere financieringsinstrumenten van de Gemeenschap verstrekte gedeeltelijke garanties.

Net als de risicokapitaal- en leningsfondsen moet het garantiefonds worden opgezet als een onafhankelijke rechtspersoon; de Commissie kan geen vennoot bij of aandeelhouder van het fonds worden. De medefinanciers of sponsors van het fonds moeten een voorzichtig bedrijfsplan indienen. Gedeelten van de bijdrage van de Structuurfondsen die overblijven nadat de garanties zijn uitbetaald, moeten opnieuw worden gebruikt voor activiteiten ter ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen in hetzelfde voor bijstand in aanmerking komende gebied.

Bij de afsluiting van de bijstandverlening wordt het bedrag aan gestort kapitaal van het fonds dat, op grond van een onafhankelijke audit, nodig is om de verstrekte garantie, inclusief de veroorzaakte beheerskosten - die niet hoger mogen liggen dan 2 % van het gestorte kapitaal op een jaarlijks gemiddelde - te dekken, als de voor medefinanciering in aanmerking komende uitgaven van het fonds (de eindbegunstigde) aangemerkt.

Regel nr. 10 - Leasing

Uitgaven gedaan in verband met leasing komen op de volgende voorwaarden in aanmerking voor medefinanciering uit de Structuurfondsen:

  • bijstand via de leasinggever:
    De leasinggever is de rechtstreekse ontvanger van de communautaire medefinanciering die - op uniforme wijze en voor de leasingperiode - wordt gebruikt ter verlaging van de bedragen die bij wijze van leasingprijs door de leasingnemer moeten worden betaald voor de onder de lease-overeenkomst vallende goederen. De voor medefinanciering in aanmerking komende uitgave is de aankoop van het goed door de leasinggever. Voor de medefinanciering kan geen hoger bedrag in aanmerking komen dan de marktwaarde van het geleasde goed. Andere kosten in verband met de overeenkomst (met name belastingen, winstmarge van de leasinggever, rentefinancieringskosten, overheadkosten, verzekeringskosten) zijn niet-subsidiabele uitgaven.
  • bijstand aan de leasingnemer:
    De leasingnemer is de rechtstreekse ontvanger van de communautaire medefinanciering. De voor medefinanciering van de lidstaten in aanmerking komende uitgave is de door de leasingnemer aan de leasinggever betaalde leasingprijs. Andere met de lease-overeenkomst gemoeide kosten (belasting, winstmarge van de leasinggever, rentefinancieringskosten, overheadkosten, verzekeringskosten, enz.) zijn niet-subsidiabele uitgaven.
  • sale en leaseback:
    De leasingprijs die door de leasingnemer in het kader van een sale/leaseback-operatie wordt betaald, kan een subsidiabele uitgave zijn.

Regel nr. 11 - Kosten voor het beheer en de tenuitvoerlegging

De algemene regel is dat de kosten die voor de lidstaten voortvloeien uit het beheer en de uitvoering van, alsmede uit het toezicht en de controle op de Structuurfondsen niet voor medefinanciering in aanmerking komen. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, zijn echter uitzonderingen mogelijk voor de volgende uitgavencategorieën:

  • uitgaven voor de voorbereiding, de selectie en de beoordeling van en het toezicht op de bijstandsverlening en de verrichtingen (met uitzondering van de uitgaven voor de aankoop en installatie van geautomatiseerde systemen voor beheer, toezicht en evaluatie);
  • uitgaven voor vergaderingen van de toezichtcomités en subcomités in verband met de tenuitvoerlegging van het bijstandspakket, met inbegrip van de uitgaven voor de kosten van deskundigen en van andere deelnemers uit een derde land;
  • uitgaven voor audits en controles ter plaatse.

Uitgaven voor salarissen, waaronder socialezekerheidsbijdragen, komen alleen voor medefinanciering in aanmerking in het geval van ambtenaren of andere overheidsfunctionarissen die zijn gedetacheerd om de bovenbedoelde taken uit te voeren.

In het kader van de algemene bijstandsverlening van de Structuurfondsen (Doelstelling 1, Doelstelling 2, Doelstelling 3), is de communautaire medefinanciering met betrekking tot deze uitgaven voor uitvoering, toezicht en controle afhankelijk van het totale steunbedrag en gelden de volgende maxima: a) 2,5 % bij een totale bijdrage die minder bedraagt dan of gelijk is aan 100 miljoen euro, b) 2 % bij een totale bijdrage tussen 100 miljoen en 500 miljoen euro, c) 1 % bij een totale bijdrage tussen 500 miljoen en 1 miljard euro, d) 0,5 % bij een totale bijdrage boven 1 miljard euro. Voor de communautaire initiatieven, het speciale programma PEACE II en de innovatieve acties bedraagt het maximum 5 % van de totale bijdrage.

Voor acties die in het kader van de technische hulp worden gefinancierd (studies, seminars, voorlichtingsacties, evaluaties, aankoop en installatie van geautomatiseerde systemen voor beheer, toezicht en evaluatie) gelden niet zulke maxima.

Regel nr. 12 - Subsidiabiliteit van de uitgaven op grond van de locatie van de actie

Als algemene regel geldt dat de Structuurfondsen verrichtingen of acties cofinanciert die worden uitgevoerd in de regio waarop de bijstandsverlening betrekking heeft. Er zijn uitzonderingen ingeval de regio waarop de bijstandsverlening betrekking heeft het volledige of gedeeltelijke voordeel geniet van een actie die buiten die regio plaatsheeft. In dat geval moet de actie plaatshebben in een NUTS III -gebied van de betrokken lidstaat, dat onmiddellijk grenst aan de regio waarop de bijstand betrekking heeft. Het maximale voor medefinanciering in aanmerking te nemen bedrag aan uitgaven wordt berekend in verhouding tot de verwachte voordelen (ten minste 50 %). De in aanmerking genomen uitgaven mogen niet meer bedragen dan 10 % van de totale voor medefinanciering in aanmerking komende uitgaven voor de maatregel of niet meer dan 5 % van de totale voor medefinanciering in aanmerking komende uitgaven voor het desbetreffende bijstandspakket.

In het geval van acties die in het kader van het FIOV worden gefinancierd of die betrekking hebben op de ultraperifere regio's, mag de actie slechts voor medefinanciering in aanmerking worden genomen na goedkeuring daarvan door de Commissie. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de locatie waar de actie ten opzichte van het gebied plaatsheeft, het voordeel dat voor de regio kan worden verwacht en het bedrag van de uitgaven in verhouding tot de totale geplande uitgaven.

De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1685/2000 gelden met terugwerkende kracht vanaf 5 augustus 2000.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1685/20005.8.2000-L 193 van 29.7.2000

WijzigingsbesluitenDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1145/20035.7.2003-L 160 van 28.6.2003
Verordening (EG) nr. 448/200411.3.2004-L 72 van 11.3.2004

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 1681/94 van de Commissie van 11 juli 1994 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het structuurbeleid en terugvordering van in dat kader onverschuldigd betaalde bedragen, alsmede betreffende de inrichting van een informatiesysteem op dit gebied [Publicatieblad L 178 van 12.7.1994].
De verordening is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2035/2005 (Publicatieblad L 328 van 15.12.2005). De bepalingen van deze verordening zijn sinds 1 januari 2006 van toepassing.

Laatste wijziging: 02.01.2006
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven