RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Voorbereiding van een strategie voor het duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Archief

De Europese Unie (EU) zet de grote beginselen uiteen die aan de basis liggen van een Europese strategie voor de vermindering van de impact van de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen op het milieu; zij baseert zich daarbij op de huidige staat van die hulpbronnen en op het vigerende beleid.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie van 1 oktober 2003: "Naar een thematische strategie voor het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen" [COM(2003) 572 - Niet verschenen in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

De mens wint en gebruikt op grote schaal de natuurlijke hulpbronnen en dat heeft effecten op het milieu, wat het noodzakelijk maakt een algemene strategie te ontwikkelen voor het duurzaam beheer van die hulpbronnen.

Daarom presenteert de Commissie in deze mededeling de voornaamste onderdelen van een toekomstige thematische strategie, waarbij het doel is een kader uit te tekenen en maatregelen vast te stellen die het mogelijk maken de natuurlijke hulpbronnen op duurzame wijze te gebruiken en tegelijkertijd de doelstellingen van de strategie van Lissabon te bereiken.

Om doeltreffend te zijn, moet een dergelijke strategie gebaseerd zijn op een aantal elementen: de hulpbronnen zelf, de invloed van de activiteit van de mens en de beleidstrajecten die al zijn opgezet.

Natuurlijke hulpbronnen zijn van diverse aard en kunnen in de volgende categorieën worden ingedeeld: grondstoffen (bijvoorbeeld mineralen en biomassa), het omgevingsmilieu (lucht, water en bodem), dynamische hulpbronnen (zoals windenergie, aardwarmte en zonne-energie) en de fysieke ruimte die nodig is om alle hierboven genoemde hulpbronnen te produceren of in stand te houden. Bij deze diverse hulpbronnen kan bovendien een onderscheid worden gemaakt tussen hernieuwbare (duurzame) en niet-hernieuwbare energiebronnen.

Deze diversiteit is duidelijk van groot belang aangezien de menselijke activiteit niet op elke afzonderlijke hulpbron dezelfde impact zal hebben. Zo is een van de grote risico's van niet-hernieuwbare energiebronnen (voornamelijk mineralen, metalen en fossiele brandstoffen) de uitputting van de voorraden, ook al wordt dat risico getemperd door verschillende factoren, zoals de verbetering van het rendement van het materiaalgebruik, de recycling en de vervanging door andere producten, alsmede door het feit dat de momenteel bekende voorraden slechts een fractie vormen van de totale reserves. Deze kwantitatieve impact geldt ook voor bepaalde hernieuwbare energiebronnen, bijvoorbeeld wanneer het verbruik ervan hoger ligt dat hun vermogen om zich te vernieuwen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de visserij en het gebruik van zoet water.

Afgezien van de kwantitatieve risico's, kunnen de winning en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen een negatieve impact hebben op de kwaliteit van het milieu (de lucht, de wateren of de bodem) in dergelijke mate dat dit een bedreiging wordt voor de ecosystemen, met name door de vernietiging van habitats of het uitsterven van bepaalde soorten, of voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld door de blootstelling aan bepaalde schadelijke stoffen zoals asbest).

Deze twee types van potentiële problemen, namelijk de kwantitatieve en de kwalitatieve problemen, vergen verschillende soorten reacties van de overheden, reacties die betrekking moeten hebben op het geheel van de levenscyclus van de natuurlijke hulpbronnen, vanaf hun winning tot hun uiteindelijke verwijdering in de vorm van afvalstoffen. Bepaalde acties zijn al opgezet, hetzij in het kader van het milieubeleid, hetzij in het kader van beleidsonderdelen die een invloed hebben op het gebruik van de hulpbronnen (het landbouw- of visserijbeleid, het onderzoeksbeleid, het beleid inzake scheikundige producten, enz.).

Er bestaat echter nog geen algemeen beleid op het gebied van de milieueffecten van het beheer van de natuurlijke hulpbronnen. Daarom moet de toekomstige thematische strategie een algemene aanpak omvatten, die gericht is op de verspreiding van informatie en de organisatie van een actiekader, en waarvan de voornaamste onderdelen zijn:

  • het vergaren van kennis over de relatie tussen enerzijds de exploitatie en het gebruik van de hulpbronnen en anderzijds de impact daarvan op het milieu in elke fase van de levenscyclus, met meer bepaald gegevens over de concrete materiaalstromen, de huidige staat van de ecosystemen, het landgebruik en de maritieme hulpbronnen;
  • een evaluatie van het vigerende beleid ter vermindering van milieueffecten (beleid op het gebied van het milieu, de economie, de belastingen, de landbouw en visserij, de energie, het vervoer, enz.) teneinde te bepalen in welke mate de op die gebieden gemaakte keuzes verenigbaar zijn met de doelstelling van ontkoppeling van economische groei en milieuontwaarding;
  • een integratie van alle beleidsaspecten met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen om te bereiken dat in alle beleidslijnen rekening wordt gehouden met het milieu, dit met het oog op de vaststelling van concrete en samenhangende acties op basis van de informatie uit de twee bovenstaande actielijnen.

Meer bepaald moet de hulpbronnenstrategie volgens het zesde milieuactieprogramma (die hulpbronnenstrategie is een van de zeven thematische strategieën van dit actieprogramma) vijf elementen of taken omvatten:

  • een schatting van materialen en afvalstromen in de Europese Unie, met inbegrip van import en export, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een materiaalstroomanalyse;
  • een beoordeling van de efficiëntie van beleidsmaatregelen en de invloed van subsidies die betrekking hebben op natuurlijke hulpbronnen en afval;
  • de vaststelling van doelstellingen voor het rendement van hulpbronnen, een dalend gebruik van hulpbronnen en ontkoppeling van de relatie tussen economische groei en negatieve milieueffecten;
  • de stimulering van winnings- en productiemethoden en -technieken ten behoeve van milieurendement en een duurzaam gebruik van grondstoffen, energie, water en andere hulpbronnen;
  • de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een breed instrumentarium, met inbegrip van onderzoek, technologische overdracht, marktinstrumenten en economische instrumenten, praktijkprogramma's en indicatoren voor het rendement van hulpbronnen.

Context

Deze mededeling is een eerste stap in de ontwikkeling van een Europese strategie op het gebied van de natuurlijke hulpbronnen. Deze strategie zelf houdt verband met twee andere initiatieven die ook een onderdeel vormen van het zesde milieuactieprogramma: het geïntegreerde productbeleid en de strategie voor het voorkomen en recycleren van afval. De gelijktijdige uitvoering van deze drie initiatieven zal het mogelijk maken beter het evenwicht te handhaven tussen het beheer van natuurlijke hulpbronnen, producten en afvalstoffen en de instandhouding van een goede staat van het milieu.

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie van 21 december 2005 getiteld: "Thematische strategie inzake het duurzame gebruik van de natuurlijke hulpbronnen" [COM(2005) 670- Niet verschenen in het Publicatieblad].

Laatste wijziging: 08.06.2006

Zie ook

Voor meer informatie over de resultaten van deze raadpleging, zie de internetbladzijde over de hulpbronnenstrategie (EN).

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven