RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Vrijstelling van bepaalde horizontale overeenkomsten

Een horizontale overeenkomst is een overeenkomst tussen concurrerende ondernemingen die op de markt op hetzelfde productie- of distributieniveau actief zijn. Hoewel dergelijke overeenkomsten aanzienlijke economische voordelen (kunnen) opleveren, kunnen zij ook de vrije mededinging verstoren. In het licht van de alsmaar toenemende samenwerking tussen concurrenten in de economie van vandaag is er dan ook behoefte aan duidelijke regels om het concurrentievermogen van Europa te bevorderen.

BESLUIT

Verordening (EEG) nr. 2821/71 van de Raad van 20 december 1971 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, (ex artikel 85, lid 3, van het EG-Verdrag) van het Verdrag op groepen van overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen.

SAMENVATTING

De Commissie mag individuele vrijstellingen verlenen voor bepaalde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die beantwoorden aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) (het huidige artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Zij mag eveneens bij wijze van verordening groepsvrijstellingen verlenen. Deze verordening machtigt de Commissie om bepaalde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen vrij te stellen bij wijze van groepsvrijstelling.

Toepassingsgebied

Deze verordening machtigt de Commissie om, bij wijze van verordening, artikel 81, lid 3 van het EG-Verdrag toe te passen op bepaalde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die tot doel hebben:

  • het onderzoek naar en het ontwikkelen van producten of methoden evenals de exploitatie van de resultaten, met inbegrip van de bepalingen betreffende het recht van de industriële eigendom en de niet openbaar gemaakte technische kennis;
  • de specialisatie, met inbegrip van de overeenkomsten die nodig zijn voor de verwezenlijking daarvan.

Voorwaarden voor de vrijstellingsverordeningen

De vrijstellingsverordeningen vastgesteld door de Commissie moeten voldoen aan een reeks voorwaarden. Zij moeten:

  • een definitie bevatten van de groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen waarop zij van toepassing zijn, en de beperkingen, de clausules evenals de andere voorwaarden die erin mogen worden opgenomen, aangeven;
  • van toepassing zijn voor een bepaalde tijd. Zij mogen echter worden gewijzigd of ingetrokken;
  • een terugwerkende kracht hebben ten opzichte van de overeenkomsten die, op de dag van hun inwerkingtreding, in aanmerking hadden kunnen komen voor een beschikking met terugwerkende kracht overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 17. Zij zijn niet van toepassing op de overeenkomsten van vóór 13 maart 1962 noch op diegene die vóór 1 februari 1963 moesten zijn aangemeld.

Voor de aldus vastgestelde verordeningen geldt de volgende goedkeuringsprocedure:

  • het voorstel voor een verordening moet gepubliceerd worden zodat alle belanghebbende personen en organisaties hun opmerkingen aan de Commissie kunnen meedelen;
  • de Commissie raadpleegt het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities alvorens een ontwerp-verordening te publiceren of een verordening vast te stellen;
  • als de Commissie ambtshalve of op aanvraag van een land van de Europese Unie (EU) of van natuurlijke of rechtspersonen vaststelt dat in een bepaald geval overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in een aldus vastgestelde verordening toch bepaalde gevolgen hebben die onverenigbaar zijn met de in artikel 85, lid 3, bepaalde voorwaarden, kan de Commissie een besluit nemen waardoor ze niet langer in aanmerking komen voor de toepassing van de verordening.

In kandidaat-lidstaten treedt deze verordening in werking op de dag dat zij tot de EU toetreden.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EEG) nr. 2821/71

18.1.1972

-

L 285 van 29.12.1971

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkintredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EEG) nr. 2743/72

1.1.1973

-

L 291 van 28.12.1972

Verordening (EG) nr. 1/2003

24.1.2003

1.5.2004

L 1 van 4.1.2003

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EEG) nr. 2821/71 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

Laatste wijziging: 17.11.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven