RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Leverings- en distributieovereenkomsten

Archief

1) DOELSTELLING

Het verlenen van vrijstelling voor bepaalde groepen verticale overeenkomsten die de economische efficiëntie binnen een distributie- en productieketen onder bepaalde voorwaarden bevorderen.

2) MAATREGEL

Verordening (EG) nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen [Publicatieblad L 336 van 29.12.1999].

3) SAMENVATTING

Achtergrond

De genoemde verordening moet worden bezien in het licht van Verordening nr. 19/65 van de Raad, die vervolgens gewijzigd is bij Verordening nr. 1215/1999, waarbij de Commissie gemachtigd werd om, overeenkomstig artikel 81, lid 3 van het EG-Verdrag, vrijstelling te verlenen voor bepaalde groepen verticale overeenkomsten.

Met het oog op een vereenvoudiging van de regels voor leverings- en distributieovereenkomsten worden Verordening nr. 1983/83 betreffende de groepsvrijstelling voor bepaalde overeenkomsten over alleenverkoop, Verordening nr. 1984/83 betreffende de vrijstelling voor bepaalde groepen exclusieve afnameovereenkomsten, en Verordening nr. 4087/88 betreffende de vrijstelling voor bepaalde groepen franchiseovereenkomsten door deze enkele verordening vervangen.

Werkingssfeer

Gezien het feit dat bepaalde verticale overeenkomsten tot een betere coördinatie bij de productie of distributie kunnen leiden, wordt in de genoemde verordening vrijstelling verleend voor leverings- en distributieovereenkomsten voor eindproducten en halffabrikaten, alsmede voor diensten voor zover het gezamenlijke marktaandeel van de partijen op de relevante markt niet meer dan 30% bedraagt. Bepaalde mededingingsbeperkingen van ernstige aard (zoals bijvoorbeeld prijsbepalingen, productiebeperkingen e.d.) blijven over het algemeen verboden.

Overeenkomsten die een marktaandeel van 30% te boven gaan, kunnen uit hoofde van artikel 81 van het EG-Verdrag door de Commissie aan een afzonderlijk onderzoek worden onderworpen.

Indien zich bepaalde effecten voordoen die onverenigbaar zijn met de in artikel 81, lid 3 van het EG-verdrag neergelegde voorwaarden, kan de Commissie of de nationale mededingingsautoriteit (in het geval dit soort effecten zich voordoen op het grondgebied van een lidstaat of in een deel van dat grondgebied) de vrijstelling intrekken.

Overeenkomsten die onder de vrijstelling vallen

De vrijstellingsverordening is van toepassing op overeenkomsten tussen twee of meer ondernemingen, die voor de toepassing van de overeenkomst ieder afzonderlijk in een verschillend stadium van de productie- of distributieketen werkzaam zijn. Voorwaarde is wel dat het marktaandeel van de ondernemingen de drempel van 30% niet overschrijdt.

In de volgende gevallen moet aan aanvullende voorwaarden worden voldaan:

  • In het geval van een overeenkomst tussen een ondernemersvereniging en haar leden of een overeenkomst tussen een ondernemersvereniging en haar leveranciers mag de totale jaaromzet van elk van de leden van de vereniging niet meer dan 50 miljoen euro bedragen;
  • Indien een overeenkomst bepalingen met betrekking tot intellectuele- eigendomsrechten bevat, moeten die bepalingen noodzakelijk zijn voor het gebruik, de verkoop en doorverkoop van de goederen, maar niet het hoofdonderwerp van de overeenkomst vormen;
  • Indien een overeenkomst gesloten wordt tussen concurrerende ondernemingen en de leverancier een producent/distributeur van goederen of diensten is en de afnemer een distributeur is die geen goederen produceert die met de contractgoederen concurreren, mag de totale jaaromzet van de afnemer nier meer dan 100 miljoen euro bedragen.

Overeenkomsten die niet onder de vrijstelling vallen

De vrijstelling uit hoofde van de genoemde verordening geldt niet voor verticale overeenkomsten, indien de producent:

  • de prijzen voor de doorverkoop van zijn producten vastlegt (maximumprijzen of adviesprijzen zijn in het algemeen wel toegestaan);
  • het gebied of de klantenkring beperkt waaraan verkocht mag worden;
  • verkoopbeperkingen in het kader van een selectief distributiestelsel oplegt;
  • aan zijn eigen leverancier van vervangende onderdelen de beperking oplegt dat vervangende onderdelen niet mogen worden verkocht aan eindgebruikers of reparateurs.

Daarnaast moet erop worden gewezen dat bepaalde beperkingen die uit hoofde van de genoemde verordening niet vrijgesteld zijn in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden wel vrijgesteld kunnen worden. Bij deze beperkingen gaat het om:

  • alle niet-concurrentiebedingen die langer lopen dan vijf jaar;
  • alle verplichtingen op grond waarvan de afnemer na het einde van de overeenkomst geen goederen of diensten mag produceren, kopen, verkopen of doorverkopen;
  • alle verplichtingen op grond waarvan in het kader van een selectief distributiestelsel geen merken van concurrerende leveranciers mogen worden verkocht.

De Commissie, de autoriteiten en de rechtbanken in de lidstaten zien erop toe dat deze verboden nageleefd worden.

Marktaandeel en omzetcijfers

De verkoopwaarde van de betrokken of onderling inwisselbare goederen of diensten mag niet boven een marktaandeel van 30% uitkomen. Indien het marktaandeel de drempel van 35% bereikt, blijft de vrijstelling van kracht in de twee kalenderjaren die volgen op het jaar waarin de drempel van 30% voor het eerst is overschreden. Bij exclusieve-leveringsverplichtingen wordt het marktaandeel van de afnemer in aanmerking genomen om het algehele effect van de overeenkomsten op de markt te kunnen beoordelen.

Voor de berekening van de totale jaaromzet worden daarentegen de omzetcijfers (excl. belastingen en andere heffingen) bij elkaar opgeteld, die in het voorafgaande boekjaar door de betrokken partij en de met deze partij verbonden ondernemingen behaald zijn.

MaatregelDatum
van inwerkingtreding
Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten
Verordening (EG) nr. 2790/1999/EG01.01.2000Van toepassing vanaf: 01.06.2001
Van toepassing tot: 31.05.2010

4) TOEPASSINGSMAATREGELEN

5) VERDERE WERKZAAMHEDEN

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 21.02.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven