RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gemeenschapsmerk

Archief

Het belang van het stelsel van het Gemeenschapsmerk ligt vooral in het feit dat het de ondernemingen in staat stelt hun producten en diensten op het gehele grondgebied van de Europese Unie (EU) op identieke wijze te identificeren. Dankzij het Gemeenschapsmerk kunnen zij volgens één enkele procedure bij het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) een merk laten inschrijven, dat een eenvormige bescherming geniet en op het gehele communautaire grondgebied dezelfde rechtsgevolgen heeft.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het Gemeenschapsmerk [zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Krachtens deze verordening wordt een stelsel ingevoerd voor de verlening van Gemeenschapsmerken door het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM). Op basis van één enkele aanvraag die bij het BHIM wordt ingediend, is het Gemeenschapsmerk eenvormig van aard, in die zin dat het in de gehele Gemeenschap dezelfde rechtsgevolgen heeft.

Merkenrecht

Alle tekens die vatbaar zijn voor grafische voorstelling (met name woorden, tekeningen, letters, cijfers, vormen van waren of van verpakking) kunnen een Gemeenschapsmerk vormen, mits zij de waren of diensten van een onderneming kunnen onderscheiden van die van een andere onderneming.

Houders van Gemeenschapsmerken kunnen natuurlijke of rechtspersonen met name publiekrechtelijke lichamen zijn, die onderdaan zijn van:

  • de lidstaten;
  • andere staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de intellectuele eigendom [http://www.wipo.int/treaties/fr/ip/paris/trtdocs_wo020.html];
  • staten die geen partij zijn bij het Verdrag van Parijs doch die hun woonplaats of zetel hebben op het grondgebied van de Gemeenschap of van een staat die partij is bij het Verdrag;
  • elke andere staat die de onderdanen van de lidstaten dezelfde bescherming biedt als zijn eigen staatsburgers.

Geweigerd wordt met name inschrijving van:

  • tekens die niet geschikt zijn om Gemeenschapsmerken te vormen;
  • merken die niet onderscheidend van aard zijn;
  • merken bestaande uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden;
  • merken die in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden;
  • merken die het publiek kunnen misleiden, bijvoorbeeld ten aanzien van soort, kwaliteit of plaats van herkomst van de waren of diensten.

Het Gemeenschapsmerk geeft de houder een uitsluitend recht. De houder is gerechtigd elke derde het gebruik voor commerciële doeleinden te verbieden:

  • dat gelijk is aan het Gemeenschapsmerk en gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk ingeschreven is;
  • van een teken indien daardoor bij het publiek verwarring met een ander merk kan ontstaan;
  • van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het Gemeenschapsmerk en wordt gebruikt voor waren of diensten die niet soortgelijk zijn aan die waarvoor het Gemeenschapsmerk ingeschreven is, indien door het gebruik van het teken voordeel wordt getrokken uit de reputatie en het onderscheidend vermogen van het merk.

Daarentegen staat het aan het Gemeenschapsmerk verbonden recht de houder niet toe een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken:

  • van diens naam of adres;
  • van aanduidingen inzake soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten;
  • van het merk, wanneer dat nodig is om de bestemming van een waar of dienst, met name als accessoire of onderdeel, aan te geven.

Binnen vijf jaar na inschrijving dient een Gemeenschapsmerk door de houder daadwerkelijk in de Gemeenschap te worden gebruikt voor de waren en diensten waarvoor het is ingeschreven.

Het Gemeenschapsmerk wordt voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap beschouwd als een nationaal merk dat is ingeschreven in de lidstaat waarin de houder op de betreffende datum een woonplaats, zetel of vestiging heeft. Daarnaast worden voorschriften opgesteld met betrekking tot de overdracht van het merk aan een andere partij, maatregelen van gedwongen uitvoering, faillissementsmaatregelen alsmede licenties en rechten jegens derden (werking jegens derden).

Aanvraag van een Gemeenschapsmerk

Naar keuze van de aanvrager wordt de aanvraag voor een Gemeenschapsmerk ingediend bij het BHIM, de centrale dienst voor industrieel eigendom van een lidstaat of het Benelux-Merkenbureau. Deze dienst of het bureau dient de aanvraag vervolgens binnen twee weken na indiening door te zenden aan het BHIM. Bij de aanvraag dienen diverse documenten en beschrijvingen te worden gevoegd (met name het inschrijvingsverzoek, gegevens van de aanvrager en een lijst van waren of diensten waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd). Voor de aanvraag zijn een indieningstaks en, waar nodig, een of meer klassentaksen verschuldigd.

Wie een merk heeft gedeponeerd in een staat die partij is bij het Verdrag van Parijs, geniet voor de indiening van een aanvraag om een Gemeenschapsmerk voor hetzelfde merk voorrang gedurende zes maanden na de indiening van de eerste aanvraag.

De houder van een in een lidstaat ingeschreven ouder merk die de inschrijving van eenzelfde merk als Gemeenschapsmerk aanvraagt, kan de anciënniteit van het oudere nationale merk inroepen.

Inschrijvingsprocedure

Deze verordening beschrijft de voorwaarden voor de indiening van een aanvraag voor een Gemeenschapsmerk, de voorwaarden die verband houden met de hoedanigheid van de houder en de mogelijkheid voor derden om bij het BHIM schriftelijk opmerkingen in te dienen en oppositie in te stellen tegen de inschrijving van een merk. Met name wordt in de verordening het zogenoemde "recherchestelsel" ingevoerd, door middel waarvan kan worden nagegaan of er sprake is van strijd met andere, oudere rechten. Bij de indiening van een aanvraag om een Gemeenschapsmerk moet immers een tweevoudige recherche worden verricht, door het BHIM en de nationale bureaus voor de industriële eigendom, naar oudere communautaire of nationale merken of merkaanvragen (in dit stelsel is een belangrijke wijziging aangebracht door de vaststelling van Verordening (EG) nr. 422/2004 - zie hierna).

De aanvrager kan te allen tijde zijn aanvraag om een Gemeenschapsmerk intrekken of de daarin opgenomen opgave van de waren of diensten beperken. Indien de voorwaarden waaraan de aanvraag dient te voldoen, zijn vervuld, wordt de aanvraag gepubliceerd.

Duur en vernieuwing

De inschrijving van het Gemeenschapsmerk geldt voor tien jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag. De inschrijving kan voor telkens tien jaar worden vernieuwd.

Afstand, verval en nietigheid

Van het Gemeenschapsmerk kan afstand worden gedaan voor alle of een deel van de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven. Op een bij het Bureau ingediend verzoek en na een onderzoek kunnen de rechten van de houder van een Gemeenschapsmerk vervallen worden verklaard wanneer:

  • het merk in een periode van vijf jaar niet normaal in de Gemeenschap is gebruikt en er geen geldige reden is voor het niet gebruiken;
  • het merk door toedoen of nalaten van de merkhouder tot de in de handel gebruikelijke benaming is geworden van een waar of dienst waarvoor het is ingeschreven;
  • het merk het publiek kan misleiden, met name over de soort, de kwaliteit of plaats van herkomst van deze waren of diensten;
  • de merkhouder niet meer voldoet aan de voorwaarden op grond waarvan hij aanspraak kan maken op de hoedanigheid van houder van een Gemeenschapsmerk.

In deze verordening worden de gronden voor nietigheid van de inschrijving van een Gemeenschapsmerk vastgesteld. Daarnaast worden de rechtsgevolgen van verval en nietigheid van een Gemeenschapsmerk vastgesteld, alsmede de procedure voor een vordering tot vervallen- of nietigverklaring.

Beroepsprocedure

Tegen de beslissingen van de onderzoekers, de oppositieafdeling, de afdeling merkenadministratie en juridische aangelegenheden en de nietigheidsafdeling kan beroep worden ingesteld. In de verordening worden de personen genoemd die beroep kunnen instellen, alsmede de termijn en de vorm, en worden de voorwaarden omschreven voor prejudiciële herziening, het onderzoek van het beroep, de beslissing over het beroep en het beroep bij het Hof van Justitie.

Collectieve Gemeenschapsmerken

Bij de indiening van de aanvraag kan een Gemeenschapsmerk als collectief worden aangemerkt indien door middel van het merk de waren of diensten van de leden van de vereniging die houder is, kunnen worden onderscheiden van de waren en diensten van andere ondernemingen. Verenigingen van fabrikanten, producenten, dienstverrichters of handelaars alsmede publiekrechtelijke lichamen kunnen collectieve Gemeenschapsmerken deponeren.

Bevoegdheid en procedure inzake rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsmerken

De lidstaten dienen op hun grondgebied een beperkt aantal nationale rechterlijke instanties van eerste en tweede aanleg aan te wijzen, die bij uitsluiting bevoegd zijn voor:

  • alle rechtsvorderingen betreffende inbreuk op Gemeenschapsmerken;
  • rechtsvorderingen tot vaststelling van niet-inbreuk;
  • reconventionele vorderingen tot vervallen- of nietigverklaring van het Gemeenschapsmerk;

Indien blijkt dat sprake is van inbreuk op een Gemeenschapsmerk, doet de rechtbank voor het Gemeenschapsmerk die met de zaak is belast een uitspraak waarin de gedaagde wordt verboden de betrokken handelingen nog langer te verrichten. De rechtbank treft tevens passende maatregelen om de naleving van dit verbod te waarborgen.

Gevolgen voor het recht van de lidstaten

De verordening beschrijft de procedure die van toepassing is in geval van gelijktijdige en opeenvolgende civiele vorderingen op grond van Gemeenschapsmerken en nationale merken. Daarnaast beschrijft zij de voorwaarden voor toepassing van het recht van de lidstaten om het gebruik van Gemeenschapsmerken te verbieden, waaronder met name het recht om zich -overeenkomstig de nationale wetgeving- tegen het gebruik van een jonger Gemeenschapsmerk te beroepen op inbreuk op oudere rechten.

De aanvrager of houder van een Gemeenschapsmerk kan in bepaalde gevallen verzoeken dat zijn aanvraag of zijn Gemeenschapsmerk in een aanvraag om een nationaal merk wordt omgezet

Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM)

Het agentschap is een orgaan van de Gemeenschap. Het heeft rechtspersoonlijkheid. In elk van de lidstaten bezit het Bureau de ruimst mogelijke rechtsbevoegdheid die door de nationale wetgeving aan rechtspersonen kan worden toegekend. Het kan met name roerend en onroerend goed verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

Aanvragen om een Gemeenschapsmerk worden ingediend in een van de officiële talen van de Europese Gemeenschap. De talen van het Bureau zijn Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans. De aanvrager geeft onder de talen van het Bureau een tweede taal op die wat hem betreft gebruikt kan worden in procedures voor het Bureau.

Wijzigingsverordening (EG) nr. 3288/94

Deze verordening beoogt de uitvoering van de ADPIC -Overeenkomst (Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom) van de WTO (Wereldhandelsorganisatie), die werd gesloten in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994).

Wijzigingsverordening (EG) nr. 422/2004

Deze verordening brengt een aantal wijzigingen aan in het stelsel van het Gemeenschapsmerk, teneinde het doeltreffender te maken en beter te doen functioneren. Zij vereenvoudigt met name de werking van het "recherchesysteem" voor oudere rechten. Alleen de door het BHIM verrichte recherche naar het bestaan van oudere Gemeenschapsmerken blijft verplicht. De door de nationale bureaus voor de industriële eigendom verrichte recherches worden facultatief. Zo bestaat nog steeds de mogelijkheid van een recherche door de lidstaten, maar in dat geval moet de aanvrager daar uitdrukkelijk om verzoeken en moet een bijzondere taks voor de recherche worden betaald.

Deze verordening wijzigt bovendien de definitie van houders van Gemeenschapsmerken. Volgens het vroegere dispositief stond het stelsel van het Gemeenschapsmerk niet open voor personen die niet de nationaliteit hadden van een lidstaat van de EU of van een lidstaat van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom of die daar niet waren gevestigd, behalve indien er tussen het derde land in kwestie en de EU een wederkerigheidsakkoord over de erkenning van het Gemeenschapsmerk bestond. In de nieuwe verordening zijn de voorwaarden betreffende de nationaliteit en de wederkerigheid geschrapt. Het stelsel van het Gemeenschapsmerk staat dus voortaan volledig open voor elke persoon die geïnteresseerd is in een eenvormige bescherming van het merk in de EU.

Er zijn nog andere wijzigingen aangebracht betreffende de afsplitsing van aanvragen om Gemeenschapsmerken, oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (in de zin van een grotere rechtszekerheid) en de kamers van beroep van het BHIM (duidelijker omschreven rol, toekenning van meer middelen zodat zij beter kunnen werken).

Toetreding van de EG tot het Protocol van Madrid

In 2004 heeft de Europese Gemeenschap haar instrument van toetreding tot het Protocol van Madrid (ES) (EN) (FR) (IT) betreffende de internationale inschrijving van merken ingediend bij de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) (EN)(ES)(FR). Voor het eerst treedt de Gemeenschap als zodanig toe tot een verdrag van de WIPO. Dankzij deze toetreding kan een verband worden gelegd tussen het door de WIPO beheerde stelsel van het Protocol van Madrid en het door het BHIM beheerde stelsel van het Gemeenschapsmerk.

Sinds de inwerkingtreding van het toetredingsverdrag op 1 oktober 2004 kunnen de aanvragers en de houders van Gemeenschapsmerken verzoeken om internationale bescherming van hun merken door krachtens het Protocol van Madrid een internationale aanvraag in te dienen. Omgekeerd kunnen zij die krachtens dit protocol houder zijn van internationale inschrijvingen, ook verzoeken om bescherming van hun merken door middel van het stelsel van het Gemeenschapsmerk.
Het Protocol van Madrid omvat meer dan zestig landen, met inbegrip van de Verenigde Staten, Japan, China, Rusland en Australië.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingOmzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening 40/94/EG.14.3.1994-L 11 van 14.1.1994

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingOmzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening nr. 3288/94 [goedkeuring: raadplegingsprocedure CNS/1994/0234]1.1.1995-L 349 van 31.12.1994
Verordening (EG) nr. 422/2004 [goedkeuring: raadplegingsprocedure CNS/2002/0308]10.3.2004-L 70 van 9.3.2004

GERELATEERDE BESLUITEN

TOETREDING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP TOT HET PROTOCOL VAN MADRID BETREFFENDE INTERNATIONALE MERKEN

Besluit 2003/793/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot goedkeuring van de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken, aangenomen te Madrid op 27 juni 1989 [Publicatieblad L 296 van 14.11.2003];

Verordening (EG) nr. 1992/2003 van de Raad van 27 oktober 2003 tot wziging van Verordening (EG) nr. 40/94 inzake het Gemeenschapsmerk in verband met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het op 27 juni 1989 te Madrid aangenomen Protocol b de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrving van merken [Publicatieblad L 296 van 14.11.2003].
Deze beide teksten beogen de totstandkoming van een verband tussen het stelsel van het Gemeenschapsmerk en het stelsel voor internationale inschrijving van merken van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO). Het doel is ondernemingen in staat te stellen door één enkele inschrijving hun merk niet alleen in de gehele Gemeenschap als Gemeenschapsmerk te beschermen, maar ook in de landen die partij zijn bij het Protocol van Madrid (waaronder China).
Besluit 2003/793/EG heeft betrekking op de toetreding van de Europese Gemeenschap tot het protocol inzake de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken. Verordening (EG) nr. 1992/2003 bevat de bepalingen die noodzakelijk zijn om aan deze toetreding rechtsgevolgen te verbinden in de vorm van een wijziging van Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk. Zij omschrijft procedures en rechtsgevolgen met betrekking tot:

  • de internationale inschrijving op basis van een aanvraag voor een Gemeenschapsmerk;
  • de internationale inschrijving waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen.

AANPASSING VAN DE MERKENWETGEVING VAN DE LIDSTATEN

Richtlijn 89/104/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten [Publicatieblad L 40 van 11.2.1989].
Met deze richtlijn wordt beoogd aan ingeschreven merken in de verschillende lidstaten dezelfde wettelijke bescherming te bieden.

Laatste wijziging: 05.12.2006

Zie ook

- Nadere informatie op de thematische website EUROPA over de interne markt van de Europese Unie
- site van het (BHIM) - pagina over het Gemeenschapsmerk (DE) (EN) (FR).

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven