RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gemeenschappelijke richtlijnen voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnetwerk

Archief

De totstandbrenging van het trans-Europese vervoersnet draagt bij tot de goede werking van de interne markt en de versterking van de economische en sociale samenhang. De doelstellingen, de prioriteiten en de hoofdlijnen van de acties alsook de projecten die bijdragen aan de ontwikkeling daarvan, vormen een essentieel element van dit net.

BESLUIT

Beschikking nr. 1692/96/EG van het Europese Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

De doelstellingen van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-V) zijn:

  • personen en goederen de nodige mobiliteit waarborgen;
  • de gebruikers een hoogwaardige infrastructuur bieden;
  • een beroep doen op alle vervoerswijzen;
  • een optimale benutting van de bestaande capaciteit mogelijk maken;
  • economisch levensvatbaar zijn;
  • op alle deelgebieden interoperabel zijn;
  • de hele Europese Unie (EU) bestrijken;
  • mogelijkheden bieden voor uitbreiding naar de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), de landen van Centraal- en Oost-Europa en de landen van het Middellandse Zeegebied.

Het trans-Europese vervoersnetwerk bestaat uit een infrastructuur (wegen, spoorwegen, waterwegen, havens, luchthavens, navigatiesystemen, overslaginstallaties en pijpleidingen voor producten) en de diensten die nodig zijn om deze infrastructuur te kunnen gebruiken.

Er wordt prioriteit gegeven aan:

  • de aanleg van verbindingen die nodig zijn om het vervoer te vergemakkelijken;
  • de optimalisering van de efficiency van de bestaande infrastructuur;
  • het streven naar interoperabiliteit van de verschillende onderdelen van het netwerk;
  • de integratie van milieuaspecten bij de opbouw van het netwerk.

Elk project dat voldoet aan bovengenoemde criteria wordt als een project van gemeenschappelijk belang beschouwd.

Kenmerken van de verschillende vervoersnetwerken

Kenmerken van het wegennet:

  • het bestaat uit autowegen en wegen van hoge kwaliteit en wordt aangevuld met nieuwe of opgewaardeerde verbindingen;
  • het omvat de infrastructuur voor verkeersgeleiding en informatie van de gebruikers op basis van een actieve samenwerking tussen de Europese, nationale en regionale verkeersgeleidingssystemen;
  • het waarborgt de gebruiker een hoog, homogeen en constant niveau van dienstverlening, comfort en veiligheid.

Kenmerken van het spoorwegnet:

  • het bestaat uit het hogesnelheidsnet en conventionele spoorlijnen;
  • het biedt de gebruikers kwaliteit en veiligheid op een hoog niveau dank zij de continuïteit en interoperabiliteit en een geharmoniseerd treinbesturingssysteem.

Kenmerken van het waterwegennet en de binnenhavens:

  • dit systeem omvat een net met rivieren en kanalen, een net met vertakkingen en verbindingen daartussen, haveninfrastructuren en hoogwaardige verkeers­geleidings­systemen;
  • dit net voldoen minimaal aan de technische eisen van klasse IV.

De havens vormen de schakel tussen het zeevervoer en de andere vervoertakken. Zij bieden installaties en diensten voor goederen en reizigers (zoals ferrydiensten).

Het net van maritieme snelwegen beoogt de verbetering van levensvatbare, geregelde en frequente zeeverbindingen voor het goederenvervoer tussen de lidstaten. Het biedt de mogelijkheid om de goederenstromen op logistieke trajecten over zee te concentreren, teneinde de congestie te verminderen en de bereikbaarheid van insulaire en perifere gebieden en staten te verbeteren.

Het luchthavennet bestaat uit luchthavens van gemeenschappelijk belang in de EU die openstaan voor commercieel luchtverkeer en aan bepaalde specificaties voldoen. De kern van het net wordt gevormd door de internationale knooppunten en de Europese knooppunten die zorgen voor de verbindingen binnen de EU en tussen de EU en de rest van de wereld. Deze knooppunten worden stapsgewijs aangesloten op het hogesnelheidsspoorwegnet. Daarnaast vergemakkelijken de regionale verbindingspunten en de toegangspunten de toegang tot de kern van het net en dragen zij bij tot de ontsluiting van de perifere en geïsoleerde regio’s.

Het netwerk voor gecombineerd vervoer bestaat uit het waterwegen- en spoornet dat, met de daarop aansluitende voor‑ en/of natrajecten over de weg, het vervoer van goederen over lange afstanden tussen alle lidstaten mogelijk maakt. Hieronder vallen ook de installaties die de overslag tussen de verschillende netten mogelijk maken.

Het beheers‑ en informatienetwerk omvat kustvaart‑ en havenverkeersdiensten, positionerings­systemen voor schepen, meldingssystemen voor schepen die gevaarlijke goederen vervoeren en communicatiesystemen voor noodsituaties en de veiligheid op zee.

Het netwerk voor luchtverkeersbeheer omvat het luchtnavigatieplan (het luchtruim dat voor algemeen luchtverkeer is bestemd, luchtroutes en luchtnavigatiehulpmiddelen), het systeem voor regeling van de verkeersstromen en het luchtverkeersleidingssysteem.

Het netwerk voor positionering en navigatie omvat de systemen voor positionering en navigatie per satelliet, alsmede de systemen als omschreven in het toekomstige Europese radionavigatieplan.

Een beperkt aantal nieuwe prioritaire projecten

In uitvoering van de aanbevelingen 2003 van de groep “Van Miert” op hoog niveau inzake de trans-Europese vervoersnetwerken heeft de Europese Commissie een nieuwe lijst van 30 prioritaire projecten opgesteld die vóór 2010 van start moeten gaan. De totale geraamde kostprijs bedraagt 225 miljard euro. In die lijst is ten volle rekening gehouden met de nieuwe uitbreiding van de Unie. Voorts is het de bedoeling meer duurzame mobiliteitssystemen tot stand te brengen door de investeringen te concentreren op het vervoer per spoor of over de waterwegen. Teneinde de verwezenlijking van de cruciale grenstrajecten te versnellen wordt het geheel van de 30 prioritaire projecten als zijnde van Europees belang verklaard. Het gaat om de volgende projecten:

  1. de spoorlijn Berlijn-Verona/Milaan-Bologna-Napels-Messina;
  2. de hogesnelheidslijn Parijs-Brussel-Keulen-Amsterdam-Londen;
  3. de hogesnelheidslijn Zuidwest-Europa;
  4. de hogesnelheidsspoorwegas Oost (waaronder Parijs-Straatsburg/Luxemburg);
  5. de klassieke spoorweglijn voor gecombineerd vervoer (of de Betuwe-lijn-2007);
  6. de spoorlijn Lyon-Triëst-Divaca/Koper-Ljubljana-Boedapest-Oekraïense grens;
  7. de autosnelwegverbinding Igoumenitsa/Patra-Athene-Sofia-Boedapest;
  8. de multimodale as Portugal/Spanje-rest van Europa;
  9. de spoorlijn Cork-Dublin-Belfast-Stanraer (2001);
  10. de Malpensa-luchthaven van Milaan (voltooid in 2000);
  11. de vaste verbinding over de Öresund (voltooid in 2000);
  12. de noordelijke driehoek rail/weg;
  13. de wegverbinding Ierland/Verenigd Koninkrijk/Benelux (2010);
  14. de spoorlijn “West coast main line” (2007);
  15. het mondiale satellietnavigatiesysteem GALILEO (2008);
  16. de spoorwegas voor vrachtvervoer door de Pyreneeën Sines/Algeciras-Madrid-Parijs;
  17. de spoorlijn Parijs-Stuttgart-Wenen-Bratislava;
  18. de rivierverbinding Rijn/Maas-Main-Donau;
  19. de interoperabiliteit van het hogesnelheidsspoorwegnet van het Iberische schiereiland;
  20. de spoorverbinding tussen Duitsland en Denemarken over de Fehmarn Belt;
  21. de “snelwegen op zee”: de Oostzee, de Atlantische boog, Zuidoost-Europa, het oostelijk deel van de Middellandse Zee;
  22. de spoorlijn Athene-Sofia-Boedapest-Wenen-Praag-Nürnberg/Dresden;
  23. de spoorlijn Gdansk-Warschau-Brno/Bratislava-Wenen;
  24. de spoorlijn Lyon/Genève-Basel-Duisburg-Rotterdam-Antwerpen;
  25. de autosnelwegverbinding Gdansk-Brno/Bratislava-Wenen;
  26. de spoorlijn/wegverbinding Ierland/Verenigd Koninkrijk/continentaal Europa;
  27. de spoorlijn “Rail Baltica” Warschau-Kaunas-Riga-Tallinn-Helsinki;
  28. de spoorlijn “Eurocaprail” Brussel-Luxemburg-Straatsburg;
  29. de spoorlijn van de intermodale corridor Ionische Zee/Adriatische Zee;
  30. de rivierverbinding Seine-Schelde.

Benoeming van een Europese coördinator

Om de gecoördineerde uitvoering van de prioritaire projecten te vergemakkelijken kan de Commissie, met de instemming van de betrokken lidstaten, een zogenaamde “Europese coördinator” aanwijzen. Die treedt namens de Commissie op voor één enkel project of voor één hoofdas. Hij stelt een werkplan op voor zijn activiteiten, alsook een verslag over de geboekte vooruitgang. Om zijn taak tot een goed einde te brengen raadpleegt hij de lidstaten, de regionale en lokale autoriteiten, de exploitanten en gebruikers van de transportmiddelen en de vertegenwoordigers van het middenveld.

Een nieuw mechanisme ter bevordering van de snelwegen op zee

De snelwegen op zee zijn vervangingsroutes om de oververzadigde knelpunten van de netwerken op land te omzeilen. Eén van de 30 nieuwe prioritaire projecten heeft tot doel de goederen­stromen te concentreren op een beperkt aantal havens. De lidstaten worden verzocht om gezamenlijk transnationale maritieme verbindingen tot stand te brengen via openbare aanbestedingen.

Ten slotte worden de zeehavens in de beschikking ingedeeld in 3 categorieën:

  • categorie A omvat de zeehavens van internationaal belang (havens met een totaal jaarlijks verkeersvolume van ten minste 1,5 miljoen ton goederen of 200 000 passagiers). De lijst met zeehavens van categorie A (bijlage 1) omvat Europa, de Oostzee, de Noordzee, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee;
  • categorie B heeft betrekking op zeehavens van Europees belang (havens met een totaal jaarlijks verkeersvolume van ten minste 0,5 miljoen ton goederen of 100 000 tot 200 000 passagiers);
  • categorie C omvat de regionale havens in eilandengebieden of in perifere of ultraperifere gebieden.

Bij de Commissie wordt een Comité voor het trans-Europees vervoersnet ingesteld.

De Commissie brengt elke twee jaar verslag uit over de tenuitvoerlegging van de in deze beschikking vervatte richtsnoeren. Elke vijf jaar gaat de Commissie na in hoeverre vooruitgang is geboekt bij de totstandbrenging van het netwerk; zij geeft aan of de richtsnoeren moeten worden aangepast.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Beschikking nr. 1692/96/EG

9.9.1996

-

L 228 van 9.9.1996

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Beschikking nr. 1346/2001/EG

9.7.2001

-

L 185 van 6.7.2001

Beschikking nr. 884/2004/EG

20.5.2004

-

L 167 van 30.4.2004

Verordening (EG) nr. 1791/2006

1.1.2007

-

L 363 van 20.12.2006

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Beschikking nr. 1692/96/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Werkdocument van de Commissie – Raadpleging met het oog op de herziening van het beleid inzake de trans-Europese vervoersnetwerken [COM(2010) 212 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
In aansluiting op het groenboek van februari 2009 over de toekomstige ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-V) strekt deze tweede raadpleging tot verfijning van de beleidsopties die naar voren zijn gekomen in de vorige bijdragen van de EU-instellingen en de belanghebbenden. De Commissie stelt dat het TEN-V moet bijdragen tot de ontwikkeling van een geïntegreerd Europees vervoerssysteem dat beter is opgewassen tegen de milieu-uitdagingen. Een geïntegreerd vervoerssysteem biedt bovendien intermodale oplossingen die beter tegemoetkomen aan de mobiliteitsbehoeften van burgers en bedrijven en die het concurrentievermogen van de Europese industrie versterken. In het kader van de raadpleging wordt voor de TEN-V-planning een dubbelgelaagde methodologie gevolgd: de tenuitvoerlegging van het TEN-V en het institutionele en het wettelijke kader van de herziening van het TEN-V-beleid.

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 21 maart 2007 getiteld: “Trans-Europese netwerken: Naar een geïntegreerde aanpak” [COM(2007) 135 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s - Trans-Europees vervoersnet - Verslag inzake de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren 2002-2003 overeenkomstig artikel 18 van Beschikking nr. 1692/96/EG [COM(2007) 94 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
Dit verslag beoordeelt de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnet in 2002 en 2003. In dit verslag wordt een toename van de investeringen (voornamelijk overheidsfinancieringen) ten opzichte van de twee voorgaande jaren vastgesteld. Deze schattingen kunnen echter misleidend zijn indien het beleid van de lidstaten in aanmerking wordt genomen. In het verslag wordt ervan uitgegaan dat de prioritaire projecten in 2020 zullen zijn voltooid.

Laatste wijziging: 27.07.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven