RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europees waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat

Archief

Het Europees waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC), dat is opgericht in 1997, is in 2007 vervangen door het Agentschap van de grondrechten van de Europese Unie. De opdracht van het EUMC was om de Gemeenschap en haar lidstaten objectieve, betrouwbare en vergelijkbare gegevens te verschaffen over verschijnselen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme op Europees niveau, die een hulp moesten zijn bij het nemen of vaststellen van maatregelen op gebieden die binnen hun respectieve bevoegdheden vielen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad van 2 juni 1997 houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

1. Er is een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat opgericht (EN). Het wordt gevestigd te Wenen (zie Besluit van de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van 2 juni 1997, Publicatieblad C 194 van 25.06.1997).

2. Het waarnemingscentrum doet onderzoek naar de omvang en de ontwikkeling van verschijnselen en uitingen van racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme, analyseert de oorzaken, de gevolgen en het effect ervan en bestudeert voorbeelden van goede praktijken. Hiertoe verzamelt, registreert en analyseert het de gegevens die bij onderzoekcentra, de lidstaten, de communautaire instellingen, non-gouvernementele organisaties of internationale organisaties zijn ingewonnen. Bovendien is het belast met het opzetten en coördineren van een Europees netwerk voor informatie over racisme en vreemdelingenhaat (RAXEN).

3. Teneinde overlappingen te vermijden houdt het waarnemingscentrum rekening met eerdere activiteiten van de communautaire instellingen en andere bevoegde internationale organisaties, met name de Raad van Europa.

4. Bij het verzamelen van gegevens over verschijnselen van racisme en vreemdelingenhaat heeft het waarnemingscentrum vooral aandacht voor de volgende gebieden:

  • vrij verkeer van personen binnen de Gemeenschap;
  • media en andere communicatiemiddelen;
  • onderwijs, beroepsopleiding en jeugdzaken;
  • sociaal beleid, met inbegrip van werkgelegenheid;
  • vrij verkeer van goederen;
  • cultuur.

5. Het waarnemingscentrum bezit rechtspersoonlijkheid. Het werkt samen met organisaties in de lidstaten en met internationale gouvernementele of non-gouvernementele organisaties die werkzaam zijn op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat. De activiteiten van het waarnemingscentrum worden gecoördineerd met die van de Raad van Europa, in het kader van een overeenkomst tussen laatstgenoemde en de Gemeenschap. De aan het waarnemingscentrum verschafte gegevens mogen alleen worden gebruikt voor de vastgestelde doeleinden en onder de voorwaarden die zijn voorgeschreven door de dienst die ze verstrekt. Hun beschermingsniveau zal overeenstemmen met het bepaalde in Richtlijn 95/46/EG. De lidstaten zijn evenwel niet verplicht gegevens te verschaffen die in hun wetgeving als vertrouwelijk zijn gekwalificeerd.

6. De raad van bestuur van het waarnemingscentrum is samengesteld uit een door elke lidstaat aangewezen onafhankelijk lid, een door het Europees Parlement aangewezen onafhankelijk lid, een door de Raad van Europa aangewezen onafhankelijk lid en een vertegenwoordiger van de Commissie. Deze raad stelt het jaarlijks actieprogramma vast, de ontwerpbegroting en de definitieve jaarlijkse begroting van het waarnemingscentrum, keurt het jaarverslag goed over de situatie inzake racisme en vreemdelingenhaat in de Gemeenschap, het jaarverslag over de activiteiten van het waarnemingscentrum en de conclusies en de aanbevelingen.

7. Het dagelijks bestuur controleert de werkzaamheden van het waarnemingscentrum; het is samengesteld uit de voorzitter en de vice-voorzitter van de raad van bestuur en maximaal drie andere leden van deze raad, waaronder het door de Raad van Europa aangewezen lid en de vertegenwoordiger van de Commissie.

8. Op voorstel van de Commissie benoemt de raad van bestuur een directeur die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken van het waarnemingscentrum. Hij is de wettelijke vertegenwoordiger van het centrum.

9. Het personeel van het waarnemingscentrum is onderworpen aan de voor de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen geldende regelingen.

10. De begroting van het waarnemingscentrum wordt gefinancierd met een subsidie van de Gemeenschap (begrotingslijn), betalingen voor geleverde diensten en eventuele financiële bijdragen van organisaties waarmee het waarnemingscentrum samenwerkt en elke vrijwillige bijdrage van de lidstaten. In het kader van zijn werkzaamheden kan het waarnemingscentrum de operationele kosten en uitgaven dragen, de kosten voor administratie en infrastructuur, de bezoldiging van het personeel en de kosten uit hoofde van overeenkomsten met instellingen of instanties die deel uitmaken van het Raxen-netwerk of overeenkomsten met derden.

11. In de loop van het derde jaar na de inwerkingtreding van de verordening legt de Commissie aan het Europese Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een evaluatierapport voor over de activiteiten van het waarnemingscentrum, eventueel vergezeld van voorstellen tot wijziging of uitbreiding van de taken van het centrum, met name in het licht van de ontwikkeling van de communautaire bevoegdheden op het gebied van racisme en vreemdelingenhaat.

12. Deze verordening is op 1 maart 2007 vervangen door Verordening 5EG) nr. 168/2007 inzake oprichting van een Agentschap voor de grondrechten van de Europese Unie.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) n° 1035/973.6.1997-L 151 van 10.6.1997
Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) n° 1652/20031.10.2003-L 245 van 29.9.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat, vergezeld van voorstellen voor een herschikking van Verordening (EG) nr.1035/97 van de Raad [COM(2003) 483 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].
In deze mededeling zijn de resultaten verwerkt van de externe evaluatie van het waarnemingscentrum, die is uitgevoerd door het Centre for Strategy and Evaluation Services. Met deze externe evaluatie werd beoogd een onafhankelijk oordeel te verkrijgen over de doeltreffendheid van het waarnemingscentrum sinds zijn oprichting einde 2001, gelet op de doelstellingen die in de betreffende verordening zijn vastgesteld. Ondanks de aanzienlijke vooruitgang, wat de objectiviteit en de betrouwbaarheid van de gegevens betreft, is de nagestreefde vergelijkbaarheid van de situaties in de diverse lidstaten nog lang niet bereikt. Er lijken onvoldoende nationale gegevens te worden verstrekt, waardoor geen conclusies kunnen worden gevormd over de doeltreffendheid van de diverse beleidsmaatregelen en praktijken inzake fraudebestrijding.
De uitvoerders van de evaluatie beoordelen het financieel en het personeelsbeleid als bevredigend. De Commissie is van oordeel dat de externe evaluatie heeft geleid tot een nuttig onderzoek van de prestaties van het waarnemingscentrum en dat een aantal punten nog moet worden behandeld. Zij erkent dat het waarnemingscentrum aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt door voldoende personeel en uitrusting te verwerven. Het moet zich evenwel meer richten op zijn rol als agentschap dat belast is met het verzamelen van gegevens en zorgen voor verbeteringen inzake kwaliteit en bruikbaarheid.
Aangezien de strijd tegen het racisme een gedeelde bevoegdheid is en het welslagen van het waarnemingscentrum bij het bereiken van de vergelijkbaarheid van de gegevens een nauwe samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten vergt, stelt de Commissie voor de verordening aan te passen, In 2004 heeft de Commissie het voorstel tot herschikking van Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad ingetrokken.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat [COM (2000) 625 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].
In dit verslag beschrijft de Commissie de context van de oprichting en het rechtskader van het waarnemingscentrum, bespreekt gedetailleerd de personele en financiële middelen die ter beschikking van het waarnemingscentrum zijn gesteld, en stelt het programma voor van de werkzaamheden en de eerste ontwikkelingen.

Besluit van de Raad van 21 december 1998 betreffende het sluiten van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Raad van Europa voor de instelling van een nauwe samenwerking tussen het waarnemingscentrum en de Raad van Europa overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad van 2 juni 1997 houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en Vreemdelingenhaat [Publicatieblad L 44 van 18.02.1999].
De ontwerp-overeenkomst voorziet in het leggen van regelmatige contacten tussen de directeur van het waarnemingscentrum en het Secretariaat-generaal van de Raad van Europa, met name het secretariaat van de Europese commissie tegen racisme en onverdraagzaamheid (ECRI).
Het waarnemingscentrum en de ECRI dragen er zorg voor dat de in het kader van hun activiteiten verzamelde informatie en gegevens wederzijds ter beschikking worden gesteld, met uitzondering van die welke vertrouwelijk zijn. Zij zorgen verder op wederzijdse basis voor de grootst mogelijke verspreiding van de resultaten van hun respectieve werkzaamheden.
Bovendien voeren het waarnemingscentrum en de ECRI overleg met elkaar om hun activiteiten te coördineren en hun werkprogramma's op elkaar af te stemmen. Zij kunnen gezamenlijke en/of aanvullende activiteiten over onderwerpen van gemeenschappelijk belang uitvoeren.
De overeenkomst werd op 12 februari 1999 in Straatsburg ondertekend.

Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Raad van Europa voor de instelling van een nauwe samenwerking tussen het Waarnemingscentrum en de Raad van Europa overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad van 2 juni 1997 houdende oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat [Publicatieblad L44 van 18.02.1999].

Laatste wijziging: 08.06.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven