RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Organisatie van de arbeidstijd (basisrichtlijn)

Archief

1) DOELSTELLING

Aanpassen van minimumvoorschriften betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd die verband houden met de gezondheid en de veiligheid van de werknemers.

2) COMMUNAUTAIRE MAATREGEL

Richtlijn 93/104/EG van de Raad van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.

Gewijzigd bij Richtlijn 2000/34/EG van 22 juni 2000 van het Europees Parlement en de Raad.

3) INHOUD

Toepassingsterrein: in eerste instantie alle bedrijfstakken behalve vervoer, werkzaamheden op zee en werkzaamheden van artsen in opleiding. Sinds de wijziging van juni 2000 geldt voor de werknemers in deze drie categorieën een aantal bepalingen betreffende de rusttijd, pauzes, arbeidstijd, jaarlijkse vakantie en nachtarbeid. Een aantal artikelen van de oorspronkelijke richtlijn zijn niet op deze categorieën van toepassing, maar er zijn ad hoc-maatregelen genomen, zoals de vaststelling van een maximumaantal arbeidsuren of, bij wijze van alternatief, een minimumaantal rusturen voor werknemers aan boord van zeevissersvaartuigen.

Definitie van de termen "arbeidstijd", "rusttijd", "nachtarbeidsperiode": elke periode van ten minste 7 uur, zoals vastgesteld door de nationale wetgeving, die in elk geval de tijdspanne van 24 uur tot 5 uur omvat; "nachtarbeider": elke werknemer die tijdens de nachtarbeidsperiode ten minste 3 uur van zijn dagelijkse arbeid of een deel van zijn jaarlijkse arbeid verricht (dit deel wordt door de lidstaten vastgesteld); "ploegenarbeid": elke soort arbeidsorganisatie in ploegenverband waarbij de werknemers achtereenvolgens en volgens een zeker patroon hetzelfde werk uitvoeren op andere tijden binnen een bepaalde reeks dagen of weken.
Richtlijn 2000/34/EG tot wijziging van Richtlijn 93/104/EG neemt de termen "passende rusttijd" en "mobiele werknemer" op: een werknemer die als lid van het rijdend, varend of vliegend personeel in dienst is van een bedrijf dat diensten verricht voor het vervoer van passagiers of goederen over de weg, in de lucht of in de binnenvaart; "offshorewerkzaamheden": werkzaamheden die hoofdzakelijk op of vanaf offshore-installaties worden verricht.

De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn opdat de werknemer in aanmerking komt voor:

  • de dagelijkse minimumrusttijd van elf aaneengesloten uren per tijdspanne van 24 uur;
  • de minimumtijdspanne van gemiddeld één rustdag, zonder onderbreking volgend op de dagelijkse rusttijd in de loop van elke periode van 7 dagen;
  • voor een dagelijkse arbeidsverrichting van meer dan 6 uur, een pauze waarvan de voorwaarden zijn vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten, in tussen de sociale partners gesloten akkoorden of door de nationale wetgeving;
  • een jaarlijkse vakantie met doorbetaling van loon van ten minste 4 weken, zulks overeenkomstig de voorwaarden voor het verkrijgen en toekennen ervan die zijn vervat in de nationale wetgevingen en/of praktijken;
  • een wekelijkse arbeidsduur die tot 48 uur gemiddeld is beperkt, inclusief het overwerk voor elke periode van 7 dagen.

De normale arbeidstijd voor nachtarbeiders bedraagt in een tijdspanne van 24 uur gemiddeld niet meer dan acht uur. De werknemers hebben recht op een gratis medische keuring alvorens zij met nachtarbeid aanvangen; deze keuring wordt nadien regelmatig herhaald. Wanneer zij gezondheidsproblemen hebben die verband houden met de nachtarbeid, moeten zij, telkens wanneer dat mogelijk is, naar dagarbeid worden overgeplaatst. Werkgevers die regelmatig nachtarbeiders inschakelen, stellen de autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van gezondheid en veiligheid, daarvan op de hoogte.

Nachtarbeiders genieten ten aanzien van hun gezondheid en veiligheid een mate van bescherming die op de aard van hun werk is afgestemd. De beschermings- en preventiediensten en -middelen moeten gelijkwaardig zijn aan die voor andere werknemers, en moeten steeds ter beschikking staan.

Werkgevers die het werk volgens een bepaald patroon organiseren, moeten met het algemene beginsel van de aanpassing van het werk aan de mens rekening houden, met name om steeds terugkerend en eentonig werk te verlichten.

De lidstaten mogen referentieperiodes toepassen:

  • die ten hoogste 14 dagen bedragen voor de wekelijkse rusttijd;
  • die ten hoogste 4 maanden bedragen voor de maximale wekelijkse arbeidsduur;
  • en voor de duur van de nachtarbeid.

Afwijkingen mogen worden toegekend:

  • met inachtneming van de algemene beginselen van de bescherming, de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, wanneer de duur van het werk niet wordt gemeten en/of vooraf vastgesteld door de werknemer zelf;
  • voor werkzaamheden waarbij de arbeidsplaats en de woonplaats van de werknemer ver van elkaar verwijderd zijn;
  • voor bewakings-, surveillance- en wachtdiensten die verband houden met de noodzakelijke bescherming van goederen en personen;
  • voor werkzaamheden waarbij de continuïteit van de dienst of de productie moet worden gewaarborgd, met name in geval van verzorging in ziekenhuizen, de landbouw en pers. En informatiediensten;
  • in geval van te verwachten toename van het werk, met name in de sectoren landbouw, toerisme, de posterijen en spoorwegpersoneel.
  • op voorwaarde dat ter compensatie gelijkwaardige rusttijden worden geboden:
    - volgens de in de richtlijn genoemde criteria, bij voorbeeld bij werkzaamheden waarbij continuïteit van de dienst of de productie noodzakelijk is;
    - door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten of tussen de sociale partners gesloten akkoorden.

Voor artsen in opleiding is, met ingang van 1 augustus 2004, een overgangsperiode van vijf jaar vastgesteld. Gedurende de eerste drie jaar van deze periode mag de wekelijkse arbeidstijd niet meer bedragen dan gemiddeld 58 uur. Gedurende de volgende twee jaar mag de maximale wekelijkse arbeidstijd niet meer bedragen dan gemiddeld 56 uur. Aan sommige lidstaten kan een zesde overgangsjaar worden toegestaan. In het laatste geval mag de arbeidstijd niet meer bedragen dan gemiddeld 52 uur per week. Aan het einde van deze overgangsperiode bedraagt de arbeidstijd 48 uur per week.

4) EINDDATUM VOOR DE TENUITVOERLEGGING VAN DE WETGEVING IN DE LIDSTATEN

Richtlijn 93/104/EG: 23.11.1996
Richtlijn 2000/34/EG: 01.08.2003 (voor artsen in opleiding: 01.08.2004)

5) DATUM VAN INWERKINGTREDING (indien verschillend van 4)

Richtlijn 2000/34/EG: 01.08.2000

6) REFERENTIES

Publicatieblad L 307 van 13.12.1993
Publicatieblad L 195 van 01.08.2000

7) VERDERE WERKZAAMHEDEN

De Richtlijnen(EG) 104/1993 en (EG) 34/2000 zijn vervangen doorRichtlijn (EG) 88/2003van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 inzake bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's inzake de herziening van Richtlijn 93/104/EG betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd [COM (2003) 843 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

Verslag van de Commissie. Stand van zaken bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 93/104/EG van de Raad van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd ("Arbeidstijdrichtlijn") [COM (2000) 787 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

Op 18 november 1998 heeft de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een mededeling voorgelegd betreffende de organisatie van de arbeidstijd in de van Richtlijn 93/104/EG van 23 november 1993 uitgesloten sectoren en activiteiten [COM(98) 662 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

De mededeling licht de plannen van de Commissie toe om de thans niet onder de richtlijn betreffende de arbeidstijd (93/104/EG) vallende werknemers (in het lucht-, spoorweg-, weg- en zeevervoer, de binnenvaart, de zeevisserij, andere activiteiten op zee en artsen in opleiding) te beschermen.

De Commissie heeft steeds op het standpunt gestaan dat voor de werknemers in deze sectoren minimumnormen moeten gelden om hen te beschermen tegen de schadelijke effecten voor hun gezondheid en veiligheid als gevolg van excessief lange werktijden of onvoldoende rusttijden. Tijdens het goedkeuringsproces van Richtlijn 93/104/EG heeft de Commissie het Europees Parlement toegezegd initiatieven te zullen nemen in verband met de van de richtlijn uitgesloten sectoren. Bovendien heeft zij in het sociaal actieprogramma voor de middellange termijn 1995-1997 verklaard de onderhandelingen met de sociale partners over deze kwestie te willen voortzetten.

Op 15 juli 1997 heeft de Commissie een Witboek over de van de richtlijn betreffende de arbeidstijd uitgesloten sectoren en activiteiten goedgekeurd [COM(97) 334 def. - niet in het Publicatieblad verschenen], waarin zij de kenmerken van elke sector en de beleidsopties presenteerde. Op 31 maart 1998 heeft de Commissie het startsein gegeven tot een tweede overlegfase [SEC(98) 537 def. - niet in het Publicatieblad verschenen].

De geraadpleegde beroepsorganisaties steunden de door de Commissie voorgestelde gedifferentieerde aanpak. De meeste organisaties stemden ermee in de werkingssfeer van Richtlijn 93/104/EG uit te breiden tot de niet-mobiele werknemers. Vervolgens zijn de gesprekken in de betrokken paritaire comités geïntensiveerd en zijn er formele overeenkomsten betreffende de arbeidstijd in het spoorweg- en zeevervoer ondertekend. De onderhandelingen in het wegvervoer daarentegen hebben niet tot een overeenkomst geleid.

In deze mededeling werkt de Commissie de gekozen aanpak verder uit. Deze houdt enerzijds rekening met de bijzondere moeilijkheden van deze sectoren en activiteiten en zorgt anderzijds voor de nodige samenhang met de andere wetgeving op het gebied van de vervoersveiligheid. De communautaire actie moet de bedrijven immers de nodige operationele flexibiliteit bieden, moet rekening houden met de gevolgen voor de werkgelegenheid, mag de bedrijven, met name de kleine en middelgrote, geen onredelijke lasten opleggen en moet ten slotte rekening houden met de specifieke kenmerken van elke sector (bv. het heterogene karakter van de zeevisserij).

Deze aanpak omvat:

- horizontale maatregelen: de Commissie stelt voor Richtlijn 93/104/EG te wijzigen zodat deze in de toekomst van toepassing is op:

  • alle niet-mobiele werknemers, onder wie artsen in opleiding en werknemers in de offshoresector;
  • alle mobiele spoorwegarbeiders;
  • de mobiele werknemers in het weg- en luchtvervoer, de binnenvaart en de zeevisserij.

- sectormaatregelen, zie:

  • het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiele werknemers die wegvervoeractiviteiten (castellanodeutschenglishfrançais) verrichten, en van zelfstandige chauffeurs;
  • het voorstel voor een richtlijn van de Raad inzake de tussen de Associatie van Reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van Vervoersbonden van de Europese Unie (FST) gesloten overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden (castellanodeutschenglishfrançais) goedgekeurd door de Raad op 21 juni 1999 (Richtlijn 1999/63/EG);
  • het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van de arbeidstijd van zeevarenden aan boord van schepen die communautaire havens aandoen (castellanodeutschenglishfrançais);
  • de aanbeveling van de Commissie waarbij de lidstaten wordt verzocht Verdrag nr. 180 van de Internationale Arbeidsorganisatie (castellanodeutschenglishfrançais) betreffende de werktijden van zeevarenden en de bemanning van schepen, en het Protocol van 1996 betreffende het Verdrag inzake de koopvaardij (minimumnormen) van 1976 te ratificeren.

Richtlijn (EEG) nr. 391/1989 van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter verbetering van de veiligheid en de gezondheid van werknemers op het werk.

8) UITVOERINGSMAATREGELEN VAN DE COMMISSIE

Laatste wijziging: 14.03.2005
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven