RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Communautair Bureau voor visserijcontrole

De Raad heeft in 2005 de oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC) bekrachtigd. Dit bureau heeft tot doel de operationele coördinatie van de visserijcontroles en -inspecties van de lidstaten te organiseren en de lidstaten te helpen met de toepassing van de regels van het gemeenschappelijke visserijbeleid (GVB).

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Opdracht en taken van het Bureau

Het Bureau is een technisch bestuursorgaan van de Europese Unie dat tot doel heeft:

  • de visserijcontroles en -inspecties van de lidstaten te coördineren;
  • de door de lidstaten gebundelde inzet van de nationale controle- en inspectiemiddelen te coördineren;
  • de lidstaten bij de verslaglegging over de visserijactiviteiten en de controles en inspecties aan de Commissie en aan belanghebbenden bij te staan;
  • de lidstaten te helpen met het verrichten van hun taken en het nakomen van hun verplichtingen die voortvloeien uit het GVB;
  • de lidstaten en de Commissie bij te staan bij het harmoniseren van de toepassing van het gemeenschappelijk visserijbeleid in de hele Unie, met name de specifieke controle- en inspectieprogramma’s, de controleprogramma’s ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde visserij en de internationale controle- en inspectieprogramma’s;
  • bij te dragen tot de werkzaamheden van de lidstaten en de Commissie inzake het onderzoek naar en de ontwikkeling van controle- en inspectietechnieken;
  • bij te dragen tot de opleiding van inspecteurs en de uitwisseling van ervaringen tussen de lidstaten;
  • de operaties ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereglementeerde visserij te coördineren.

Op verzoek van de Commissie moet het Bureau ook taken vervullen in verband met de internationale verplichtingen van de Unie en haar lidstaten. Het staat hen bij in hun betrekkingen met derde landen en met de internationale regionale visserijorganisaties waarvan de Unie lid is. Het Bureau kan ook met de bevoegde autoriteiten van derde landen samenwerken in het kader van internationale regionale visserijorganisaties of van specifieke bilaterale visserijovereenkomsten. Het mag namens de lidstaten tevens de taken vervullen die voortvloeien uit internationale visserijovereenkomsten.

Het Bureau kan op contractbasis ook diensten verlenen, bijvoorbeeld het huren en exploiteren van controlevaartuigen.

Operationele coördinatie

Het Bureau coördineert de tenuitvoerlegging van de controle- en inspectieprogramma’s aan de hand van gezamenlijke inzetplannen.

De gezamenlijke inzetplannen worden na overleg met de lidstaten vastgesteld.

De uitvoerend directeur van het Bureau stelt de betrokken lidstaten en de Commissie in kennis van het ontwerpplan. Als binnen vijftien werkdagen geen bezwaren worden geuit, is het plan aangenomen. Als er bezwaren zijn, legt de directeur de kwestie voor aan de Commissie, die alle wijzigingen kan aanbrengen die nodig zijn voor de aanneming van het plan.

De inzetplannen geven praktische toepassing aan de criteria, benchmarks, prioriteiten en gemeenschappelijke procedures die de Commissie in de controle- en inspectieprogramma’s heeft vastgesteld. Voorts organiseren zij het gebruik van de nationale controle- en inspectiemiddelen alsook de inzet van de personele en materiële hulpmiddelen gedurende de periodes waarin en in de gebieden waar zij moeten worden ingezet.

In de gezamenlijke inzetplannen is ook bepaald onder welke voorwaarden de controle- en inspectiemiddelen van een lidstaat zich in wateren onder de soevereiniteit van een andere lidstaat mogen begeven.

Elk jaar beoordeelt het Bureau de doeltreffendheid van elk gezamenlijk inzetplan en analyseert het, aan de hand van de beschikbare elementen, of het risico bestaat dat de visserijactiviteiten niet in overeenstemming zijn met de geldende instandhoudings- en controlemaatregelen.

Met de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen heeft het Bureau nieuwe bevoegdheden gekregen om zijn doelmatigheid te verbeteren.

Aankoop en huur van uitrusting

Het Bureau kan voortaan de uitrusting kopen of huren die nodig is voor de tenuitvoerlegging van de gezamenlijke inzetplannen en de controle- en inspectieprogramma’s.

Communautaire inspecteurs

In aanvulling op de door de lidstaten ter beschikking gestelde personele middelen in het kader van de specifieke en de internationale controle- en inspectieprogramma’s kan het Bureau personeelsleden aanwijzen als communautaire inspecteurs in internationale wateren.

Noodeenheid

Het Bureau kan op eigen initiatief of op verzoek van de lidstaten een noodeenheid opzetten wanneer het GVB een ernstig risico loopt dat niet met de bestaande middelen kan worden voorkomen.

De noodeenheid verzamelt en analyseert alle nodige gegevens en gaat na welke mogelijkheden er zijn om het risico voor het GVB zo snel mogelijk weg te werken.

Meerjarig werkprogramma

Het meerjarige werkprogramma van het Bureau bestrijkt voortaan een periode van vijf jaar. Het programma omvat de algemene doelstellingen, het mandaat, de taken, de benchmarks en de prioriteiten van elke activiteit van het Bureau.

Samenwerking in maritieme zaken

Het Bureau draagt bij tot de tenuitvoerlegging van het geïntegreerde maritieme beleid van de Europese Unie. Het is met name verantwoordelijk voor het sluiten van administratieve overeenkomsten met andere instanties na goedkeuring door de raad van bestuur.

Interne structuur en werking

Het Bureau is een orgaan van de Europese Unie en is gevestigd in Vigo (Spanje).

Het personeel van het Bureau bestaat uit ambtenaren die tijdelijk zijn toegewezen of gedetacheerd en uit andere personeelsleden die door het Bureau worden aangeworven naargelang zijn werkzaamheden zulks vereisen.

Het Bureau heeft een raad van bestuur, die de nodige procedures vaststelt voor de uitvoering van de taken van het Bureau. De raad van bestuur bestaat uit zes vertegenwoordigers van de Europese Commissie en telkens één vertegenwoordiger per lidstaat. Alle leden zijn benoemd op basis van hun ervaring.

De raad van bestuur benoemt de uitvoerend directeur voor een hernieuwbare ambtstermijn van vijf jaar.

De uitvoerend directeur is belast met het beheer van het Bureau en ziet toe op de uitvoering van de beginselen van het GVB. Hij keurt het werkprogramma en de definitieve begroting van het Bureau voor het volgende jaar alsook het algemeen verslag over het voorgaande jaar goed.

Begroting

Het Bureau put voor zijn financiering uit drie bronnen: de communautaire begroting, de betaling voor de aan de lidstaten geleverde diensten en de betaling voor publicaties, opleiding en andere door het Bureau geleverde diensten.

Evaluatie

Binnen vijf jaar nadat het Bureau een begin heeft gemaakt met de uitvoering van zijn taken, en vervolgens om de vijf jaar, geeft de raad van bestuur de opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van de uitvoering van deze verordening.

Bij elke evaluatie worden het effect van deze verordening alsook het nut, de relevantie en de efficiëntie van het Bureau beoordeeld om een uniforme toepassing van het GVB te garanderen.

Context

Ingevolge de hervorming van het GVB in 2002 is het opstellen van geharmoniseerde voorwaarden voor de toepassing van de regelgeving een essentieel onderdeel van het GVB geworden. Dit is enkel mogelijk wanneer een permanente structuur wordt opgericht die de visserijcontrole- en inspectieactiviteiten in de lidstaten coördineert: het Communautair Bureau voor visserijcontrole.

Overeenkomstig de door het Rekenhof geformuleerde aanbevelingen (speciaal verslag nr. 7/2007) werd het mandaat van het Bureau aanzienlijk uitgebreid bij Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen. Deze verordening had ten doel de rol van het Bureau op het gebied van controle en inspectie te versterken, met name in het kader van de gezamenlijke inzetplannen en de controle- en inspectieprogramma’s.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 768/2005

10.6.2005

-

L 128 van 21.5.2005

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1224/2009

1.1.2010

-

L 343 van 22.12.2009

Laatste wijziging: 27.05.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven