RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector

Archief

Met deze verordening wordt beoogd om, voor de periode 2000 tot en met 2006, de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden vast te stellen voor de uitvoering van de structurele maatregelen van de Gemeenschap met het oog op de doelstellingen voor de visserijsector in het kader van het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) en om de herstructurering van het structuurbeleid voor de visserij te sturen en te bevorderen.

MAATREGEL

Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Algemeen kader

De bij deze verordening ingestelde regelingen en voorschriften voor steunverlening vloeien voort uit de bepalingen inzake de basisverordening van de vier communautaire Structuurfondsen, waarvan het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) deel uitmaakt (Verordening (EG) nr. 1260/1999).

Wat de visserij betreft, zijn de structurele acties bedoeld om de herstructurering van de sector te sturen en voort te zetten. Dit is namelijk dringend nodig om de toekomst van de visserij zeker te stellen, aangezien het onevenwicht tussen de beschikbare hulpbronnen en de vangstcapaciteit blijft bestaan. In het licht hiervan wordt overheidssteun die leidt tot een grotere visserij-inspanning niet toegestaan.

Vernieuwing en modernisering van de vissersvloot

De door de lidstaten beheerde overheidssteun moet voldoen aan de regelgeving inzake de instandhouding van de visbestanden. In voorkomend geval kan deze steun worden toegekend voor beperking of beëindiging van de visserij.

Twee soorten maatregelen van de lidstaten om de visserij definitief te beëindigen, kunnen voor overheidssteun in aanmerking komen. Deze maatregelen zijn (mits aan bepaalde voorwaarden inzake ouderdom en tonnage van de vaartuigen is voldaan):

  • sloop van het vaartuig;
  • permanente omschakeling van het vaartuig op andere doeleinden dan de visserij en zonder winstoogmerk.

Overheidssteun kan ook worden toegekend voor modernisering van de vloot of voor de toepassing van selectievere vangstmethoden. Uitgaven voor apparatuur en modernisering komen niet voor steun in aanmerking gedurende de eerste vijf jaar na de toekenning van overheidssteun voor de bouw van het betrokken vaartuig (met uitzondering van steun voor apparatuur voor toezicht en akoestische afschrikmiddelen). Voor schepen ouder dan 5 jaar kan steun worden toegekend voor verbetering van de veiligheid, de hygiënische en arbeidsomstandigheden en de kwaliteit van de producten, op voorwaarde dat de vangstcapaciteit niet toeneemt. Premies kunnen niet worden gecumuleerd. Zij worden tevens verminderd met het bedrag dat is ontvangen als steun voor modernisering of het bedrag dat is ontvangen als steun voor tijdelijke stillegging. Steun voor satellietvolgsystemen mogen niet worden gecumuleerd met steun die is ontvangen op grond van maatregelen inzake de controle de inspectie en het toezicht op vissersvaartuigen. Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn aanvullende voorwaarden vastgesteld.

Kleinschalige kustvisserij

De kleinschalige kustvisserij is de visserij die wordt beoefend door vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 12 meter die geen gebruik maken van bepaalde gesleepte vistuigen. Gezien het belang van de kleinschalige kustvisserij en de bijdrage ervan tot de werkgelegenheid, kunnen de lidstaten onder bepaalde voorwaarden maatregelen vaststellen in aanvulling op de steun voor modernisering.
Wanneer een aantal scheepseigenaren of leden van een vissersgezin die de kleinschalige kustvisserij uitoefenen, in onderlinge samenwerking een geïntegreerd collectief project uitvoeren dat verband houdt met de structurele verbetering van de visserijactiviteit, kan aan de deelnemers aan deze groep een forfaitaire premie worden verleend (ten hoogste 150.000 euro).

Sociaal-economische maatregelen

De lidstaten kunnen voor vissers verschillende sociaal-economische maatregelen treffen om de negatieve gevolgen van de vermindering van de visserij-inspanning te verzachten, met name:

  • cofinanciering van nationale maatregelen voor vervroegde uittreding van vissers, onder bepaalde voorwaarden inzake de leeftijd (begunstigden moeten ten minste 55 jaar oud zijn of niet meer dan tien jaar verwijderd zijn van de pensioengerechtigde leeftijd) en de duur van de periode waarin het vissersberoep is uitgeoefend (ten minste tien jaar);
  • individuele forfaitaire premies (ten hoogste 10.000 euro) in geval van werkloosheid als gevolg van de definitieve stopzetting van de activiteiten van een vissersvaartuig (deze steun moet pro rata temporis worden terugbetaald indien de begunstigde minder dan een jaar na het ontvangen van de premie opnieuw gaat vissen);
  • niet-hernieuwbare individuele forfaitaire premies (ten hoogste 50.000 euro) aan, voor omscholing of diversificatie van hun activiteiten (ten hoogste 200.000 euro) op andere gebieden dan de zeevisserij, waarbij het mogelijk blijft in deeltijd te vissen op voorwaarde dat wordt bijgedragen tot een vermindering van de door de begunstigden geleverde visserij-inspanning;
  • individuele premies voor vissers jonger dan 35 jaar die kunnen aantonen dat zij het beroep sinds ten minste vijf jaar hebben uitgeoefend of een beroepsopleiding hebben gevolgd, en die voor de eerste keer een vissersvaartuig in gedeeltelijke of volledige eigendom verwerven. Het vaartuig moet tussen 10 en 20 jaar oud zijn en tussen 7 en 24 meter lang. De eigendomsoverdracht mag niet plaatsvinden tussen leden van hetzelfde gezin die met elkaar verwant zijn tot de tweede graad. De premie mag ten hoogste 10 % van de aankoopprijs of 50.000 euro bedragen.

Indien de Raad een herstelplan goedkeurt of de Commissie dan wel een of meer lidstaten speciale of noodmaatregelen vaststellen, wordt het bedrag van de forfaitaire premies met 20% verhoogd.

Investeringssteun

De lidstaten kunnen investeringen stimuleren die betrekking hebben op:

  • werkzaamheden voor de bescherming en ontwikkeling van de visbestanden (behalve uitzettingen);
  • aquacultuur;
  • uitrusting van vissershavens;
  • verwerking en afzet van visserijproducten;
  • binnenvisserij.

Om voor steun in aanmerking te komen, moeten de projecten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • een duurzaam voordeel opleveren voor de economie;
  • voldoende waarborgen bieden wat de technische en economische levensvatbaarheid betreft;
  • geen risico inhouden voor nadelige gevolgen, met name voor een toename van de productiecapaciteit.

Diverse maatregelen

De lidstaten kunnen maatregelen nemen ten gunste van collectieve acties inzake verkoopbevordering en het zoeken van nieuwe afzetmogelijkheden voor visserij- en aquacultuurproducten (met name kwaliteitsborging, productetikettering, verkoopbevorderingscampagnes, marktstudies, jaarmarkten en tentoonstellingen, verkoopadvies en verkoopsteun, enz.). Voorrang wordt gegeven aan acties die gericht zijn op de afzet van soorten waarvan er een overschot is of die onderbevist zijn, waardoor een kwaliteitsbeleid voor de producten wordt opgezet of waardoor de afzet wordt bevorderd van volgens milieuvriendelijke methoden verkregen producten en die worden gevoerd door organisaties die officieel zijn erkend.

De lidstaten kunnen ook acties aanmoedigen die worden uitgevoerd door het bedrijfsleven, georganiseerd in producentenorganisaties en verenigingen of groeperingen van vissers. Deze acties, die van een uiteenlopende aard kunnen zijn, moeten van collectief belang en van beperkte duur zijn. Zij hebben met name betrekking op het beheer van de visserij-inspanning, het gebruik van methodes voor de instandhouding van de bestanden, het bevorderen van selectieve vistuigen en methodes, de aquacultuuruitrusting, de toegang tot opleiding, de verbetering van de hygiënische en sociale omstandigheden, de totstandbrenging van nieuwe handelscontacten, enz.
Bovendien kunnen de producentenorganisaties gedurende de drie jaren na hun oprichting steun krijgen, en ook een steun die specifiek bestemd is voor de uitvoering van programma's om de kwaliteit van hun producten te verbeteren.

De lidstaten kunnen de nodige middelen reserveren voor de uitvoering van innoverende acties en technische bijstand, met name proefprojecten (onder meer op het gebied van de experimentele visserij, voorzover deze gericht zijn op de instandhouding van de visbestanden), opleidingsprogramma's, uitwisseling van know-how, enz.

De lidstaten kunnen aan vissers en eigenaren van vaartuigen financiële vergoedingen toekennen voor de tijdelijke stillegging van hun visserijactiviteit wegens:

  • niet te voorziene gebeurtenissen (op basis van wetenschappelijke bewijzen);
  • niet-vernieuwing of opschorting van een visserijovereenkomst;
  • de tenuitvoerlegging van een plan voor het herstel van een met uitputting bedreigd bestand of voor het beheer van de bestanden (op basis van wetenschappelijke en economische bewijzen);
  • technische beperkingen voor bepaalde vistuigen of vangstmethoden.

Wanneer schelpdieren vervuild raken door giftig plankton of mariene biotoxines, kunnen de lidstaten de betrokken kwekers een financiële compensatie toekennen indien de oogst door deze omstandigheden meer dan vier maanden lang moet worden onderbroken of indien de verliezen als gevolg daarvan meer dan 35% van de jaarlijkse omzet van het bedrijf bedragen.

De financiële bijstand van het FIOV mag niet meer dan 1 miljoen euro of 4 % van de aan de betrokken lidstaat toegekende financiële bijstand bedragen, behalve wanneer een herstel- beheersplan wordt vastgesteld waarin maatregelen voor buitengebruikstelling zijn opgenomen.

Comitologie

De Commissie wordt voor de tenuitvoerlegging van de verordening bijgestaan door het Comité voor de structuur van de visserij en de aquacultuur en het Comité van beheer voor de visserij en de aquacultuur.

REFERENTIES

MaatregelDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 2792/19993.1.2000-L 337 van 30.12.1999

WijzigingsbesluitenDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) 1451/200124.7.2001-L 198 van 21.7.2001
Verordening (EG) 179/20024.2.2002-L 31 van 1.2.2002
Verordening (EG) 2369/20021.1.2003-L 358 van 31.12.2002
Verordening (EG) 1421/200426.8.2004-L 260 van 6.8.2004

GERELATEERDE BESLUITEN

Afwijking

Verordening (EG) nr. 639/2004 van de Raad van 30 maart 2004 betreffende het beheer van de in ultraperifere gebieden geregistreerde vissersvloten [Publicatieblad L 102 van 7.4.2004].
Gelet op het belang van de visserij in de ultraperifere gebieden van de Gemeenschap wordt met deze verordening aandacht besteed aan de voor de betrokken regio's specifieke structurele, sociale en economische aspecten van het visserijvlootbeheer.

Toepassingsmaatregelen

Verordening (EG) nr. 2091/98 van de Commissie van 30 september 1998 betreffende de indeling van de communautaire vissersvloot en de visserij-inspanning in segmenten ten behoeve van de meerjarige oriëntatieprogramma's [Publicatieblad L 266 van 1.10.1998].

Verordening (EG) nr. 2092/98 van de Commissie van 30 september 1998 betreffende de mededeling van gegevens over de visserij-inspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap [Publicatieblad L 266 van 1.10.1998].

Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen.

Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad van 21 juni 1999 betreffende het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij.

Verordening (EG) nr. 657/2000 van de Raad van 27 maart 2000 betreffende de versterking van de dialoog met de visserijsector en de bij het gemeenschappelijk visserijbeleid betrokken kringen [Publicatieblad L 80 van 31.3.2000].

Verordening (EG) nr. 908/2000 van de Commissie van 2 mei 2000 betreffende de wijze van berekening van de steun van de lidstaten voor de producentenorganisaties in de visserij- en aquacultuursector [Publicatieblad L 105 van 3.5.2000].

Verordening (EG) nr. 366/2001 van de Commissie van 22 februari 2001 betreffende de uitvoeringsbepalingen voor de acties waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad [Publicatieblad L 055 van 24.2.2001].

Verordening (EG) nr. 2561/2001 van de Raad van 17 december 2001 ter bevordering van de omschakeling van vaartuigen en vissers die tot in 1999 afhankelijk waren van de visserijovereenkomst met Marokko [Publicatieblad L 344 van 28.12.2001].

Verordening (EG) nr. 2369/2002 van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2792/1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor structurele acties van het gemeenschappelijk visserijbeleid [Publicatieblad L 358 van 31.12.2002].

Laatste wijziging: 02.06.2005
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven