RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Destructieve visserijpraktijken op volle zee en bescherming van ecosystemen

Destructieve visserijpraktijken op volle zee vormen een bedreiging voor de kwetsbare diepzee-ecosystemen. De Commissie stelt een strategie voor om de internationale actie in het kader van de Verenigde Naties, de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) en de internationale conventies voor de bescherming van de mariene habitats van kwetsbare diepzee-ecosystemen te versterken.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio´s van 17 oktober 2007 - Destructieve visserijpraktijken op volle zee en bescherming van kwetsbare diepzee-ecosystemen [COM(2007) 604 definitief - Niet gepubliceerd in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

De Commissie stelt een ambitieuze strategie voor voor de bescherming van kwetsbare diepzee-ecosystemen op basis van het voorzorgprincipe en een voorafgaande effectbeoordeling. Hiermee geeft zij gevolg aan de oproep die de Algemene Vergadering van de Verenigde naties (AVVN) in resolutie 61/105 heeft gedaan ten behoeve van een reglementering van de visserij op plaatsen met kwetsbare diepzee-ecosystemen.

Destructieve visserijpraktijken op volle zee

Menselijke activiteiten vormen een bedreiging voor de biodiversiteit en het evenwicht van mariene diepzee-ecosystemen. Bodemvisserij en bodemvistuig (vissen met bodemtrawls, dreggen, kiewnetten, enz.) kunnen onherstelbare schade aanrichten aan kwetsbare mariene habitats. Andere bedreigingen vloeien voort uit activiteiten als koolwaterstofprospectie, het leggen van onderzeese kabels of het dumpen van afval.

Deze constatering berust op studies waarin schade aan diepzeekoraalriffen is vastgesteld in het noordoostelijke en het westelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Tasmanzee.

Deze activiteiten kunnen de verwezenlijking in het gedrang brengen van de doelstellingen van de top van 2002 van Johannesburg over duurzame ontwikkeling.

Maatregelen van de Europese Unie

De actie van de Europese Unie (EU) is gebaseerd op de aanbevelingen van resolutie 61/105 (EN) (ES) (FR) van de Verenigde Naties voor de bescherming van de mariene habitats van kwetsbare diepzee-ecosystemen. In deze resolutie, waaraan de Commissie actief heeft bijgedragen, worden de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) en de lidstaten opgeroepen om voor 31 december 2008 maatregelen vast te stellen en uit te voeren, overeenkomstig het voorzorgprincipe, de ecosysteemaanpak en het internationaal recht. In deze maatregelen wordt een beheersregeling vastgesteld voor de bodemvisserij op volle zee op basis van:

  • de uitvoering van een milieueffectbeoordeling als voorwaarde om visserijactiviteiten te mogen uitoefenen;
  • de identificatie van kwetsbare mariene ecosystemen door verbetering van het onderzoek en de gegevensverzameling;
  • de sluiting van kwetsbare gebieden.

Deze strategie bevat voorstellen voor de uitvoering van deze aanbevelingen en stelt ook nog verdergaande maatregelen voor.

De EU moet op wereldniveau een leidende rol spelen op het gebied van de bescherming van kwetsbare diepzee-ecosystemen en met name het internationale debat stimuleren. Zij zal ondersteuning bieden bij de opstelling van een verslag over de vooruitgang in de strijd tegen destructieve visserijpraktijken dat in 2009 bij de Verenigde Naties zal worden ingediend. Bovendien zal de EU nauwer samenwerken met de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO (EN) (ES) (FR)) bij de verzameling en verspreiding van betrouwbare informatie over de door de lidstaten goedgekeurde maatregelen. Deze informatie zal als basis dienen voor de technische richtsnoeren voor de diepzeevisserij. Verder zal de samenwerking in het kader van het verdrag inzake biologische diversiteit (CBD) en de regionale mariene overeenkomsten eraan bijdragen dat de bedreigde mariene gebieden in kaart gebracht kunnen worden.

Voor de meeste gebieden op volle zee bestaan er al ROVB's. Voor deze gebieden zijn maatregelen goedgekeurd voor de bescherming van ecosystemen maar deze moeten worden aangevuld met een systematische en preventieve aanpak voor het beheer van de milieurisico's. Ten behoeve van een betere bescherming tegen de schadelijke gevolgen van visserijactiviteiten kunnen de ROVB's ook strengere voorschriften toepassen.

Vóór de oprichting van een nieuwe ROVB kunnen de lidstaten tijdelijke maatregelen instellen voor de instandhouding en het beheer van de gebieden die met bodemvisserij te maken hebben. De EU ondersteunt deze aanpak in het kader van de lopende onderhandelingen voor de oprichting van een nieuwe ROVB in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan. De EU heeft ook toegezegd tot aan de sluiting van een overeenkomst in 2008 bij te dragen aan de ontwikkeling van tijdelijke regelingen voor de Indische Oceaan die vervolgens in Europees recht zullen worden omgezet. Voor de gebieden waar nog geen ROVB's zijn, zet de EU zich in voor het op gang brengen van onderhandelingen tussen de belanghebbenden met het oog op de oprichting van deze organisaties.

In de diepzeewateren die niet door een ROVB worden geregeld moeten de visserijactiviteiten van de communautaire vaartuigen worden geregeld bij de verordening die tegelijk met deze mededeling wordt gegeven (zie bijbehorende besluiten). Deze moet in 2008 worden aangenomen en dient voor de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de Verenigde Naties ten aanzien van deze vaartuigen. De verordening stelt met name dat de communautaire vaartuigen een speciale vergunning moeten krijgen voor de bodemvisserij in die gebieden, die pas na een effectbeoordeling zal worden afgegeven. Daartoe wordt aan de hand van nauwkeurige operationele plannen getoetst wat de schadelijke gevolgen van deze visserijactiviteiten kunnen zijn voor kwetsbare diepzee-ecosystemen. De verordening stelt ook de voorschriften vast met betrekking tot het toezicht en de controle, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van waarnemers aan boord en de bepalingen met betrekking tot het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS). Verder stelt de Commissie als complementaire maatregel voor om voor het gebruik van bodemvistuig een maximumdiepte van 1000 m vast te stellen. Ook moeten de vaartuigen met een vergunning het bij de bevoegde instanties ter plaatse melden als zij tijdens hun visserijactiviteiten toevallig plaatsen met kwetsbare ecosystemen ontdekken die daarna dan eventueel beschermd kunnen worden.

Context

De verbintenis van Johannesburg plaatst het probleem van destructieve visserijpraktijken in een algemene context. Visserijaangelegenheden dienen niet langer afzonderlijk te worden geregeld, maar moeten in een breder perspectief van duurzaamheid worden geplaatst, ook met betrekking tot de volle zee. De Commissie heeft deze aanpak geformuleerd in haar recente voorstellen voor een geïntegreerd maritiem beleid. De EU is vastbesloten de principes van de in december 2006 aangenomen resolutie 61/105 van de Verenigde Naties inzake duurzame visserij te volgen.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 734/2008 van de Raad van 15 juli 2008 betreffende de bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee tegen de nadelige effecten van bodemvistuig [Publicatieblad L 201 van 30.07.2008].

Laatste wijziging: 27.10.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven