RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Maximale duurzame opbrengst

Met het oog op het duurzaam maken van de visvangst wordt in deze mededeling een nieuwe aanpak voor de visserij voorgesteld. De Commissie stelt voor om het beheer van de communautaire visserij te baseren op het beginsel van maximale duurzame opbrengst (MDO). Het betreft een systeem van beheer op lange termijn waarbij een exploitatie van de aquatische natuurlijke rijkdommen wordt beoogd onder duurzame economische, sociale en milieuvoorwaarden.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 4 juli 2006 betreffende de verduurzaming van de EU-visserij op basis van de maximale duurzame opbrengst [COM(2006) 360 - Niet verschenen in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

De Commissie heeft deze mededeling gepubliceerd met het oog op de verbetering van de economische prestaties van de visserijsector en het waarborgen van de levensvatbaarheid van de visserij in de geest van de besluiten van de wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg.

De Commissie en de lidstaten hebben zich bij die gelegenheid geschaard achter de doelstelling om uiterlijk tegen 2015 een maximale duurzame opbrengst (MDO) voor de leeggeviste bestanden te realiseren.

De Commissie is van mening dat het tijd is om de Europese visserij anders te gaan beheren en te mikken op succes in plaats van alleen maar te pogen een mislukking af te wenden, meer bepaald door de visbestanden te herstellen door een beheer op basis van het beginsel van MDO.

De Commissie onderstreept de potentiële voordelen van deze nieuwe koers voor het gemeenschappelijke visserijbeleid (GVB). Overeenkomstig verschillende wetenschappelijke analyses wordt 80 % van de Europese visserijbestanden momenteel overbevist, afgemeten aan een beheer dat gebaseerd is op maximale duurzame opbrengst.

Het beginsel van MDO houdt een aanpak in die op de lange termijn is gebaseerd en die erin bestaat vangstquota vast te stellen waarmee de visbestanden zich kunnen handhaven en waardoor een duurzame exploitatie in duurzame economische, sociale en milieuomstandigheden mogelijk wordt.

Voordelen van een aanpak die gebaseerd is op duurzaam rendement

De Commissie is van mening dat een visserij overeenkomstig het MDO-beginsel ertoe kan bijdragen de trend van uitputting van de visbestanden om te keren. Deze aanpak zal het mariene milieu in het algemeen ten goede komen. Hij zal het mogelijk maken de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen te vergoten en de ecosystemen opnieuw in evenwicht te brengen.

De voordelen zijn ook van economische aard aangezien deze aanpak zal resulteren in een vermindering van de kosten voor de visserij. De exploitatie van de visbestanden zal minder hachelijk worden zodra die bestanden een stabieler niveau hebben bereikt.

Visserij binnen de grenzen van MDO zal het aandeel van grote en hoogwaardige vissen groter maken en er zal minder vis moeten worden teruggegooid.

In de loop van de afgelopen jaren is jaarlijks meer dan 10 miljoen ton vis ingevoerd, wat 60 % vertegenwoordigt van de in Europa geconsumeerde vis. Een op MDO gebaseerd beheer van de visbestanden verbetert maximaal het concurrentievermogen van de Europese visserijsector en waarborgt een stabiel aanbod van hoge kwaliteit.

Naar de verwezenlijking van deze aanpak

Het beheer van de visserij moet gebaseerd zijn op duurzaamheid en stabiliteit. De Commissie dringt in dat kader aan op een evenwicht tussen de visserijactiviteit en het vermogen tot instandhouding van de natuurlijke rijkdommen van de zee.

Om deze doelstelling te bereiken is het belangrijk om elk jaar voor de verschillende visbestanden te bepalen hoe hoog de vangstquota mogen zijn. De Commissie heeft reeds de klemtoon gelegd op een verbetering van het besluitvormingsproces inzake visserijbeheer.

Het succes van de overgang naar deze nieuwe aanpak hangt af van de capaciteit van de nationale visserijsectoren om zich aan te passen aan deze nieuwe situatie. Het hangt ook af van het geregelde overleg tussen de Commissie en bedoelde sectoren.

Deze periode van geleidelijke aanpassing kan uitmonden in twee verschillende benaderingen. Overeenkomstig een eerste aanpak kunnen de lidstaten aansturen op de ontwikkeling van een ingekrompen, maar meer efficiënte en winstgevende visserijsector, wat een vermindering van het aantal vissers inhoudt. Een tweede aanpak bestaat erin dat de lidstaten een grote werkgelegenheid in de visserijsector handhaven, zonder vermindering van de omvang van de vloot, maar gepaard aan een teruglopend rendement van de relevante ondernemingen.

Het is aan de lidstaten om een economische strategie voor de visserijsector te kiezen, maar de Commissie wijst erop dat andere oplossingen dan het uit de vaart nemen van vaartuigen in het verleden hebben geleid tot problemen op het gebied van handhaving en maatschappelijke aanvaarding: het is moeilijk om een veel te grote vissersvloot in stand te houden zonder die te gebruiken.

Langetermijnplannen

In de komende jaren zal de Commissie langetermijnplannen voorstellen om tegen 2015 te komen tot bevissingscoëfficiënten waarbij maximale duurzame opbrengsten kunnen worden verkregen. In elk plan zal de bevissingscoëfficiënt voor het betreffende visbestand worden vastgelegd. Bij de ontwikkeling van de plannen zullen de volgende leidende beginselen worden gehanteerd:

  • waarborgen van het overleg met de visserijsector, de consumenten en alle andere betrokken partijen;
  • elk plan baseren op onpartijdig wetenschappelijk advies;
  • rekening houden met de economische, maatschappelijke en milieueffecten van de voorgestelde maatregelen;
  • vaststellen van vangstquota en van de middelen om die geleidelijk te bereiken;
  • de schadelijke effecten van de visserij op het ecosysteem terugdringen;
  • technische maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de visserij, gericht op verschillende visbestanden, bij gemengde vangst verenigbaar is met de respectieve streefcijfers;
  • eventueel voorzien in de mogelijkheid om bepaalde visbestanden onder hun MDO-niveaus te bevissen om zo de productiviteit van de vangst op andere soorten te verhogen;
  • doelstellingen vastleggen onafhankelijk van de biologische staat van de bestanden op het moment van de inwerkingtreding van de plannen, maar met het besef dat striktere instandhoudingsmaatregelen kunnen worden getroffen als de betreffende bestanden sneller uitgeput geraken;
  • voorzien in passende richtsnoeren wanneer het wetenschappelijk advies, bij gebrek aan gegevens of om andere redenen, het niet mogelijk maakt de acties te kwantificeren die vereist zijn om een maximale duurzame opbrengst te bereiken;
  • de plannen en hun doelstellingen op gezette tijden herzien.

Context

Bij de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid in 2002 is de klemtoon al gelegd op het belang van een op de langere termijn gericht beheer van de visserij teneinde de natuurlijke rijkdommen van de zee op een meer duurzame wijze in stand te houden. Daartoe zijn toen plannen voor het herstel van de meest bedreigde visbestanden aangenomen. Door overbevissing is de vangst van talrijke soorten in de afgelopen jaren echter sterk teruggelopen. De Commissie is dus van mening dat verder moet worden gegaan en dat deze trend tot achteruitgang van de meeste Europese visbestanden moet worden omgekeerd. Op de wereldtop over duurzame ontwikkeling van Johannesburg in 2002 hebben de lidstaten zich overigens ertoe verbonden om uiterlijk tegen 2015 de visbestanden te herstellen tot niveaus die verenigbaar zijn met het MDO-beginsel.

Laatste wijziging: 17.10.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven