RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Mariene strategie

De ze richtlijn voorziet in een kader en gemeenschappelijke doelstellingen ter bescherming en behoud van het mariene milieu van nu tot 2020. Om deze gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken, zullen de lidstaten de problemen in de mariene gebieden die tot hun grondgebied behoren, moeten evalueren. Verder zullen ze voor iedere regio samenhangende beheersplannen moeten opstellen en ten uitvoer leggen, en vervolgens toezien op de naleving ervan.

BESLUIT

Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie).

SAMENVATTING

In deze richtlijn worden gemeenschappelijke beginselen vastgelegd op basis waarvan de lidstaten in samenwerking met de andere lidstaten en derde staten hun eigen strategieën moeten uitwerken teneinde in het zeewater waarvoor ze verantwoordelijk zijn een goede milieutoestand te bereiken.

Deze strategieën hebben tot doel de Europese mariene ecosystemen te beschermen en te herstellen en te waarborgen dat de economische activiteiten met betrekking tot het mariene milieu een duurzaam karakter hebben.

De Europese mariene wateren worden in vier regio’s ingedeeld (met mogelijke subregio’s): de Oostzee, het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. In iedere regio en eventueel in de subregio’s waarvan ze deel uitmaken, moeten de betrokken lidstaten hun activiteiten onderling en met de betrokken derde staten coördineren. Hierdoor kunnen ze profiteren van de ervaring en bekwaamheid van de bestaande regionale organisaties.

Mariene strategieën op regionaal niveau

De staten moeten in de eerste plaats de ecologische staat van hun wateren en de invloed van menselijke activiteiten beoordelen. Deze beoordeling omvat:

  • een analyse van de essentiële kenmerken van deze wateren (fysische en chemische kenmerken, habitattypes, dieren- en plantenpopulaties, enzovoort);
  • een analyse van de belangrijkste gevolgen en belastende factoren, met name ten gevolge van menselijke activiteiten die de eigenschappen van de wateren beïnvloeden (aantasting door giftige producten, eutrofiëring *, verstikking of verslibbing van de habitat door bouwwerken, introductie van uitheemse soorten, verwondingen door scheepsankers, enzovoort);
  • een economische en sociale analyse van het gebruik van deze wateren en van de kosten van de verslechtering van de toestand van het mariene milieu.

Deze eerste evaluatie biedt de gelegenheid tot het verwerven van kennis over Europese wateren, dankzij instrumenten die reeds voor andere beleidslijnen zijn toegepast, zoals GMES en INSPIRE (EN).

De staten dienen vervolgens de "goede milieutoestand" van de wateren te bepalen, waarbij ze bijvoorbeeld rekening dienen te houden met de biologische diversiteit, de aanwezigheid van niet-inheemse soorten, de gezondheidstoestand van de visbestanden, de voedselketens, eutrofiëring, verandering van de hydrografische omstandigheden en de concentratie van verontreinigingen, de hoeveelheid afval of geluidshinder.

Op basis van de evaluatie van de wateren stellen de staten doelstellingen en indicatoren vast om deze goede milieutoestand te bereiken. Deze doelstellingen moeten met name meetbaar zijn, met elkaar samenhangen binnen dezelfde maritieme regio of subregio en aan een realisatietermijn verbonden zijn.

Teneinde deze doelstellingen te verwezenlijken, stellen de staten een operationeel programma op. De maatregelen dienen te worden uitgewerkt met inachtneming van hun economische en sociale gevolgen. De staten moeten de redenen aangeven waarom enkele van deze maatregelen niet kunnen worden gerealiseerd (optreden of niet-optreden van een andere staat, overmacht, enzovoort). Vóór hun tenuitvoerlegging moeten de maatregelen die door de staten zijn vastgesteld aan effectbeoordelingen en kosten-batenanalyses worden onderworpen.

De staten moeten eveneens gecoördineerde bewakingsprogramma’s opstellen teneinde de staat van de wateren waarvoor ze verantwoordelijk zijn en de realisatie van hun doelstellingen op gezette tijden te evalueren.

De elementen van de strategieën worden om de zes jaar herzien en elke drie jaar worden er voortgangsverslagen opgesteld.

Een gemeenschappelijk kader voor samenwerking

De Commissie ziet toe op een samenhangend optreden van de lidstaten: deze moeten haar in elke ontwikkelingsfase de elementen van hun strategie verstrekken. De Commissie evalueert deze informatie en kan de staten richtsnoeren geven ter waarborging van de inachtneming van de strategie en de samenhang tussen de beoogde maatregelen.

De staten die in eenzelfde mariene regio liggen, zijn verplicht hun activiteiten te coördineren. De strategie beveelt daartoe aan om gebruik te maken van samenwerkingsmechanismen die door de bestaande internationale verdragen zijn ingevoerd. De internationale organisaties die uit deze verdragen zijn voortgekomen, stellen hun wetenschappelijke en technische deskundigheid ter beschikking en maken een uitbreiding van de samenwerking tot derde landen die partij zijn bij deze verdragen mogelijk.

De communautaire benadering garandeert eveneens de samenhang tussen de sectoren onderling en met andere Europese beleidslijnen, zoals het gemeenschappelijk visserijbeleid of het Europese maritieme beleid, waarvan deze kaderrichtlijn de milieupijler vormt.

Achtergrond

Het mariene milieu is een kostbaar goed. De oceanen en zeeën maken 99 % uit van de beschikbare levensruimte op onze planeet, bedekken 71 % van het aardoppervlak en vertegenwoordigen 90 % van de biosfeer, waardoor zij ook meer biologische diversiteit herbergen dan de terrestrische en zoetwaterecosystemen. Het mariene milieu is onmisbaar voor het voortbestaan van het leven zelf (met name als belangrijkste zuurstofbron) en is van wezenlijk belang voor het klimaat. Het is eveneens een belangrijke factor voor economische voorspoed, maatschappelijk welzijn en levenskwaliteit.

Belangrijkste begrippen
  • “Milieutoestand”: de algemene toestand van het milieu in mariene wateren, rekening houdend met de structuur en functie van en de processen in de samenstellende mariene ecosystemen in combinatie met de natuurlijke fysiografische, geografische, biologische, geologische en klimatologische factoren alsmede de fysische, akoestische en chemische omstandigheden, met inbegrip van die welke het gevolg zijn van menselijke activiteiten in of buiten het betrokken gebied.
  • "Goede milieutoestand": de milieutoestand van de mariene wateren wanneer deze tot ecologisch verscheiden en dynamische oceanen en zeeën leiden die schoon, gezond en gelet op hun intrinsieke omstandigheden productief zijn, en wanneer het gebruik van het mariene milieu op een duurzaam niveau is, aldus het potentieel voor gebruik en activiteiten door de huidige en toekomstige generaties veilig stellend, dat wil zeggen:
    a) door hun structuur, functies en processen kunnen de samenstellende mariene ecosystemen, in combinatie met de daarmee verbonden fysiografische, geografische, geologische en klimatologische factoren optimaal functioneren en hun veerkracht behouden tegenover door de mens teweeggebrachte milieuveranderingen. Mariene soorten en habitats worden beschermd, door de mens veroorzaakte achteruitgang van de biodiversiteit wordt voorkomen en de verschillende biologische componenten functioneren in evenwicht;
    b) de hydromorfologische, fysische en chemische eigenschappen van de ecosystemen, met inbegrip van die welke het gevolg zijn van menselijke activiteiten in het betrokken gebied, ondersteunen de hierboven beschreven ecosystemen. De door de mens in het mariene milieu ingebrachte stoffen en energie, met inbegrip van lawaai, brengen geen verontreinigingseffect teweeg.
    De goede milieutoestand wordt bepaald op het niveau van de mariene regio of subregio, overeenkomstig artikel 4, op basis van de kwalitatief beschrijvende elementen in bijlage I. Op basis van de ecosysteemgerichte benadering zal een aanpassingsgericht beheer worden toegepast met de bedoeling een goede milieutoestand te bereiken.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2008/56/EG

15.7.2008

15.7.2010

PB L 164 van 25.6.2008

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 24 oktober 2005 – Thematische strategie inzake de bescherming en het behoud van het mariene milieu [COM(2005) 504 - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 2 oktober 2002 – Naar een strategie voor de bescherming en de instandhouding van het mariene milieu [COM(2002) 539 def. – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Besluit 98/249/EG van de Raad van 7 oktober 1997 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Verdrag van Parijs) [Publicatieblad L 104 van 3.4.1998].

Besluit 94/157/EG van de Raad van 21 februari 1994 inzake de sluiting, namens de Gemeenschap, van het Verdrag ter bescherming van het mariene milieu in het Oostzeegebied (Verdrag van Helsinki als herzien in 1992) [Publicatieblad L 73 van 16.3.1994].

Besluit 77/585/EEG van de Raad van 25 juli 1977 houdende sluiting van het Verdrag inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging alsmede van het Protocol inzake de voorkoming van verontreiniging van de Middellandse Zee door storten vanuit schepen en luchtvaartuigen [Publicatieblad L 240 van 19.9.1977].

Laatste wijziging: 31.07.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven