RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Overeenkomst betreffende de procedures voor overlevering tussen de EU-lidstaten en IJsland en Noorwegen

Met deze overeenkomst beogen de lidstaten en IJsland en Noorwegen via een systeem voor overlevering de overdracht van verdachten en veroordeelden te bespoedigen en beslissingen over de tenuitvoerlegging van aanhoudingsbevelen beter te controleren.

BESLUIT

Besluit 2006/697/EG van de Raad van 27 juni 2006 betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de procedures voor overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen.

SAMENVATTING

Deze overeenkomst heeft ten doel de justitiële samenwerking in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie en IJsland en Noorwegen te verbeteren. Meer bepaald wordt beoogd de overdracht van verdachten en veroordeelden via een systeem voor overlevering te bespoedigen en beslissingen over de tenuitvoerlegging van aanhoudingsbevelen beter te controleren.

In deze overeenkomst verbinden de partijen zich ertoe de grondrechten te eerbiedigen, persoonsgegevens te beschermen, en de overlevering van een persoon te weigeren wanneer hij wordt verdacht op discriminatoire gronden. Zij geven ook uitdrukking aan hun vertrouwen in elkaars rechtsstelsels en in elkaars vermogen om een eerlijke procesgang te garanderen.

Toepassingsgebied

Een aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd wegens feiten die strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, van ten minste twaalf maanden of, indien een straf of een maatregel is opgelegd, wegens opgelegde sancties met een duur van ten minste vier maanden.

Voor bepaalde strafbare feiten waarop een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar staat, kunnen de partijen verklaren dat de voorwaarde van dubbele strafbaarheid niet geldt. Het gaat onder meer om de volgende strafbare feiten: deelneming aan een criminele organisatie, terrorisme, mensenhandel, kinderpornografie, handel in organen, handel in verdovende middelen, wapenhandel, handel in explosieven en nucleaire stoffen, corruptie, informaticacriminaliteit, racisme, milieumisdrijven, verkrachting, ontvoering, namaak, enz. Het gaat om dezelfde lijst als de lijst die de lidstaten gebruiken in het kader van het Europees aanhoudingsbevel.

Weigeringsgronden

De rechterlijke autoriteiten moeten de tenuitvoerlegging van een aanhoudingsbevel weigeren indien het strafbare feit dat aan het aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, onder een amnestie valt, indien de persoon is berecht voor dezelfde feiten en de desbetreffende sanctie wordt ondergaan of is ondergaan, dan wel indien de persoon op grond van zijn leeftijd niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld.

De overeenkomstsluitende staten hebben daarentegen de mogelijkheid de tenuitvoerlegging van een aanhoudingsbevel te weigeren in de volgende gevallen:

  • de feiten zijn naar het recht van de uitvoerende staat geen strafbare feiten (met uitzondering van zaken betreffende retributies en belastingen, douane en deviezen);
  • de betrokken persoon wordt in de uitvoerende staat vervolgd wegens dezelfde feiten;
  • in een staat is een beslissing gegeven wegens dezelfde feiten die verdere vervolging onmogelijk maakt;
  • de autoriteiten van de uitvoerende staat hebben besloten om geen vervolging in te stellen of om een ingestelde vervolging te staken;
  • de strafvervolging of de straf is volgens de wet van de uitvoerende staat verjaard;
  • de betrokken persoon is ingezetene of onderdaan van de uitvoerende staat en deze staat verbindt zich ertoe de straf zelf ten uitvoer te leggen;
  • de strafbare feiten zijn gepleegd buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat en naar het recht van de uitvoerende staat kan geen vervolging worden ingesteld wegens die feiten.

Aan het secretariaat-generaal van de Raad moet worden meegedeeld voor welke van deze weigeringsgronden de tenuitvoerlegging in een staat moet worden geweigerd. Het secretariaat-generaal stelt de ontvangen informatie beschikbaar aan de Commissie en aan de lidstaten.

Aanhoudingsbevel

In het aanhoudingsbevel worden de volgende gegevens vermeld: de identiteit van de gezochte persoon, de contactgegevens van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit, de opgelegde straf en de aard van het strafbare feit. Het aanhoudingsbevel wordt toegezonden zodra de gezochte persoon is gevonden. Dat wordt gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS) of, indien dat onmogelijk is, bij Interpol (EN) (ES) (FR).

Wanneer de betrokken persoon met zijn overlevering instemt, wordt de beslissing over de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel binnen tien dagen genomen; in alle andere gevallen wordt de beslissing binnen zestig dagen na de aanhouding genomen. Indien deze termijnen niet in acht kunnen worden genomen, kunnen zij met dertig dagen worden verlengd nadat de uitvaardigende autoriteiten daarvan met opgave van redenen in kennis zijn gesteld.

Overleveringsprocedure

Wanneer een persoon wordt aangehouden, wordt hij in kennis gesteld van het bestaan en de inhoud van het aanhoudingsbevel en van de mogelijkheid om in overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit toe te stemmen, alsook van zijn recht op bijstand van een raadsman en van een tolk. Hij kan in hechtenis blijven of in voorlopige vrijheid worden gesteld (indien maatregelen zijn genomen om ontsnapping te voorkomen).

De persoon wordt gehoord overeenkomstig het recht van de uitvoerende staat en onder de omstandigheden welke in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld. De persoon kan al dan niet instemmen met zijn overlevering, voor zover hij zijn instemming uit vrije wil geeft en hij zich ten volle bewust is van de gevolgen van zijn keuze.

De persoon wordt uiterlijk tien dagen na de beslissing betreffende de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel overgeleverd of, indien dat onmogelijk is, binnen tien dagen na de datum die de autoriteiten in onderlinge overeenstemming hebben vastgesteld. Indien de betrokkene bij het verstrijken van die termijnen nog steeds in hechtenis is, wordt hij in vrijheid gesteld.

De uitvoerende autoriteit neemt de voorwerpen in beslag die als bewijsstuk kunnen dienen of die van het strafbare feit afkomstig zijn en zich in het bezit van de betrokkene bevinden, en draagt deze voorwerpen over.

Overlevering van de gezochte persoon

De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe de doortocht over hun grondgebied toe te staan van personen die worden overgeleverd, mits zij beschikken over informatie betreffende de identiteit van de betrokken persoon, het bestaan van een aanhoudingsbevel, de aard en de omschrijving van het strafbare feit en betreffende de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd.

De persoon die aan de uitvaardigende staat is overgeleverd, kan in de volgende gevallen aan een andere staat dan de uitvoerende staat worden overgeleverd wegens een vóór de overlevering begaan feit: indien de persoon, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, niet binnen 45 dagen na zijn invrijheidstelling het grondgebied van de staat waaraan hij was overgeleverd heeft verlaten, of, na dit gebied te hebben verlaten daarheen is teruggekeerd; indien de persoon heeft ingestemd met zijn overlevering aan een andere staat dan de uitvoerende staat; indien de persoon niet de bescherming van het specialiteitsbeginsel geniet.

Bijzondere gevallen

Het politieke karakter van een strafbaar feit is geen algemene weigeringsgrond. Deze algemene regel kan echter worden beperkt tot strafbare feiten die onder het kaderbesluit inzake terrorismebestrijding vallen of onder de artikelen 1 en 2 (EN) (FR) van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme.

De tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel kan in de volgende gevallen afhankelijk worden gesteld van een aantal garanties: wanneer de beslissing bij verstek is gegeven en er om een nieuw proces is verzocht; wanneer het gaat om een levenslange vrijheidsbeneming (er moet de garantie zijn dat de vrijheidsbeneming zal worden herzien of dat er gratiemaatregelen zullen worden toegepast), of wanneer de gezochte persoon onderdaan of ingezetene van de uitvoerende staat is.

De partijen kunnen erin toestemmen een persoon vóór zijn overlevering te vervolgen, te berechten of in hechtenis te houden wegens een ander feit dan het aan het aanhoudingsbevel ten grondslag liggende feit. Indien de persoon reeds is overgeleverd kan hij echter niet worden vervolgd wegens een vóór de overlevering begaan feit, tenzij in specifieke gevallen.

Algemene en slotbepalingen

Alle kosten worden door de uitvaardigende staat gedragen. De uitvoerende staat draagt daarentegen de kosten die op zijn grondgebied voor de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel worden gemaakt.

Een geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van de overeenkomst wordt verwezen naar een vergadering van de vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen met het oog op de oplossing van het geschil binnen een termijn van zes maanden.

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van deze overeenkomst. De depositaris maakt informatie over eventuele kennisgevingen of verklaringen in verband met deze overeenkomst bekend.

De partijen volgen de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de rechtscolleges van Noorwegen en IJsland. Zij onderwerpen deze overeenkomst uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan aan een herziening.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de dag waarop de secretaris-generaal van de Raad heeft geconstateerd dat aan alle voorwaarden inzake de instemming door de partijen is voldaan. De inwerkingtreding is afhankelijk van de voltooiing van de nationale grondwettelijke procedures van de lidstaten, conform artikel 24, lid 5, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtreding - VervaldatumUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Besluit 2006/697/EG van de Raad27.6.2006-PB L 292 van 21.10.2006
Laatste wijziging: 20.03.2008
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven