RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De justitiële opleiding in de Europese Unie

De justitiële opleiding is van cruciaal belang voor de totstandbrenging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Ingebed in het Haags programma moet deze opleiding niet alleen leiden tot een betere kennis van de door de Unie vastgestelde rechtsinstrumenten en van de rechtsstelsels van de lidstaten, maar ook de talenkennis van de betrokken personen verbeteren in het belang van de onderlinge communicatie.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 29 juni 2006 over een bosbouwstrategie voor de Europese Unie [COM(2006) 356 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

In een Europese Unie (EU) die evolueert naar een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, dienen de beoefenaars van juridische beroepen volgens de Commissie absoluut een gemeenschappelijke justitiële cultuur te ontwikkelen. Dit impliceert dat de lidstaten inzicht hebben in elkaars rechtssystemen, elkaars talen leren en vlot werken in een kader van transnationaal partnerschap en wederzijdse erkenning, om zo de samenwerking tussen de justitiële autoriteiten te bevorderen.

Diversiteit in de justitiële opleidingen van de lidstaten

Deze opleidingssystemen zijn zeer nauw verbonden met de organisatie van het rechtsbestel in de lidstaten en verschillen in de wijze van rekrutering van de rechtsbeoefenaars (rechters, openbare aanklagers, advocaten).

  • de grondigheid van de basisopleiding van rechters en soms ook van openbare aanklagers hangt af van het feit of zij onmiddellijk na hun universitaire opleiding worden gerekruteerd dan wel pas na enkele jaren beroepservaring. De voortgezette opleiding verschilt van lidstaat tot lidstaat;
  • in de ene lidstaat volgen de toekomstige rechtsbeoefenaars hetzelfde opleidingsprogramma, terwijl de andere lidstaat in onderscheiden opleidingsprogramma's voorziet: in bepaalde lidstaten is één enkele instantie bevoegd voor de opleiding van rechters en openbare aanklagers, in andere lopen deze opleidingstrajecten uiteen. De opleiding van advocaten wordt vaak rechtstreeks door de balies georganiseerd, eventueel in samenwerking met universiteiten;
  • ook op het gebied van duur en financiering van de opleiding zijn er verschillen tussen de lidstaten, afhankelijk van het gekozen specialisme.

Bovendien kunnen ook gespecialiseerde rechterlijke instanties (administratieve en militaire rechters) bij het proces betrokken zijn.

De EU wenst zich allerminst te mengen in de organisatie van de nationale opleidingssystemen. Anderzijds moet worden onderkend dat de versterking van de Europese justitiële ruimte een opleiding met een uniform kwaliteitsniveau vergt. Voorts mag EU-financiering slechts worden gebruikt ter aanvulling van nationale financiering.

De Europese aspecten van de justitiële opleiding

De EU zet zich reeds meer dan vijftien jaar in voor een Europees netwerk voor justitiële opleiding ( (FR)) at de ontwikkeling van een gemeenschappelijke justitiële cultuur tot stand moet brengen. Met initiatieven als Grotius ( (FR)) en de vaststelling van het kaderprogramma "Grondrechten en justitie" probeert de EU de middelen voor de justitiële opleiding in de Europese ruimte een duidelijker omschreven doel te geven.

Naast de financiële instrumenten spelen ook samenwerkingsmechanismen zoals het burgerlijk justitieel netwerk, Eurojust en het strafrechtelijk justitieel netwerk ( (FR)) een belangrijke rol op het gebied van opleiding.

Talrijke instellingen met een Europese dimensie, zoals het Europees Instituut voor bestuurskunde (Maastricht), het Centre européen de la magistrature (Luxemburg) en de Academie voor Europees recht (Trier) organiseren bovendien geregeld opleidingen voor rechtsbeoefenaars.

In 2000 werd het Europees netwerk voor justitiële opleiding (REFJ) opgericht met als doel een programma voor een justitiële opleiding met een Europese dimensie te stimuleren. In 2003 en 2005 heeft dit belangrijke netwerk, dat niet alleen gericht is op de ontwikkeling van de justitiële opleiding, maar ook op de coördinatie van de activiteiten van de verschillende nationale instituten op het gebied van het EU-recht, exploitatiesubsidies uit de EU-begroting ontvangen. Sinds 2007 verleent de Commissie bovendien een jaarlijkse subsidie aan het netwerk uit de middelen van het kaderprogramma "Grondrechten en justitie" (het specifieke programma "Strafrecht").

Behoeften en doelstellingen van de Europese justitiële opleiding

De organisatie van de justitiële opleiding is in de eerste plaats de taak van de lidstaten, die de Europese dimensie volledig in hun nationale activiteiten moeten integreren. De mededeling laat er geen misverstand over bestaan dat de lidstaten, rekening houdend met hun eigen justitiële cultuur, als eerste verantwoordelijk zijn voor het bedenken en opzetten van de opleidingsactiviteiten. Toch kan de EU zich niet volledig onbetuigd laten. Precies daarom heeft de Commissie twee prioritaire werkgebieden afgebakend:

  • de correcte toepassing van het Gemeenschapsrecht, die grotendeels afhangt van de manier waarop het recht wordt toegepast door de rechtsbeoefenaars, en met name door de magistraten;
  • de ontwikkeling van het beginsel van de wederzijdse erkenning, die berust op vertrouwen en samenwerking tussen de justitiële autoriteiten.

Daarnaast heeft de Commissie een inventaris opgemaakt van de behoeften op het gebied van justitiële opleiding:

  • verbetering van de kennis van de door de Unie en de Gemeenschap vastgestelde rechtsinstrumenten, met name op de gebieden waarop aan de nationale rechters specifieke bevoegdheden zijn toegekend;
  • verbetering van de taalvaardigheden, zodat de justitiële autoriteiten rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden zoals in de meeste rechtsinstrumenten is voorgeschreven;
  • verdieping van de kennis van de rechtsstelsels en gerechtelijke apparaten van de lidstaten, om in het kader van de justitiële samenwerking de respectieve behoeften beter te kunnen inschatten.

Het curriculum moet worden opgezet rond praktische aspecten en tot doel hebben:

  • methoden (naast de meer klassieke conferenties en seminars) te ontwikkelen om de resultaten van de opleiding op ruimere schaal te verspreiden;
  • vernieuwende, online verkrijgbare opleidingsinstrumenten te gebruiken voor de kennisverwerving over de rechtsmiddelen van de Unie en over de nationale rechtssystemen;
  • een nauwe samenwerking te bevorderen tussen de nationale en de Europees gerichte opleidingsinstellingen (het REFJ, enerzijds, en Eurojust, het burgerlijk justitieel netwerk en het strafrechtelijk justitieel netwerk, anderzijds). Beter samen te werken, met respect voor de nationale tradities, teneinde standpunten en ervaringen aan elkaar te toetsen.

Europese strategie voor de justitiële opleiding

In Het Haags programma wordt gehamerd op de noodzaak een Europese component te integreren in de nationale opleidingsprogramma's, met name in de basisopleiding. Op die manier krijgen de toekomstige rechtspractici het gevoel tot dezelfde rechts- en waarderuimte te behoren. De voortgezette opleiding daarentegen moet de reeds ervaren rechtspractici vertrouwd maken met de rechtsinstrumenten van de Europese Unie.

Op grond van het kaderprogramma "Grondrechten en justitie" wil de Commissie allereerst financiële steun verlenen voor de opleiding van rechtspractici op het gebied van het recht van de Unie en het Gemeenschapsrecht. Om de essentiële behoeften beter te kunnen aanpakken, zullen de belangrijkste personen die bij de justitiële opleiding in de lidstaten betrokken zijn, regelmatig worden geraadpleegd met het oog op het opstellen van een meerjarenstrategie.

Het REFJ moet aan de hand van een jaarlijkse exploitatiesubsidie die in overeenstemming is met de financiële regelgeving, worden gesteund om de coördinatie tussen de nationale eenheden beter te laten verlopen en hen in staat te stellen stabiele en nauwe betrekkingen met elkaar te onderhouden. Dit netwerk moet samen met de andere bevoegde organisaties tevens worden betrokken bij het concipiëren van zuiver Europese programma's. Het REFJ is een vereniging van instituten die zijn belast met de opleiding van rechters en - voor zover deze deel uitmaken van het gerechtelijk apparaat - van openbare aanklagers. Bovendien heeft de Commissie in 2006 een besluit goedgekeurd ter financiering van het uitwisselingsprogramma voor justitiële autoriteiten. In het kader van dit instrument heeft de Commissie bepaald dat het REFJ in heel Europa het alleenrecht inzake uitwisseling van rechters en openbare aanklagers krijgt. Over de deelname van gespecialiseerde rechters en de opleiding van advocaten moet verder worden bestudeerd.

Een vereenvoudiging van de financiële toepassingsbepalingen zal noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de Europese financiële middelen terechtkomen bij projecten die zijn toegesneden op de behoeften van de doelgroepen. Om de betrekkingen met geschikte instituten te stabiliseren, kunnen partnerschapskaderovereenkomsten worden gesloten. Voor sommige grotere projecten kan de Commissie ook een aanbesteding uitschrijven.

Tot slot moet de justitiële opleiding in een bredere internationale context worden geïntegreerd om de justitiële samenwerking over de grenzen van de Unie heen mogelijk maken en de rechtsstaat op mondiaal niveau te verstevigen.

Context

In december 2001 heeft de Europese Raad van Laken opgeroepen tot de spoedige oprichting van een Europees netwerk om de opleiding van magistraten aan te moedigen teneinde het vertrouwen in de wederzijdse justitiële samenwerking te vergroten. In het Haags programma, dat in november 2004 door de Europese Raad is aangenomen, wordt er eveneens op aangedrongen het wederzijdse vertrouwen te versterken door het wederzijdse begrip tussen justitiële autoriteiten en verschillende rechtsstelsels te verbeteren. Doel van beide demarches is een echte gemeenschappelijke Europese justitiële cultuur tot stand te brengen.

GERELATEERDE BESLUITEN

Initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van een besluit van de Raad tot instelling van een Europees netwerk voor justitiële opleiding [CNS (2000) 0829- Publicatieblad C 18 van 19.1.2001].

Laatste wijziging: 13.07.2007

Zie ook

Voor meer informatie, zie de internetsite (DE)(EN)(FR) van de Europese Commissie, bij het Directoraat-generaal (DG) Justitie, vrijheid en veiligheid.

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven