RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten

De Raad heeft een overeenkomst aangenomen om de wederzijdse rechtshulp te vergemakkelijken tussen de bevoegde instanties van de lidstaten (politie, douane of gerechten), teneinde tot een doeltreffender en snellere samenwerking op strafrechtelijk gebied te komen.

BESLUIT

Besluit van de Raad van 29 mei 2000 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie.

SAMENVATTING

Deze overeenkomst heeft tot doel het bevorderen en vereenvoudigen van de wederzijdse hulp tussen de rechterlijke, politie-, en douaneautoriteiten op het vlak van strafrecht. Ze vervolledigt met name het Verdrag van 1959 van de Raad van Europa aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het protocol van 1978.

Verzoeken om wederzijdse hulp

Over het algemeen worden verzoeken om wederzijdse hulp schriftelijk gedaan en rechtstreeks overgemaakt aan en uitgevoerd door de voor het territorium bevoegde gerechtelijke instanties. Bepaalde verzoeken echter, moeten eerst langs de centrale instanties van de lidstaten (verzoeken om tijdelijke overbrenging of doorreis van personen in hechtenis, overdracht van advies tot veroordeling). Bij dringende zaken kan het verzoek gedaan worden door de vertegenwoordiger van Interpol of een andere volgens het EU-verdrag bevoegde organisatie.

De lidstaat aan wie het verzoek wordt gericht (de aangezochte staat) dient alle formaliteiten en procedures aangegeven door de lidstaat die het verzoek doet (de verzoekende lidstaat), te respecteren, en zo snel mogelijk uit te voeren, zo goed mogelijk rekening houdend met de aangegeven termijnen.

De lidstaten zenden de gerechtelijke stukken direct per post toe aan personen die zich bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat en voor wie die stukken bestemd zijn. In bepaalde gevallen neemt de aangezochte staat de verzending op zich.

Een rechterlijke autoriteit of een centrale autoriteit kan direct contact leggen met een politie- of douaneautoriteit in een andere lidstaat, of in het geval van verzoeken om hulp in verband met rechtsvervolging, met een bestuurlijke autoriteit van een andere lidstaat. Elke lidstaat kan besluiten om deze clausule te weigeren of enkel in bepaalde omstandigheden toe te passen.

Lidstaten kunnen onderling op eigen initiatief (d.w.z. zonder voorafgaand verzoek) informatie uitwisselen met betrekking tot strafbare feiten, evenals vergrijpen tegen voorschriften waarvan de bestraffing of de behandeling onder de bevoegdheid valt van de ontvangende autoriteit.

Specifieke vormen van wederzijdse rechtshulp

Gestolen voorwerpen die teruggevonden worden in een andere lidstaat worden ter beschikking gesteld van de verzoekende lidstaat met het oog op teruggave aan de eigenaar.

Een persoon die gedetineerd is op het grondgebied van een lidstaat en om een onderzoek heeft verzocht, kan, met instemming van de bevoegde autoriteiten, tijdelijk worden overgebracht naar het grondgebied van een andere staat waar het onderzoek plaatsvindt. Indien dit door één van de lidstaten wordt vereist, is voor de overbrenging de instemming van de betrokkene vereist.

Een getuige of een deskundige kan gehoord worden door de rechterlijke autoriteiten van een andere lidstaat per videoconferentie, voor zover dit niet strijdig is met de fundamentele principes van de aangezochte lidstaat en mits alle betrokken partijen hiermee akkoord gaan.

Gecontroleerde aflevering wordt toegestaan op het grondgebied van een andere lidstaat in het kader van strafrechtelijke onderzoeken die betrekking hebben op strafbare feiten die kunnen leiden tot uitlevering. De strafrechtelijke onderzoeken vinden plaats onder leiding en controle van de aangezochte staat.

Twee of meer lidstaten kunnen een gemeenschappelijk onderzoeksteam oprichten waarvan de samenstelling in onderling overleg door de betrokken lidstaten wordt bepaald. Het gemeenschappelijk team wordt opgericht voor een bepaald doel en voor een beperkte periode. Een ambtenaar van de lidstaat waar het team optreedt neemt de leiding van het team op zich en coördineert de activiteiten ervan op het grondgebied van die lidstaat.
Er kunnen eveneens discrete onderzoeken worden verricht door ambtenaren die handelen onder een geheime of fictieve identiteit, op voorwaarde echter dat de wetgeving en de procedures van de lidstaat waar het onderzoek plaatsvindt, in acht worden genomen.

Aftappen van telecommunicatie

Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat kan een rechterlijke of een bestuurlijke autoriteit die hiertoe is aangesteld door de betreffende lidstaat telecommunicatie aftappen. Telecommunicatie kan ofwel afgetapt worden en rechtstreeks doorgeleid worden naar de verzoekende lidstaat, ofwel opgenomen en daarna doorgeleid worden.

Het aftappen kan ook plaatsvinden op het grondgebied van een lidstaat waar het grondstation voor de communicatie per satelliet staat. In dat geval, indien geen technische bijstand van die lidstaat nodig is, wordt het aftappen uitgevoerd door tussenkomst van de dienstverleners van de verzoekende staat. Wanneer het aftappen wordt voortgezet op het grondgebied van een lidstaat omdat het betrokken subject zich daar heen heeft begeven, terwijl technische bijstand van die lidstaat niet vereist is, is de lidstaat verplicht de andere lidstaat mede te delen dat aftapping heeft plaatsgevonden.

Specifiek standpunt van bepaalde lidstaten

Een aantal specifieke bepalingen zijn van toepassing op Ierland en het Verenigd Koninkrijk (toezending van verzoeken om rechtshulp op Luxemburg (bescherming van persoonsgegevens) en op Noorwegen en IJsland (bepalingen in verband met het Schengen-acquis, inwerkingtreding van de overeenkomst).

De overeenkomst is op 23 augustus 2005 in werking getreden.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Besluit van de Raad van 29 mei 2000

23.8.2005

C 197, 12.7.2000

GERELATEERDE BESLUITEN

Protocol bij de overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie [Publicatieblad C 326 van 21.11.2001].

Laatste wijziging: 20.12.2011

Zie ook

  • Website van het Directoraat-generaal Justitie (Europese Commissie) – justitiële samenwerking (DE) (EN) (FR)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven