RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Wederzijdse erkenning van vrijheidsstraffen en tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen

Met dit kaderbesluit wordt het principe van wederzijdse erkenning tussen lidstaten uitgebreid naar strafvonnissen die een vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel opleggen. Het bepaalt de procedure voor het erkennen en uitvoeren van deze vonnissen, met als doelstelling de reclassering van de veroordeelde personen te bevorderen.

BESLUIT

Kaderbesluit van de Raad 2008/909/JHA van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (Zie wijzigingsbesluit(en)).

SAMENVATTING

Dit kaderbesluit legt de regels vast waardoor vonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd die zijn uitgesproken in één lidstaat, erkend en uitgevoerd moeten worden in een andere lidstaat. Het is de bedoeling op deze manier de reclassering en herintegratie van veroordeelde personen te bevorderen.

Lidstaten moeten de bevoegde instanties aanwijzen voor het vellen en uitvoeren van de vonnissen. De bevoegde instantie van de beslissingsstaat is verantwoordelijk voor het toezenden van het vonnis, samen met het certificaat uit de bijlage bij het kaderbesluit, rechtstreeks naar de bevoegde instantie van één tenuitvoerleggingsstaat per keer en op zo'n manier dat er schriftelijk bewijs van bestaat.

Wanneer de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat of tenuitvoerleggingsstaat bevindt en, in bepaalde omstandigheden, zijn/haar toestemming heeft gegeven voor het toezenden van het vonnis, mag het vonnis worden overgemaakt aan:

  • de lidstaat waarvan de gevonniste persoon een onderdaan is en waar hij/zij woont;
  • de lidstaat waarvan de gevonniste persoon een onderdaan is en waarnaar hij/zij kan worden uitgewezen na het vonnis, zelfs als dit niet zijn/haar woonplaats is;
  • een andere lidstaat, mits de bevoegde autoriteit daar akkoord gaat met het toezenden.

Een vonnis kan pas worden toegezonden wanneer de beslissingsstaat zich ervan heeft vergewist dat uitvoering van het vonnis in de tenuitvoerleggingsstaat ten goede zou komen van de reclassering en herintegratie van de gevonniste persoon. De tenuitvoerleggingsstaat kan de beslissingsstaat met een gemotiveerd advies meedelen dat de uitvoering bij hen dit doel niet zou dienen. De tenuitvoerleggende staat, evenals de gevonniste persoon, kunnen ook de aanvraag indienen voor het opstarten van de procedure voor het toezenden van vonnissen.

Na ontvangst van het toegezonden vonnis en certificaat, moet de tenuitvoerleggingsstaat binnen een termijn van 90 dagen beslissen of ze het vonnis zal erkennen en de straf zal uitvoeren.

De bevoegde instantie van de tenuitvoerleggingsstaat moet het vonnis erkennen en alle nodige maatregelen treffen om het vonnis te voltrekken, tenzij ze beslist zich te beroepen op een van de gronden tot weigering van de erkenning en tenuitvoerlegging die in het kaderbesluit worden gegeven. Weigeren om het vonnis te erkennen en uit te voeren is mogelijk wanneer:

  • het certificaat onvolledig is of niet overeenstemt met het vonnis;
  • de criteria voor het toezenden van het vonnis en het certificaat niet zijn voldaan;
  • uitvoering in strijd zou zijn met het ne bis in idem-principe;
  • het strafbaar feit niet als dusdanig wordt erkend volgens de wetgeving van de tenuitvoerleggingsstaat, mits enkele uitzonderingen;
  • uitvoering volgens het recht van de tenuitvoerleggingsstaat verjaard is;
  • de wetgeving van de tenuitvoerleggingsstaat immuniteit verschaft;
  • de gevonniste persoon vanwege zijn/haar leeftijd niet aansprakelijk gehouden kan worden volgens de wetgeving van de tenuitvoerleggingsstaat;
  • het resterende vonnis minder dan zes maanden bedraagt op het moment dat de tenuitvoerleggingsstaat het vonnis ontvangt;
  • de gevonniste persoon niet persoonlijk aanwezig was op de rechtszaak waar het vonnis werd geveld, mits bepaalde uitzonderingen;
  • wanneer de beslissingsstaat niet ingaat op het verzoek van de tenuitvoerleggingsstaat om de gevonniste persoon te vervolgen, berechten of anderszins de vrijheid te benemen voor een ander strafbaar feit gepleegd voor de overdracht;
  • er voor de uitvoering van het vonnis psychiatrische zorg of gezondheidszorg nodig is of voor een andere maatregel waarbij de vrijheid wordt benomen op een manier die de tenuitvoerleggingsstaat niet kan verstrekken;
  • het strafbaar feit op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat werd begaan.

Wanneer het certificaat onvolledig is of niet overeenstemt met het vonnis, kan de tenuitvoerleggingsstaat de erkenning ervan uitstellen.

In het kaderbesluit wordt een lijst gegeven van strafbare feiten die erkend en uitgevoerd moeten worden zonder een tweede criminaliteitsoordeel wanneer het gaat om een vonnis voor een vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel van ten minste drie jaar in het beslissingsland. Voor alle andere strafbare feiten kan de tenuitvoerleggingsstaat eisen dat ze ook volgens de eigen nationale wetgeving een strafbaar feit vormen om door hen erkend en uitgevoerd te kunnen worden. Wanneer de duur of aard van het vonnis niet overeenstemt met de nationale wetgeving van de tenuitvoerleggingsstaat, kan zij het vonnis aanpassen. Het aangepaste vonnis moet echter zo nauw mogelijk aansluiten bij het oorspronkelijke vonnis en mag in geen geval strenger zijn.

In overeenstemming met de wetgeving van de beslissingsstaat is toestemming van de gevonniste persoon vereist voor het toezenden van een vonnis en certificaat naar de tenuitvoerleggingsstaat voor erkenning en uitvoering van het vonnis. Deze toestemming is echter niet vereist wanneer de tenuitvoerleggingsstaat de lidstaat is:

  • waarvan de gevonniste persoon een onderdaan is en waar hij/zij woont;
  • waarnaar de gevonniste persoon wordt uitgewezen bij het vrijkomen, door het bevel opgenomen in het vonnis;
  • waarnaar de gevonniste persoon is gevlucht of teruggekeerd terwijl er strafrechtelijke procedures tegen hem/haar zijn ingesteld of na een veroordeling in de beslissingsstaat.

In ieder geval moet de gevonniste persoon de kans krijgen om schriftelijk of mondeling zijn/haar mening te geven indien hij/zij zich in de beslissingsstaat bevindt.

Indien de gevonniste persoon zich op het grondgebied van de beslissingsstaat bevindt, moet hij/zij uitgewezen worden naar het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat binnen een periode van 30 dagen vanaf de dag waarop het vonnis in de tenuitvoerleggingsstaat werd erkend.

Zowel de beslissingsstaat als de tenuitvoerleggingsstaat kunnen amnestie of gratie verlenen. Het is echter enkel de beslissingsstaat die kan beslissen over een herziening van het vonnis.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Kaderbesluit 2008/909/JHA

5.12.2008

5.12.2011

PB L 327 van 5.12.2008

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Kaderbesluit 2009/299/JHA

28.3.2009

28.3.2011

PB L 81 van 27.3.2009

Laatste wijziging: 14.05.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven