RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europese betalingsbevelprocedure

In de onderhavige verordening worden de regels vastgesteld voor een Europese betalingsbevelprocedure. Met deze procedure worden de kosten van grensoverschrijdende zaken over niet-betwiste geldvorderingen op burgerlijk en handelsgebied vereenvoudigd, bespoedigd en verminderd. Het Europees betalingsbevel wordt in alle lidstaten, met uitzondering van Denemarken, erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat een uitvoerbaarverklaring vereist is.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure.

SAMENVATTING

In deze verordening, die met ingang van 2008 van toepassing zal worden, wordt een Europese betalingsbevelprocedure tot stand gebracht. Met deze procedure worden de kosten van grensoverschrijdende zaken over niet-betwiste geldvorderingen vereenvoudigd, versneld en goedkoper gemaakt. De verordening zorgt ook voor het vrije verkeer van het Europees betalingsbevel tussen de lidstaten door minimumnormen te stellen waarvan de naleving elke intermediaire procedure in de lidstaat van tenuitvoerlegging voorafgaand aan de erkenning en de tenuitvoerlegging onnodig maakt.

Het toepassen van de procedure in burgerlijke en handelszaken

De Europese betalingsbevelprocedure is van toepassing in burgerlijke en handelszaken, in grensoverschrijdende geschillen, ongeacht het karakter van de jurisdictie. Een "grensoverschrijdende zaak" is een geschil waarin ten minste één van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht. De verordening is van toepassing in elke lidstaat, behalve Denemarken.

De toepassing van de onderhavige procedure is niet van toepassing op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of ook de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag ("acta jure imperii").

Eveneens zijn van toepassing uitgesloten:

  • huwelijksgoederenrecht;
  • faillissement, surséance van betaling en andere soortgelijke procedures;
  • sociale zekerheid;
  • vorderingen uit niet-contractuele verbintenissen, tenzij deze voorwerp zijn van een overeenkomst tussen de partijen of er een schuldbekentenis bestaat of dat zij betrekking hebben op vaststaande schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

Het indienen van een verzoek om een Europees betalingsbevel

Het verzoek om een Europees betalingsbevel wordt ingediend door middel van het standaardformulier A van bijlage I.

De beoogde geldvorderingen dienen liquide en opeisbaar te zijn op het tijdstip waarop het verzoek om een Europees betalingsbevel wordt ingediend.

Voor de toepassing van de verordening wordt de rechterlijke bevoegdheid bepaald volgens de terzake geldende regels van het Gemeenschapsrecht, en met name Verordening (EG) nr. 44/2001. Wanneer de vordering betrekking heeft op een overeenkomst gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet-bedrijfsmatig of niet-beroepsmatig kan worden beschouwd, en de consument de verweerder is, zijn de gerechten van de lidstaat waar de verweerder woonplaats heeft bij uitsluiting bevoegd.

Het gerecht waarbij een verzoek om een Europees betalingsbevel is ingediend, onderzoekt zo spoedig mogelijk of aan de gestelde eisen van ontvankelijkheid voldaan is (grensoverschrijdend karakter van de betwisting in burgerlijke en handelszaken, bevoegdheid van het aangezochte gerecht, en dergelijke) en of de vordering gegrond lijkt.

Wanneer het aanvraagformulier niet alle benodigde elementen bevat, stelt het gerecht de eiser in staat het verzoek binnen een bepaalde termijn aan te vullen of te corrigeren, tenzij dit kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is. Hiertoe kent de verordening het standaardformulier B van bijlage II.

Het gerecht kan eiser een voorstel tot wijziging van zijn verzoek toezenden indien deze slechts aan een deel van de vereiste voorwaarden voldoet. De verordening kent hiertoe het standaardformulier C van bijlage III. De eiser wordt verzocht een voorstel voor een Europees betalingsbevel voor het door het gerecht gespecificeerde bedrag te aanvaarden of te weigeren. Hij wordt van de gevolgen van zijn besluit in kennis gesteld. De eiser antwoordt door standaardformulier C terug te sturen.

Indien eiser het voorstel van het gerecht aanvaardt, vaardigt het gerecht een Europees betalingsbevel uit voor het door de eiser aanvaarde deel van het verzoek. De gevolgen met betrekking tot het resterende deel van het verzoek worden beheerst door het nationale recht. Indien de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de door het gerecht gestelde termijn of het voorstel van het gerecht weigert, wordt het verzoek geheel afgewezen.

Het gerecht stelt eiser door middel van het standaardformulier D van bijlage IV in kennis van de redenen voor de afwijzing. Tegen de afwijzing staan geen rechtsmiddelen open. Desondanks belet de afwijzing het eiser niet zijn vordering geldend te maken door middel van een nieuw verzoek om een Europees betalingsbevel of door middel van een andere procedure waarin het recht van een lidstaat voorziet.

Het uitvaardigen van een Europees betalingsbevel

Indien de voorwaarden voor het indienen van een verzoek om een Europees betalingsbevel zijn vervuld, vaardigt het gerecht zo spoedig mogelijk en normaliter binnen dertig dagen na de indiening van het verzoek een Europees betalingsbevel uit. De termijn van dertig dagen omvat niet de tijd die de eiser nodig heeft om zijn verzoek aan te vullen, te corrigeren of te wijzigen.

Het Europees betalingsbevel wordt uitsluitend op basis van de door eiser verstrekte informatie uitgevaardigd en niet door het gerecht geverifieerd. Het Europees betalingsbevel wordt uitvoerbaar, tenzij verweerder bij het gerecht van oorsprong een verweerschrift indient.

In de verordening wordt het exequatur afgeschaft, d.w.z. het Europees betalingsbevel wordt in de andere lidstaten erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat een uitvoerbaarverklaring vereist is en zonder de mogelijkheid van verzet tegen de erkenning. De procedures van uitvoerbaarheid worden beheerst door het nationale recht van de lidstaat waarbinnen de tenuitvoerlegging van het Europees betalingsbevel wordt verzocht.

Het betekenen of kennisgeven aan verweerder van het Europees betalingsbevel

Het Europees betalingsbevel wordt verweerder betekend of ter kennis gebracht overeenkomstig het nationale recht van de staat waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht. De onderhavige verordening bevat de minimumnormen waaraan moet worden voldaan bij de betekening of kennisgeving die met of zonder bewijs van ontvangst door de verweerder in acht zijn te nemen.

Betekening of kennisgeving met bewijs van ontvangst:

  • door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een door verweerder ondertekende ontvangstbevestiging, met datum van ontvangst;
  • door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een document ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of kennisgeving heeft verricht, met datering, en waarin wordt verklaard dat de verweerder het stuk in ontvangst heeft genomen of zonder wettige grond geweigerd heeft;
  • de betekening of kennisgeving per post of langs elektronische weg, bijvoorbeeld door middel van een faxbericht of een elektronisch postbericht, blijkend uit een door verweerder ondertekende en teruggezonden alsook gedateerde ontvangstbevestiging.

Betekening of kennisgeving zonder bewijs van ontvangst:

  • betekening of kennisgeving in persoon op het persoonlijke adres van verweerder, aan een persoon die als huisgenoot van verweerder dezelfde woonplaats heeft of aldaar in dienst is;
  • betekening of kennisgeving wanneer verweerder een zelfstandige of een rechtspersoon is, in persoon op het zakenadres van verweerder, aan een persoon die bij verweerder in dienst is;
  • door deponering van het bevel in de brievenbus van verweerder;
  • door deponering van het bevel op het postkantoor of bij de bevoegde autoriteiten, en schriftelijke mededeling daarvan in de brievenbus van verweerder, mits wordt vermeld dat het om een gerechtelijk stuk gaat;
  • per post of langs elektronische weg, blijkens een automatische aankomstbevestiging, op voorwaarde dat verweerder vooraf uitdrukkelijk hiermee heeft ingestemd.

Het adres van verweerder dient met zekerheid bekend te zijn om tot betekening of kennisgeving van het Europees betalingsbevel over te kunnen gaan. Kennisgeving of betekening kan ook aan een vertegenwoordiger van verweerder geschieden.

Verweer tegen een Europees betalingsbevel

Degene die een Europees betalingsbevel ontvangt, de verweerder, kan bij het gerecht dat het betalingsbevel heeft uitgevaardigd een verweerschrift indienen. Dit verweerschrift dient binnen een termijn van dertig dagen na de betekening of de kennisgeving van het besluit te worden teruggezonden. Voor het indienen van een verweerschrift kan verweerder gebruikmaken van standaardformulier F van bijlage VI dat hem tezamen met het betalingsbevel is verstrekt. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat hij de schuldvordering betwist, zonder gehouden te zijn te verklaren op welke gronden de betwisting berust.

Wanneer verweerder zich verweert tegen het Europees betalingsbevel verloopt de procedure voor de gerechten van de lidstaat van oorsprong volgens het nationale burgerlijk procesrecht, tenzij de eiser heeft verzocht de procedure in dat geval te staken.

Na het verstrijken van de termijn van dertig dagen om een verweerschrift in te dienen wordt verweerder door de verordening gemachtigd om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken voor de rechtbank die het bevel heeft uitgevaardigd indien:

  • het betalingsbevel is betekend of ter kennis is gebracht zonder vergezeld te gaan van een bewijs van ontvangst bij verweerder en de betekening of kennisgeving is niet zo tijdig geschied als met het oog op zijn verdediging nodig was;
  • de verdediger de vordering niet heeft kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden;
  • het bevel ten onrechte is toegekend.

Wanneer het gerecht het verzoek van verweerder weigert, blijft het Europees betalingsbevel van kracht. In het tegenovergestelde geval, wanneer het gerecht besluit dat heroverweging gegrond is, is het betalingsbevel nietig.

Bovendien kan de tenuitvoerlegging van het Europees betalingsbevel op verzoek van verweerder door het bevoegde gerecht in de lidstaat van tenuitvoerlegging worden geweigerd indien het betalingsbevel onverenigbaar is met een in een lidstaat of in een derde land gegeven eerdere beslissing of eerder bevel. Deze beslissing dient onder meer een geschil te betreffen dat tussen dezelfde partijen hetzelfde onderwerp betreft en in de lidstaat van tenuitvoerlegging te worden erkend.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 1896/2006

31.12.2006

-

L 399 van 30.12.2006

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Verordening (EG) nr. 1896/2006 zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie  heeft slechts informatieve waarde.

Laatste wijziging: 21.12.2012
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven