RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verblijfstitel voor slachtoffers van mensenhandel

Bij deze richtlijn wordt een verblijfstitel ingesteld voor onderdanen van derde landen die slachtoffer zijn van mensenhandel of (facultatief) hulp hebben gekregen bij illegale immigratie. Deze verblijfstitel moet voor de betrokken onderdanen van derde landen een voldoende prikkel zijn om samen te werken met de bevoegde autoriteiten en slachtoffers passende bescherming bieden.

BESLUIT

Richtlijn 2004/81/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie.

SAMENVATTING

Deze richtlijn is een aanvulling op een reeks Europese maatregelen ter bestrijding van mensenhandel, met inbegrip van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad inzake bestrijding van mensenhandel en Richtlijn 2002/90/EG van de Raad tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf.

De richtlijn bevat de voorwaarden voor het verlenen van verblijfstitels van beperkte duur aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of (facultatief) hulp hebben gekregen bij illegale immigratie en hun medewerking verlenen bij het bestrijden van dergelijke strafbare feiten. Een verblijfstitel kan ook worden toegekend aan een onderdaan van een derde land die het grondgebied van een EU-lidstaat illegaal is binnengekomen. De geldigheidsduur hangt samen met de duur van de betrokken nationale procedures.

De richtlijn is van toepassing op onderdanen van derde landen die volgens de wetgeving van het betrokken EU-land de meerderjarige leeftijd hebben bereikt. EU-landen kunnen evenwel besluiten deze richtlijn op minderjarigen toe te passen onder de in hun nationale recht omschreven voorwaarden. Voor niet-begeleide minderjarigen zijn specifieke maatregelen voorzien, bijvoorbeeld inzake de toegang tot onderwijs en juridische vertegenwoordiging.

De betrokken personen moeten door de bevoegde autoriteiten van het desbetreffende EU-land op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheden die deze richtlijn hen biedt. Om op basis van betrouwbare informatie een besluit te kunnen nemen over hun samenwerking met de onderzoeksautoriteiten krijgen onderdanen van derde landen bedenktijd, zodat zij kunnen herstellen en zich kunnen onttrekken aan de invloed van de daders van de strafbare feiten. Gedurende de bedenktermijn hebben onderdanen van derde landen de volgende rechten:

  • zij mogen in het land blijven;
  • zij hebben recht op toegang tot huisvesting, medische verzorging en, indien nodig, psychologische begeleiding;
  • zij kunnen indien nodig een beroep doen op vertaal- en tolkdiensten;
  • zij krijgen gratis rechtsbijstand, indien voorzien in de nationale wetgeving.

De bevoegde autoriteiten moeten uitmaken of:

  • de aanwezigheid van het slachtoffer nuttig is voor het onderzoek;
  • het slachtoffer duidelijk bereid is om mee te werken;
  • het slachtoffer elke band met de vermoedelijke daders heeft verbroken.

Wanneer aan de bovenstaande drie voorwaarden is voldaan en het slachtoffer geen bedreiging vormt voor de openbare orde en de interne veiligheid, wordt een kortlopende verblijfstitel afgegeven.

De verblijfstitel heeft een minimale geldigheidsduur van zes maanden en kan worden verlengd onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de afgifte ervan gelden. Door deze verblijfstitel krijgt de houder toegang tot de arbeidsmarkt alsook tot onderwijs en beroepsopleiding, onder de in de nationale wetgeving bepaalde voorwaarden. De lidstaten dienen de betrokken onderdanen van derde landen ook de mogelijkheid te bieden aan integratieprogramma’s deel te nemen die bedoeld zijn om hen te helpen integreren in het gastland of hen voor te bereiden op hun terugkeer naar hun land van herkomst. De EU-landen kunnen deelname aan dergelijke programma’s als voorwaarde stellen voor de afgifte van de verblijfstitel.

De EU-landen moeten voorzien in de bijzondere behoeften van bepaalde categorieën slachtoffers, zoals zwangere vrouwen, gehandicapten en slachtoffers van verkrachting of andere vormen van geweld.

De verblijfstitel wordt niet verlengd indien niet langer aan de voorwaarden van deze richtlijn is voldaan of indien de desbetreffende procedures zijn voltooid. Na afloop van de geldigheidstermijn is het gewone vreemdelingenrecht van toepassing.

De verblijfstitel kan worden ingetrokken om redenen die verband houden met de openbare orde, de nationale veiligheid, misbruik of fraude. Hij kan ook worden ingetrokken wanneer de houder ervan opnieuw contact opneemt met de vermoedelijke daders van de strafbare feiten, wanneer hij/zij niet langer aan het onderzoek meewerkt of wanneer de procedures worden beëindigd.

Achtergrond

De Europese Raad heeft tijdens zijn speciale bijeenkomst van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 verklaard dat hij vastbesloten is om de illegale immigratie bij de bron aan te pakken, meer bepaald door de strijd aan te binden met diegenen die zich met mensensmokkel en economische uitbuiting van migranten bezighouden.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2004/81/EG

6.8.2004

5.8.2006

L 261, 6.8.2004

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van Richtlijn 2004/81/EG betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie [COM(2010) 493 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
In dit verslag geeft de Commissie een overzicht van de uitvoering van Richtlijn 2004/81/EG door de EU-landen die erdoor gebonden zijn. Alle betrokken EU-landen hebben hun omzettingsmaatregelen bekendgemaakt. Er zijn evenwel tekortkomingen in de correcte uitvoering van de richtlijn.
Het aantal slachtoffers van mensenhandel is duidelijk veel hoger dan het aantal tijdelijke verblijfstitels dat jaarlijks op basis van deze richtlijn wordt afgegeven. Dat kan erop wijzen dat de mogelijkheden die de richtlijn biedt om netwerken van mensenhandelaars op te rollen en tegelijkertijd de rechten van de slachtoffers te beschermen, niet volledig worden benut.
De EU-landen dienen slachtoffers een doeltreffender toegang te bieden tot informatie over de mogelijkheden waarover zij op grond van de richtlijn beschikken. Bovendien dienen zij de bepalingen over de behandeling van slachtoffers gedurende de bedenktijd volledig na te leven. Dit zou het vertrouwen van slachtoffers in de voorziene mechanismen kunnen bevorderen.
De Commissie zal een wijziging van de richtlijn overwegen om slachtoffers beter te beschermen en mensenhandel doeltreffender te bestrijden. Speciale aandacht zal worden besteed aan:

  • het afgeven van tijdelijke verblijfstitels op grond van de kwetsbaarheid van slachtoffers en niet noodzakelijkerwijs in ruil voor medewerking met de bevoegde autoriteiten;
  • het specificeren van de duur van de bedenktijd;
  • het verbeteren van het behandelingskader voor slachtoffers, in het bijzonder voor kinderen;
  • het versterken van de bepaling over informatieverstrekking aan slachtoffers.
Laatste wijziging: 18.01.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven