RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden

De Europese Unie (EU) voert wetgeving in waarin gemeenschappelijke normen voor alle lidstaten worden vastgesteld voor het verlenen van tijdelijke bescherming aan personen die hun land zijn ontvlucht in geval van een massale toestroom van ontheemden in de Unie.

BESLUIT

Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.

SAMENVATTING

Deze richtlijn treft buitengewone voorzieningen in geval van massale toestroom in de Europese Unie (EU) van onderdanen uit het buitenland die niet naar hun land kunnen terugkeren, hoofdzakelijk vanwege oorlog, geweld of schendingen van de mensenrechten. De wetgeving zorgt voor onmiddellijke en tijdelijke bescherming van deze ontheemden en zorgt voor een zeker evenwicht tussen de inspanningen van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van de ontheemden.

Denemarken neemt niet deel aan de richtlijn.

Uitvoering van de tijdelijke bescherming

De tijdelijke bescherming wordt in alle lidstaten uitgevoerd bij een besluit van de Raad dat op voorstel van de Commissie wordt genomen waarin wordt vastgesteld dat er sprake is van een massale toestroom van ontheemden in de EU en waarin een omschrijving wordt gegeven van de specifieke groepen personen waarop de tijdelijke bescherming van toepassing is.

De duur van de tijdelijke bescherming is één jaar en kan met maximaal twee jaar worden verlengd. De bescherming kan ook worden beëindigd als de Raad, op voorstel van de Commissie, vaststelt dat de situatie in het land van oorsprong een veilige en duurzame terugkeer van de ontheemden mogelijk maakt.

De lidstaten moeten zich vergewissen van de wil van de ontheemden om op hun grondgebied ontvangen te worden.

Van het genot van de tijdelijke bescherming kunnen worden uitgesloten: personen die worden verdacht van een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf, een misdrijf tegen de menselijkheid, een ernstig niet-politiek misdrijf, daden die in strijd zijn met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties en personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid van de lidstaat van ontvangst.

Gevolgen van de tijdelijke bescherming

De lidstaten moeten de begunstigden van de tijdelijke bescherming een geldige verblijfsvergunning verschaffen gedurende de volledige duur van de bescherming. In voorkomend geval moeten de ontheemden over faciliteiten beschikken om de vereiste visa te verkrijgen, waarbij de formaliteiten en kosten tot een minimum worden beperkt.

De personen die tijdelijke bescherming genieten krijgen het recht om:

  • werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige, deel te nemen aan activiteiten zoals volwassenenonderwijs, beroepsopleiding en praktische werkervaring;
  • toegang te krijgen tot geschikte huisvesting;
  • de nodige hulp te ontvangen inzake sociale bijstand en levensonderhoud wanneer zij over onvoldoende middelen beschikken, alsmede medische zorg;
  • voor kinderen die jonger zijn dan 18 jaar toegang tot onderwijs onder dezelfde omstandigheden als onderdanen van de lidstaat van opvang.

Wanneer de afzonderlijke leden van eenzelfde gezin zijn gescheiden en in verschillende lidstaten tijdelijke bescherming genieten of wanneer een of meer gezinsleden zich niet in een lidstaat van de EU bevinden, moet het gezin herenigd kunnen worden in eenzelfde lidstaat.

Niet-begeleide minderjarigen worden bij meerderjarige verwanten, in een pleeggezin, in opvangcentra met speciale voorzieningen voor minderjarigen of bij de persoon die het kind tijdens de vlucht onder zijn hoede had, geplaatst. Ze worden onder voogdij geplaatst of door een organisatie vertegenwoordigd.

Personen die tijdelijke bescherming genieten, moeten te allen tijde een asielaanvraag kunnen indienen. De lidstaat die de persoon heeft ontvangen, is verantwoordelijk voor het onderzoek van de aanvraag. De lidstaten kunnen echter besluiten dat iemand die gebruik maakt van de tijdelijke bescherming niet tegelijkertijd de status van asielzoeker kan hebben. Dit stelt landen in staat de druk op hun asielsysteem tijdens de tijdelijke bescherming te verlichten doordat het onderzoek van de aanvragen aldus wordt uitgesteld.

Tenzij door de lidstaten anders is besloten moet een persoon die tijdelijke bescherming geniet in de ene lidstaat en zonder toestemming op het grondgebied van een andere lidstaat verblijft, worden teruggenomen door de lidstaat die hem de bescherming heeft toegekend.

Beëindiging van de tijdelijke bescherming

Als de tijdelijke bescherming is geëindigd of gedurende de beschermingsperiode, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om de vrijwillige terugkeer van de personen die tijdelijke bescherming genieten, mogelijk te maken.

Als er sprake is van gedwongen terugkeer zorgen de lidstaten er eveneens voor dat de terugkeer met eerbiediging van de menselijke waardigheid verloopt en dat zij zich ervan hebben verzekerd dat er geen dwingende redenen van humanitaire aard zijn die de terugkeer onmogelijk zouden maken.

Personen voor wie het gelet op hun gezondheidstoestand niet verantwoord is om te reizen, mogen niet gedwongen worden terug te keren zolang hun gezondheidstoestand niet is verbeterd. Gezinnen met minderjarige kinderen die naar school gaan, kunnen toestemming krijgen om tot het einde van het schooljaar te blijven.

Administratieve samenwerking

De in de richtlijn voorgestelde maatregelen genieten de steun van het Europees Vluchtelingenfonds. Als het aantal ontheemden de door de lidstaten aangegeven opvangcapaciteit overstijgt, neemt de Raad de nodige maatregelen, met name door de betrokken lidstaten extra steun aan te bevelen.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 2001/55/EG

7.8.2001

31.12.2002

PB L 212, 7.8.2001

Laatste wijziging: 14.02.2012
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven