RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Gezinshereniging

In deze richtlijn worden de voorwaarden vastgesteld voor de uitoefening van het recht op gezinshereniging door onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven.

BESLUIT

Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging.

SAMENVATTING

De richtlijn heeft ten doel gemeenschappelijke regels vast te stellen met betrekking tot het recht op gezinshereniging. Het gaat erom gezinsleden van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de Europese Unie (EU) verblijven toe te laten zich met hen te verenigen in de lidstaat waar zij verblijven. Het is de bedoeling de eenheid van het gezin te behouden en de integratie van onderdanen van derde landen te vergemakkelijken.

De richtlijn is niet van toepassing op Ierland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Voorts geeft zij de lidstaten de mogelijkheid eventueel soepeler voorwaarden in hun nationale wetgeving te hanteren.

Voorwaarden

Voor gezinshereniging komen in aanmerking de onderdanen van derde landen die in een van de lidstaten een verblijfstitel bezitten met een geldigheidsduur van ten minste één jaar en reden hebben om te verwachten dat hen een permanent verblijfsrecht zal worden toegekend.

De richtlijn is daarentegen niet van toepassing op de leden van het gezin van burgers van de Unie, noch op onderdanen van derde landen die om erkenning als vluchteling verzoeken en over wier verzoek nog geen definitief besluit is genomen of die een vorm van tijdelijke bescherming genieten.

Voor gezinshereniging komen in aanmerking:

  • de echtgenoot of echtgenote van de gezinshereniger;
  • de minderjarige kinderen van het koppel (met name ongehuwde kinderen die jonger zijn dan de in de betrokken lidstaat geldende wettelijke meerderjarigheidsleeftijd) of van een van beiden, indien hij/zij het gezag over de kinderen heeft en deze te zijnen/haren laste komen, met inbegrip van geadopteerde kinderen.

Het staat de lidstaten vrij om onder bepaalde voorwaarden toelating te geven voor de hereniging met:

  • bloedverwanten van de eerste graad in rechtstreekse opgaande lijn (moeder en vader van de buitenlandse onderdaan);
  • meerderjarige ongehuwde kinderen;
  • de ongehuwde levenspartner.

Polygame huwelijken worden niet erkend. Slechts één echtgenote kan gebruik maken van het recht op gezinshereniging. Evenzo zijn de kinderen van niet- toegelaten echtgenoten uitgesloten van het recht op hereniging, tenzij het hogere belang van deze kinderen gezinshereniging vereist (in overeenstemming met het Verdrag inzake de rechten van het kind van 1989).

De lidstaten kunnen ook eisen dat onderdanen van derde landen en hun echtgenoot of echtgenote een minimumleeftijd hebben (die in geen geval meer dan 21 jaar mag bedragen) voordat zij hun recht op gezinshereniging kunnen uitoefenen.

Procedure

De lidstaten bepalen of het verzoek om gezinshereniging moet worden ingediend door de buitenlandse onderdaan dan wel door de gezinsleden die zich bij hem/haar willen voegen. Behalve in uitzonderlijke gevallen dient het bij de gezinshereniging betrokken gezinslid zich tijdens de procedure buiten de Europese Unie te bevinden. Het verzoek moet vergezeld gaan van documenten waaruit de gezinsband blijkt en documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden. Het verzoek moet uiterlijk zes maanden na de datum van indiening worden behandeld.

Van de betrokken persoon kan worden verlangd dat hij/zij beschikt over huisvesting die voldoet aan de algemene normen inzake veiligheid en hygiëne, alsmede over een ziektekostenverzekering en stabiele inkomsten, zodat hij/zij zichzelf en zijn/haar gezinsleden kan onderhouden. Tevens kan van hem/haar worden geëist dat hij/zij voldoet aan de integratievoorwaarden overeenkomstig het nationale recht en dat hij/zij gedurende een bepaalde periode (maximum twee jaar) in de betrokken lidstaat heeft verbleven alvorens de leden van zijn/haar gezin zich bij hem/haar kunnen voegen.

De binnenkomst en het verblijf van een gezinslid kunnen worden geweigerd om redenen van openbare orde, binnenlandse veiligheid en volksgezondheid of in geval van bedrog (schriftvervalsing, schijnhuwelijk, enz.). Een reeds toegekende vergunning kan om dezelfde redenen worden ingetrokken of niet meer vernieuwd.

Personen aan wie een vergunning wordt geweigerd of van wie de vergunning wordt ingetrokken of niet wordt vernieuwd moeten deze beslissing kunnen aanvechten voor het gerecht.

Voor de gezinshereniging van vluchtelingen gelden speciale bepalingen, met name wat betreft de definitie van de gezinsleden, de bewijsstukken voor gezinsbanden en de voorwaarden inzake huisvesting, ziektekostenverzekering, vaste inkomsten en integratiemaatregelen.

Rechten van de gezinsleden

De gezinsleden van de buitenlandse onderdaan hebben recht op een verblijfstitel met dezelfde duur als die van de persoon met wie zij verenigd worden en hebben onder dezelfde voorwaarden als hij/zij recht op toegang tot onderwijs, arbeid en beroepsopleiding.

Uiterlijk na vijf jaar verblijf hebben de echtgenoot/echtgenote of de ongehuwde partner en meerderjarig geworden kinderen recht op een zelfstandige verblijfstitel.

De voorwaarden voor de verlening en de duur van de zelfstandige verblijfstitel worden in het nationale recht vastgesteld. Indien de gezinsband verbroken is, kunnen de lidstaten de verlening beperken.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 2003/86/EG

3.10.2003

3.10.2005

PB L 251 van 3.10.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 8 oktober 2008 betreffende de toepassing van richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging [COM(2008) 610 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
Uit dit verslag blijkt dat de richtlijn door vrijwel alle betrokken lidstaten in nationaal recht is omgezet. In bepaalde gevallen werd de richtlijn echter onjuist omgezet of toegepast, met name inzake de versoepeling van de visumregeling, de toekenning van autonome verblijfstitels, de inaanmerkingneming van de prioritaire belangen van kinderen, het recht om beroep aan te tekenen en gunstiger bepalingen voor de gezinshereniging van vluchtelingen.
Over het geheel genomen blijft de harmonisering van de nationale wetgevingen inzake gezinshereniging vrij beperkt. De Commissie is voornemens de omzetting van de richtlijn in nationaal recht verder op te volgen om erop toe te zien dat zij in de lidstaten correct wordt toegepast. Zij zal tevens een groenboek over gezinshereniging uitbrengen met het oog op een breed overleg met alle belanghebbenden.

Laatste wijziging: 27.10.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven