RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


"Eurodac"

Deze verordening heeft tot doel een systeem in te stellen om de vingerafdrukken van asielzoekers en bepaalde categorieën illegale immigranten te vergelijken. Zij zal de toepassing van verordening "Dublin II", die het mogelijk maakt vast te stellen welke lidstaat van de Europese Unie (EU) de asielaanvraag moet onderzoeken, vergemakkelijken.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin.

SAMENVATTING

Het Eurodac-systeem helpt de lidstaten van de Europese Unie (EU) met de identificatie van asielzoekers en van personen die in verband met de illegale overschrijding van een buitengrens van de Unie zijn aangehouden. Door vingerafdrukken te vergelijken, kunnen de EU-lidstaten nagaan of een asielzoeker of een vreemdeling die zich illegaal op het grondgebied bevindt, reeds een asielaanvraag heeft ingediend in een andere EU-lidstaat en of een asielzoeker het grondgebied van de Unie onregelmatig is binnengekomen.

Eurodac bestaat uit een door de Europese Commissie beheerde centrale eenheid, die is uitgerust met een geautomatiseerde centrale gegevensbank voor de vergelijking van vingerafdrukken, en een systeem voor de elektronische overdracht van gegevens tussen de EU-lidstaten en de gegevensbank.

Naast vingerafdrukken omvatten de door de EU-lidstaten toegezonden gegevens:

  • de EU-lidstaat van oorsprong;
  • het geslacht van de persoon;
  • de plaats en de datum van de asielaanvraag of van de aanhouding van de persoon;
  • het referentienummer;
  • de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen;
  • de datum waarop de gegevens naar de centrale eenheid zijn doorgestuurd.

Verzamelde gegevens, die betrekking hebben op personen die ten minste 14 jaar oud zijn, worden via nationale toegangspunten naar de centrale eenheid gezonden.

De gegevens van asielzoekers worden tien jaar lang bewaard, behalve wanneer de betrokken persoon het burgerschap van een van de EU-lidstaten verkrijgt. In dat geval moeten de betreffende gegevens onmiddellijk worden gewist. De gegevens van vreemdelingen die in verband met de illegale overschrijding van een buitengrens worden aangehouden, worden twee jaar bewaard te rekenen vanaf de datum waarop de vingerafdrukken zijn genomen. De gegevens worden onmiddellijk en vóór het verstrijken van de termijn van twee jaar verwijderd wanneer de vreemdeling:

  • een verblijfsvergunning heeft gekregen;
  • het grondgebied van de Unie heeft verlaten;
  • het burgerschap van een EU-lidstaat heeft verkregen.

De vingerafdrukken van vreemdelingen die zich illegaal op het grondgebied van een lidstaat bevinden kunnen worden vergeleken met die in de centrale gegevensbank om na te gaan of zij geen asielaanvraag hebben ingediend in een andere EU-lidstaat. Nadat de vingerafdrukken ter vergelijking zijn doorgezonden, worden ze niet langer in Eurodac bewaard.

Wat de bescherming van persoonsgegevens betreft, moeten de EU-lidstaten die gegevens naar Eurodac zenden de rechtmatigheid garanderen van het nemen van de vingerafdrukken en van iedere verrichting betreffende de verwerking, het toezenden, het bewaren en het verwijderen van de gegevens. De Commissie ziet erop toe dat deze verordening door de centrale eenheid correct wordt toegepast en neemt alle nodige maatregelen voor de beveiliging van deze eenheid. Bovendien stelt zij het Europees Parlement en de Raad in kennis van de maatregelen die zij neemt.

Nationale toezichthoudende autoriteiten zien toe op de gegevensverwerkingsactiviteiten van de EU-lidstaten. De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) ziet toe op die van de Commissie.

Deze verordening wordt niet alleen door de EU-lidstaten toegepast, maar ook door landen die (op basis van internationale overeenkomsten) de Dublin-verordening toepassen, namelijk IJsland, Noorwegen en Zwitserland.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 2725/2000

15.12.2000

-

L 316 van 15.12.2000

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EG) nr. 407/2002 van de Raad van 28 februari 2002 tot vaststelling van sommige uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 2725/2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin [Publicatieblad L 62 van 5.3.2002].
De Raad heeft in overeenstemming met artikel 22 van de Eurodac-verordening een aantal bepalingen vastgesteld met het oog op het toezenden en vergelijken van de vingerafdrukken, en het vastleggen van de taken van de centrale eenheid. De centrale eenheid stelt de technische voorschriften op voor het elektronisch toezenden van vingerafdrukken. Een referentienummer maakt het mogelijk de vingerafdrukken aan een bepaalde persoon te koppelen en vast te stellen welke EU-lidstaat de gegevens heeft toegezonden. Dit nummer bestaat uit één of verschillende kenletters en een code. Teneinde vergelijking van de vingerafdrukken mogelijk te maken, garanderen de EU-lidstaten dat de vingerafdrukgegevens van "geschikte kwaliteit" zijn. Voor zover dat nodig is, bepaalt de centrale eenheid welke kwaliteit de toegezonden vingerafdrukgegevens moeten hebben.
In de regel behandelt de centrale eenheid vergelijkingsverzoeken binnen 24 uur (behalve in dringende gevallen) in de volgorde van ontvangst van de verzoeken.

Overeenkomsten

Besluit 2008/147/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend [Publicatieblad L 53 van 27.2.2008].
Krachtens deze overeenkomst past Zwitserland de bepalingen van de Dublin- en Eurodac-verordeningen alsook die van de desbetreffende uitvoeringsverordeningen toe in zijn betrekkingen met de EU-lidstaten. De overeenkomst trad in werking op 1 maart 2008 en stelt met betrekking tot deze verordeningen de rechten en verplichtingen van Zwitserland en de EU-lidstaten vast. In geval van niet-nakoming van de verplichtingen kan de overeenkomst worden geschorst of opgezegd. Er wordt een gemengd comité van vertegenwoordigers van Zwitserland en de EU-lidstaten opgericht dat de tenuitvoerlegging en praktische toepassing van de bepalingen van het Dublin/Eurodac-acquis nader moet bekijken. In de in de bijlage van de overeenkomst opgenomen briefwisseling is voorzien dat de bijeenkomsten van de gemengde comités van de EU en IJsland en Noorwegen enerzijds (zie hieronder) en van de EU en Zwitserland anderzijds, gezamenlijk zullen worden georganiseerd.

Besluit 2006/188/EG van de Raad van 21 februari 2006 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken houdende uitbreiding tot Denemarken van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend en van Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin [Publicatieblad L 66 van 8.3.2006].

Besluit 2001/258/EG van de Raad van 15 maart 2001 inzake de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend [Publicatieblad L 93 van 3.4.2001].

Verslagen

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 2 augustus 2010 – Jaarlijks verslag aan het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac in 2009 [COM(2010) 415 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
Dit is het zevende jaarverslag over de centrale eenheid van Eurodac. Het bevat informatie over het beheer en de resultaten van het systeem in 2009 alsook een evaluatie van de output, de kosteneffectiviteit en de kwaliteit van de dienstverlening.
Gezien de toenemende hoeveelheid te beheren gegevens, de veroudering van het technische platform en de onvoorspelbare trends in het volume van Eurodac-transacties wordt gewerkt aan een upgrade van het Eurodac-systeem.
In de bijlage bij het verslag zijn statistieken opgenomen over de ingediende asielaanvragen (categorie 1) alsook over de aanhouding van personen die de buitengrens van de Unie op illegale wijze hebben overschreden (categorie 2) en van personen die zich illegaal op het grondgebied van een EU-lidstaat hebben opgehouden (categorie 3). Hoewel de stijgende tendens van de voorbije jaren zich zowel voor categorie 1 als voor categorie 3 heeft doorgezet, is het aantal transacties van categorie 2 fors gedaald.
Over het algemeen worden de snelheid, de output, de beveiliging en de kosteneffectiviteit van de centrale eenheid bevredigend geacht. De aanhoudende vertragingen bij de verzending van gegevens blijven evenwel een probleem.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 25 september 2009 – Jaarlijks verslag aan de Raad en het Europees Parlement over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac in 2008 [COM(2009) 494 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 26 januari 2009 – Jaarlijks verslag aan de Raad en het Europees Parlement over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac in 2007 [COM(2009) 13 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Werkdocument van de diensten van de Commissie van 11 september 2007 – Jaarlijks verslag aan de Raad en het Europees Parlement over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac in 2006 [SEC(2007) 1184 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2007 over de evaluatie van het Dublin-system [COM(2007) 299 definitief – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De Commissie is van oordeel dat de doelstellingen van het Dublin-system (de verordening Dublin II en de Eurodac-verordening) algemeen genomen zijn gehaald. Niettemin zijn sommige punten voor verbetering vatbaar, zowel wat de praktische toepassing als de doeltreffendheid van het systeem betreft. Daarom stelt de Commissie voor beide verordeningen te wijzigen.

Werkdocument van de Commissie – Derde jaarverslag over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac [SEC(2006) 1170 – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Werkdocument van de Commissie – Tweede jaarverslag over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac [SEC(2005) 839 – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Werkdocument van de Commissie – Eerste jaarverslag over de activiteiten van de centrale eenheid van Eurodac [SEC(2004) 557 – Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

Laatste wijziging: 11.08.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven