RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Schengenruimte en Schengensamenwerking

De Schengenruimte en de Schengensamenwerking stoelen op de Schengenovereenkomst van 1985. De Schengenruimte is een gebied waarbinnen het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. De staten die de overeenkomst hebben ondertekend, hebben alle binnengrenzen afgeschaft en vervangen door een gemeenschappelijke buitengrens. Binnen die grens gelden gemeenschappelijke regels en procedures voor visa voor kort verblijf, asielaanvragen en grenstoezicht. Om de veiligheid in de Schengenruimte te waarborgen, werd tegelijkertijd de samenwerking en coördinatie tussen de politiediensten en justitiële autoriteiten versterkt. De Schengensamenwerking werd met het Verdrag van Amsterdam in 1997 opgenomen in het rechtskader van de Europese Unie (EU). Niet alle landen die deel uitmaken van de Schengensamenwerking behoren tot de Schengenruimte, ofwel omdat zij hun binnengrenzen niet willen afschaffen, ofwel omdat zij niet aan de vereiste voorwaarden voldoen voor de tenuitvoerlegging van het Schengenacquis.

In de loop van de jaren tachtig ontstond een debat over het vrije verkeer van personen. Volgens sommige lidstaten moest het begrip alleen voor de burgers van de Europese Unie (EU) gelden, wat inhield dat de grenscontroles moesten worden gehandhaafd om Europese burgers en onderdanen van derde landen van elkaar te onderscheiden. Andere lidstaten daarentegen wilden een vrij verkeer voor iedereen en deze grenscontroles dus afschaffen. Aangezien de lidstaten geen overeenstemming konden bereiken, hebben Frankrijk, Duitsland, België, Luxemburg en Nederland in 1985 besloten om samen een ruimte zonder grenzen te creëren, de zogenaamde Schengenruimte, genoemd naar de plaats in Luxemburg waar de eerste akkoorden werden getekend. Na de ondertekening van het Verdrag van Amsterdam werd deze intergouvernementele samenwerking op 1 mei 1999 in het EU-rechtskader geïntegreerd.

Ontwikkeling van de Schengensamenwerking en uitbreiding van de Schengenruimte

Op 14 juni 1985 werd het eerste akkoord tussen de vijf initiatiefnemende landen ondertekend. Vervolgens werd een overeenkomst uitgewerkt die op 19 juni 1990 werd ondertekend. Dankzij deze overeenkomst die in 1995 van kracht werd, konden de binnengrenzen tussen de overeenkomstsluitende lidstaten worden afgeschaft en kon er één enkele buitengrens worden gecreëerd waar de controles bij de binnenkomst in de Schengenruimte volgens identieke procedures werden uitgevoerd. Er werden gemeenschappelijke voorschriften vastgesteld inzake visa, asielrecht, controle bij de buitengrenzen, opdat het vrije verkeer van personen binnen de Schengenruimte niet ten koste van de openbare orde zou gaan.

Om vrijheid en veiligheid met elkaar in overeenstemming te brengen werden er naast dit vrije verkeer zogenaamde "compenserende" maatregelen ingevoerd. Doel daarvan was de samenwerking en coördinatie tussen de politiediensten en de justitiële autoriteiten te verbeteren om de binnenlandse veiligheid van de lidstaten te behouden en met name om de georganiseerde misdaad te bestrijden. In dit kader is het Schengeninformatiesysteem (SIS) gecreëerd. Het SIS is een geavanceerde databank waarmee de verantwoordelijke autoriteiten van de Schengenlanden gegevens over bepaalde categorieën personen en goederen kunnen uitwisselen.

De Schengenruimte heeft zich geleidelijk aan tot vrijwel alle lidstaten uitgebreid. Italië heeft de akkoorden op 27 november 1990 ondertekend, Spanje en Portugal op 25 juni 1991, Griekenland op 6 november 1992, Oostenrijk op 28 april 1995 en Denemarken, Finland en Zweden op 19 december 1996. Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije traden toe op 21 december 2007 en het geassocieerde Zwitserland op 12 december 2008. Bulgarije, Cyprus en Roemenië zijn nog geen volwaardig lid van de Schengenruimte. Er vinden nog steeds grenscontroles plaats tussen de desbetreffende landen en de Schengenruimte tot de Europese Raad beslist dat aan de nodige voorwaarden voor het afschaffen van de controles aan de binnengrenzen is voldaan. (De positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland wordt hieronder uiteengezet).

Maatregelen van de lidstaten in het kader van de Schengensamenwerking

De belangrijkste maatregelen die in het kader van de Schengensamenwerking zijn genomen, omvatten onder meer:

  • opheffing van de personencontroles aan de binnengrenzen;
  • gemeenschappelijke regels voor personen die de buitengrenzen van de EU-lidstaten oversteken;
  • harmonisatie van de voorwaarden inzake binnenkomst en van de regels inzake visa voor kort verblijf;
  • intensievere politiële samenwerking (inclusief het recht om personen tot buiten het nationale grondgebied te observeren of te achtervolgen);
  • versterking van de justitiële samenwerking via een regeling voor snellere uitlevering en de overname van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen;
  • instelling en ontwikkeling van het Schengeninformatiesysteem (SIS).

Het Schengeninformatiesysteem (SIS)

Binnen het Schengensysteem werd een informatiesysteem ingesteld waarin nationale grenstoezichtautoriteiten en justitiële autoriteiten gegevens kunnen opvragen over personen of voorwerpen.

De lidstaten voeden het SIS via nationale netwerken (N-SIS) die op een centraal systeem (C-SIS) zijn aangesloten. Dit systeem wordt aangevuld met het zogenaamde Sirene-netwerk, de menselijke interface van het SIS.

Integratie van het Schengenacquis in het kader van de EU

Door een aan het Verdrag van Amsterdam gehecht protocol kon het Schengenacquis in het rechtskader van de EU opgenomen worden. De Schengenruimte sluit sindsdien aan bij het juridische en institutionele kader van de EU. Zij is bijgevolg aan een parlementaire en gerechtelijke controle onderworpen en verwezenlijkt het in de Europese Akte van 1986 vastgelegde doel van vrij verkeer van personen, terwijl tegelijkertijd een democratische parlementaire controle wordt gewaarborgd en de burgers rechtsmiddelen ter beschikking staan wanneer hun rechten in gevaar worden gebracht (Hof van Justitie en/of nationale rechtscolleges naargelang het rechtsgebied).

Om deze integratie te bewerkstelligen heeft de Raad van de EU verschillende besluiten genomen. Eerst heeft de Raad, zoals in het Verdrag van Amsterdam is bepaald, de plaats ingenomen van het Uitvoerend Comité dat door de Schengenakkoorden was opgericht. In Beschikking 1999/307/EG van 1 mei 1999 stelde de Raad de wijze vast waarop het Schengensecretariaat in het secretariaat-generaal van de Raad moest worden opgenomen, met inbegrip van de modaliteiten betreffende het personeel van het Schengensecretariaat. Daarna werden nieuwe werkgroepen opgericht om de Raad bij het beheer van de werkzaamheden te ondersteunen.

Bij de integratie van de Schengenruimte bestond een van de belangrijkste taken van de Raad erin uit de bepalingen en de maatregelen die door de overeenkomstsluitende lidstaten waren vastgesteld, diegene te selecteren die een echt acquis of geheel van rechtsbesluiten vormden en die als basis konden dienen voor de verdere samenwerking. Krachtens Besluiten 1999/435/EG en 1999/436/EG van 20 mei 1999 werd een lijst met elementen aangenomen die samen het Schengenacquis vormden, inclusief de rechtsgrondslag van alle elementen in de Verdragen (EG-Verdrag of Verdrag betreffende de EU). Het merendeel van deze besluiten is in het Publicatieblad bekendgemaakt. Sindsdien is de Schengenwetgeving verder uitgewerkt. Zo werd een aantal artikelen van de Schengenovereenkomst vervangen door nieuwe EU-wetgeving (bv. de Schengengrenscode).

Deelname van Denemarken

Hoewel Denemarken de Schengenovereenkomst heeft ondertekend, kan het land binnen het rechtskader van de EU kiezen of het nieuwe maatregelen gebaseerd op titel IV van het EG-Verdrag al dan niet wil overnemen, zelfs als zo'n maatregel een uitbreiding van het Schengenacquis inhoudt. Denemarken is echter wel gebonden aan bepaalde maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk visumbeleid.

Deelname van Ierland en het Verenigd Koninkrijk

Overeenkomstig het aan het Verdrag van Amsterdam gehechte protocol kunnen Ierland en het Verenigd Koninkrijk aan alle of aan een deel van de regelingen van het Schengenacquis deelnemen; hiervoor is in de Raad eenparigheid van stemmen vereist van de Schengenlanden en van de vertegenwoordiger van de regering van het betrokken land.

Het Verenigd Koninkrijk verzocht in maart 1999 aan bepaalde aspecten van de Schengensamenwerking te mogen deelnemen, zoals de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, de bestrijding van de drugshandel en het SIS. Op 29 mei 2000 keurde de Raad bij Besluit 2000/365/EG de aanvraag van het Verenigd Koninkrijk goed.

In juni 2000 verzocht ook Ierland om aan bepaalde aspecten van de Schengensamenwerking te mogen deelnemen. Het verzoek stemde in grote mate overeen met dat van het Verenigd Koninkrijk. De Raad is op dit verzoek ingegaan met de goedkeuring van Besluit 2002/192/EG van 28 februari 2002. De Commissie had advies uitgebracht over beide verzoeken en had onderstreept dat een gedeeltelijke deelname van deze twee lidstaten de samenhang van het acquis als geheel niet in het gedrang mag brengen.

Na evaluatie van de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen over politiële en justitiële samenwerking, stemde de Raad bij Besluit 2004/926/EG van 22 december 2004 in met de toepassing van dit deel van het Schengenacquis door het Verenigd Koninkrijk.

Betrekkingen met derde landen: gemeenschappelijke beginselen

De geleidelijke uitbreiding van de Schengenruimte tot alle lidstaten van de EU heeft derde landen die bijzondere banden hebben met de EU ertoe aangezet aan de Schengensamenwerking deel te nemen. Een overeenkomst inzake het vrije verkeer van personen tussen niet-EU-landen en de EU is een basisvoorwaarde voor betrokkenheid van die landen bij het Schengenacquis (dergelijke overeenkomst is opgenomen in de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte voor IJsland, Noorwegen en Liechtenstein en in de Overeenkomst over het vrije verkeer van personen voor Zwitserland).

Voor deze landen houdt hun deelname het volgende in:

  • opname in de ruimte zonder controle aan de binnengrenzen;
  • toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis en van alle teksten die met betrekking tot de Schengensamenwerking zijn aangenomen;
  • betrokkenheid bij de besluitvorming omtrent teksten die verband houden met de Schengensamenwerking.

In de praktijk neemt deze associatie de vorm aan van gemengde comités die buiten het rechtstreekse kader van de werkgroepen van de Raad van de EU vergaderen. Hierin komen vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de EU, van de Commissie en van de regeringen van derde landen bijeen. De geassocieerde landen nemen dus deel aan de besprekingen over de ontwikkeling van het Schengenacquis, maar nemen geen deel aan stemmingen. Voor de kennisgeving en het aannemen van maatregelen of besluiten in de toekomst zijn procedures vastgesteld.

Betrekkingen met IJsland en Noorwegen

IJsland en Noorwegen behoren samen met Zweden, Finland en Denemarken tot de Noordse paspoortunie, waarbinnen de controles aan hun gemeenschappelijke grenzen zijn afgeschaft. IJsland en Noorwegen zijn sinds 19 december 1996 met Schengen geassocieerd. Zij bezaten geen stemrecht in het Uitvoerend Comité van Schengen, maar konden standpunten tot uitdrukking brengen en voorstellen formuleren. Om deze associatie uit te breiden, ondertekenden IJsland, Noorwegen en de EU op 18 mei 1999 de overeenkomst inzake de wijze waarop de IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, op basis van Besluit 1999/439/EG van de Raad van 17 mei 1999.

Op de gebieden van het Schengenacquis die van toepassing zijn op IJsland en Noorwegen, werden de betrekkingen tussen deze twee landen enerzijds en Ierland en het Verenigd Koninkrijk anderzijds, geregeld door een overeenkomst die door de Raad op 28 juni 1999 is goedgekeurd [Publicatieblad L 15 van 20.1.2000].

Besluit 2000/777/EG van de Raad van 1 december 2000 voorziet in de inwerkingstelling van het Schengenacquis in de vijf landen van de Noordse paspoortunie per 25 maart 2001.

Deelname van Zwitserland en Liechtenstein

De Commissie heeft een overeenkomst gesloten met Zwitserland betreffende de toetreding van het land tot de Schengenruimte [Publicatieblad L 53 van 27.2.2008], waardoor Zwitserland met ingang van 12 december 2008 lid is geworden van de Schengenruimte. Het land geniet dezelfde status van geassocieerd land als Noorwegen en IJsland. Op 28 februari 2008 werd een protocol ondertekend betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Schengenruimte.

Het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)

Aangezien het SIS operationeel is sinds 26 maart 1995, wordt gewerkt aan een nieuw systeem met geavanceerdere functies die op nieuwe technologieën zijn gebaseerd. Dit nieuwe systeem (SIS II) wordt momenteel uitgebreid getest in samenwerking met de lidstaten.

De Raad keurde op 6 december 2001 twee wetgevingsinstrumenten goed, namelijk Verordening (EG) nr. 2424/2001 en Besluit 2001/886/JBZ, krachtens welke de Commissie belast werd met de ontwikkeling van SIS II en de hiermee gemoeide uitgaven ten laste van de algemene begroting van de EU kwamen. De geldigheidsduur van de betrokken wetsbesluiten werd in 2006 verlengd tot 31 december 2008.

De Commissie publiceerde op 18 december 2001 een mededeling [COM(2001) 720] waarin de mogelijkheden voor de realisering en de ontwikkeling van SIS II werden onderzocht. Na afloop van de studies en besprekingen betreffende de architectuur en de functies van het toekomstige systeem diende de Commissie in 2005 drie voorstellen voor wetgevingsinstrumenten in. Twee daarvan (Verordening (EG) nr. 1987/2006 betreffende de “1e pijler”-aspecten van de instelling, de werking en het gebruik van SIS II en Verordening (EG) nr. 1986/2006 betreffende de toegang tot SIS II voor de instanties die belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen) werden op 20 december 2006 aangenomen. Het derde instrument (Besluit 2007/533/JBZ betreffende de “3e pijler”-aspecten van de instelling, de werking en het gebruik van SIS II) werd aangenomen op 12 juni 2007.

De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van december 2006 gaf zijn goedkeuring aan het project SISone4all (een door Portugal gecoördineerd gemeenschappelijk project van de lidstaten) gehecht. SISone4all was een tijdelijke oplossing die het, met enkele technische aanpassingen, voor negen EU-lidstaten die in 2004 zijn toegetreden, mogelijk maakte zich aan te sluiten op de huidige versie van het SIS-systeem (SIS1+). Dankzij de succesvolle voltooiing van SISone4all en de gunstige Schengenevaluaties konden de controles aan de binnengrenzen met deze landen eind 2007 worden afgeschaft voor de land- en zeegrenzen en in maart 2008 voor de luchtgrenzen.

De opheffing van de controles aan de binnengrenzen baande de weg voor alternatieve en minder risicovolle benaderingen van de overgang van SIS1+ naar SIS II. Na het verzoek van de lidstaten om meer tijd voor het testen van het systeem en de toepassing van een minder risicovolle strategie voor de overgang van het oude systeem naar het nieuwe, diende de Commissie een voorstel in voor een verordening en een besluit, waarin de taken en verantwoordelijkheden werden omschreven van de verschillende partijen die betrokken zijn bij de voorbereiding van de migratie naar SIS II (inclusief de in deze fase te verrichten tests en ontwikkelingswerkzaamheden). Beide voorstellen werden door de Raad goedgekeurd op 24 oktober 2008.

Laatste wijziging: 03.08.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven